'La Gioconda': Een opera waarin alles in overtreffende trap gebeurt

La gioconda. ©Baus

Zelden klonk een opera in De Munt zo luid als ‘La Gioconda’ van Amilcare Ponchielli. Regisseur Olivier Py deed nog een schepje boven op het origineel, al wordt het nooit te bar.

Er zijn van die opera’s waarbij je als toeschouwer al na enkele minuten tegen de rugleuning van je stoel wordt geplakt. Voor je het weet, ben je drie uur verder en mag je weer ademhalen. Dat soort opera is ‘La Gioconda’ van de Italiaanse componist Amilcare Ponchielli, die aan het eind van de 19de eeuw de opvolger van Giuseppe Verdi werd genoemd.

Zo groot is hij niet geworden. Muziekhistorici noemen hem doorgaans een overgangsfiguur die een brug vormt tussen de traditie van de Italiaanse 19de-eeuwse opera (zie Verdi) en de muzikale vernieuwingen van de 20ste eeuw (denk aan de late Puccini).

Rollercoaster

Ponchielli mag dan geen geniale componist geweest zijn, met ‘La Gioconda’ leverde hij in 1876 een dijk van een opera af. Niet altijd even origineel misschien, maar wel een muzikale en dramatische rollercoaster die je geen moment loslaat. Alsof Ponchielli wist: beter een perfecte synthese van alles wat bestaat dan mislukte nieuwlichterij. Er is iets voor te zeggen. ‘La Gioconda’ sluit nauw aan bij de traditie van de Franse ‘grand opéra’. Massale koorzang, balletpartijen, dramatische gebeurtenissen, fors uithalende zangers en een orkest op speed.

La Gioconda sterft nog liever dan seks te moeten hebben met de opperslechterik. In de opera moet je dat letterlijk nemen.

De Franse regisseur Olivier Py heeft dat concept nog een beetje opgerekt. Alles in ‘La Gioconda’ is in de overtreffende trap. En toch wordt het nergens te bar of verliest de opera zijn geloofwaardigheid, hoeveel moorden en verkrachtingen ook plaatsvinden. Py is dan ook niet de minste. Hij regisseerde vorig jaar in De Munt met veel bijval ‘Lohengrin’ van Wagner en ‘Dialogues des Carmélites’ van Poulenc.

Victor Hugo

‘La Gioconda’ is gebaseerd op een verhaal van Victor Hugo. Ponchielli en zijn librettist Arrigo Boito, die ook met Verdi samenwerkte, verplaatsten het verhaal van Padua naar Venetië. Daar speelt zich tijdens het carnaval een intens drama af waarbij de slechterik Barnaba iedereen manipuleert om zijn doel te bereiken: seks met La Gioconda. Maar zij sterft nog liever. In de opera moet je zoiets letterlijk nemen.

Py maakt van ‘La Gioconda’ een tijdloos werk. Hij bouwt Venetië niet na. Eigenlijk is de enige architecturale verwijzing naar de stad het laagje water op het podium. Verder bestaat het podium uit een betonnen structuur in verschillende verdiepingen met hekken en palen. Het decor schuift in en uit elkaar.

Het is een visueel spektakel, dat regelmatig wordt opgeleukt door mannen met grote beschilderde maskers. Een verwijzing naar het ambivalente karakter van de stad. Of misschien dienen de maskers om het schandelijk gedrag van de mannen te verbergen? Tijdens het carnaval is alles mogelijk. Ook het kwaad, dat in anonimiteit alle beteugeling verliest

Man-vrouw gevecht

Py maakt van de opera ook een man-vrouwgevecht waarbij de vrouwen, met La Gioconda voorop, het goede en verhevene vertegenwoordigen. Terwijl de mannen er maar op los leven. Als heersers over de vrouwen.

Hoe mooi om naar te kijken de opera ook is, de echte sterren zijn de zangers. Het is bijna niet te geloven hoe goed de zes hoofdrolspelers en -speelsters zingen. Als je denkt dat ze niet meer luider of hoger kunnen zingen, doen ze het toch. Zonder ook maar een keer aan raffinement in te boeten.

‘La Gioconda’ (met twee casts) loopt nog tot 12 februari in De Munt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect