interview

Fred Brouwers: 'Elisabethwedstrijd is WK voor beloften'

©BELGA

De beste Mozart-vertolker is een jazzpianist. En ook Remco Evenepoel duikt op in het discours. Fred Brouwers blikt terug op zijn leven als presentator van de Koningin Elisabethwedstrijd, die vanavond zijn apotheose had moeten kennen.

Het had zaterdagavond ongeveer zo moeten gaan. Tussen middernacht en 1 uur stapt juryvoorzitter Gilles Ledure het podium van de Henry Le Boeuf-zaal van Bozar op. Hij groet de koninklijke familie. Hij pauzeert even en kondigt dan de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano aan. Maar helaas. Het wordt nog een jaar wachten.

De radiozender Klara deed er de afgelopen week alles aan om het Koningin Elisabethwedstrijd-gevoel in ere te houden. De luisteraars konden stemmen op hun drie favoriete momenten van de afgelopen 50 jaar. Vandaag volgt de apotheose. Fred Brouwers (72) praat mee de dag aan elkaar. Natuurlijk hij. Hij was jaren het boegbeeld van de televisie-uitzendingen van de wedstrijd. In 2011 ging hij met pensioen.

Als 12-jarige sloop ik ’s avonds naar boven en luisterde stiekem in mijn bed met een rood transistorradiootje naar de wedstrijd. Dat was mystiek voor mij.
Fred Brouwers

De luisteraars kunnen een keuze maken uit een lijst van 30 optredens. Welke muzikant is Brouwers het meest bijgebleven? ‘Goh. Doe maar Andrei Nikolsky, de winnaar van de wedstrijd voor piano in 1987. Hij speelde een verbluffend derde pianoconcerto van Sergei Rachmaninov. Ik heb Andrei later beter leren kennen, hij is in België blijven hangen. Ik presenteerde af en toe recitals van hem. Hij had één zwakte: drank. In 1995 is hij verongelukt. Hij kwam van een concert in Nederland. Hij miste in Waterloo een bocht en reed zich te pletter tegen een boom.’

Brouwers presenteerde in 1978 voor Radio 3 - de voorloper van Klara - zijn eerste Elisabethwedstrijd. Twee jaar later volgde de televisie. ‘Het was een jongensdroom. Als 12-jarige sloop ik ’s avonds naar boven en luisterde stiekem in mijn bed met een rood transistorradiootje naar de wedstrijd. Dat was mystiek voor mij, de muziek en de gesprekken met de panelleden. Zoveel jaren later mocht ik die gesprekken dan zelf leiden. Ik presenteerde toen op Radio 2 in Hasselt een half klassiek programma. Dat vonden ze in Brussel blijkbaar goed. Zo ben ik bij Radio 3 begonnen, parallel met mijn job als leraar aan de Normaalschool van Bokrijk.’

Fred Brouwers


Fred Brouwers werd in 1948 geboren in Leuven. Hij studeerde aan de KU Leuven Germaanse filologie. Hij was leraar Engels en Nederlands, onder meer aan de Normaalschool van Bokrijk.
Van 1978 tot 2011 presenteerde hij voor radio en televisie de Koningin Elisabethwedstrijd.
In 1995 schreef hij de thriller ‘Tomasino’. Eind vorig jaar verscheen ‘Beethoven in de bunker’ over musici onder het naziregime.

‘Het waren andere tijden toen. Bij Radio 3 werkten heel serieuze, intelligente mensen. Maar hun wereld was nogal beperkt, vond ik. Dat is helemaal veranderd. Dat geldt ook voor de deelnemers van de Koningin Elisabethwedstrijd. Nikolsky is daar een goed voorbeeld van. Hij was de eerste die geen strikje droeg. De bovenste knoop van zijn zwarte hemd stond open. Een van de juryleden, de vermaarde Claude Coppens, vond dat een provocatie. Nu spelen ze allemaal zo.’

‘Tot aan het eind van de jaren 80 werd het romantische idee uit de 19de eeuw van de klassieke muzikant als wereldvreemde halfgod in stand gehouden. Maar dat klopt al lang niet meer. De laatste tien, twintig jaar zijn de kandidaten heel gewone, getalenteerde mensen. Niets wereldvreemds aan. Ray Chen, de winnaar van de vioolwedstrijd in 2009, was de eerste die een tablet voor de partituur gebruikte. De Italiaanse pianist Roberto Giordano, vierde in 2003, was gek van formule 1 en snelle auto’s.’

‘Je denkt vaak: die kandidaten moeten lang en diep nagedacht hebben over de muziek die ze spelen. Technisch zijn ze natuurlijk briljant, maar ze spelen vooral gevoelsmatig. Ik heb nooit het idee gehad dat ze doorwrochte musicologische verhandelingen over gespeelde composities hadden gelezen. Ook over het spelplezier van het opgelegd werk, altijd een nieuwe compositie, heb ik mijn twijfels. Ze spelen het omdat het bij de wedstrijd hoort. Maar ze genieten daar niet echt van.'

Brouwers had in zijn panel vaak topmusici te gast. Ze waren soms snoeihard. Jos van Immerseel, pianist en oprichter van het orkest Anima Eterna, zei ooit over de kandidaten: iedereen speelt Mozart, ik heb nog geen Mozart gehoord. Dan schrik je als kijker of luisteraar. Je had net genoten van die muziek. Maar dat mocht blijkbaar niet van de specialisten. ‘Specialisten hebben vaak de neiging hun opvatting als enige juiste naar voren te schuiven’, zegt Brouwers. ‘Wie afwijkt, dwaalt. Ik ga veel breder.’

‘De mooiste uitvoeringen van de Mozart-concerto’s zijn voor mij die van de jazzpianist Chick Corea. Hij speelt de cadenzen (de solo’s, red.) zoals Mozart ze bedoelde: als pure improvisaties waarin de verbeeldingskracht en de virtuositeit van de pianist vrij spel krijgt. Maar wat doen de meeste klassieke musici? Ze spelen de cadenzen zoals iemand ze 100 jaar geleden heeft opgeschreven. Dat was zeker niet Mozarts bedoeling. Ik ben er vrij zeker van dat hij hier op de tuintafel zou staan dansen als hij Chick Corea aan het werk hoorde.’

‘Je mag niet te star naar muziek luisteren, want dan wordt de beleving saai. Het klinkt misschien populistisch, maar het publiek heeft vaak gelijk. Het gaat erom hoe je muziek aanvoelt. Niet-muzikale aspecten spelen daar ook een rol in. Daar is ook een evolutie in. Vroeger kwamen de artiesten op, knikten even en begonnen. Ze leken amper te merken dat er publiek in de zaal zat. Nu is het anders. De artiest zoekt contact met de zaal. Alsof hij het publiek uitnodigt om er samen iets van te maken.’

‘Je kan dat doortrekken naar de hele business. Het beste voorbeeld is de Russische sterviolist Vadim Repin, de winnaar van de vioolwedstrijd in 1989. Hij is misschien wel de grootste ster die het concours heeft voortgebracht. Ik zie hem nog het podium oplopen. Eerlijk: als een gezet Siberisch boerke. Je moet nu de foto’s van zijn cd’s eens bekijken. Die man is op en top gestyled, vermagerd ook. Helemaal aangepast aan de huidige tijd.’

Niet alleen de styling is veranderd. Het niveau gaat er nog steeds op vooruit. ‘Muziek is te vergelijken met sport. Ken je Valerie Brumel? In de jaren 60 jaren wereldrecordhouder hoogspringen. Onklopbaar. Tot Dick Fosbury kwam en een nieuwe techniek introduceerde: de rugsprong. Nieuwe trainingsmethoden, nieuwe techieken leiden tot betere prestaties. Ook in de muziek. Blazers kunnen tegenwoordig twee uur dezelfde toon aanhouden. Circulated breathing heet dat. Ademen door de neus, blazen door de mond. Dat bestond vroeger niet.’

De deelnemers spelen het opgelegde werk, altijd een nieuwe compositie, omdat het bij de wedstrijd hoort. Maar ze genieten daar niet echt van.
Fred Brouwers
Voormalig presentator Koningin Elisabethwedstrijd

‘Enrico Caruso en Beniamino Gigli waren 100 jaar geleden wereldsterren. De beste tenoren ooit. Ze hebben een legendarische reputatie. Maar we moeten eerlijk zijn. Hedendaagse zangers als Jonas Kauffman of Rolando Villazón zijn beter. Dat geldt ook voor instrumentalisten. De scholing is fel verbeterd. Jonge topmuzikanten hoppen van de ene topschool naar de andere. Ze volgen masterclasses bij de beste pedagogen. Maar het heeft ook een keerzijde. Er is een soort uniformiteit opgetreden. Je moet maar vijf seconden naar Caruso luisteren en je weet: het is Enrico. Dat heb je met de huidige generatie zangers of muzikanten veel minder.’

Als er zo’n uniformiteit is, hebben muziekconcours dan nog zin? ‘Natuurlijk wel. De Koningin Elisabethwedstrijd werd in 1937 in het leven geroepen - eerst alleen voor viool - om jonge muzikanten een duw in de rug te geven. Dat is nog altijd de bedoeling. Ik heb vaak mensen horen zeggen dat de wedstrijd het wereldkampioenschap voor viool of piano is. Dat klopt niet. Het is het WK voor beloften. En net als in de sport zullen veel beloften het niet maken. Je kan het moeilijk voorspellen. Over de wielrenner Remco Evenepoel is iedereen het ongeveer eens: hij wordt een grote. Maar wie nog? Zo is het met de muziek ook. Er zijn genoeg winnaars van het concours die uiteindelijk geen carrière hebben gemaakt. Pierre-Alain Volondat, de winnaar voor piano in 1983. Of Philippe Hirschhorn, winnaar in 1967 voor viool. Schitterende muzikant, geweldige pedagoog. Maar hij leed aan een sterke podiumvrees. Pas aan het eind van zijn leven, toen het al te laat was, ging hij weer optreden.’

De Elisabethwedstrijd is door de duur - een maand, van de eerste ronde tot de finaleweek - een van de zwaarste ter wereld. De finalisten zitten een week in afzondering in de Muziekkapel in Waterloo. Ze mogen geen contact hebben met de buitenwereld. ‘Maar je moet geen medelijden hebben. Ze worden in de watten gelegd. Je mag nooit vergeten dat alle kandidaten geoefende wedstrijdmuzikanten zijn. Die waren zo getalenteerd dat ze vanaf hun tiende, soms zelfs vroeger, aan kleinere wedstrijden deelnamen. Dan is zo’n Elisabethwedstrijd een logische stap in hun carrière. Voor hen is het een uitgelezen moment om te onderzoeken hoever ze staan.’

De Koningin Top 30, zaterdag van 10 tot 18 uur op Klara.

Canvas zendt vanaf maandag tot en met zaterdag op het kanaal van Ketnet twaalf legendarische concerten opnieuw uit.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud