Gevangen in een heerlijk sprookje in De Munt

©de munt/Forster

Met ‘Het sprookje van tsaar Saltan’ van Nikolaj Rimski-Korsakov sluit De Munt het seizoen in absolute schoonheid af. Regisseur Dmitri Tcherniakov toverde het kinderverhaal van Poesjkin om in een aangrijpend psychologisch drama.

Een mens gaat doorgaans met niet al te hoge verwachtingen naar de opera wanneer het verhaal een sprookje is. Een beetje kinderachtig, een beetje oudbakken, denk je dan. Zelfs als het om een van de beroemdste Russische sprookjes aller tijden gaat, geschreven door de dichter des vaderlands Aleksandr Poesjkin. ‘Het sprookje van tsaar Saltan’ dus. Je leest ter voorbereiding de synopsis en je denkt: het zal wel. En: hoe maak je daar nog een hedendaagse opera van?

Allicht worstelde Peter de Caluwe, de algemeen directeur van De Munt, met dezelfde vragen. De zoektocht naar de geschikte regisseur was dan ook van cruciaal belang voor de enscenering van deze opera uit 1900. De Caluwe kwam uit bij Dmitri Tcherniakov.

Bovenal hoor je hoeveel plezier Rimski-Korsakov moet hebben gehad bij het componeren van de opera.

Hij regisseerde in 2012 al een opmerkelijke versie van Verdi’s ‘Il Trovatore’ in Brussel. Voorts is hij gepokt en gemazeld in de wereld van de Russische klassieke opera, die hij in zijn producties doorgaans een hedendaags cachet meegeeft.

De juiste regisseur op de juiste plaats dus. Een regisseur met ballen aan zijn lijf ook, bleek dinsdag op de première in Brussel. Niks sprookje in het begin van de opera. Zelfs geen muziek. Enkel een moeder en haar puberzoon in alledaagse kledij op het podium, voor het neergelaten doek.

De moeder, tsaritsa Militrisa in het verhaal, debiteert een tekst over haar zoon, tsarevitsj Gvidon. De jongen is getraumatiseerd door de scheiding van zijn ouders. Hij lijdt aan een vorm van autisme, maakt ze duidelijk. Hij praat enkel met zijn moeder. En dan nog alleen via een sprookje.

Daarmee is de toon gezet, dat voel je na die inleiding. ‘Het sprookje van tsaar Saltan’ wordt geen klassieke opvoering. Tcherniakov verschuift de kern van het verhaal naar de autistische jongen. In zijn verbeelding volgen we de maffe vertelling.

Russische folklore

De grote sterkte van de Tcherniakovs regie is dat hij niet teert op die ene psychologische vondst. Integendeel, het zet hem ertoe aan alle theatrale registers open te trekken. Vóór de pauze gaat het doek niet omhoog. De actie speelt zich vooraan op het podium af. Moeder en zoon, waterflesjes op de grond, kijken toe hoe een stoet verklede personages langs de zijkanten van de zaal zijn opwachting maakt. De kostuums zijn van een buitenissige, kinderlijke schoonheid.

Het gezoem van de hommel.

Misschien lacht Tcherniakov wel een beetje met het folkloristische Rusland. Of met de manier waarop het Westen naar het tsaristische Rusland kijkt. In ieder geval, het verhaal gaat erin als zoete koek. In essentie gaat het om drie zusters die strijden om de hand van tsaar Saltan. Hij kiest de jongste, tot ergernis van de andere twee en een tante van de tsaar. Samen bedenken ze een plan om de bruid en hun eerste kind (in sprookjes geraakt men vaak heel snel zwanger) te laten verdwijnen. Ze worden in een ton gestopt en spoelen aan op een onbewoond eiland.

Na de pauze gaat het doek omhoog en kan je niet anders dan met open mond kijken. Tcherniakov geeft het verhaal een nieuwe dimensie door het als een animatiefilm verder te vertellen. De personages op het podium gaan vaak helemaal op in de houtskooltekeningen. Alsof het een gesamstkunstwerk van Wagner betreft.

Hommelgezoem

Heerlijk is de scène waarin de prins in de tekenfilm wordt omgetoverd in een hommel die de drie intriganten (de echte personages) gaat steken. Het is een van de beroemdste momenten uit de opera. De hommelpassage van Rimski-Korsakov wordt vaak opgevoerd in concerten. Terecht. Het is niet te geloven hoe de componist met een heel orkest het gezoem van een hommel perfect verklankt.

Het is niet alleen de hommel die muzikale opwinding brengt. De hele partituur van Rimski-Korsakov is al even feeëriek als het verhaal. Hij schudt prachtige klankkleuren uit zijn mouw. De ene keer laat hij de violen weemoedig een traan wegpinken, de andere keer barst het feestgedruis los in een wilde orkestratie. Steeds hoor je heel duidelijk de verschillende instrumenten in het geheel weerklinken.

En bovenal hoor je hoeveel plezier Rimski-Korsakov moet hebben gehad bij het componeren van de opera. Geen moment verveelt de muziek. De componist neemt de verbeelding van Poesjkin helemaal over. Gemakkelijk kan de partituur niet zijn om te spelen. Maar in Brussel leidde Alain Altinoglu, de muziekdirecteur van De Munt, het orkest met veel schwung door de opera.

Gewaagd

Het einde van de opera is gewaagd. Het doek is weer naar beneden. Het sprookje is uit. De personages hebben hun historische kostuums geruild voor 21ste-eeuwse stadskledij. In Poesjkins sprookje loopt alles goed af. Het tsarengezinnetje is weer herenigd. In zijn goedheid vergeeft Saltan de drie ‘slechte’ vrouwen. Er wordt op het podium gedanst en gefeest. Je ziet de moeder bezorgd naar haar zoon kijken. Die is de zekerheid van het sprookje kwijt. Je ziet hem verkrampen, angstig worden. De feestmuziek dendert door. Tot een ijselijke schreeuw volgt. Waarna de lichten uitgaan, gevolgd door een lang, lang applaus.

De cast is zoals steeds in De Munt voortreffelijk. De ster van de voorstelling is tenor Bogdan Volkov als de autistische prins Gvidon. Autisme kent vele verschijningsvormen. Het is moeilijk in te schatten of Bogdan zijn personage realistisch neerzet. Maar hij doet het geloofwaardig. Zijn kleine tics, de angstige handbewegingen, de verschrikte blikken tonen een jongen die zich in de gewone wereld niet op zijn plaats voelt, maar wel wondermooi zingt.

Het sprookje van tsaar Saltan loopt tot 29 juni in De Munt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect