'Het getouwtrek van nu is niet anders dan vroeger'

©Diego Franssens

Ballet Vlaanderen viert zijn vijftigste verjaardag. Sidi Larbi Cherkaoui leidt het gezelschap al vijf jaar. Ooit leerde hij dansen bij Marie-Louise Wilderijkx, die het prille begin van het gezelschap meemaakte.

Mankend komt Marie-Louise Wilderijkx (76) de kantoren van Ballet Vlaanderen op ’t Eilandje in Antwerpen binnen. Het gevolg van een kaduke linkerheup na zeventig jaar dansen. Sidi Larbi Cherkaoui (43) vraagt bezorgd hoe het met haar gaat. ‘Pijn’, zegt ze. ‘Tien jaar geleden was het ook zo erg, maar toen is alles goed gekomen. Ik zeg tegen iedereen dat het betert, maar het is afwachten.’ Ze bespreken kort de voor- en nadelen van een heupoperatie. Cherkaoui zegt mensen te kennen die daar goed mee geholpen zijn. Wilderijkx lijkt niet overtuigd.

Ze hebben een bijzondere band. Sinds 1993 al. Cherkaoui, een zoon van een Marokkaanse vader en een Vlaamse moeder, koos als tiener voor een danscarrière. Maar om zich te kunnen inschrijven aan het Hoger Instituut voor Dans in Lier moest hij klassiek bijscholen. Hij kwam uit de variétéwereld. ‘Iedereen verwees me toen naar Marie-Louise. Zij zou me kunnen redden. En dat deed ze. Ze heeft me gepusht me in te schrijven voor de competitie ‘de beste Belgische danssolo’, een initiatief van de choreograaf Alain Platel. Ik won. Twee jaar later vroeg Alain me mee te werken aan ‘Iets op Bach’. Dat was echt het begin van mijn carrière.’

Wilderijkx knikt. ‘Ik was gespecialiseerd in jongens die te laat met dansen waren begonnen. Het kwam erop aan snel te detecteren of ze talent hadden. Bij Larbi was dat overduidelijk.’ Later haalde Cherkaoui zijn lerares weer naar het podium voor ‘Rien de rien’, een voorstelling die hij voor Les Ballets C de la B van Platel maakte. ‘Ik vond dat Marie-Louise weer het podium op moest, ja. Ze had nog veel te vertellen op haar 58ste.’

‘Waar zullen we het over hebben?’, vraagt ze. ‘Ik weet niets meer over vijftig jaar geleden.’ Dat blijkt mee te vallen. Al twist ze over één punt nog altijd met het Ballet: danste ze mee in ‘Cantus Firmus’ uit 1970 van Jeanne Brabants of niet? Wilderijkx zegt van niet, het Ballet zegt van wel. Niet op de première, maar in enkele voorstellingen daarna. Zondag herneemt Ballet Vlaanderen de productie als een eerbetoon aan barones Jeanne Brabants, die vijftig jaar geleden het dansgezelschap oprichtte en het jarenlang leidde. Op dezelfde affiche prijkt ‘Mea Culpa’, een voorstellling van Cherkaoui. En daarmee is de cirkel van vijftig jaar Ballet een beetje rond.

Hoe belangrijk was Jeanne Brabants voor het Ballet van Vlaanderen?

Marie-Louise Wilderijkx: ‘Tot Jeanne kwam, was Vlaanderen een leeg landschap voor dansers. Zij richtte een balletschool op, begon met een gezelschap, schreef een pedagogische cursus voor dans en ballet. Je kan haar niet genoeg bedanken.’

Hoe was ze als choreografe?

Wilderijkx: ‘Best vernieuwend, al had ze het in het begin niet gemakkelijk. Jeanne had les gevolgd bij Lea Daan, die als choreografe en pedagoge aan de wieg van de moderne dans stond in België. Toen Jeanne in de jaren vijftig bij de Vlaamse Opera de balletafdeling onder haar hoede nam, kreeg ze te maken met een grote groep klassiek geschoolde dansers. Dat wrong wat. ‘Wat komt die hier allemaal zeggen’, was de teneur. Vooroordelen, natuurlijk. Een beetje wat jij hebt meegemaakt toen je hier vijf jaar geleden als artistiek directeur begon, Larbi.’

Sidi Larbi Cherkaoui: ‘Ik ben ter voorbereiding van een boek over vijftig jaar Ballet van Vlaanderen alle recensies aan het lezen die ooit over de producties van Jeanne Brabants zijn verschenen Dat is heel interessant omdat...’

Wilderijkx: (snel) ‘Dat zal wel. Iemand als André Minne van De Vooruit kapte met een bijl op Jeanne Brabants. Die moest haar niet hebben. Pas na enkele successen, zoals ‘Pierlala’, is iedereen bijgedraaid. Ik heb zelf bij het Ballet in drie producties van Jeanne gedanst. Heel mooie stukken.’

Cherkaoui: ‘Het relevantste dat ik uit die knipsels heb geleerd, is dat de bewegingen in een gezelschap fundamenteel niet veranderen. Het getouwtrek van toen is niet anders dan het getouwtrek van nu. Veel mensen denken dat in een gezelschap één iemand de marsrichting bepaalt. Maar zo werkt het niet. De richting wordt bepaald door de verschillende bewegingen, door en tegen elkaar, die zich in een gezelschap afspelen. Dat is een constante bron van spanning. Jeanne Brabants had daar net zo mee te maken als ik. Je hoort me verder niet klagen, hoor. Ik ben nog altijd gelukkig bij het Ballet.’

En hoe bent u bij het ballet geraakt?

Wilderijkx: ‘Ik was een onrustig kind. Hyperkinetisch heet dat nu. Op school zeiden ze tegen mijn ouders: ‘Misschien moeten jullie haar naar de turnles sturen. Of naar ballet.’ Het is puur toevallig dat laatste geworden. En op mijn 16de ben ik dan toegetreden tot het corps de ballet van de Vlaamse Opera.’

‘Maar ik wilde meer. Ik wilde naar SintPetersburg, naar het Kirov Ballet. Dat is me na vijf jaar brieven schrijven gelukt. Op mijn 21ste kreeg ik een beurs. Twee jaar heb ik in Rusland gedanst. Toen ik terugkwam, heb ik eerst bij de Opera in Gent gedanst. Daarna bij het nieuwe Ballet van Vlaanderen. Dat was nog niet zo vanzelfsprekend. Ik dacht dat ze me met open armen zouden ontvangen omdat ik in Rusland was geweest. Maar dat viel tegen.’ (lachje)

In Rusland ging het er allicht anders aan toe dan in België.

Wilderijkx: ‘Absoluut. In het Russische ballet deed je precies wat je werd opgelegd. Ik herinner me nog een voorstelling van ‘Don Quichote’. Toen ik tijdens de repetities twee armbewegingen veranderde, leek de wereld even stil te staan. De andere dansers begonnen te roezemoezen, alsof ik heiligschennis had gepleegd. Ik was dat niet gewend. Voor mij is ballet toch een samenspel tussen choreograaf en danser.’

Cherkaoui: ‘In essentie gaat het over transmissie. In hoeverre respecteer je het verleden van een choreografie? Geef je een nieuwe generatie de kans eigen keuzes te maken? Dat is een constante afweging.’

Zijn de choreografen bekender geworden dan de dansers?

Wilderijkx: ‘Ik vind dat wij als dansers ter plaatse zijn blijven trappelen. Muzikanten, acteurs, wielrenners, ze zijn allemaal bekend. Maar dansers? Ik loop hier in de studio’s van het Ballet rond en bijna niemand kent me. Tenzij uit de film ‘Girl’, waarin ik de lerares van Lara (een rol van Victor Polster, red.) vertolkte. Die jongen heeft trouwens afgezien, hoor.’

Cherkaoui: ‘Ik begrijp wat je bedoelt. Wanneer haal ik het nieuws? Als ik een clip met Beyoncé maak. Of met een andere popzanger. Dan kennen ze me. Terwijl ik zoveel andere dingen doe. Ik kan me daar weleens aan ergeren. Als je mij en mijn werk wil begrijpen, moet je alles bekijken wat ik doe. Dat gebeurt niet altijd.’

‘Maar er zijn natuurlijk ook heel mooie momenten. Een tijd geleden zat ik te eten in de Exki, toen een vrouw me aansprak. Ik wilde eigenlijk met rust gelaten worden. Ze zei: ‘Ik heb mijn zoon naar u genoemd omdat ik u zo bewonder. Ik weet hoe moeilijk het voor u moet zijn geweest door uw achtergrond.’ Echt, ik begon bijna te huilen.’

De danswereld kwam de voorbije jaren in opspraak door #metoo. Hebt u daar in uw lange loopbaan last van gehad?

Wilderijkx: ‘Nee. Ik kan daar verder niets over zeggen.’

Cherkaoui: ‘Ik spreek me niet uit over concrete dossiers. Maar ik wil wel iets kwijt over de genderverhouding in de balletwereld. Het onderwerp leeft in de sector. Er wordt veel gediscussieerd over hoe we die verhouding meer in balans kunnen krijgen.’

Het lijkt nochtans logisch: geef alle getalenteerde choreografen (m/v/x) kansen.

Cherkaoui: ‘Zo eenvoudig is het niet. Aan de basis ligt natuurlijk het talent. Een choreograaf moet een eigen danstaal en -stijl ontwikkelen. Maar hoe ga je daarna verder? Als choreograaf heb je mensen nodig die naar je willen luisteren en je willen steunen. Maar onze maatschappij wordt nog altijd gedomineerd door mannen. De danswereld maakt daar deel van uit en steunt soms nog op oude hiërarchische systemen. Met ‘Choreolab’ loopt bij ons een project waarin we aan onze dansers de mogelijkheid geven een choreografie te maken. Bij de jongste editie waren de beste werken van twee vrouwen. Ze kunnen op mijn steun rekenen. De mannen hebben die steun minder nodig. Die komen veel gemakkelijker op hun pootjes terecht. Zo zit de wereld helaas nog altijd in elkaar.’

Hoelang bent u bij het Ballet gebleven?

Wilderijkx: ‘Tot mijn 34ste. Ineens wilde ik kinderen. Tot mijn eigen verbazing, eigenlijk, want mijn hart lag bij de dans. Het was mijn passie.’

‘Ik heb drie kinderen na elkaar gekregen. En daar heb ik geen moment spijt van gehad. Je moet ook weten dat je in die tijd maar tot je 35ste bij het Ballet kon blijven. Daarna moest je plaatsmaken voor nieuwe aanvoer uit de balletschool. Daar zorgde Jeanne Brabants ook wel voor. De school en het Ballet, dat was een familiebedrijf.’

‘Daarna ben ik lerares geworden. Tot Larbi me op mijn 58ste weer naar het podium riep. Drie jaar hebben we met ‘Rien de rien’ rondgetrokken. Of heb ik dat al gezegd? Toen waren het wel beu, eigenlijk. Weet je het nog Larbi?’

Cherkaoui: ‘Ja. (lachje) Ik denk dat we alle Nederlandse dorpen en steden hebben gedaan. Van die kleine. Gouda, Alkmaar. Overal stonden we.’

‘Brabants/Cherkaoui’ is te zien van 20 oktober tot 13 november in Antwerpen en Gent. www.operaballet.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect