interview

Het jaar van choreografe Anne Teresa De Keersmaeker

©© Hugo Glendinning

Professioneel was het een topjaar voor choreografe Anne Teresa De Keersmaeker. Maar de precaire toestand van de wereld werpt een schaduw. ‘Ik vind het moeilijk kiezen tussen realistisch optimisme en realistisch pessimisme. Ik neig naar het tweede.’

Anne Teresa De Keersmaeker (58) sleet de laatste weken van dit jaar in New York om samen met regisseur Ivo Van Hove aan een nieuwe versie van de Broadwaymusical ‘West Side Story’ te werken. Nochtans had de choreografe zich na de regie van Mozarts ‘Cosi fan Tutte’ twee jaar geleden voorgenomen te focussen op wat ze het liefst doet: zelf dansen of met haar dansers in de studio aan de slag gaan.

‘Maar dit voelde als een once in a lifetime chance’, zegt ze haast vergoelijkend. ‘Voor het stuk en voor de samenwerking met Ivo. De musical is een mijlpaal voor het samengaan van toneel en choreografie. Ik hou me meer bezig met de dans, Ivo met de regie. Maar uiteindelijk zijn die twee onlosmakelijk verbonden.’

In onze eindejaarsreeks ‘De toegift’ blikken we terug op het culturele jaar. Met mensen die in 2018 het verschil hebben gemaakt.

‘West Side Story’, een adaptie van Shakerspeares ‘Romeo and Juliet,’ is een iconische musical op muziek van Leonard Bernstein. Het stuk over de strijd tussen de bendes The Sharks en The Jets ging in 1957 in première, vier jaar later volgde de film. De versie van Van Hove en De Keersmaeker, die in 2020 in première gaat, is niet de zoveelste remake. ‘De oorspronkelijke choreografie is van Jerome Robbins. De Robbins-foundation heeft voor het eerst toestemming gegeven voor een nieuwe choreografie. Daar zijn we in New York met een dertigtal mensen naar op zoek.’

Hoe graag De Keersmaeker dit ook doet, haar gezelschap Rosas krijgt prioriteit. ‘Mijn grootste bekommernis is de combinatie met mijn werk in Brussel.’

U hebt als jonge vrouw in New York gestudeerd. Is het een droom die uitkomt, op Broadway staan?

Anne Teresa De Keersmaeker: ‘Ik heb die droom nooit gehad, denk ik. Broadway is zo verschillend van mijn wereld. De esthetiek en de manier van denken zijn anders. Maar Ivo heeft daar de voorbije jaren met enkele producties baanbrekend werk verricht.’

‘Je mag niet vergeten dat de originele ‘West Side Story’ ook bijzonder was. Jerome Robbins had zijn sporen verdiend in het klassiek ballet. Leonard Bernstein kwam uit de klassieke muziek. Zijn muziek voor ‘West Side Story’ werd destijds te gesofistikeerd genoemd voor Broadway. Hij componeerde een mix van jazz, Amerikaanse populaire muziek en westerse klassieke muziek. Er zit ook een snuifje van de ‘Grosse Fuge’ van Beethoven in.’

2018 was voor De Keersmaeker een jaar waarin terugkijken op haar repertoire een essentieel onderdeel vormde. Op het Festival d’Automne in Parijs werden in drie maanden elf producties hernomen. In Brussel stond in november ‘Fase, Four Movements to the Music of Steve Reich’ opnieuw op de affiche. Het stuk ging in 1982 in première en is de geschiedenis ingegaan als het ‘signature piece’ van De Keersmaeker. In de herneming danst de choreografe niet meer mee.

Bij de herneming zaten ontzettend veel jonge mensen in de zaal.

De Keersmaeker: ‘Daar ben ik erg blij om. Ik beschouw de heropvoeringen als een eerbetoon aan ons metier, dat zo wordt gekenmerkt door vluchtigheid. Of om het negatief uit te drukken: dat gedoemd is te verdwijnen. Dans bestaat bijna uitsluitend als het wordt opgevoerd, als de schriftuur - de blauwdruk van de dans - wordt belichaamd. Het succes van de heropvoeringen is een bevestiging dat de schriftuur bestaat, onafhankelijk van wie ze vertolkt. De huidige dansers waren niet eens geboren toen ‘Fase’ werd gecreëerd.’

‘Een schriftuur creëert een afstand omdat ze een bepaalde vormelijkheid in zich draagt. Tegelijk is er een nabijheid omdat andere mensen zich die schriftuur eigen maken en er hun hart en ziel in steken. Dat is fijn in deze tijden waar communicatie vooral via technologie verloopt en het lichaam amper nog aanwezig is. Ik geloof heel hard in de primitieve set-up van samen op hetzelfde moment in dezelfde ruimte te zijn. Iemand vertelt een verhaal, de ander luistert en kijkt. Maar ik ben ook wel blij dat we nu via WhatsApp met elkaar kunnen spreken.’ (lachje)

Hoe kijkt u naar de nieuwe dansers? Als mensen die u nadoen?

De Keersmaeker: ‘Er is zit natuurlijk een graad van imitatie in. Ik geef in de eerste plaats de schriftuur door. (lacht) Links, rechts, naar voor, naar achter. Dat is het proces dat de dansers zich eigen moeten maken. Maar de uitdaging is wel: beyond imitation. De ene keer lukt dat al wat beter dan de andere. In ‘Violin Phase’, een van de vier movements, was ik daar het meest bang voor. Dat is echt mijn DNA. Maar dat is ook goed gedaan.’

Gaat u ‘Fase’ nooit meer dansen?

De Keersmaeker: ‘Dat is niet gezegd. ‘Rosas danst Rosas’ (uit 1983, red.) zal ik niet meer dansen. Die productie is echt op het lijf van jonge vrouwen geschreven, met al die wilde energie. ‘Fase’ is abstracter. Ik sluit niet uit dat ik dat stuk - en zeker ‘Violin Phase’ - nog opnieuw doe.’

Hoe kijkt u terug op drie maanden Rosas in Parijs?

De Keersmaeker: ‘Ik ben erg dankbaar dat we elf producties opnieuw hebben kunnen opvoeren. 35.000 toeschouwers zijn komen kijken. Dat is best indrukwekkend. Rosas heeft al meer dan dertig jaar een sterke band met Frankrijk, vooral met Parijs. Sinds de jaren tachtig spelen we elk jaar in Théâtre de la Ville. Daar is daarna de opera bijgekomen. Parijs heeft voor Rosas in publieksontwikkeling veel betekend. Net als Brussel. Maar we missen in Brussel een plek waar we voorstellingen heel lang kunnen spelen. Ik ben ervan overtuigd dat daar nu een publiek voor is.’

U werkt toch samen met De Munt en het Kaaitheater?

De Keersmaeker: ‘Absoluut. En daar ben ik ook blij om. Maar De Munt is een operahuis. De hoofdactiviteit is opera maken, en dat vertaalt zich in de financiële en programmatorische keuzes. Het Kaaitheater heeft niet de middelen en de infrastructuur om te programmeren zoals dat in Parijs kan. Eerlijk, ik zou liever veel meer in Brussel optreden dan voortdurend te reizen. Het is natuurlijk fantastisch dat we overal ter wereld kunnen spelen. Maar ecologisch is het een dilemma. En veel touren is natuurlijk ook financieel belangrijk. We hebben twintig dansers in dienst, dat kunnen we enkel volhouden als we veel reizen.’

Zegt u nu: ik wil een eigen zaal?

De Keersmaeker: ‘Laat ik het iets bescheidener uitdrukken. Een zaal waar alleen Rosas speelt, hoeft niet. Ik wil vooral een thuisbasis. Vorig jaar hebben we op de Zomer van Antwerpen vier weken ‘Rosas danst Rosas’ gespeeld. We hebben daarmee een publiek bereikt dat we anders nooit aantrekken. Waarom zou dat in Brussel niet kunnen?’

Op 12 september ging in de Volksbühne in Berlijn ‘De zes Brandenburgse concerten’ in première, op muziek van Johannes Sebastian Bach. De voorstelling verhuisde in oktober naar New York. Tussen 5 en 9 januari is ze in De Munt in Brussel te zien. Wie de productie al zag, zal ze niet snel vergeten. De choreografie van De Keersmaeker geeft aan de muziek van Bach een extra dimensie.

Na de première vroeg ik een van uw dansers of je de muziek graag moet horen om erop te dansen. Hij antwoordde: ‘Nee, maar het helpt wel.’ Wat vindt u?

De Keersmaeker: ‘Wat is dat, graag horen? Er is muziek die uitnodigt om te dansen en andere minder. Atonale muziek of muziek met veel dissonanten of zonder puls is minder dansbaar. Bij Bach is dat niet zo. Zijn muziek houdt altijd beweging in. En hij beweegt ons, fysiek en emotioneel.’

Hebt u nog plannen met Bach, na de zes producties die u met hem hebt gemaakt?

De Keersmaeker: ‘Het is nog niet gedaan, nee. In de westerse muziek is er geen componist die zo veel meesterwerken heeft geschreven als hij. Zoals Bach is er niemand. Hij staat voor mij voor de belichaamde abstractie: het hemelse en het aardse zijn in zijn muziek verankerd. Vreugde, woede, verlies, troost, empathie, het zit er allemaal in. Zijn muziek is heldere architectuur, zowel in de grote lijnen als in de kleine details, en wordt geschraagd door een meesterlijke retorica.’

‘Bach toont een enorme levenskracht. Tegelijk hoor je een objectief bewustzijn van onze sterfelijkheid. De 30-jarige oorlog in Duitsland was net voorbij. Bach had twintig kinderen, van wie er elf stierven, en niet allemaal op piepjonge lieftijd. Ook zijn eerste vrouw overleed. De sterfelijkheid en de nietigheid van ons bestaan maakten deel uit van Bachs dagelijkse leven. Dat bracht hem ertoe ons menselijk lief en leed in een kosmisch geheel te zien.’

Ik heb een jongere mannelijke collega weleens horen zeggen: ‘Ik kan harder werken dan jij omdat ik geen kinderen heb.’ Dat is ook seksisme.

‘De vragen die hij stelde, zijn nog altijd even fundamenteel. Wat kwam er voor mij? Wat komt er na mij? Wat is het wezen van het menselijk bestaan? Die fundamentele vragen hoor je in zijn muziek terug.’

De avond van de première van ‘De zes Brandenburgse concerten’ klaagden twintig (ex)-medewerkers van Fabres gezelschap Troubleyn in een open brief het grensoverschrijdend gedrag van Jan Fabre aan. Hij zou medewerkers ongewenste seksuele voorstellen hebben gedaan. Wie niet op zijn avances inging, hypothekeerde zijn carrière bij het gezelschap.

Wist u dat die brief ging komen?

Anne Teresa De Keersmaeker (58) studeerde dans aan Mudra in Brusssel en Tisch School of the Arts in New York. In 1980 maakte ze met ‘Asch’ haar eerste creatie. Twee jaar later volgde ‘Fase’. In 1983 richtte ze tijdens de creatie van ‘Rosas danst Rosas’ het dansgezelschap Rosas op. Met het gezelschap creëerde ze tot vandaag talloze choreografieën gebaseerd op uiteenlopende muziek, van Bach tot popmuziek. Haar creaties zijn vaak gebaseerd op geometrie en wiskundige schema’s. In 1995 richtte ze de dansschool P.A.R.T.S op.

De Keersmaeker: ‘Van die brief was ik niet op de hoogte.’

Wat dacht u toen u ervan hoorde?

De Keersmaeker: (na een lange stilte) ‘Moge gerechtigheid geschieden. Dat was het gevoel. Die brief was niet de eerste klacht. In maart waren er al getuigenissen over grensoverschrijdend gedrag in de podiumkunsten en lanceerde een groep artiesten een statement op de website engagementarts.be. In juni maakte minister van Cultuur Sven Gatz het onderzoek naar misbruik in de cultuursector en de media bekend. Hij creëerde een meldpunt en stelde een actieplan op.’

‘Op dat moment heeft Jan Fabre in een televisieinterview gereageerd. Voor hem was er geen vuiltje aan de lucht. Ik denk dat dat de druppel was. ‘Nu is het welletjes geweest’, vonden enkele mensen. De publieke ontkenning van het probleem, of de totale blindheid, werd gezien als een provocatie. Ik vind het initiatief van de brief van september terecht.’

Het was vreemd dat in maart geen namen werden genoemd, terwijl je toen las dat iedereen wist over wie het ging.

De Keersmaeker: ‘Dat is eenvoudig. Het ging toen om anonieme getuigenissen. Maar de danswereld is klein in België. Als je de getuigenissen las, wist je over wie het ging.’

Hebt u nooit de behoefte gevoeld om na de brief van september met Fabre te bellen?

De Keersmaeker: ‘Waarom? Ik heb nooit iets met Jan Fabre te maken gehad. Het is niet mijn taak hem op zijn verantwoordelijkheden te wijzen.’

Maar u bent wereldwijd een autoriteit in de dans. Het had een statement kunnen zijn.

De Keersmaeker: ‘In het voorjaar heb ik in De Standaard een uitgebreid interview gegeven waarin ik me ondubbelzinnig uitsprak over de problematiek. Maar ik ben geen rechter. Ik kan niet oordelen over de situatie en wil niet doen alsof ik de waarheid in pacht heb. Ik kan niet in de plaats van de slachtoffers optreden.’

©© Hugo Glendinning

‘Weet u wat ik betreur? Dat de ondertekenaars van de brief geen klacht hebben ingediend bij het gerecht. Dan zou er een formeel gerechtelijk onderzoek kunnen worden gevoerd. Jan Fabre zou zich dan ook kunnen verdedigen. Voor hem is het nu einde verhaal.’

‘Het is allemaal zo delicaat. Soms kan ik me niet van het gevoel ontdoen... (aarzelt) Ik ken de laatste stand van zaken niet precies, maar wat met Bart De Pauw is gebeurd, roept toch ook vragen op. Als het klopt dat zeven van de tien initiële klachten zijn ingetrokken en dat er van de resterende drie maar één ontvankelijk is verklaard. Dan denk je toch...’

... dat hij door de media hard is aangepakt?

De Keersmaeker: ‘Ja.’

Net na de zomer ondertekenden zestig choreografen een brief waarin ze zich solidair verklaarden met Troubleyns medewerkers en beloofden niet meer de andere kant op te kijken. U tekende niet.

De Keersmaeker: ‘Nee. Ik vind niet dat een sector collectief een ‘mea culpa, mea maxima culpa’ moet slaan. Bovendien vond ik de boodschap ook vreemd: we hebben het niet gedaan maar we beloven dat we het nooit meer zullen doen. Daar kon ik me niet achter scharen. Ik kon me daarnaast niet van de indruk ontdoen dat de brief iets natrapperigs had.’

Is de affaire-Fabre ook een gespreksonderwerp in New York?

De Keersmaeker: ‘Absoluut. Een van zijn voorstellingen werd hier de voorbije weken opgevoerd. Natuurlijk was het een gespreksonderwerp.’

Bent u kwaad omdat de hele dansscene in een negatief daglicht staat?

De Keersmaeker: ‘Het probleem is niet beperkt tot de dans. Het is overal. In de kerk, in de sport, in de kunst. Ik vind het goed dat er nu een grote bewustwording is. Na zoveel eeuwen van patriarchale hiërarchie kunnen we dat alleen maar toejuichen.’

Hebt u veel te maken gehad met seksisme in uw carrière?

De Keersmaeker: ‘Nee. Als jong meisje had ik een onaangename ervaring met de man van een balletlerares. Dat was aanranding, maar ik heb dat nooit als dramatisch ervaren. Daarna heb ik van ongewenst gedrag geen last gehad.’

‘Ik weet wel dat het als vrouw moeilijker is dan als man om dit beroep op hoog niveau te kunnen uitoefenen. Je moet drie elementen combineren: creatief zijn, een goede partner zijn en een goede moeder zijn. Dat is moeilijk. Ik heb dat kunnen doen omdat ik een partner had - de vader van mijn kinderen, van wie ik wel ben gescheiden - die me altijd heeft gesteund. Daarnaast heb ik het geluk gehad dat ik me bij Rosas met een goed team kon omringen. Ik had de mogelijkheid mijn leven en dat van mijn gezin zo te organiseren dat ik mijn werk ten volle kon doen. De meeste vrouwen hebben die middelen niet. Dat is een objectief gegeven.’

Een schrijver of een beeldend kunstenaar heeft een grote graad van ‘allenigheid’. Een choreograaf heeft dat niet.

‘Ik heb ik een jongere mannelijke collega weleens horen zeggen: ‘Ik kan harder werken dan jij omdat ik geen kinderen heb.’ Dat noem ik ook seksisme. Dan moet je wel slikken, hoor.’

Hoe delicaat is de relatie tussen een choreograaf en een danser?

De Keersmaeker: ‘Misschien wel de delicaatste van alle kunstvormen. Ik zei altijd in interviews: ‘Mijn eerste partner is de muziek.’ Maar dat klopt niet, bedacht ik een tijd geleden. Mijn eerste partners zijn mijn dansers. Je komt niet binnen en zegt: ‘Dit moeten jullie doen.’ Nee, je werkt met het materiaal dat de dansers aanreiken. Een schrijver of een beeldend kunstenaar heeft een grote graad van allenigheid. Een choreograaf heeft dat niet. Je ontwikkelt samen met je dansers een taal. Er bestaat een grote graad van wederzijdse afhankelijkheid en wederzijdse verantwoordelijkheid.’

Ik ben ook kwetsbaar. Soms weet ik het ook niet tijdens een creatieproces.

‘En hoe dan ook is er een bepaalde hiërarchie. Die heeft dan weer te maken met de graad van het auteurschap. Wie neemt de finale beslissingen? Het vertrekpunt van elke choreograaf moet zijn: iedereen geeft het beste van zichzelf. En iedereen functioneert het best als hij zich goed voelt en in zijn identiteit wordt bevestigd. Dat geldt ook voor de choreograaf. Ik ben zelf ook kwetsbaar. Soms weet ik het ook niet tijdens een creatieproces. Je moet als leider sterk staan maar tegelijk mag je je twijfels niet verbergen. Je kan ze ook niet verbergen. Daarom is choreograferen zo delicaat.’

Roepen en tieren om je dansers te pushen is dus geen goed idee.

De Keersmaeker: ‘Dat is iets anders. Dat doe je gewoon niet. Ik noem dat slecht leiderschap. So old fashioned.’

‘Ik wil dit nog zeggen over de Vlaamse danswereld. De buitenwereld beschouwt enkele mensen als choreografen die dat zelf niet vinden. Alain Platel noemt zich geen choreograaf, ook al werkt hij met dansers en bepaalt hij voor een deel de schriftuur. Dat geldt ook voor Jan Fabre. Hij is een beeldend kunstenaar, een theatermaker maar geen choreograaf. Ik spreek daarmee geen waardeoordeel uit. Maar die mensen missen het craftmanship, de ambachtelijke vaardigheden van echte choreografen. In het werkproces krijg je dan wel situaties waarbij de vakkennis van de dansers groter is dan die van de choreograaf. Dat leidt tot spanningen en finaal heeft dat weer te maken met vragen over het auteurschap.’

‘Maar laten we over iets anders praten. Ik heb er genoeg over verteld.’

In mei brak u uw arm tijdens het paardrijden. Hoe is dat gebeurd?

Ik ben ook kwetsbaar. Soms weet ik het ook niet tijdens een creatieproces.

De Keersmaeker: ‘Dat is niet zo belangrijk. Mijn paard volgde een ander paard, dat in volle galop plots opzij sprong. Het was een heftige ervaring. Er is het trauma van de val en er is het trauma van de operatie. Ik heb veel pijn gehad. Het had slechter kunnen aflopen. Ik had mijn bekken kunnen breken, of mijn nek. Maar ik brak mijn dansarm. Het voelde alsof mijn vleugels waren geknipt. Het was de eerste keer dat ik dat meemaakte.’

Bent u te genieten na zo’n ongeval?

De Keersmaeker: ‘Het was vooral moeilijk omdat we net in het werkproces van de Brandenburgse concerten zaten. Ik ben een week thuisgebleven. Langer kon niet. Het was zeer zwaar. Je hebt pijn, je slaapt weinig. Ik heb nog altijd last van die val.’

Dacht u toen ook: ik kan nooit meer dansen?

De Keersmaeker: ‘In momenten van wanhoop en moedeloosheid denk je daar wel eens aan. Dan merk je ook hoe cruciaal dansen is. Hoe graag je het doet, als je het niet meer kan.’

Gaat u nog paardrijden?

De Keersmaeker: ‘Ik denk het niet.’

In mei won Lukas Dhont met ‘Girl’ op het filmfestival van Cannes de Caméra d’Or. Hebt u de film al gezien?

De Keersmaeker: ‘Ja. Ik was erg onder de indruk van die jongen, Victor Polster. Echt bijzonder. Ik heb bij Rosas nog niet te maken gehad met transgenders. Wat je wel merkt, is dat in de danswereld de opdeling tussen mannen en vrouwen steeds meer fluïde wordt. De grenzen vervagen.’

Maakt u tijd om andere kunsten te volgen? Gaat u naar expo’s of voorstellingen van collega’s?

De Keersmaeker: ‘Vaak, maar niet genoeg. Als ik tijd heb, trek ik meestal de natuur in.’

Is er iets van dit jaar dat u betreurt?

De Keersmaeker: ‘Voor Rosas was het een bijzonder jaar. Maar de wereld is er niet goed aan toe. Ik ben echt bezorgd over de klimaatverandering en de voortschrijdende vernietiging van de aarde.’

‘Ik vind het moeilijk kiezen tussen realistisch optimisme of realistisch pessimisme. Ik neig naar het tweede. Als we niet radicaal onze manier van leven veranderen, loopt het voor de mens fout af. Er zijn drastische maatregelen en grootschalige inspanningen nodig. We moeten dringend nieuwe bossen planten. Niet een paar bomen, maar een oppervlakte zo groot als Australië. En er moet over een andere soort landbouw, een andere vorm van voedselproductie en -distributie worden gedacht.’

‘Als we dat niet doen, zal de natuur zelf een evenwicht creëren. Dat zie je nu al met overstromingen, droogtes, bosbranden. Water en vuur. Het leven op aarde zal doorgaan. De vraag is wat de plaats van de mens daarin zal zijn.’

Kan cultuur een rol spelen in het beter maken van de wereld?

De Keersmaeker: ‘Moet je het naïef of pretentieus noemen als je denkt dat cultuur de aarde kan redden? De problematiek is zo enorm. De machteloosheid ook. Ik denk dat je niet beter kan doen dan in harmonie met je eigen lichaam proberen te leven, en met de mensen, dieren en planten om je heen. Het is misschien een hopeloze poging om invloed te hebben. Maar ik zie geen andere mogelijkheid’

Over drie dagen is het Kerstmis. Zit u dan samen gezellig rond de kerstboom?

De Keersmaeker: ‘Kerstmis is voor mij een familiemoment, ja. Ik kom uit een katholiek gezin. Bij ons was Kerstmis een spiritueel feest, en niet een feest van cadeautjes. Er werd een verhaal voorgelezen over een man en een vrouw die op de vlucht waren met een pasgeboren kind. Daarna gingen we naar de kerk. Om de avond af te ronden met iets lekkers. Toen was Kerstmis nog Kerstmis. Nu is Kerstmis kerstmarkt.’

‘Rosas, de Zes Brandenburgse Concerten’ is van 5 tot 9 januari te zien in De Munt in Brussel.

Woensdag in ‘De toegift’

Yves Goldstein, directeur van het kunstencentrum Kanal Centre Pompidou

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect