interview

Het pardon van Luk Perceval

©Brecht Van Maele

Na 18 jaar Duitsland is regisseur Luk Perceval opnieuw thuis. Vanaf zaterdag is zijn Congo-stuk 'Black' te zien in Gent. 'We blijven onze zwarte medemens minachten.'

Zijn boot ligt nog steeds in Lübeck, de Noord-Duitse stad van glimmende baksteen en wit goud. Na de tournee van ‘Black’, zijn nieuwe voorstelling bij NTGent, vaart Luk Perceval (61) naar Oslo voor een volgend theaterstuk. Als die opdracht erop zit, zal hij zijn woonboot weer netjes naar de koningin van de Hanzesteden loodsen.

Sinds juni woont Perceval opnieuw in het huis in Antwerpen dat hij kocht toen hij twintig jaar geleden als intendant en regisseur grote sier maakte bij het Toneelhuis. Het schip voer naar Duitsland, omdat ze hem daar wilden en omdat hij uitgekeken was op België. Maar nu is Vlaanderens grootste toneelregisseur voorgoed terug. ‘Achttien jaar van huis is lang. Ik miste mijn familie. De boot is vanaf nu mijn pied-à-terre in Duitsland.’

De theatertrailer van 'Black'.

De zoon van twee Antwerpse binnenschippers gidst ons over de scène van ‘Black’. Scheepstouwen hangen naar beneden, we zien een biljarttafel en een drumstel. Perceval trekt de deur van zijn loge dicht. Op een tafel ligt de tekstbundel van ‘Black’. De eerste woorden waarop onze blik bevriest zijn de namen van inspiratiebronnen voor zijn toneelstuk over Congo: Adam Hochschild, Joseph Conrad en Gil Scott-Heron.

Een geschiedschrijver, een romancier en een zwarte soulzanger. ‘Van Gil Scott-Heron gebruiken we ‘Home Is Where the Hatred Is’ in de voorstelling. (zingt) It might not be such a bad idea if I never went home again. Ah, je kent dat nummer?’ Een glimlach.

‘Black’ is het eerste deel van een trilogie die Luk Perceval op vraag van NTGent maakt over drie donkere passages uit de Belgische geschiedenis. Na ons koloniaal verleden zijn de oorlogscollaboratie (‘Yellow’) en de terroristische aanslagen in Brussel (‘Red’) aan de beurt.

Besparen op wafels

Congo fascineert Perceval al van kindsbeen af. Als kleine jongen speelde hij op de houten boomstammen uit Congo waarmee zijn ouders met de boot van Antwerpen naar Duitsland voeren. ‘Tijdens die tochten vertelden ze me wat er in Congo gebeurd was. Ik begon me voor het eerst vragen te stellen op de schippersschool. In de vastenperiode moesten we elke dag onze Leo-wafel afgeven, zogenaamd ‘voor de negerkes in Congo’. Het was in werkelijkheid een besparingsmaatregel van de nonnen. Als kind zag ik dat als een grove leugen en onrechtvaardigheid tegenover de Congolezen.’

In de vastenperiode moesten we elke dag onze Leo-wafel afgeven, zogenaamd ‘voor de negerkes in Congo’. Het was in werkelijkheid een besparingsmaatregel van de nonnen.
Luk Perceval

Als het in de klas al over Congo ging, kwamen de gruwel en de exploitatie door Leopold II niet aan bod. ‘Integendeel, in de katholieke school werd ons verteld dat onze broeders en zusters naar Congo gingen om al die wilde Afrikanen te kerstenen en te civiliseren. (zucht) Wir haben es nicht gewusst. Nog steeds niet. Bijna iedereen had wel een tante of oom die in Congo heeft gezeten, of kende iemand die er zat en een handlanger van de bloeddorstige beulen was. Een van de vier blanke acteurs in ‘Black’ had een oom die in Congo werkte als kolonisator. Hij kreeg alleen de mooie prentkaarten te zien, van de rest wist hij niets.’

De centrale figuur in ‘Black’ is William Sheppard, ‘the black Livingstone’, een zwarte ontdekkingsreiziger die als missionaris vanuit de Verenigde Staten naar Afrika reisde en in Congo met de mensonterende exploitatie van Leopold II werd geconfronteerd. Het toneelstuk is een reconstructie van zijn reisverslag.

©Brecht Van Maele

Het verhaal van Sheppard is bij ons nauwelijks bekend. ‘Hij was een outcast’, zegt Perceval. ‘In Amerika wilden ze van hem af wegens racisme, in Afrika werd hij gezien als een zwarte met een blanke cultuur. Maar hij was wel een van de eersten die het grote onrecht onder Leopold II is beginnen opschrijven in zijn dagboeken. Als zwarte bekeek hij de kolonisatie niet door de ogen van een blanke ontdekkingsreiziger, zoals Livingstone en Stanley deden. Leopold II zag hem daarom als een bedreiging en liet hem terugroepen door de Amerikaanse diplomatie. Ze maakten een circusnummer van hem en lieten hem lezingen geven over zijn wedervaren in Congo.’

Op die lezingen werden voor het eerst zwarte toeschouwers in de Amerikaanse theaters toegelaten. Voor Perceval getuigt het verhaal van Sheppard van een diepgeworteld racisme, dat vandaag nog alomtegenwoordig is. ‘We hebben ons in Congo zo gruwelijk misdragen omdat we ervan uitgingen dat onze gekleurde medemens geen mens was. Is er op dat vlak zoveel veranderd? Ik was diep geschokt toen ik de voetballer Romelu Lukaku deze week een kruistocht hoorde houden tegen racisme in België. Er is onmiskenbaar een verband tussen de discriminatie van Belgen uit de Afrikaanse diaspora vandaag en de uitbuiting van onze kolonie.’

Racisme

Zit racisme helaas ook niet gewoon ingebakken in de mens? ‘Tuurlijk. We zijn allemaal racistisch. Ik geloof sterk dat racisme te maken heeft met een dualistisch denken: ik versus de anderen. Om mezelf beter te voelen moet ik de ander lager dan mezelf stellen zodat mijn angstig en kwetsbaar ego zich sterker en zekerder voelt. Maar dat wil niet zeggen dat we er niet over moeten blijven nadenken. Het medium theater is net uitgevonden om ons te doen reflecteren over wie we zijn en ons te herinneren waartoe onze monsterlijke natuur in staat is. Ons racisme heeft geleid tot gruwelijke uitspattingen zoals het kolonialisme en het nazisme.’

Er zou geen dag voorbij mogen gaan zonder dat in herinnering te brengen. ‘Een van de goede dingen aan het Duitse theaterbestel is dat scholen verplicht zijn om minstens een theatervoorstelling per jaar te zien, meestal stukken over het oorlogsverleden van Duitsland. Niet alleen over de Tweede Wereldoorlog, Duitsland is aan meer dan één oorlog medeschuldig.’

De regering had de heropening van het Africa Museum kunnen aanwenden voor een pardon, ook die historische kans is gemist.
Luk Perceval
Toneelregisseur

Ons land mag op dat vlak in de leer gaan bij Duitsland. De Duitsers vegen hun foute verleden niet onder mat. Waarom het hen wel lukt en ons niet? Perceval denkt even na. Het heeft volgens hem niet alleen te maken met het gruwelijke besef dat de nazi’s beesten waren.

‘De joodse gemeenschap staat economisch sterk, terwijl de Afrikaan nog steeds een slaaf is van ons economisch systeem. De verschrikkelijke holocaust wordt nog steeds en volkomen terecht herdacht als een soort zuiveringsritueel van onze westerse beschaving. Tegelijk blijven we onze zwarte medemensen minachten. Afrikanen zouden niet in staat zijn om hun eigen democratieën te installeren, om hun eigen land op te bouwen. Ze kunnen niets en dat is hun eigen schuld. Dat is grof omdat het omgekeerde net waar is: de Afrikaanse ontwikkelingsachterstand is voor een stuk een gevolg van de Europese kolonisatie.’

We hebben ons in Congo zo gruwelijk misdragen omdat we ervan uitgingen dat onze gekleurde medemens geen mens was. Is er op dat vlak zoveel veranderd?

Terug naar dat andere zuiveringsritueel, zijn theaterstuk ‘Black’. Ergens in de voorstelling worden excuses aangeboden voor wat in Congo is gebeurd. Als de koning en de regering blijven wegkijken, brengen ze artiesten in stelling. Perceval vond de discussie van de voorbije weken beschamend. De Verenigde Naties maanden ons land aan om zich te verontschuldigen voor zijn koloniale wreedheden. Onze politici keken naar elkaar en gingen snel weer over tot de orde van de dag. ‘De regering had de heropening van het AfricaMuseum kunnen aanwenden voor een pardon, ook die historische kans is gemist.’

En ons koningshuis? Perceval schreef in een tekst over ‘Black’ dat onze koning zich niet ‘wil/kan/mag’ excuseren. Van wie mag hij niet? ‘Wie zal het zeggen? Dat vind ik het moeilijke en verwarrende aan deze periode in de geschiedenis. We leven in een zogenaamd open, vrije samenleving. (wijst naar zijn smartphone) De wereld zit in onze broekzak. Tezelfdertijd weten we niet wie aan de touwtjes trekt, wie de waarheid spreekt. Er lijkt een schutkring rond de Belgische monarchie opgetrokken door mensen met politieke en economische belangen die willen vermijden dat het koningshuis - en dus ook België - zijn aangezicht schendt als het toegeeft dat Leopold II niet helemaal gezond was in zijn hoofd.’

Brutaliteit

Perceval maakte nooit eerder theater over onze oud-kolonie. In de periode van ‘Ten oorlog’ - de acht koningsdrama’s van Shakespeare die hij in 1997 samen bracht met Tom Lanoye - waren er vage plannen om iets te doen met de ontdekkingsreizigers Stanley en Livingstone. Maar de Shakespeare-marathon kantelde zijn leven naar Duitsland. Perceval was er een van de weinige theatermakers die stukken konden maken over het nazisme. ‘Door het oorlogsverleden wil het Duitse theater vooral politiek correct zijn. Ze zeiden letterlijk: een stuk over de nazi’s, dat kan geen Duitser meer maken. Als buitenlander stonden ze mij toe met een zekere humor en brutaliteit naar dat oorlogsverleden te kijken.’

Het was een privilege om in Duitsland te mogen werken, zegt hij. Maar waar de grote gezelschappen provocatie vroeger als een deel van het theater zagen, spelen ze vandaag te veel op safe. ‘Welke bekende titel gaan we spelen en met welke televisiester in de hoofdrol? Zoals op Broadway en in de West End. Daarvoor ben ik geen kunstenaar geworden.’

En dus is hij maar wat blij opnieuw thuis te zijn. Dichter bij zijn familie en, wie weet, ooit nog ’s aan het hoofd van een Vlaams theaterhuis? ‘Neen. Macht is een last. Wat ik daarmee bedoel? (lachje) Vraag dat maar aan onze koning.’

‘Black’, vanaf 16 maart in het NTGent. www.ntgent.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect