Hoe de zwaan een adelaar werd

©Baus_La Monnaie De Munt

‘Lohengrin’, de opera die Richard Wagner in 1850 componeerde, was een kleine eeuw later erg geliefd bij de nazi’s. In een magistrale nieuwe productie van De Munt koppelt de Franse regisseur Olivier Py Wagners oorspronkelijk concept aan de recuperatie door Hitler en co.

Het gebeurt zelden dat een operaregisseur voor het doek opengaat de microfoon neemt en het publiek uitlegt wat het te zien gaat krijgen. En waarom dat zo is. Olivier Py doet het voor elke voorstelling van zijn ‘Lohengrin’ in De Munt.

Een verstandige keuze. Py heeft niet zomaar de zoveelste versie van een van Wagners bekendste opera’s gemaakt. Zijn ambities reiken verder, legt hij uit. Hij wil een discussie uitlokken over de vraag of de wortels van het nationaalsocialisme in de Duitse romantiek liggen. Baseerden de nazi’s zich voor hun filosofie op de eeuwenoude Duitse cultuur? Of hebben ze die Duitse cultuur misbruikt om hun misdaden te rechtvaardigen?

Richard Wagner is in die context al decennia een verdachte componist. Daar zijn best goede redenen voor. In 1850 leverde Wagner met ‘Das Judenthum’ een volbloed antisemitisch pamflet af. Zijn opera’s zijn doordrenkt van de bloed- en bodemsymboliek.

Wagner heeft die niet uitgevonden. Hij zette eeuwenoude Duitse mythologische verhalen op muziek. Die hadden dezelfde grondtoon: de superioriteit van het Duitse bloed. Noem het nationalisme in de overtreffende trap.

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de nazi’s Wagner als hun componist beschouwden en hem voor hun kar spanden. Ze werden daarbij gretig geholpen door Wagners nazaten, die volbloed nazi’s waren.

Maar wat zou Wagner daar zelf van gevonden hebben? Zou hij achter de adelaar gelopen zijn? Of zou hij zich verschrikt teruggetrokken hebben? Zou hij het leuk gevonden hebben dat de nazi’s in het personage Lohengrin de verlosser zagen die het Duitse volk verenigt en begeestert? We weten het niet.

Berlijn 1945

Py weet het evenmin, maar hij stelt zich wel de vraag. ‘Daarom’, legt hij in zijn toespraak uit, ‘speelt mijn opera zich af in het kapotgeschoten Berlijn van 1945.’ Om de band tussen ‘Lohengrin’ en het nazisme te onderzoeken dus. Het verhaaltje voor de zoveelste keer opvoeren interesseert Py op zich niet.

Het is vlug verteld. Lohengrin is een graalridder die aanmeert in Antwerpen, in een boot voortgetrokken door een zwaan. De ridder snelt in Antwerpen de jonge Elsa ter hulp. Zij is de dochter van de hertog van Brabant, vazal van de ook aanwezige Duitse koning Hendrik De Vogelaar (de favoriete koning van SS-baas Heinrich Himmler overigens).

Elsa wordt ervan beschuldigd haar broer Gottfried vermoord te hebben. Lohengrin weet wel beter. Aan het eind van de 4,5 uur durende opera blijkt de zwaan niemand minder dan Gottfried te zijn.

Py brengt die ontknoping al helemaal in het begin. Lohengrin en Gottfried komen samen in Antwerpen toe. Van de zwaan zijn enkel wat pluimpjes te zien. Alsof hij wil zeggen: we weten ondertussen wel dat de zwaan een jongen is, ik moet dat niet vertellen. Op zoek naar de motieven van het kwaad bewandelt Py een ander pad.

Geraffineerd

Dat doet hij op een geraffineerde manier. Nooit krijg je het gevoel naar een doctrinair pamflet te kijken. Het decor is adembenemend. Ronddraaiende en uitschuivende stellingen van drie verdiepingen stellen Berlijn voor. Je herkent de stad niet, maar je gelooft het wel, omdat Py het aan het begin verteld heeft.

Overrompelend en overdonderend, er zijn geen andere woorden om de muziek van ‘Lohengrin’ te omschrijven.

De verwijzingen naar het naziregime voegt de regisseur er achteloos toe. Soldaten met herkenbare uniformen marcherend achter de banier met de adelaar. Plots een machinepistool. Een reeks figuranten schuifelend op stap met een koffer. Je weet: die komen niet meer terug. ‘Der Tod ist ein Meister aus Deutschland’ staat op een Berlijnse muur geschreven. Het beroemde gedicht ‘Todesfuge’ van de Joodse schrijver Paul Celan passeert ook de revue.

De referenties naar de oude Duitse cultuur zijn legio. Een Duits museum waarin onder meer Goethe, Hegel, Heine en Grimm verenigd zijn, vormt een prachtig tableau.

lohengrin

‘Lohengrin’ is Wagners zesde opera. Wagner begon eraan te schrijven rond 1844, maar pas in 1850 beleefde de opera zijn première. Wagner werkte toen in Dresden. Die stad kwam in 1849 in opstand tegen de Saksische heerschappij. Wagner was een van de voornaamste opstandelingen. Hij stond zij aan zij op de barricaden met de Russische anarchist Michail Bakoenin. Net voor hij gearresteerd ging worden, vluchtte Wagner naar Zwitserland, waar hij elf jaar woonde.

Het is veel, maar nooit storend. Daarvoor is Wagner te goed. Overrompelend en overdonderend, er zijn geen andere woorden om de muziek van ‘Lohengrin’ te omschrijven, in Brussel perfect uitgevoerd onder leiding van Alain Altinoglu. De ironie wil dat Wagner erg negatief deed over zijn Franse en Italiaanse collega’s met hun aria’s, duetten en muzikale tierelantijnen. Maar in ‘Lohengrin’ kan hij er ook wat van.

Wagner stond met zijn opera met een been in de traditie en een ander in zijn zelf gecreëerde vernieuwing van het muziektheater. Het beste van twee werelden, dus. Daarom is ‘Lohengrin’ een ideale opera om kennis te maken met Wagner. En in een moeite door eens na te denken over de duistere kronkels van de Duitse beschaving.

‘Lohengrin’ loopt tot 6 mei.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content