reportage

‘In het zangatelier ben ik een mens, geen gedetineerde'

Koorleidster Donia Surowiec: ‘Ik hoef niet te weten wat ze hebben misdaan. Voor mij telt enkel het zangatelier.’ ©koen van boxem

In de gevangenis van Leuven Centraal houdt De Munt al twaalf jaar iedere week een zangatelier voor gedetineerden. Voor de gevangenen is het een lichtpunt in hun monotone leven. We gingen meezingen.

Een voor een schuifelen acht gedetineerden de kapel van Leuven Centraal binnen. De verwelkoming met koorleidster Donia Surowiec, verbonden aan De Munt, is allerhartelijkst. Ze kijken een beetje vreemd naar de journalist van De Tijd, maar de handdruk is er niet minder gemeend om.

De kapel is niet bepaald de gezelligste ruimte die je je kan inbeelden. Redelijk kale, hoge muren. De houten stoelen staan in een kring opgesteld rond de elektrische piano van Donia. Ze legt nog even uit waarom die journalist komt meezingen. ‘Bij De Munt gaat binnenkort een opera in première over het leven in de gevangenis. Daarom komt die mijnheer kijken hoe we hier repeteren.’

Opwaming

De opera in kwestie is ‘Uit het dodenhuis’ uit 1930 van de Tsjechische componist Leos Janacek. Hij is gebaseerd op het boek ‘Aantekeningen uit het dodenhuis’ van Fjodor Dostojevski. Daarin beschrijft hij zijn eigen ervaringen toen hij zat opgesloten in een Siberisch strafkamp.

‘Toen ik solliciteerde, zei de directrice: we willen de buitenwereld naar binnen brengen. Dat stond me aan.'
Donia Surowiec
Koorleidster

‘Kom jongens, we gaan opwarmen’, zegt Donia met luide en gedecideerde stem. We gaan rechtstaan en beginnen van hoog naar laag te zingen. Een beetje aarzelend in het begin, maar al snel loopt het vlot. Maar Donia is niet tevreden. ‘Jongens, jullie moeten meer bewegen. Anders komen de noten er niet goed uit.’ Ze heeft gelijk. Half dansend worden de opwarmingsoefeningen hervat. Het lijkt een les in de muziekacademie zoals er iedere dag honderden plaatsvinden in Vlaanderen.

Een brug tussen twee werelden

Maar in de gevangenis is het natuurlijk wel enigszins speciaal. Het zangatelier van De Munt is een onderdeel van het sociaal-culturele project ‘Een brug tussen twee werelden’ dat in 1999 werd opgestart. De Munt wil daarmee de culturele vorming stimuleren bij kwetsbare en kansarme groepen. Sinds 2006 wordt er elke week in Leuven Centraal twee uur zangles gegeven. Eerst onder leiding van Bernadette Jilesen, na haar overlijden sinds 2011 door Donia Surowiec.

‘Ik vind de zangers ongelooflijk moedig’

Leuven Centraal telt 300 lang gestrafte gedetineerden. Met onderbrekingen kunnen de gedetineerden zich tussen 6 en 20 uur relatief vrij bewegen. ‘90 procent van hen komt ooit vrij. Is het niet volgende maand, dan over tien jaar. Het is onze taak de rancune tegenover de maatschappij binnen de perken te houden’, zegt directeur Myriam Coucke. ‘In onze gevangenis bootsen we de samenleving daarom zo goed mogelijk na. We bieden tewerkstelling, ontspanning en vorming. De opencelpolitiek is daar ook een onderdeel van.’

Acht gevangenen volgen het zangatelier van De Munt. ‘Ik vind de zangers ongelooflijk moedig’, zegt Coucke. ‘In de gevangenis heerst een machocultuur. Je maakt het jezelf een stuk gemakkelijker als je iedere dag naar de fitness gaat en je spieren oppompt. Het jaarlijkse concert van de zangers is vooral bedoeld voor de bezoekers, de ouders en de kinderen. Als er 30 gevangenen gaan kijken, is het veel.’

Het zangatelier vindt plaats in een ruimte zonder bewaking, terwijl de koorleden geen koorknapen zijn. ‘Ons systeem staat of valt met vertrouwen. In de kapel wel zijn alarmknoppen om in te grijpen als iemand een crisis krijgt, maar in groep is de veiligheid eigenlijk gegarandeerd. De gevangenen hebben genoeg gezond verstand en corrigeren elkaar indien nodig.’

‘Het gaat goed met het koor. Ze zitten hier allemaal lang vast. Er is daardoor weinig verloop’, zei ze voor de repetitie met een uitgestreken gezicht. ‘Toen ik solliciteerde, zei de directrice: we willen de buitenwereld naar binnen brengen. Dat stond me aan. Natuurlijk weten we dat we in de gevangenis zijn. Maar in de kapel zijn geen cipiers, er is geen camerabewaking. Er is enkel muziek. Het lijkt wel de gewone wereld.’

Tijd voor het eerste lied van de namiddag. ‘Katibim’, een Turks volksliedje. De uitspraak is niet altijd even gemakkelijk. Gelukkig is Karim (alle namen van de gevangenen zijn gefingeerd) van Turkse afkomst. Hij wijst op de juiste uitspraak. Af toe gaat het lied de mist in. Donia slaat en zalft tegelijk.

‘Foute noot, jongens! Maar dat is niet erg. Fouten mogen op de repetities. Jullie moeten vooral durven. Dat is het belangrijkste. Zonder durf geraken we nergens.’ Ze staat even stil bij een lage noot. ‘Die moeten jullie zingen vanuit de buik. Niet vanuit de keel. Als je dat doet, ga je het gevoel krijgen dat je keel wordt dichtgeknepen.’

We laten het Turkse lied voor wat het is. Donia deelt een nieuwe partituur uit. ‘Creep’ van Radiohead. ‘Kennen jullie dat?’, vraagt ze. Hier en daar instemmend geknik. ‘Lees de tekst. Als jullie niet akkoord zijn, breng ik volgende keer iets anders mee.’ Er komt weinig reactie. We oefenen het refrein. ‘I’m a creep. I’m a weirdo. What the hell am I doing here’, klinkt het in de kapel eenstemmig. Het leven zoals het is.

Laag zelfbeeld

Tijdens de pauze praten we met Jan. Hij is 33 en zit een levenslange gevangenisstraf uit voor wat de gevangenen een levensdelict noemen. Moord of doodslag dus. ‘Ik ben 3,5 jaar geleden voor het eerst naar het zangatelier gekomen. Ik heb altijd graag gezongen, maar dat ging niet verder dan meezingen met de radio. Ik durfde eerst niet naar het zangatelier te komen omdat ik een heel laag zelfbeeld heb. Maar ik ben goed ontvangen in de groep.'

'Stilletjes aan ben ik uit mijn schelp gekropen. Nu kijk ik echt naar het zangmoment uit. Als het om een of andere reden niet doorgaat, ben ik enorm teleurgesteld. Je bent hier even weg uit de gevangenissfeer. In de kapel heb ik ook niet het gevoel dat ik een gevangene ben. Zingen is mijn uitlaatklep. Als ik gefrustreerd ben, zijn alle frustraties weg na het zingen. Ik krijg nu ook individuele coaching van Donia. Ik heb een baritonstem, zei ze me. Mijn stem wordt almaar beter. Ik ben daar best trots op.’

Zingen is mijn uitlaatklep. Als ik gefrustreerd ben, zijn alle frustraties weg na het zingen.
Jan, zit levenslang voor moord

Het koor treedt een keer per jaar op in de bezoekersruimte. Voor Jan is het een belangrijk evenement. ‘De eerste keren was ik heel zenuwachtig. Ik stond te trillen op mijn benen. Maar nu heb ik er veel plezier in. Op het moment zelf zeker. Al dat applaus. Je voelt je even een mens van vlees en bloed en geen gevangene. Maar dan moet je weer opnieuw de trap af, naar beneden naar je cel. Dan slaat de eenzaamheid keihard toe. Dan huil ik wel eens, ja.’

Marcel (53 en 20 jaar voor levensdelict) komt erbij staan. ‘Ik ben sinds de opstart van het zangatelier lid van het koor. Muziek is ontzettend belangrijk voor mij. Ik noem het een medicijn voor hart, ziel en geest. De muziek stelt me in staat iets te doen wat ik anders niet kan: mijn haat loslaten, mededogen toelaten, gelukkig zijn. Ik maak ook schilderijen. Ik ga ze dadelijk voor je halen. Ze gaan verkocht worden voor Music for Life. Weet u, ik heb in de gevangenis kunst ontdekt. In het milieu waar ik ben opgegroeid, was kunst niks voor mannen. Zang? Voor jeanetten. Dans? Voor jeanetten. Schilderen? Voor jeanetten. Maar hier doe ik het wel.’

Geluidsoverlast

En hoe reageren de andere gevangenen? Jan en Marcel halen hun schouders op. ‘Ze klagen wel eens over geluidsoverlast als ik in de cel zing’, vertelt Jan. ‘Je kan lachen met iemand en je kan lachen om iemand. Begrijp je het verschil?’, vraagt Marcel. ‘Als iemand problemen met mij heeft, zal ik de eerste keer een vriendelijk gesprek aangaan. De tweede keer ook. Maar als de problemen blijven, gebruik ik andere taal.’

Donia roept de klas weer samen voor nog een klein stukje repetitie. De klok tikt genadeloos verder. Om 17 uur moet iedereen weer ‘thuis’ zijn voor het avondeten.

De bel klinkt in de verte. Het eten staat klaar. De kapel loopt leeg. Donia kijkt hen met een zekere tederheid achterna. ‘Ik hoef niet te weten wat ze hebben misdaan. Voor mij telt enkel het zangatelier. Dat is zo belangrijk voor hen. Als iemand op cel lawaai maakt, is er meteen een alert bij de cipiers. Lawaai staat mogelijk gelijk aan een gevaarlijke situatie. Hier mogen ze wel lawaai maken. Daar genieten ze van.'

Gelatenheid

'Voorts valt me de ongelooflijke gelatenheid op. Bij een van onze optredens ontbrak in laatste instantie een koorlid. Hij was voor een tijd in afzondering gezet. Ik was in paniek. Zijn afwezigheid schopte de hele planning in de war. De gedetineerden maalden er niet om. ‘Dan doen we het toch anders’, zeiden ze. Bijna al schouderophalend.’

Het klinkt zoals in het boek van Dostojevski. Niet de kou, niet de honger, niet het ongedierte, niet de dwangarbeid maakt het leven tot een hel. Maar de onmacht dat je je leven niet meer in eigen handen hebt. Alles wordt voor jou beslist.

Plakjes kaas

We lopen door de gangen van de gevangenis naar de uitgang. De gedetineerden - plakjes kaas in de hand - knikken soms beleefd. Meestal worden we zwijgzaam nagestaard. Het voelt vreselijk raar. Donia zwaait enthousiast in de verte naar een man en gaat hem een kus geven. ‘Hij zat in het koor. Hij is er spijtig genoeg mee gestopt’, legt ze uit.

Na een lange tocht staan we weer buiten aan de poort van Leuven Centraal. Donia begint te vloeken wanneer ze naar haar auto kijkt. ‘Shit, ik heb een parkeerbon. Mijn schijf vergeten te zetten.’ Ze kijkt naar de boete. 27,50 euro. Ook een straf.

‘Uit het dodenhuis’ gaat dinsdag bij De Munt in première.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content