interview

Ivo Van Hove: ‘Ik ben niet competitief, maar soms wel'

Ivo Van Hove: 'Mijn voorstellingen zijn gemaskerde autobiografieën.' ©ANP

Hij is een internationale superster, een intimus van Hollywood. In het theater keert regisseur Ivo Van Hove (61) terug naar zijn jeugd in een Kempisch mijnwerkersdorp. Ontbijt met De Tijd.

Zelfs met de karakteristieke grove korrel van een Zoom-meeting is het duidelijk dat Ivo Van Hove er goed uitziet. Hij is net naar de kapper geweest, hij draagt een eenvoudige zwarte polo om het slanke torso. Hij zit in zijn woning in Amsterdam achter zijn laptop met een kom havermout met rijstmelk en vers fruit, voor het allereerste ontbijt met De Tijd per videoverbinding. We zien een witte muur op de achtergrond, en de bolle kap van een gele lamp. ‘Ik heb mij zomaar ergens in huis gezet, in de zon. Ik weet niet of dat mooi is.’

Ontbijt met De Tijd

Om 8.30 uur met de topregisseur Ivo Van Hove. Via Zoom praten we over theater in coronatijden, zijn vakantiejob bij Tessenderlo Chemie en de relativiteit van een mislukking.

Na de gebruikelijke geplogenheden van de virtuele meeting - hoort u mij, ziet u mij, ja, kunnen we? - vertelt hij dat hij de ochtenden het liefst in stilte doorbrengt. Hij ontwaakt spontaan rond halfacht en begint te werken. ‘Die tijd gebruik ik voor artistiek werk, zoals lezen, waar ik overdag amper aan toe kom. Vroeg in de ochtend zijn er nog geen meetings, geen Zoom, geen mensen. Alleen mijn Jan, de enige die ik dan echt graag rond mij heb.’

Jan is Jan Versweyveld, zijn partner en compagnon de route. Al 40 jaar maken ze samen theater: Van Hove als regisseur, Versweyveld als scenograaf. Zij hebben in grote mate bepaald wat vandaag en vogue is in het hedendaags theater: zuivere lijnen, imposante decors, video op scène, voorstellingen die vlotjes drie uur duren.

‘Extreem theater voor een groot publiek’, heeft hij zijn missie ooit verwoord. Op het toneel vertelt Van Hove over macht, seks, politiek, intimiteit en het misbruik daarvan. Hij neemt je mee in een verhaal waarin mensen ‘de afgrond ingaan’, zegt hij. ‘Ik maak theater over het sociale en politieke, en over trauma. Maar ik ben ook geïnteresseerd in relaties: hoe staat het met ons, mensen?’
Met zijn soms zware, ernstige voorstellingen bereikt hij een miljoenenpubliek. Hij bouwde het Internationaal Theater Amsterdam (ITA) uit tot een gezelschap van zo’n 250 medewerkers en een budget van 25 miljoen euro. Ze spelen 400 voorstellingen per jaar voor meer dan 300.000 bezoekers over de hele wereld.

Broadway

Daarnaast werkt Van Hove al jaren in New York, de jongste vijf op Broadway. Hij woont een deel van de tijd in New York en werkte met sterren als David Bowie, Bryan Cranston (bekend van ‘Breaking Bad’) en Jude Law. Zijn bewerking van ‘West Side Story’ vulde dit voorjaar acht keer per week het Broadway Theatre, tot corona de deuren sloot. Een herneming wordt pas voorzien ergens volgend jaar.

Door de uitbraak van het coronavirus kromp zijn kosmopolitische wereld tot zijn woning in Amsterdam, al viel de lockdown toevallig samen met een lang geplande periode van relatieve rust in zijn extreem bezette agenda. ‘Die staat vol tot 2024. Ik heb de afgelopen twee jaar zoveel voorstellingen gedaan dat ik mij al lang had voorgenomen tussen april en september niet te regisseren. Maar eigenlijk heb ik het drukker dan ooit: ik zit van ’s morgens tot ’s avonds in Zoom-meetings om alle afgelaste producties bij ITA opnieuw te organiseren.’

Ik ben alert: wat raakt mij, waar kan ik theatraal iets mee doen? Dat is soms vervelend, maar de tijd in dit leven is schaars, dus ik moet wel.

Wat hij wel deed: elke ochtend een bladzijde of dertig lezen. Hij haalt het boek erbij waarin hij bezig is, en toont de kaft in de camera. We zien een jongeman in een ouderwets soldatenuniform, hij draagt een kepie met een rode pluim en hij glimlacht. ‘Het is een lelijke cover, maar het boek is fenomenaal: ‘De herinnerde soldaat’ van Anjet Daanje, een Friese schrijfster’, zegt hij. ‘Ik zit halverwege en je voelt dat er een grote revelatie zit aan te komen.’

Zijn interesse voor de roman werd gewekt door een lovende recensie in de krant NRC Handelsblad, die de ‘meanderende, meeslepende manier van vertellen’ roemde. ‘Toen wist ik: daar kan ik misschien iets mee. Ik heb bij de uitgever meteen een optie op de rechten genomen. Op dat vlak heb ik mijn lesje wel geleerd. Als ik in dit gesprek over dat boek vertel, zullen veel meer mensen het gaan zoeken. Ze hoeven het niet te proberen, want de optie ligt vast. (lacht)’

Altijd kijkt hij door de bril van regisseur. ‘Dat klopt, ik ben alert: wat raakt mij, waar kan ik theatraal iets mee doen? Dat is soms vervelend, maar de tijd in dit leven is schaars, dus ik moet wel. Er is nog zoveel te doen.’

Symbolisch

Straks gaat hij repeteren. Maandag volgt de première van ‘Wie heeft mijn vader vermoord’. De voorstelling, een monoloog gebaseerd op een novelle van de Franse literaire wonderboy Édouard Louis, zou in april voor het eerst te zien zijn in de grote zaal van de Antwerpse Singel, maar wordt nu twee maanden later gespeeld voor 30 man in Amsterdam.

‘Bij mijn allereerste voorstelling ‘Geruchten’ in 1980 zat ook 30 man in de zaal, en stond 30 man op het podium. Ik heb er al grapjes over gemaakt: ik was toen al een visionair. (lachje) We hebben nog maar een week geleden te horen gekregen dat we mogen spelen en mijn medewerkers wilden nog snel affiches drukken voor deze voorstelling. Dat heb ik tegengehouden. Als we nu geen 30 man trekken, kan ik er beter mee stoppen. (lacht) Alle voorstellingen in juni waren trouwens binnen het uur uitverkocht.’

Dat er al op 1 juni een voorstelling is, vindt hij een erekwestie. ‘Ik wilde absoluut een première op de eerste dag dat in Nederland gespeeld mocht worden, en dat moest bij ons zijn. Zo ben ik wel. Ik ben niet competitief, maar soms wel. (lacht) We moeten ons meteen laten zien: wij willen door.’

Ik besef dat het voor de hele grote zalen lastig wordt, zolang er geen vaccin of medicijn is.
Ivo Van Hove

Wie theater maakt met geld van de gemeenschap draagt ook een verantwoordelijkheid, vindt hij. ‘Als we kunnen en mogen spelen, moeten we dat doen. Normaal spelen we voor zalen van 550 tot 1.000 mensen. De voorstellingen die we nu gaan spelen, zijn dus vooral symbolisch.’

Voor de inkomsten uit de ticketverkoop hoeft het ook niet. ‘De Nederlandse regering heeft ons de afgelopen jaren gepusht eigen inkomsten te werven. Dat is goed gelukt, we halen 45 procent van de werkingsmiddelen uit eigen inkomsten. Voor een grote instelling is dat ontzettend veel. Maar die inkomsten bedragen vandaag nul. We hebben besloten de prijzen niet te verhogen. Wie eerst is, krijgt een kaartje. Dat betekent dat wij vandaag voor 600 euro per dag het theater openen, terwijl aan een grote productie gemakkelijk 100 mensen werken. Dat gaat natuurlijk niet. Dan zijn we binnen de kortste keren failliet.’

Over de toekomst is Van Hove voorzichtig. Hij zou twee opera’s voor de New Yorkse MET regisseren. Eentje is al geannuleerd, een opera die in maart zou doorgaan, is onzeker. ‘Ik ben een pragmaticus. Ik heb tot eind september alles voor elkaar. We willen hier snel van 30 naar 100 man gaan. Maar ik besef dat het voor de hele grote zalen lastig wordt, zolang er geen vaccin of medicijn is.’

©Kristof Vadino


Kwaadmechelen

‘Mijn voorstellingen zijn gemaskerde autobiografieën’, zei hij ooit. Iedere keer is het weer gissen: welke Ivo staat op het toneel? Édouard Louis, auteur van het boek waarop ‘Wie heeft mijn vader vermoord’ is gebaseerd, schrijft over zijn leven als jonge homo in een armoedig arbeidersmilieu in Noord-Frankrijk. Natuurlijk zijn er parallellen, zegt Van Hove. ‘Louis moest thuis weggaan om te ontsnappen aan die arme, homofobe, racistische omgeving waarin hij niet aanvaard werd. Later keert hij terug en merkt hij dat hij veel meer zoals zijn vader praat, beweegt en denkt dan hij ooit heeft willen toegeven. Ik heb dat ook meegemaakt, in minder extreme mate. Mijn partner Jan was thuis jaren niet welkom. Dat is goed gekomen, gelukkig, maar ik herken dat wel.’

Meer nog dan uit de worsteling van de jonge homoseksueel put Van Hove uit herinneringen aan zijn jeugd in het dorp Kwaadmechelen. ‘Nu heet het Ham. Spijtig, want Kwaadmechelen is zo’n mooie naam. Je had er vroeger twee grote werkgevers: de mijnen en de chemie. Mijn vader was apotheker, wij verkochten zuurstofflessen aan al die mijnwerkers die op hun veertigste kapotte longen hadden. Een vervuilende industrie, die misbruik maakt van mensen die in onveilige en ongezonde omstandigheden moeten werken. Daar gaat Louis’ boekje ook over, en dat is een wereld die ik ken. Ik heb nog een vakantiejob bij Tessenderlo Chemie gedaan: aan het kanaal vrachtboten laden. Vreselijk.’

Ik ben aan het noteren, maar Van Hove vraagt mijn aandacht. ‘Nu moet je even kijken.’ Hij demonstreert hoe hij als 15-jarige een slang met de diameter van een forse boomstam in de laadopening van zo’n aak moest manoeuvreren, om chemische stoffen in het laadruim te storten. ‘Daar bulderde het witte poeder doorheen. Ik moest helemaal alleen op zo’n pakketboot staan, en ik heb vreselijk veel hoogtevrees.’

Terwijl hij de anekdote oprakelt, breekt zijn Kempisch accent, heel diep weggezakt na dertig jaar in Amsterdam, heel even door. ‘’s Avonds kwam ekik thuis, en ik zag wit van het poeder. Tijdens het werk staat je verstand op nul, je hebt al je kracht nodig om die slang in bedwang te houden. ’s Middags at ik moederziel alleen mijn boterhammetjes op langs het kanaal. Als ik thuiskwam, kon ik enkel nog in de zetel liggen, tv-kijken en gaan slapen om de volgende dag weer te kunnen werken. Ik heb nog nooit iets op het toneel kunnen doen met dat gevoel, tot nu.’

Ik moet al ver teruggaan in de tijd om van een echte mislukking te spreken.


We hebben een uur van zijn tijd gekregen, en dat is ruim overschreden. Waar leert een man op het toppunt van zijn carrière nog het meest uit, uit mislukking of uit succes? ‘Een mislukking wil je niet, dat jaag je toch niet na. Ik moet al ver teruggaan in de tijd om van een echte mislukking te spreken. Dit vak kan je leren te beheersen.’

‘Succes heeft ook niet altijd te maken met de reactie van het publiek of de pers. Ik vind ‘West Side Story’ artistiek meer dan 100 procent gelukt, en ik heb er zo veel goede reacties op gekregen. Maar The New York Times schreef er een heel scherpe kritiek over. Daar leer je ook van: sommige mensen willen blijkbaar niet dat de dingen veranderen, ze zien het als een bedreiging. Dat stuk verkoopt wel maandenlang uit, 1.700 mensen per uitvoering. Dan kan je niet van een mislukking spreken.’ Hij is iemand die vooral vooruit wil, zegt hij. ‘Ik vind terugkijken niet zo zinvol.’

Lees ‘Ontbijt met De Tijd’ ook op www.tijd.be/ontbijt


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud