‘Moeten we deze rare wereld wel blijven rondvliegen?’

Lisbeth Gruwez (rechts) en Maarten Van Cauwenberghe van Voetvolk: 'Er is in deze crisis te licht met kunstenaars omgesprongen.' ©Brecht Van Maele

Door de pandemie liep Lisbeth Gruwez de grote podia mis met haar dansstuk op pianomuziek van Debussy. Ze kickte af van het tourleven en de bühne in een boerderij in de Franse Ardennen. ‘Groter en internationaler: kan je dat nog wel verantwoorden?’

‘Schoon hé, mijn kouskes. Debussy op sneakers.’ Lisbeth Gruwez (43) baadt in het zweet wanneer we de repetitiezaal betreden waar ze de pianomuziek van de Franse componist Claude Debussy uit haar pezige lichaam stuwt. Hoewel de danseres wist dat we eraan kwamen, is ze zo gefocust dat onze aanwezigheid intiem en onbehaaglijk lijkt aan te voelen.

Aan een tafeltje bedient Maarten Van Cauwenberghe (44) de Spotify-lijst van ‘Piano Works Debussy’. Hij koos de muziek en deed de dramaturgie. De componist en zakelijk leider van Voetvolk, het dansgezelschap waarvan Gruwez al 13 jaar het uithangbord is op de scène, verliest de danseres geen seconde uit het oog terwijl ze zich staat uit te sloven. De twee kennen elkaar door en door, dat voel je aan elke blik of opmerking.

‘Piano Works Debussy’, hun jongste dansstuk, werd begin dit jaar één keer opgevoerd, in Brest in Frankrijk. Vervolgens deed corona alle theaters op slot. Bye bye Belgische première in de KVS in Brussel, en misschien nog belangrijker voor de internationale voortgang van hun danscompagnie: geen buitenlandse tournee langs grote podia zoals het Theaterfestival van Avignon of de Dansbiënnale van Venetië.

Interviewreeks Veerkracht


Na drie maanden lockdown lonkte voor artiesten opnieuw het grote publiek. Een zomer vol voorbereidingen en hoop op een drukke herfst, die alweer gehypothekeerd is. De Tijd praat elke week met een kunstenaar over de moeizame heropstart en de nood aan perspectief na corona.


Van Cauwenberghe: ‘We zouden Avignon aftrappen met Debussy in het Cloître des Célestins, de mooiste plek in Avignon. In zijn eigen land, in aanwezigheid van de voltallige Franse theaterpers. Het had zo mooi kunnen zijn! (blaast) Zo jammer, des te meer omdat we voor het eerst het gevoel hadden dat we voor 100 procent klaar waren. Lisbeth en Claire Chevallier (de Franse pianiste die live de muziek zal verzorgen, red.) waren helemaal op elkaar afgestemd. Hun samenspel was haarfijn ingeoefend.’

Herwonnen contact

We verhuizen naar een bankje in de tuin van de boerderij die het duo liet verbouwen tot toevluchtsoord voor artistieke residenties en workshops. Gekocht met eigen middelen en een lening van de bank, en dus niet met subsidies. Van Cauwenberghe vraagt met klem of we dat willen schrijven. ’Er bestaan al genoeg misverstanden over artiesten en het geld van de belastingbetaler.’

We zouden Avignon aftrappen met Debussy. In zijn eigen land, in aanwezigheid van de voltallige Franse theaterpers. Het had zo mooi kunnen zijn.
Maarten Van Cauwenberghe
Zakelijk leider Voetvolk

In Voetvolk Atelier Rubigny (VAR) is slaapplaats voor twaalf artiesten. Wijds akkergebied en stille boerendorpen, verder zullen ze weinig aantreffen in dit desolate stukje Franse Ardennen. Repeteren kan dag en nacht in de tot creatiestudio omgebouwde schuur waarin zij daarnet stond te dansen. Gruwez en Van Cauwenberghe vormen al twintig jaar een artistiek duo, eerst onder Jan Fabre en sinds 2007 met Voetvolk. Een uitzonderlijke combinatie: zij danst, hij maakt de muziek en is tegelijk tourmanager en balansbeheerder.

Lisbeth Gruwez: 'Het gaat heel raar zijn om straks te moeten dansen voor bubbels in halflege aula's.' ©Brecht Van Maele

Voetvolk brak de voorbije jaren internationaal door met erg fysieke voorstellingen. De Kortrijkse geldt als een ‘method actor’, iemand die op het podium volledig opgaat in de figuur die ze op dat moment is. Optreden heeft altijd iets grenzeloos bij haar. Hard en heftig. Vorige week stond ze voor het eerst weer op een podium, in Amsterdam. Er zat dertig man in de zaal, vertelt ze, maar ze moest huilen, zo bizar voelde het herwonnen contact met de scène. ‘Het was de eerste keer in mijn leven dat ik vier maanden geen poot heb gedanst’, zegt ze.

Na dik twintig jaar reizen met voorstellingen zochten de twee een rustgevende plek waar ze creatief konden thuiskomen, ver weg van het drukke stadsleven in Antwerpen en Brussel, en hun kennis en ervaring kunnen doorgeven aan de aanstormende generatie. Gruwez: ‘Ik wil dit niet nog eens twintig jaar doen. Je raakt heel onthecht als je overal met je koffer heen en weer gaat. Op menselijk vlak is dat op den duur echt hol. Hier kunnen we met een frisse blik en zonder druk van de buitenwereld aan nieuwe ideeën sleutelen, en tegelijk onze tentakels als vleugels uitslaan en jonge mensen zuurstof geven.’

Je raakt heel onthecht als je overal met je koffer heen en weer gaat. Op menselijk vlak is dat op den duur echt hol.
Lisbeth Gruwez
Danseres Voetvolk

Het is een beetje terug naar vroeger, toen ze zelf een sleutel hadden van het atelier van Fabre om daar in het holst van de nacht te repeteren. ‘Het is belangrijk dat dat kan, zeker als je jong bent, en dat is allemaal veel moeilijker geworden omdat alles in regeltjes is gegoten.’

Misschien, vervolgt Gruwez, is dit soort kleinschalige plekken wel de toekomst in een postcoronawereld. ‘We keren terug naar het lokale, het kleinschalige. Als corona ons één ding zou moeten leren, is het dat we een andere omgang met de natuur moeten vinden. Moeten we als kunstenaars deze rare wereld blijven rondvliegen? Moet alles per se groter en internationaler? Kan je dat nog wel verantwoorden? We hebben de onnozelste dingen gedaan: tussen een voorstelling in Waregem en een in Sint-Niklaas naar Singapore vliegen voor een show van 45 minuten. Vroeger zou ik een gat in de lucht springen als we in Sao Paulo konden spelen, nu denk ik: is dat wel nodig? Het is even bevredigend om hier met jongeren aan de slag te kunnen gaan.’

Ego loslaten

Ondanks de geaborteerde Debussy-tour gaf ook de lockdown voldoening, zeker voor Gruwez. Ze gunde haar lichaam rust. De eerste maanden werkte ze op de biologische boerderij van haar vriend in Lier. Toen we van de virologen opnieuw de grens over mochten, kwam ze naar Rubigny. De boerderij klaarmaken voor de eerste gasten, en dansen op Debussy.

©Brecht Van Maele

Vanwaar dat idee, dansen op Debussy? Omdat het onmogelijk leek, net zoals dansen op Bob Dylan, hun vorige ‘heldendans’ die alom lof oogstte. Door het opgelegde isolement kreeg Gruwez deze zomer pas het gevoel dat ze het stuk helemaal begrijpt. ‘Je werkt zo lang en intens aan iets over stilte, over tussen de noten dansen en je ego loslaten. Als je midden in een creatie zit, zit je in een rush. Er is nauwelijks sprake van stilte. En dan wordt die stilte van buitenaf opgelegd... Verhelderend.’

Ook hij blikt terug op de lockdown als een creatieve periode, hoewel het lastig puzzelen was - en nog altijd is - met al die afgelaste en verplaatste voorstellingen. Hij maakte een soloplaat. Samen plantten ze ook de zaadjes voor een nieuwe voorstelling. ‘Into the Open’ wordt een als liveconcert verpakte choreografie waarin alle remmen los mogen. Een voorstelling waarbij alle opgehoopte spanningen tot een ontlading kunnen komen.

Vanwaar het idee, dansen op Debussy? Omdat het onmogelijk leek, net zoals dansen op Bob Dylan, hun vorige ‘heldendans’ die alom lof oogstte.
Lisbeth Gruwez
Danseres Voetvolk

Dat stuk staat ingepland voor januari 2022 met een première in de grote zaal van de AB. Ze willen het vroeger maken, maar het moet een uitbundig feest worden, anders heeft het geen zin. Ze verwachten pas ten vroegste binnen een jaar een terugkeer naar vroeger. Wat doet dat vooruitzicht met hen? Gruwez: ‘Het gaat heel bizar zijn. Ik ben benieuwd hoe het is om straks te dansen voor bubbels in een halflege aula. Op een generale repetitie heb ik het soms al flink lastig om alles te geven voor een handvol mensen in de zaal.’

De cijferman in Van Cauwenberghe maakt zich dan weer zorgen over de toekomst. ‘Wij redden ons wel. We kunnen gelukkig op ons repertoire terugvallen. Starters niet. Gaan beginnende kunstenaars nog wel aan de bak komen? Wíllen ze hun leven wel geven aan de kunst?’

In de tuin van de VAR in Rubigny: een residentieplek voor jonge kunstenaars. ©Brecht Van Maele

Het brengt ons bij de evidente slotvraag: is deze crisis goed beheerd? Of vinden ze, net als velen, dat de politiek de cultuurwereld in de steek heeft gelaten? ‘Er is te licht met ons omgesprongen. De vliegtuigvergelijking is al tot vervelens toe gemaakt, maar het is gewoon unfair. De cultuursector heeft zo hard zijn best gedaan om mensen in de grootste veiligheid te ontvangen. Ons nadeel is dat die 80.000 man in de cultuur niet onder één noemer vallen en dus niet met één stem kunnen spreken.’

Genoeg gepraat, het lichaam roept. Gruwez duikt de danszaal in. Voor we er acht op kunnen slaan, is ze alweer verdwenen tussen de pianonoten van Debussy. Uit stilte kan iets heel moois voortkomen.

Belgische première van ‘Piano Works Debussy’: op 2 oktober in de KVS in Brussel. Daarna op tournee.

Volgende week: schrijver Michaël Brijs

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud