Mozart in De Munt: Overdaad leidt tot moedeloosheid

Het ronddraaiend appartement is het epicentrum van de Mozart-trilogie.

Mozart en de tekstschrijver Lorenzo da Ponte schreven met 'Le nozze di Figaro', 'Don Giovanni' en 'Così fan tutte' drie operaklassiekers. De Munt presenteert ze als een geheel. Een loffelijke maar haperende onderneming.

Elk operahuis verdient waardering als het kapotgespeelde opera's een update geeft. Hedendaags en relevant zijn buzzwoorden in het wereldje. In die context was het uitkijken naar de Mozart-trilogie in De Munt, een project waar directeur Peter de Caluwe al lang van droomde.

Wolfgang Amadeus Mozart en de Italiaanse librettist Lorenzo da Ponte schreven samen drie onverwoestbare opera's: 'Le nozze di Figaro' (1786), 'Don Giovanni' (1787) en 'Cosi fan tutte' (1790). Alle drie gaan ze over de liefde, relaties en machtsmisbruik. Mozart componeerde er drie keer weergaloze, onweerstaanbare muziek bij.

Het was dus geen straf om de drie opera's in zes dagen te moeten bekijken, vorige week in De Munt. De vraag was vooral of het concept dat de Franse regisseurs Jean-Philippe Clarac en Olivier Deloeuil hadden bedacht, aanslaat. Van de drie muziekdrama's, die verhalend niets met elkaar te maken hebben, maakten ze theatraal en vormelijk één geheel. Voor alle duidelijkheid: tijdens elke voorstelling wordt één opera gezongen en gespeeld.

De trilogie botst voortdurend op de beperkingen van de individuele opera. Dat leidt tot gênante passages die contraproductief zijn voor de beleving.

De drie verhalen spelen zich af in een (ronddraaiend) Brussels appartement in een tijdspanne van 24 uur. Alle personages uit de drie opera's maken tijdens de voorstellingen in meer of mindere mate hun opwachting, alsof ze met elkaar verbonden zijn. Zo zijn Ferrando en Guglielmo, de twee mannelijke protoganisten uit 'Cosi fan tutte', de brandweerlui die de overleden Commendatore uit 'Don Giovanni' met de ziekenwagen afvoeren.

Zulke kruisbestuivingen zie je op meerdere videoschermen die deel van het appartement uitmaken. De scenes werden de voorbije weken in Brussel gefilmd om het hedendaagse cachet van de opera te accentueren.

Maar dat concept slaat niet meteen aan. Zeker tijdens de eerste voorstelling, 'Le nozze di Figaro', overheerste een gevoel van overdaad. We kregen zoveel visuele prikkels te verwerken dat we er bijna moedeloos van werden. Want intussen wilden we ook nog het gewone verhaal van de opera volgen en genieten van de muziek. We dachten echter vooral: wie zijn al die mensen en wat voegen ze toe aan het verhaal?

Dat is eigenlijk niet zo veel. Hoe vernieuwend het concept ook is, De Munt heeft het deze keer niet aangedurfd in de opera's zelf in te grijpen. Neem een blinde mee en die zal zeggen: ik heb niets nieuws gehoord. Vergelijk het met wat Romeo Castellucci in 2018 met 'De toverfluit' deed, ook van Mozart. Hij knipte in de recitatieven en voegde nieuwe teksten toe. Dat was radicaal en vernieuwend.

Deze trilogie is dat niet. Ze botst voortdurend op de beperkingen van de individuele opera. Dat leidt soms tot gênante passages die contraproductief zijn voor de beleving. 'Per Pieta' uit 'Cosi fan tutte' is een van de allermooiste en smartelijkste aria's uit de operageschiedenis. Fiordiligi bezingt erin haar wanhoop over de liefde. Maar wat krijg je te zien? De graaf uit 'Le Nozze di Figaro' die haar tijdens het zingen uit het niets langs achter benadert en wil bepotelen. Weg sfeer, weg moment van ontroering en bezinning, en bovenal: de ingreep voegt niets toe. Onbegrijpelijk wat de Franse regisseurs bezielde.

Goor

Er is nog zo'n moment in die opera. Terwijl Dorabella en Guglielmo vanaf de eerste verdieping van het appartement een aangrijpend duet brengen, speelt zich op het gelijkvloers een gore scène uit de seksclub van Don Giovanni af. Er is niets mis met een portie goorheid, maar ze moet netjes ingebed zijn in het geheel. Nu leidt ze enkel af van de echte emotie een verdieping hoger.

De regisseurs gaan nog meer uit de bocht met hun ingrepen. Met hun lezing van de trilogie proberen ze een invulling te geven aan de #MeToo-beweging, de transgenderproblematiek en de hedendaagse seksuele normen. Daar is niets mis mee, Mozart en da Ponte deden dat zelf ook. Maar zij gingen op een heel subtiele manier te werk. Al konden ze misschien niet anders zonder lijf en leden te riskeren.

Maar Clarac en Deloeuil hebben de subtiliteit ingeruild voor een voorhamer. Betogers laten rondlopen met #MeToo-hesjes is niet bepaald subtiel. Zeker niet als het libretto eigenlijk zegt dat ze hun baas, de graaf, toejuichen omdat hij afstand heeft gedaan van zijn recht om alle vrouwen ongestraft binnen te doen.

De beste momenten zijn voorbehouden voor de derde opera, 'Don Giovanni'. Misschien omdat we intussen gewend zijn aan de beeldtaal en de personages vertrouwd zijn geworden. Eén scène toont scherp de bedoeling van het project. De bedrogen gravin uit 'Le nozze di Figaro' treurt met de even geplaagde Elvira uit 'Don Giovanni' over het overspel van hun partners. De gravin neemt een deel van Elvira's aria over. Het is mooi, het klopt voor een zeldzame keer.

Gelukkig is opera ook heel veel muziek. Daarvoor zit je in De Munt helemaal goed. De Italiaanse dirigent Antonello Manacorda benadert Mozart op een strakke en afgemeten manier. Hij houdt er fors de vaart in. De zangers en zangeressen - ze nemen bijna allemaal twee rollen voor hun rekening - lijken zich prima te vermaken in het aparte concept en brengen Mozarts muziek overtuigend. Al moet het vreemd aanvoelen om rond te dwalen in het decor zonder een noot te mogen zingen. Maar dat doen ze dan wel de volgende keer. Ieder om beurt.

De Mozart-trilogie is tot 28 maart in De Munt te zien.

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud