Advertentie

Muziek als balsem tegen racisme

'The Time of Our Singing' focust op het wel en wee van een gekleurde Amerikaanse familie tegen de achtergrond van rassenrellen en discriminatie.

Opzwepend en ingetogen. Wrang en soms hoopvol. 'The Time of our Singing', de nieuwe opera van de Belgische componist Kris Defoort, is een prachtige ode aan de muziek. En een pakkend verhaal over racisme in de Amerikaanse samenleving.

Na de première van 'House of the Sleeping Beauties' in 2009 gaf componist Kris Defoort het boek 'The Time of Our Singing' van de Amerikaanse auteur Richard Powers aan Peter de Caluwe, de directeur van De Munt. 'Dat wordt mijn volgende opera', zei de componist beslist. Dat de operadirecteur daarvoor zijn toestemming moest geven, leek een detail.

Maar de Caluwe twijfelde niet lang, coproducent LOD muziektheater ook niet. Dinsdag, 12 jaar later, ging de productie in Brussel in wereldpremière. De verbouwingen van De Munt en corona hadden de opera met enkele jaren vertraagd. Geen mens die daar na afloop over klaagde. Het was het wachten waard.

De essentie

  • 'The Time of Our Singing' is een nieuwe opera van Kris Defoort, die in zijn compositie heel veel stijlen combineert.
  • Hij is gebaseerd op het gelijknamige boek van de Amerikaanse schrijver Richard Powers.
  • Het verhaal draait om de familie Strom-Daley. De man is blank, de vrouw zwart. Ze hebben drie kinderen die worstelen met hun gemengde afkomst.
  • De muziek houdt de familie samen.

'The Time of Our Singing' is in vele opzichten een buitenbeentje in het operagenre. Veel hedendaagser vind je het niet. Het leven en de muziek zijn vandaag een smeltkroes. Net dat overheerst in de compositie van Defoort. Hij stak zijn leven, ziel en zaligheid in het werk. Defoort is van opleiding een barokmuzikant. Hij studeerde blokfluit en oude muziek, maar verdiepte zich daarna in de jazz. Dat brede spectrum vind je terug in al zijn composities. Defoort hoort overal en nergens bij. Dat geeft hem een unieke stem in de muziekwereld en maakt ook deze opera zo indrukwekkend.

Het begint al bij de keuze van de muzikanten. Het kamerorkest van De Munt - onder leiding van de Canadese dirigent met Caraïbische roots Kwamé Ryan - wordt aangevuld met een jazzcombo. Je ziet de jazzmuzikanten, onder wie Lander Gyselink, niet, omdat ze in de orkestbak zitten. Maar je hoort ze des te meer.

Een snuifje Bach

Defoort combineert in zijn compositie de hele muziekgeschiedenis bijzonder gewiekst met af en toe een muzikaal citaat . Een snuifje Bach, een snuifje Dowland, een snuif Puccini. Je herkent het en vervolgens geeft Defoort er een eigen draai aan, met nieuwe ritmes, klankkleuren en harmonieën. Hij kan daarvoor rekenen op een prachtige cast, waarvan elk individu zijn of haar rol meesterlijk invult.

Soms wordt gewoon eigentijds gerapt of waan je je in een jazzkroeg, om daarna in de gezongen dialogen eerder het klassieke hedendaagse opera-idioom terug te horen. De dialogen eindigen vaak in gesproken tekst.

Defoort koos het boek 'The Time of our Singing' uit 2003 niet zonder reden. De familie Strom-Daley hoort net als Defoort nergens bij en moet ook haar eigen weg zoeken. Bovendien zit het boek vol muzikale verwijzingen, die Defoort niet per se volgt.

Kris Defoort hoort overal en nergens bij. Dat geeft hem een unieke stem in de muziekwereld. Dat maakt ook deze nieuwe opera zo indrukwekkend.

David Strom is een Duitse wetenschapper die net voor de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten is terechtgekomen. Hij bestudeert de tijd en zou vandaag beslist de kwantumcomputer uitvinden. De man trouwt met de zwarte verpleegster en zangeres Delia Daley. Ze krijgen drie kinderen. Jonah, de oudste, wordt een begenadigde tenor, Joey een pianist en Ruth lerares.

Gepijnigde ziel

Het drama van de kinderen is dat ze nergens thuishoren. Ze zijn van gemengde afkomst, al betekende dat in de VS vooral dat ze niet blank waren. De kinderen en de moeder krijgen voortdurend met racisme te maken. In een soort van cocon vergeet de familie alle ellende door samen te zingen en te musiceren. Muziek als balsem voor de gepijnigde ziel. Maar zelfs de schoonste aria kan niet op tegen de afwijzingen vanwege een huidskleur.

Powers schreef zijn verhaal niet chronologisch op. Hij speelde met de tijd. In de opera is dat niet doorgetrokken. Defoort en librettoschrijver Peter van Kraaij kozen voor een lineaire benadering. De tijdsdimensies zitten verstopt in de muziek.

Het gaat er in De Munt vaak swingend aan toe tijdens 'The Time of our Singing', met dank aan zangeres Abigail Abraham. ©De Munt, Bernd Uhlig.

Er worden in 'The Time of Our Singing' weinig theatrale trucjes gebruikt. Regisseur Ted Huffman laat het verhaal en de muziek hun werk doen. Het podium is vrij kaal. De focus ligt op wat met de familie gebeurt tegen de achtergrond van actuele en politieke gebeurtenissen - geprojecteerd op een videoscherm - die een impact hebben op ieders leven. Het is knap en wrang tegelijk hoe elk familielid anders omgaat met zijn of haar plaats in de samenleving. Jonah, de operazanger, lijkt iets meer geneigd zich te willen settelen in de dominatie van de blanke operawereld, maar weigert typecasting. Ruth wordt lid van de Black Panthers. En Joey schippert.

Er gebeurt zo veel - ook al is fors geschrapt in de roman van meer dan 800 pagina's - dat je als toeschouwer niet altijd even emotioneel betrokken raakt. Terwijl je niet anders kan dan je afvragen hoe het mogelijk is hoe in Amerika is en wellicht nog wordt gediscrimineerd op basis van de kleur van je huid.

Ergens onderweg dachten we: deze opera kan jaren mee op Broadway. Maar dat is wellicht een overpeinzing van een blanke man die niet beseft hoe gevoelig de rassenkwestie in Amerika ligt. De opera van Philidelphia was geïnteresseerd in de productie, maar haakte af. Een blanke regisseur was een brug te ver.

'The Time of Our Singing' loopt tot 26 september in De Munt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud