Muziekwereld verliest meesterclavecinist Gustav Leonhardt

In Amsterdam is maandag Gustav Leonhardt overleden, een van de pioniers van de authentieke uitvoering van oude muziek. Hij werd 83 en stierf aan een slepende ziekte. Leonhardt wordt algemeen beschouwd als de grootste clavecinist van de twintigste eeuw, maar was ook een voortreffelijke organist en pianofortespeler.

Zijn dood werd trouwens bekendgemaakt door de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waaraan hij verbonden was als organist.

Leonhardt werd op 30 mei 1928 geboren in een zakenfamilie die als amateurs muziek speelden. Vanaf zijn zesde leerde hij piano, later ook wat cello. Hij kwam in contact met het ‘vergeten’ clavecimbel toen zijn ouders zo’n instrument aanschaften.

Aan het eind van de jaren ’40 ging hij clavecimber studeren aan de Schola Cantorum in Basel. Vervolgens trok hij naar Wenen, waar hij orkestdirectie studeerde bij Clemens Kraus en in contact kwam met geestesgenoot Nikolaus Harnoncourt. Samen met deze laatste en met blokfluitist Frans Brüggen vormde hij de eerste generatie van de historische uitvoeringspraktijken. Die wilde de oude muziek – de barokmuziek, later ook de muziek uit renaissance, de Weense klassiek en de vroege romantiek – uitvoeren zoals ze oorspronkelijk mogelijk geklonken heeft. Allereerst op instrumenten uit die tijd (of kopieën), maar ook volgens de interpratieprincipes die toen golden. Wat de uitvoering van barokmuziek betreft, was de herwaardering van het retorische (spelen alsof je spreekt) bijvoorbeeld van essentieel belang. Barokmuziek werd tot in de jaren 50-60 immers erg romantisch-emotioneel benaderd.

Leonhardt legde zich in de eerste plaats toe op de muziek van Johann Sebastian Bach, die hij als de allergrootste beschouwde. Met zijn Leonhardt Consort – waarin ook zijn echtgenote Marie Leonhardt meespeelde – en met Harnoncourt begon hij aan het eind van de jaren ’70 met een van de grootste opnameprojecten ooit: alle cantates van Bach op plaat zetten.

Als clavecimbelspeler blonk Leonhardt uit door zijn prachtige toon, een geraffineerd rubato en een volledige dienstbaarheid aan de componist en de muziek. Voor zijn talrijke opnames koos hij bovendien de mooiste clavecimbels ter wereld. Naast Bach verdiepte hij zich ook in andere repertoires. Componisten als Frescobaldi, Byrd, Froberger, Couperin of Duphly haalde hij vanonder het stof. Als leraar aan het Amsterdamse conservatorium drukte hij zijn stempel op een hele generatie clavecinisten. Beroemde leerlingen zijn onder meer Ton Koopman, Trevor Pinnock, William Christie en Skip Sempé.

Zijn laatste concert gaf Leonhardt op 12 december in Parijs. Zijn spel werd toen als bijzonder broos omschreven. In zijn beste jaren klonk hij heel trefzeker, aristocratisch en geraffineerd. Zijn uitgebreide discografie vormt een schat voor de komende generaties.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud