Taxshelter pompt 48 miljoen euro in cultuursector

Met taxsheltersteun brengt Needcompany een theaterbewerking van 'Oorlog en terpentijn' van Stefan Hertmans. ©maarten vanden abeele

Een jaar na de uitbreiding van de taxshelter naar theater, dans en klassieke muziek ogen de eerste resultaten positief. Vlaamse en Franstalige gezelschappen haalden in 2017 samen 48 miljoen euro op.

Behalve productiehuizen uit de film- en tv-wereld kunnen sinds maart vorig jaar ook gezelschappen en bedrijven uit de podiumkunsten een beroep doen op de taxshelter. De uitbreiding van de fiscale gunstmaatregel naar theater, dans en klassieke muziek heeft haar start niet gemist. Dat blijkt uit de eerste resultaten van de Vlaamse en Franstalige cultuuradministratie die De Tijd mocht inkijken.

Wat is de taxshelter?

Belgische bedrijven of Belgische dochters van buitenlandse ondernemingen kunnen al sinds 2003 een beroep doen op de taxshelter: een fiscale gunstmaatregel om de productie van films en tv-series te financieren. Sinds begin vorig jaar kunnen ook producenten van opera’s, musicals, dans- en theatervoorstellingen gebruikmaken van de regeling.

Investeringen vanaf 5.000 euro in zulke projecten worden via het gunstregime voor 310 procent fiscaal aftrekbaar. Daarnaast mogen beleggers een rente op hun geïnvesteerde bedrag verwachten.

De Vlaamse administratie ontving in 2017 een kleine 200 aanvragen van podiumorganisaties, goed voor 39,7 miljoen euro aan goedgekeurde taxshelterattesten. Wallonië loopt achter, met voor 8,9 miljoen euro erkende attesten.

Klassieke muziek en theater zijn samen goed voor ruim de helft van de aanvragen. De grootste slokoppen zijn Opera Ballet Vlaanderen, de musicalproducenten Deep Bridge en Music Hall en Brussels Philharmonic. Het klassiekemuziekorkest haalde vorig jaar 1,3 miljoen euro op voor 16 producties. ‘Daarmee wordt het budget van onze producties gemiddeld met 25 procent verhoogd’, zegt algemeen directeur Gunther Broucke.

Brussels Philharmonic haalde de taxsheltermiddelen op via een intermediair bedrijf, UFund. Binnenkort schakelt het orkest over op een gemengd model, waarbij een stuk van de fondsenwerving intern gebeurt, zonder tussenpersoon. ‘We kennen de bedrijven die ons steunen, maar de mensen erachter niet doordat het om klanten van UFund gaat’, stelt Broucke. ‘Door zelf geld op te halen hopen we een persoonlijke relatie met onze investeerders te kunnen opbouwen.’

'Nog groei mogelijk'

Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) spreekt van een ‘succesvol eerste jaar’. ‘Cultuurhuizen vertellen me dat ze dankzij de taxshelter hun inkomsten met 10 tot 15 procent kunnen verhogen. Dat is veelbelovend, en een verdere groei is zeker mogelijk. Tegen 2019 moet een verdubbeling haalbaar zijn.'

'In de filmsector had de maatregel zo’n drie jaar nodig om op kruissnelheid te komen. Vooral in de gesubsidieerde cultuursector zijn nog heel wat twijfelaars: compagnies die de kat uit de boom hebben gekeken of om principiële redenen niet meededen. Hopelijk trekken deze eerste resultaten ze over de streep.’

Een verdere groei is zeker mogelijk. Tegen 2019 moet een verdubbeling haalbaar zijn.
Sven Gatz
Vlaams minister van Cultuur

Een eigenaardigheid aan de uitbreiding van de taxshelter is dat federale cultuurinstellingen als De Munt of het Nationaal Orkest van België geen beroep kunnen doen op de gunstmaatregel. Juridisch gaat het om parastatale instellingen, en die vallen buiten de wet.

‘Oneerlijke concurrentie en discriminatie’, stelde De Munt-intendant Peter De Caluwe donderdag op de seizoensvoorstelling van het operahuis. ‘Een absurde situatie’, vindt ook Gatz. ‘De wet moet dringend worden aangepast.’ Die verantwoordelijkheid ligt echter bij zijn federale collega’s, zegt hij.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content