Warlikowski verbindt opera met Hollywood

Het loopt voor het hoofdpersonage Hoffmann helemaal mis tussen hem en zijn geliefde Stella. ©© Bernd Uhlig

De Duitse componist Jacques Offenbach schreef met ‘Les contes d’Hoffmann’ een van de grote operakaskrakers van de negentiende eeuw. De Munt brengt een heerlijke nieuwe versie waarin regisseur Krzysztof Warlikowski de opera met Hollywood verbindt.

Bijna aan het einde van ‘Les contes d’Hoffmann’ stopt de muziek abrupt. Het doek schuift dicht. De twee hoofdrolspelers Hoffmann en Stella verschijnen aan de rand van het podium in een spotlight. Stella heeft een Oscar gewonnen en houdt een overwinningsspeech. Hoffmann onderbreekt haar. Hij smeekt het selecte Hollywood-publiek om werk. Je moet al een echte filmkenner zijn (of het programmaboekje goed gelezen hebben) om te weten dat de twee een scène uit de klassieker ‘A star is born’ uit 1954 naspelen, met Judy Garland en James Mason in de hoofdrol.

De scène heeft op zich niets te maken met de postume opera uit 1881 van de Duitse componist Jacques Offenbach (1819-1880). Ze past wel helemaal in de versie die de Poolse regisseur Krzysztof Warlikowski van het werk maakte. Op verschillende niveaus legt hij verbanden met Hollywood en de filmwereld.

Je weet nooit helemaal zeker wanneer Warlikowski de draak steekt met de opera. Daarvoor gaat hij te subtiel te werk.

Het is een gewaagd concept maar Warlikowski heeft in het verleden bij De Munt wel meer filmische opera’s gemaakt. Denk aan zijn adaptie van Mozarts ‘Don Giovanni’ uit 2014. Net als toen slaagt hij er weer in om een oude, haast kapotgespeelde opera hedendaags relevant te maken. In ‘A star is born’ is het hoofdpersonage een aan lagerwal geraakte en aan alcohol verslaafde filmregisseur. Dat is de losse link met Offenbachs ‘Les contes d’Hoffmann’. De opera speelt zich in de eerste van vijf acts af in een café waar de drank rijkelijk vloeit. Hoffmann is een schrijver, verliefd op het nieuwe theatersterretje Stella. Op het podium zie je haar nog niet. Ze verschijnt wel in allerlei vormen en poses op een groot videoscherm. Is het een fantasie van Hoffmann de schrijver? Of kijken we naar flitsen van Hoffmann de regisseur, ontsproten aan het brein van Warlikowski? In het begin van de opera heb je nog niet helemaal door hoe het procedé van de regisseur werkt. Je kijkt met een zekere afstand en in verwarring naar het podium.

Maar dat betert snel vanaf het tweede bedrijf. De opera bestaat uit drie afzonderlijke verhalen, waarin Hoffmann en telkens een andere vrouw centraal staan. Die drie vrouwen (Olympia, Antonia en Giulietta) belichamen Stella, de grote liefde van Hoffmann. In elk verhaal is er een slechterik van dienst die de liefde dwarsboomt.

In het eerste verhaal is Olympia een automaat. Ze is duidelijk gebaseerd op Maria, de robot die Fritz Lang in 1927 in zijn klassieker ‘Metropolis’ introduceerde. Er is een heerlijke scène wanneer Olympia op vraag van Hoffmann probeert te zingen. Snel is duidelijk dat Offenbach en Warlikowski op dat moment een beetje lachen met het operagenre. Het cliché van de smachtend zingende sopraan die wanhopig de hoogste do probeert te bereiken wordt hilarisch uitgebeeld. Er zitten nog zulke momenten in de productie. Soms is er twijfel. Je weet nooit helemaal zeker wanneer Warlikowski de draak steekt met de opera. Daarvoor gaat hij te subtiel te werk. Elders gaat hij dan weer bloedserieus te werk. Een kleine vier uur brengt hij de mooiste tableaus op het podium tevoorschijn. Alsof hij een schilder van miniaturen is. Het gaat Warlikowski niet alleen om de parodie of de pastiche.

Positieve vibraties

Het tweede verhaal is het aangrijpendst. Antonia, de dochter van een operazangeres, mag niet meer zingen. Als ze dat toch doet, sterft ze. Natuurlijk gebeurt dat. In de liefde is nu eenmaal geen plaats voor te veel positieve vibraties. Dat verhaal is het minst ambigue. Je ziet Hoffmann in de weer met een camera en opnameapparatuur. Alsof Warlikowski duidelijk wil maken aan de twijfelaars dat hij een aparte lezing van het originele verhaal geeft. Dat zou voor iedere operaregisseur de opdracht moeten zijn. Voor ‘Les contes d’Hoffmann’ is er een bijkomende reden. Jacques Offenbach, in de 19de eeuw de koning van de operette, stierf voor hij klaar was met zijn enige opera. ‘Les contes d’Hoffmann’ werd door meerdere mensen afgewerkt, bewerkt, in stukken gesneden en opnieuw samengesteld. De definitieve versie bestaat niet. Je kan je als regisseur wel enige vrijheden permitteren.

Het derde verhaal speelt zich af in een hoerenkast in Venetië, waar Giulietta de plak zwaait. Het levert enkele hilarische scènes op. ‘Boogie Nights’ van Paul Thomas Anderson wordt nagespeeld. En zien we daar ook niet Uma Thurman uit ‘Kill Bill’? ‘The Joker’ kan je dan weer niet missen: Gábor Bretz lijkt niet alleen op Joaquin Phoenix, met zijn geverfd clownsgezicht is hij ook de perfecte imitatie van het griezelige filmpersonage.

Voor de arme Hoffmann is ook met Giulietta de liefde niet weggelegd. En eigenlijk met niemand, beseft hij in de grote finale. Stella is ook maar een fata morgana. Maar een mens wordt er niet treurig van. Hoffmann verpakte zijn liefdesmisantropie in pakkende en aangrijpende muziek. Je merkt aan elke noot dat hij wilde aantonen dat hij niet beperkt was tot de als minderwaardig gepercipieerde operettes. Hoffmann was een vakman. Hij verlegde de grenzen van de opera niet, maar componeerde binnen de geëffende paden muziek die zich in het gehoor wurmt. Het soort muziek dat de besognes van de dagelijkse sleur doet vergeten.

Voor de cast en het orkest van De Munt onder leiding van Alain Altinoglu is de muziek ook een feest, zo bleek op de première dinsdagavond. Patricia Petibon als Stella (en haar drie alter ego’s), Eric Cutler als Hoffmann, Michèle Losier als muze en Gábor Bretz als de slechterik lijken wel de tijd van hun leven te hebben. Tenzij Warlikowski hen gevraagd heeft om die speelvreugde te acteren. Je kan het niet helemaal uitsluiten bij hem.

Tot 2 januari, www.demunt.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud