Advertentie
interview

‘We mogen geen witte Vlaamse eilanden zijn'

©Saskia Vanderstichele

Twee Vlaamse culturele symbolen in Brussel zijn jarig. Een gesprek met AB-directeur Dirk De Clippeleir en Beursschouwburg-baas Tom Bonte. ‘Wij zijn bruggenbouwers.’

De Ancienne Belgique viert zijn 35ste verjaardag onder de voogdij van de Vlaamse Gemeenschap. Twee straten verder bereidt de Beursschouwburg een gouden jubileum voor. In februari bestaat het kunstencentrum, waar ooit U2 op het podium stond, 50 jaar. Het Vlaams Parlement hield gisteren een academische zitting over de rol van beide Vlaamse instellingen in het meertalige Brussel.

Dirk De Clippeleir: ‘De AB en de Beursschouwburg zijn allebei begonnen als Vlaams cultureel uitroepteken in een niet-Vlaamse stad. Zoveel jaren later is de vraag: hoe relevant is dat Vlaams karakter nog in een stad die elke dag internationaler wordt?’

We moeten van de Vlaamse overheid ons Vlaamse karakter beklemtonen. Maar ik vraag de regering: wat is Vlaams?
tom bonte
beursschouwburg-directeur

En wat is het antwoord?
Tom Bonte: ‘Als hoofdstad van Vlaanderen, België en Europa is Brussel een geweldige vitrine voor onze instellingen. Zolang Vlaanderen vindt dat Brussel zijn hoofdstad is, hebben we ontegensprekelijk onze rol te spelen als toonplek van kunstenaars van overal. Het zou erg vreemd zijn mocht Vlaanderen niets meer met ons te maken willen hebben.’

Zowel de Beursschouwburg als de AB programmeert zeer internationaal. Tracht de Vlaamse regering u in een meer ‘Vlaamse’ richting te duwen?
Bonte: ‘Ik heb nog geen enkele artistieke druk in die richting gevoeld. In het regeerakkoord staat nochtans explicieter dan in het vorige dat de Vlaamse instellingen hun Vlaamse karakter moeten beklemtonen. Onze vraag aan de Vlaamse regering: wat verstaat u onder Vlaams? Zolang die invulling breed is, maak ik me geen zorgen. We tonen veel werk van Vlaamse kunstenaars die met een open vizier naar de wereld kijken. Maar als je dat Vlaamse karakter puur ‘talig’ gaat bekijken - Nederlandstalige kunst dus - dan kunnen we daar in een internationale stad als Brussel al veel minder kanten mee uit.’

Bereikt u voldoende Nederlandstaligen?
Bonte: ‘Met 40 procent Nederlandstaligen is ons publiek behoorlijk Vlaams. Verhoudingsgewijs komen bij ons meer Vlamingen over de vloer dan er in Brussel wonen.’

Dirk De Clippeleir
  • Sinds maart 2011 directeur van de Brusselse concertzaal AB.
  • Ex-directeur van Universal Belgium.
  • 52 jaar.

 

Tom Bonte
  • Sinds april 2011 directeur van het kunstencentrum Beursschouwburg.
  • Ex-programmator in DeSingel en Vooruit.
  • 37 jaar.

Dirk De Clippeleir: ‘Bij ons bestaat 60 procent van het publiek uit Vlamingen. Minister Sven Gatz heeft ergens gezegd dat hij het met ons eens over onze Nederlandstalige programmatie wil hebben. Laat hem maar komen: we staan recht in onze schoenen. Een derde van de artiesten die bij ons een podium krijgen, komt uit Vlaanderen. Anders dan in de Beursschouwburg is dat wel ‘talig’. Hannelore Bedert zingt in het Nederlands, Triggerfinger niet. Maar ook in de Nederlandstalige muziek zit de verhouding goed. Als Yevgueni een nieuwe plaat maakt, staat die bij ons. Al is dat niet gemakkelijk, hè. Nog maar 10 procent van de Brusselaars zijn Vlamingen. Zelfs onze grote Nederlandstalige namen trekken verhoudingsgewijs weinig volk. Toen Clouseau het Sportpaleis 20 keer liet vollopen, kwamen bij ons maar 600 mensen naar Clouseau kijken.’

Hoe ziet u uw rol als Vlaamse cultuurhuizen in een meertalige stad?
De Clippeleir: ‘We zijn bruggenbouwers. Vanuit onze relatief kleine gemeenschap zijn we verplicht bruggen te bouwen naar andere gemeenschappen. We mogen geen witte Vlaamse eilanden zijn. De AB slaagt daar programmatorisch goed in. We programmeren zeer breed. Toch zijn er veel gemeenschappen in Brussel die we níét in de AB krijgen, zoals de Marokkaanse. De afspiegeling moet dus veel beter. Maar hoe?’

De zaal op het gelijkvloers van de Brusselse Beursschouwburg. ©FRANCE DUBOIS

Bonte: ‘Geen enkel cultuurhuis in Brussel kent het antwoord op die vraag. Tegenwoordig zetten we met de Beursschouwburg extra in op de expatgemeenschap. Dat is relatief gemakkelijk. Die mensen zijn geschoold, waardoor onze inhoud voor hen toegankelijk en behapbaar is. Voor sommige allochtone groepen is dat wegens hun lagere scholingsgraad moeilijker.’

Ik verzet me tegen het beeld van de AB als vet kapitalistisch zwijn dat veel geld verslindt.
Dirk De Clippeleir
Directeur AB

De Clippeleir: ‘Of omdat ze hun cultuur anders beleven. Twee jaar geleden hadden we een fantastische Congolese groep op bezoek. We waren zwaar gaan afficheren in Matonge (de Congolese wijk in Brussel, red.). Zonder resultaat. Waarom? Omdat Congolezen hun muziek anders beleven. Ze gaan ’s namiddags naar concerten, in familieverband. Helemaal fout was dat die groep uit gehandicapten bestond. Ze dachten: zeg mannekes, zijn jullie met ons aan het lachen? Wij kennen die culturele gevoeligheden niet.’

Wat zijn de gevolgen van de besparingen voor uw instellingen?
Bonte: ‘Bij ons gaat er 7,5 procent af, of 95.000 euro per jaar. Ik kan dat opvangen zonder mensen te moeten ontslaan. Ook ons artistiek budget blijft nagenoeg gehandhaafd. Het publiek gaat er weinig van merken. Ik mag eigenlijk van geluk spreken. Ik krijg nog altijd 1 miljoen euro. Maar wat met de vele startende kunstenaars en kleine organisaties die ook 7,5 procent moeten besparen? Ze zullen minder kunnen doen, terwijl van hen net de dynamiek komt. Ze zwengelen de motor van de vernieuwing aan.’

Het sparen van de grote culturele instellingen is zoals grote kapitalen meer ontzien dan de minder grote.
Tom Bonte
Directeur Beursschouwburg

De Clippeleir: ‘De AB moet als een van de grote acht instellingen 2,5 procent inleveren. In de praktijk komt dat neer op een kleine 60.000 euro per jaar. Dat valt goed mee, omdat subsidies maar 20 procent van onze middelen uitmaken. Een voorafname op wat Tom nu gaat zeggen: waarom moet de AB als grote instelling maar 2,5 procent besparen en de kleinere huizen 7,5 procent? Wel, de Vlaamse regering zegt: we ontzien de acht Vlaamse instellingen die we als onze kroonjuwelen beschouwen meer dan de rest. Dat is een politieke keuze.’

Bonte: ‘Neen, dat is een ideologische keuze. De Vlaamse regering spaart de gevestigde waarden, de organisaties met een sterke uitstraling. Het sparen van de grote cultuurinstellingen is vergelijkbaar met de logica waarbij de grote kapitalen meer worden ontzien dan de rest van de samenleving.’

De Clippeleir: ‘Dat is een oneerbiedige vergelijking. Ik verzet me tegen het beeld dat de AB een vet kapitalistisch zwijn is dat veel geld verslindt. Ons budget bestaat voor 80 procent uit eigen inkomsten. Daarbij geeft geen enkele andere muziekinstelling in Vlaanderen zoveel jonge artiesten een kans. Dankzij onze grote zaal - die onze economische motor is - slagen we erin veel eigen middelen te genereren die we investeren in jong talent. Het is gevaarlijk om te zeggen: haal het geld maar bij de rijken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud