Als de waarheid een bevrijding wordt

©vrt

Voor wat 25 jaar geleden in Rwanda gebeurde, bestaan geen woorden. Enkel cijfers: in 100 dagen werden 800.000 mensen vermoord. In ‘Terug naar Rwanda’ vertelt Canvas vijf verhalen. ‘Ik overleefde dankzij de lijken van mijn familie.’

Op 3 april 1994 verloor Johan Museeuw nipt de Ronde van Vlaanderen tegen Gianni Bugno, een week later sneuvelde hij in Parijs-Roubaix. Andrei Tchmil won. Daar waren wij dus mee bezig. Je denkt er al aan na een paar minuten van de eerste aflevering van ‘Terug naar Rwanda’, vanavond te zien op Canvas. Régine Bategure bakt, samen met haar dochter Katia, een cake. Ze vertelt Katia hoe ze aan haar naam kwam: Régines nichtje heette ook Katia en het was een eerbetoon aan dat overleden nichtje. ‘Ze zag dat er militairen kwamen om iedereen te liquideren’, zegt ze. ‘Deze keer gaan ze ons vermoorden, zei ze. Dat is het laatste dat ze tegen me gezegd heeft.’

Kort

De Rwandese genocide gebeurde tussen 6 april en 18 juli 1994 en kostte het leven aan zeker 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s. Het conflict werd, na de moord op de Rwandese president Habyarimana, aangevuurd door Radio Mille Collines. Ook tien Belgische blauwhelmen werden op 7 april 1994 vermoord.

Wat heeft dat met wielrennen te maken? Helemaal niets. Alleen het moment en daardoor ook het perspectief: tussen die twee koersen werd op 6 april een vliegtuig neergeschoten met aan boord president Juvénal Habyarimana. Dat zette een ongekende moordmachine op Tutsi’s en gematigde Hutu’s in gang in het voormalige Belgische mandaatgebied. 800.000 mensen werden afgeslacht, met geweren en machetes, een niemand ontziende golf van bloed die van vredig naast elkaar levende buren plots vijanden maakte.

Het zijn cijfers en feiten die te groot zijn om te bevatten. Zo gaat het altijd met de geschiedenis. Zes miljoen Joden vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog? Het cijfer ontmenselijkt. Tot die Joden namen krijgen: Abendsztern, Kippelstein, Lebovic. Met de Rwandese genocide is het net zo. Pas als Régine, Imana, Victor en Epiphanie namen en woorden krijgen, wordt de wreedheid duidelijk. Pas als ze kunnen vertellen over Grâce Tangimpundu, Ildefonse Ngaramba en dus Katia Bucyana worden de getallen mensen. En werkelijkheid.

Het is de grote kracht van ‘Terug naar Rwanda’, gemaakt door productiehuis De chinezen. ‘We wilden dat mensen elkaar ontmoetten om te zien wat er na 25 jaar zou gebeuren’, zegt programmamaker Joost Vandensande. ‘We bleven bewust weg van de politieke kant van het verhaal. Daar kun je kritiek voor krijgen, dat besef ik. Maar het ging ons om de mensen zelf.’ Wie ooit ‘Is dit een mens?’ van Primo Levi las, weet wat mensen kunnen zijn.

De menselijke veerkracht is enorm. Ik denk dat woede verhindert door te gaan.
Joost Vandensande
programmamaker De chinezen

Wreedaardige beesten, maar ook veerkrachtige wezens die er, in of na de allerdiepste ellende, in slagen op te staan. Vooruit te kijken. Het is het meest wrange boek en tegelijk het meest hoopvolle. Dat doet ‘Terug naar Rwanda’: je wordt diep in het menselijke moeras getrokken, maar je krijgt door de tijd die heelt en die een sluier over de hel trekt, een blik op hoe mensen weer mensen kunnen worden. Régine was 16 toen ze op 9 april 1994, samen met haar familie, wilde vluchten maar nét te laat was. Ze hoorde de woorden van Katia, ze zag de beestachtige slachting. Een voor een stierven ze. ‘Ik overleefde dankzij de lijken van mijn familie die op mij vielen’, zegt ze.

Sekamane en Ntare stonden aan de andere kant van de linie en zitten vandaag aan de andere kant van de tafel in de gevangenis van Nyanza. ‘We voelden ons allemaal Rwandezen’, zegt Sekamane. ‘We waren niet met verschillen bezig.’ Maar die moord op Habyarimana veranderde alles. Plots waren Rwandezen Hutu’s en Tutsi’s, soms op basis van neusmetingen vastgesteld. Sekamane en Ntare werden, op zijn minst medeplichtige, moordmachines. Nu kijkt Régine - die eind jaren 90 naar België kwam en met Willy trouwde - hen in de ogen. Of dat probeert ze, want in die gevangenis zorgt schaamte voor ontwijkende blikken. Ze stelt vragen: waarom, wat, wie? Régine vraagt door. ‘Jullie hebben de kinderen in een beerput gegooid?’ Schuifelend geven Sekamane en Ntare toe. Régine: ‘Ik wil jullie ondanks alles bedanken voor de ontmoeting.’

‘De veerkracht is enorm’, zegt Vandensande. ‘Ze zei: ‘Ik zat zo vol woede, maar ik heb die daar achtergelaten.’ Hoe doe je dat? Ik denk dat de waarheid kennen een soort bevrijding bood. Woede verhindert mensen door te gaan.’

Warm camerawerk

Die zoektocht naar de waarheid is de rode draad in deze reeks die beklemt, ook door de waardige manier van vertelling en door warm camerawerk. Op geen enkel moment wordt bewust naar tranen gezocht, ingezoomd, op effect gejaagd. Er is schaamte, dat zeker. Bij Sekamane en Ntare, maar ook bij Dominique en Pascal, twee Belgische paracommando’s die in de Don Bosco-school gekazerneerd waren en plots het bevel kregen de school te verlaten. Ze lieten duizenden daarheen gevluchte Tutsi’s achter.

Voor het eerst terug in Rwanda zitten ze oog in oog met Appoline en Yvonne, twee vriendinnen die die hel toch overleefden. Zelfs dát ze er zijn is opmerkelijk en zegt ook iets over hoe een mens omgekeerd bevrijd kan worden van de last van het verleden. Ze durven te zeggen dat dit niet had mogen gebeuren.

Natuurlijk komt ook de dood van tien Belgische blauwhelmen aan bod. ‘Wat me opviel’, zegt Vandensande, ‘is dat de tegenstellingen tussen Rwandezen in België veel groter zijn gebleven dan de tegenstellingen in Rwanda. ‘Ginder bleven de mensen nadien toch weer op elkaar aangewezen om verder te kunnen. Zo woont Epiphanie naast François, de man die haar dochter vermoord heeft. Ook zij verklaart dat met hetzelfde: ‘Hij heeft me de waarheid verteld.’

Aan Johan Museeuw denk je niet meer na het zien van ‘Terug naar Rwanda’. Je schaamt je er een beetje voor.

‘Terug naar Rwanda’ is vanaf vanavond om 21.20 uur te zien op Canvas.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect