‘Misschien kan het geen kwaad eens op onze bek te gaan'

©Siska Vandecasteele

Met een derde Emmy op de schouw breide het productiehuis Shelter dit jaar een vervolg aan een onwaarschijnlijke succesreeks. Aan de 31-jarige Sofie Peeters om ook de toekomst in goede banen te leiden. ‘We zijn te veel controlefreaks om echt groot te worden.’

De creatieve motor en het bekendste gezicht van Shelter is Tim Van Aelst. Maar minstens even belangrijk is de stillere kracht aan zijn zijde. Sofie Peeters startte in het prille begin bij Shelter als runner - tv-taal voor manusje-van-alles - maar werkte zich snel op. Vandaag is de 31-jarige Antwerpse niet enkel verantwoordelijk voor de zakelijke kant van het verhaal. Ze doet ook uitstapjes als maker, met onder andere de eindverantwoordelijkheid over de jongste Emmy-laureaat ‘Hoe zal ik het zeggen?’. Sinds vorig jaar zijn Van Aelst en Peeters - ook privé een koppel - samen ook volledig eigenaar van het huis, nadat het duo VTM-moeder Medialaan uitkocht.

De toegift

In onze eindejaarsreeks ‘De toegift' blikken we terug op het culturele jaar. Dat gebeurt in acht gesprekken met mensen die 2018 kleur gaven.

Morgen: Leen Laconte over #MeToo in de kunstwereld

Het was de bedoeling met beiden te spreken. Maar op een druilerige donderdagochtend zit enkel Peeters voor ons in een koffiebar op het Antwerpse Zuid. Van Aelst geeft verstek. Hij heeft al maanden last van fysieke klachten, het gevolg van het helse tempo dat hij zich als perfectionist oplegt. ‘Het ging even beter’, zegt Peeters. ‘Maar na de Emmy-uitreiking in New York ging het weer de foute kant op. Hij wil alles blijven controleren, maar eigenlijk mag hij dat gewoon niet meer. Dat voelt hij gelukkig ook steeds beter aan. Tot aan de paasvakantie laten we hem even met rust, en neem ik alleen de leiding. En eerlijk: ik zal hem natuurlijk missen, maar ik heb er best zin in.’

De gedachte alleen een bedrijf te moeten leiden waarvan het eindproduct zo zichtbaar is, het zou veel 31-jarigen afschrikken. Maar het zit Peeters in het bloed. Als kind speelde ze niet met poppen, maar met telefoonboeken en Excel-tabellen, zegt ze. ‘Ik heb mezelf nooit een creatief persoon gevonden. Ik kan niet tekenen en speel geen instrument. Thuis zat ik achter een bureautje planningen te maken en te doen alsof ik belangrijke telefoontjes ontving.’ (lacht)

Continu testen is de sleutel tot ons succes. Elk klein dingetje wordt bekeken door 40 à 50 mensen die we niet kennen.
Sofie Peeters
televisiemaakster

Dat ze nu haar organisatorische talent mag koppelen aan creatieve uitstappen is toevallig gegroeid. ‘Bij Shelter werd ik omringd door creativiteit en na een tijdje werd ik ook echt betrokken. De makers wilden weten wat ik als buitenstaander van bepaalde ideeën vond. Ik was de onbevangen blik. Dat heeft me getriggerd. Ik heb toen gevraagd eens een programma te mogen leiden en dat is gelukt. Blijkbaar zit er dus toch iets creatiefs in mij. Dat zal me helpen, nu Tim even wegvalt en ik ook zijn rol overneem. Maar het is niet de bedoeling het zakelijke met het creatieve te blijven combineren. Ik zal moeten kiezen.’

Is dat dan zo’n onmogelijke combinatie?
Sofie Peeters: ‘Dat is voor een deel een praktische keuze. Er zijn nu eenmaal maar zoveel uren in een dag. Maar die twee combineren, is vooral een permanent gevecht in je hoofd. Je wil creatief de beste beslissing nemen, maar tegelijk moet je jezelf de hele tijd afremmen, omdat je weet dat je met een budget werkt. Zo’n dubbele pet is geen optimale combinatie. De creatieven moeten de strijd aangaan met de budgetbeheerder. Dat ik die twee nu verenig, voelt een beetje schizofreen aan.’

Tom Lenaerts beschrijft het runnen van een klein productiehuis als een permanent gevecht tegen je goesting. Herkenbaar?
Peeters: ‘Ja, dat vat het wel. Als je klein bent, moet je heel goed kiezen wat je doet. Want je bent met je hele ploeg meteen vertrokken voor twee jaar. Wij hebben nu twee ideeën liggen. Daar gaan we er een van kiezen. De twee kunnen we niet doen. Dan weet je: dit is waar ik de komende twee jaar van wakker ga liggen.’

Je kan ook uitbreiden.
Peeters: ‘Klein blijven is een bewuste keuze omdat we over alles tot in de details willen waken. We zijn controlefreaks. Het afgelopen jaar hebben we toevallig twee dingen tegelijk gedaan. De aandacht verdelen, was erg lastig. Ik mag er niet aan denken dat we tien producties tegelijk hebben lopen. Dan word je meer manager dan maker. We werken liever samen met mensen dan ze van bovenaf aan te sturen.’

Groen-politicus Kristof Calvo in 'Hoe zal ik het zeggen?'

Is dat waken over de details het geheim van Shelter?
Peeters: ‘Voor een stukje wel. Ik geloof dat wat je maakt beter wordt als je er wakker van ligt. Maar de sleutel tot ons succes is vooral dat we continu dingen testen. We stellen ons in elke schakel van het proces kwetsbaar op. Elk klein dingetje wordt bekeken door 40 à 50 mensen die we niet kennen, die ons letterlijk punten geven. Wat niet goed scoort, haalt het scherm niet. Dat is de Shelter-methode. Scoort iets zes op tien, dan is het niet goed genoeg. Dan beginnen we opnieuw.’

Gebeurt het vaak dat de mening van het testpubliek afwijkt van jullie eigen intuïtie?
Peeters: ‘Dat gebeurt wel eens, ja! (lacht) Het beste voorbeeld is de muggensketch uit ‘Wat als’ (Wat als muggen nog irritanter waren?, red). Wij waren ervan overtuigd dat dat het slechtste was dat we ooit hadden gemaakt. In de montage keken we daar met open mond naar. ‘Dit mag nooit iemand zien’, zeiden we. We hebben die sketch toch getoond en het bleek een van de hoogst scorende sketches die we ooit hebben gemaakt, een 9,3 op 10. Dan gooien we die toch op antenne en blijkt dat die sketch ook op sociale media het meest scoort. Dan klopt het, hè. Die 50 mensen hadden gelijk, wij hadden ongelijk.’

Hebt u ooit iets op het scherm gebracht waar u niet achter stond?
Peeters: ‘Nee. Voor het eerste seizoen van ‘Wat als?’ hebben we eens een sketch gemaakt die speelde met een raciaal stereotype. In de visie scoorde die goed. Maar achteraf voelden we ons daar niet goed bij, dus is die geschrapt.’

©Siska Vandecasteele

‘Je kan je soms zo verliezen in een mop dat je de mens erachter niet meer ziet. Maar dat willen we ons niet permitteren. ‘Wat als’ zijn sketches. Daar doe je niemand kwaad mee. Maar in ‘Hoe zal ik het zeggen’ werken we voor het eerst met echte mensen. Dat schept verantwoordelijkheid. We willen niet scoren ten koste van anderen.’

Volgend jaar komt met ‘Studio Tarara’ voor het eerst een dramareeks van Shelter op tv. Is het als comedyredactie moeilijk drama te maken?
Peeters: ‘‘Studio Tarara’ is begonnen als iets dat vooral grappig wilde zijn. Gaandeweg is dat uitgegroeid tot iets meer, iets dat mocht binnenkomen bij de mensen. Het verhaal speelt zich af in de coulissen van een sketchshow, dus er is nog humor mee gemoeid. Maar gaandeweg verliezen de personages zich in een spiraal van zelfdestructie.’

Awardmachine Shelter
Awardmachine Shelter

Het productiehuis Shelter werd in 2009 uit de grond gestampt door Tim Van Aelst, Tom Baetens en Bart Cannaerts. Vandaag wordt het geleid door Van Aelst en Sofie Peeters.

In zijn relatief korte geschiedenis heeft Shelter zich ontpopt tot een absolute prijzenpakker. Het productiehuis won al drie Emmy’s en twee Gouden Rozen. De jongste Emmy kwam er voor ‘Hoe zal ik het zeggen?’, een programma waarin vervelende boodschappen op een grappige manier worden gebracht.

‘Is dat moeilijker om te schrijven? Goeie vraag. Ik denk dat als je goede comedy kan schrijven, je waarschijnlijk ook drama kan schrijven. Eerder dan omgekeerd. Schrijven is schrijven, maar niet iedereen is grappig. De eerste regel van comedy schrijven is: ‘write it like a drama first’. Je basis is altijd een verhaal, waar je dan eventueel humor aan toevoegt. Waarmee ik niet wil zeggen dat het gemakkelijk was. We hebben veel bijgeleerd.’

Jullie scoren al negen jaar opmerkelijk goed. Is falen nog een optie?
Peeters: ‘Ik denk eerlijk gezegd dat een flop opluchting kan veroorzaken. Misschien doet het wel deugd eens op onze bek te gaan.’

Dat is niet het antwoord dat ik verwachtte.
Peeters: (lacht) ‘Nee, waarschijnlijk niet. Maar het is wel zo. Ik merk dat mensen bij ons wel eens angst hebben om het niet goed te doen. Dat heeft ermee te maken dat ze weten dat de lat hoog ligt. Iedereen heeft het gevoel dat hij niet mag falen. Dat brengt een ongelooflijke druk mee.’

‘We hebben in de kantoren van Shelter een grote muur met alle gewonnen awards. Daar zit de productie een hele dag met haar neus op. We gaan binnenkort verbouwen en dan gaat die muur eruit. Weg ermee. Die prijzenmuur zegt: hier wordt niet gefaald. Terwijl dat onze filosofie niet is. Natuurlijk wil je niet mislukken. Maar als het eens gebeurt, is dat niet het einde van de wereld.’

Jullie hebben vorig jaar Shelter overgenomen van Medialaan. Waarom was dat nodig?
Peeters: ‘Wij zijn het soort mensen dat wakker ligt van zijn werk en dat mee op vakantie neemt. Maar op het einde van de rit was waar we zo hard voor werkten niet van ons. Na een tijd klopte dat niet meer in mijn hoofd. Als je ergens zo in geïnvesteerd hebt, wil je dat het ook van jou is. Bovendien was er een praktisch probleem. Als onderdeel van een zender kan je geen beroep doen op het Vlaams Audiovisueel Fonds of taxsheltergeld. Zonder die steun kan je de facto geen fictie maken. Nu kan dat wel.’

Afsluitend: wat is de beste tv die er het afgelopen jaar is gemaakt?
Peeters: ‘Internationaal ben ik weggeblazen door ‘The Handmaid’s Tale’. Het fascineert me hoe graag ik kijk naar iets dat eigenlijk vreselijk is om naar te kijken. In België? Doe dan maar ‘Taboe’. Toen ik in de televisiewereld begon te werken, viel ik van mijn stoel toen ik zag hoe duur dat allemaal is. Daarom is het ook mijn ambitie iets relevants te doen met al dat geld. Niet moraliserend, daar kijkt niemand graag naar. Maar als je erin slaagt zo’n diepere laag te leggen in een entertainend programma, zoals ‘Taboe’ is gelukt, maak je iets bijzonders.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n