Advertentie
Advertentie
interview

‘Financiële prikkels zijn niet zaligmakend’

©Hatim Kaghat - free of use

Johannes Spinnewijn van de London School of Economics pleit voor meer gerichte experimenten en de constante evaluatie ervan om meer mensen in ons land aan het werk te krijgen. ‘We moeten focussen op wie activeerbaar is.’

Meer mensen moeten aan het werk om onze overheidsfinanciën op orde te krijgen, en ze moeten naar het juiste werk om de honderdduizenden vacatures van bedrijven ingevuld te krijgen. De grote vraag is hoe. Oplossingen op maat zijn nodig om meer mensen te activeren, benadrukt econoom Johannes Spinnewijn, professor aan de London School of Economics. En daarvoor moeten we veel meer experimenteren met gericht beleid en constant evalueren om te weten wat werkt en voor wie.

‘De data uit administratieve registers zijn er. Die moeten we structureel gebruiken om pijnpunten te identificeren en beleidsmaatregelen te evalueren in plaats van ervan uit te gaan dat we zo maar oplossingen kunnen aanreiken die meteen werken. Geen enkel bedrijf weet op voorhand wat de beste manier is om een product te verkopen, en dus experimenteren ze. Waarom niet als overheid hetzelfde doen om de moeilijke problemen op de arbeidsmarkt aan te pakken? Zonder dat je te veel onzekerheid creëert natuurlijk.’

Geen enkel bedrijf weet op voorhand wat de beste manier is om een product te verkopen, dus experimenteren ze. Waarom niet als overheid hetzelfde doen?
Johannes Spinnewijn
Econoom

‘Stel, er komt iemand bij de VDAB die net zijn werk heeft verloren. Op basis van alle beschikbare data van die persoon kunnen modellen het risico inschatten of die in langdurige werkloosheid verzeilt. Als dat hoog is, moeten we proberen die persoon meteen te begeleiden om zo snel mogelijk weer aan het werk te geraken. Of als voorspeld wordt dat hij of zij binnen drie maanden weer aan het werk zal zijn, is er geen nood om er middelen aan te besteden of die persoon lastig te vallen met administratieve verplichtingen. De VDAB gebruikt sinds kort zulke modellen, maar kan nog een stap verder gaan om haar eigen interventies te evalueren.’

Dat levert soms tegendraadse resultaten op. Uit empirisch onderzoek van enkele jaren geleden concludeerde Spinnewijn - in tegenstelling tot de intuïtie van veel collega-economen - dat werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd niet zaligmakend is. ‘Over langdurige werkloosheid hebben we te lang gedacht dat het een val is waarin iedereen terecht kan komen, en waar we ze met financiële prikkels voor moeten behoeden of weer uit moeten krijgen. Maar we kunnen dus heel goed voorspellen voor wie het moeilijk is om de weg naar werk terug te vinden. Hen financieel prikkelen, door ze te sanctioneren en euro’s weg te nemen, werkt niet om hen weer aan de slag te krijgen. Bovendien hebben langdurig werklozen meer baat bij die extra euro’s.’

Wat zou kunnen helpen om de vele mensen die nu niet werken te activeren?

Johannes Spinnewijn: ‘De aanpak moet zo persoonlijk mogelijk worden. Wat dat dan exact is, kan verschillen. Ik denk aan mensen begeleiden, beter informeren, aanbevelingen geven voor heroriëntatie zodat ze breder naar een job gaan zoeken. Daarvan zien we positieve effecten. Of trainen en echt herscholen. Je kan proberen bedrijven incentives te geven om langdurig werklozen aan te werven, maar het blijft zaak om na te gaan wat impact heeft.’

De Belgische werkzaamheidsgraad is met 70 procent te laag. Maar er zijn grote verschillen, naast de regionale.

Spinnewijn: ‘Het probleem zit voor een groot deel bij ouderen. Bij mensen tussen 60 en 65 is maar 40 procent aan het werk. Het goede nieuws is dat de trend wel positief is, want tien jaar geleden was het maar 25 procent. Dat komt heel waarschijnlijk door de afbouw van het brugpensioen. Daarnaast is de werkzaamheidsgraad vooral te laag bij laaggeschoolden, en daar is de trend zorgelijker. Het toont hoe groot het belang van onderwijs en opleiding is en zal blijven. Het betekent dat we onderwijs nog beter moeten afstemmen op de arbeidsmarkt. Ook al zal dat nooit perfect zijn. Het belang van heroriëntering later in carrières is niet te onderschatten.’

‘Een ander probleem is de grote toename in langdurige invaliditeit. Die is disproportioneel groot bij laaggeschoolden en vooral bij ouderen. Het afschaffen van het brugpensioen heeft ook meer mensen op invaliditeit gezet. Dat zijn allemaal communicerende vaten en maatregelen die je samen moet bekijken.’

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) stelde deze week voor zestig coaches in te zetten om de 500.000 langdurig zieken weer aan de slag te helpen.

Spinnewijn: ‘Wat is het omgekeerde van het spreekwoord ‘met een bazooka op een mug schieten’? Nu, te zijner verdediging, het principe is wel goed. Met name: mensen gericht begeleiden. We moeten niet alle werklozen proberen herop te leiden vanaf dag één of alle mensen die invalide zijn meteen pushen weer op de arbeidsmarkt te gaan. Sommige mensen zijn te ziek om ooit terug te keren. En sommigen gaan vanzelf terugkeren. Dus we moeten focussen op degenen die activeerbaar zijn. Maar ik hoop dat het hier niet bij blijft. Het probleem bestaat in veel landen, maar Zweden en Nederland hebben het gekeerd door bedrijven te responsabiliseren.’

Ook bij mensen met een migratieachtergrond is de werkzaamheidsgraad ondermaats.

Spinnewijn: ‘Dat gaat vaak gepaard met scholing. En ook: we nemen vaak maatregelen die mensen niet bereiken. Bijvoorbeeld: in België kunnen mensen weer deeltijds gaan werken zonder dat ze hun invaliditeitsverzekering volledig verliezen. Maar die maatregel wordt vrijwel door niemand gebruikt. De hypothese is dat de informatie gewoon niet doorstroomt. Dat is ook een probleem dat je moet aanpakken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud