‘Gezonde stad lijkt op dorp van vroeger’

In Parijs worden de Champs-Élysées en de omgeving van de Arc de Triomphe omgevormd tot een groene fiets- en wandelboulevard. ©pca-stream

De toekomst is aan de steden, zo horen we almaar vaker. Maar zal in die steden ook plaats zijn voor gezonde mensen? Volgens de urbaniste Marianne Lefever lukt dat alleen als we minder in hokjes denken.

Misschien moet je wel geboren en opgegroeid zijn in de ruimtelijke jungle die België heet om het idee op te vatten dat steden niet alleen bereikbaar en betaalbaar, maar ook leefbaar en gezond moeten zijn. De Vlaamse architecte en urbaniste Marianne Lefever is een van de experts uit die denkschool.

Lefever helpt steden om zichzelf heruit te vinden en economische voorspoed te verzoenen met gelukkige inwoners. Ze werkt voor het bureau PosadMaxwan in Den Haag, waar ze ook woont. In het Canadese Toronto richtte ze de spin-off Healthy City Global op, een bureau dat gespecialiseerd is in gezonde verstedelijking.

Marianne Lefever, architecte en urbaniste.

Een rode draad in haar discours is het belang van nabijheid. ‘Het is heel belangrijk dat mensen elkaar in een wijk kunnen leren kennen, dat er ruimte is voor toevallige ontmoetingen. We moeten een beetje de nostalgie naar het dorp terugbrengen die we in de steden verloren zijn.’

Lefever gelooft sterk in het idee van de ‘vijftienminutenstad’: een stad waar alle basisvoorzieningen, niet alleen winkels maar ook onderwijs, ontspanning en cultuur, in hoogstens een kwartier bereikbaar zijn met de fiets of te voet. De Parijse burgemeester Anne Hidalgo is de bekendste proponent van dat concept, waarmee ze vorig jaar ook haar herverkiezing won (zie inzet).

Dat politieke enthousiasme is vrij recent. ‘Toen ik 15 jaar geleden begon te werken rond duurzame stedenbouw was dat nog moeilijk te verkopen, er werd wat lacherig over gedaan. Ik merk wel dat het idee van gezonde steden een makkelijker verhaal is om te brengen, wellicht omdat gezondheid ons persoonlijker raakt dan het klimaat’, zegt Lefever.

‘Veel problemen die al langer bestonden, zoals het tekort aan groene openbare ruimte, zijn door de pandemie op scherp gezet. Het beleid is van de bewustwordingsfase heel snel naar de actiefase overgegaan.’

Misschien zelfs te snel? Is er voldoende oog voor het grotere plaatje?

Marianne Lefever: ‘Het gevaar bestaat inderdaad dat men nu een paar snelle maatregelen neemt en dat het daarbij blijft. Je ziet bijvoorbeeld dat er te weinig speeltuinen zijn en gaat dus extra speeltuinen aanleggen. Dan stel ik de vraag of dat wel de juiste oplossing is. Volgens mij is het probleem dat onze steden te weinig inclusief zijn. Zijn er ook voldoende andere ruimtes beschikbaar waar kinderen kunnen spelen, en zijn die voor iedereen toegankelijk en veilig?’

Wat zijn wel goede ‘quick wins’? En wat moet op de lange termijn gebeuren?

Lefever: ‘Er is snelle winst te boeken door mensen meer te doen bewegen. Lijst op waar mensen tijdens die activiteiten tegenaan lopen en doe daar iets aan. Denk maar aan hittebestendige wandelroutes met meer schaduw en minder asfalt. Voor zulke ingrepen bestaat vandaag een draagvlak, want door de lockdowns begrijpen mensen het nut ervan.’

Voorlopige parkeergarages kunnen op de langere termijn worden omgevormd tot fietsparkings.
Marianne Lefever
Architecte en urbaniste

‘Ga ook op zoek naar missing links in de fiets- en wandelroutes. In Rotterdam hebben we alle routes gevisualiseerd waarlangs kinderen naar school kunnen lopen of fietsen. We merkten dat veel fiets- en wandelpotentieel verloren gaat door missing links, zoals gevaarlijke oversteekplaatsen.’

‘Op de langere termijn moet het beleid meer geïntegreerd zijn. Het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid heeft een grote doelstelling: tegen 2040 elke burger vijf extra gezonde levensjaren bieden. Je kan dat bekijken vanuit de gezondheidszorg en inzetten op preventie van de meest voorkomende ziektes, maar je kan het ook bekijken door een ruimtelijke bril en gezondere steden bouwen. Idealiter doe je beide.’

De auto blijft een gevoelig thema. Heeft die een plaats in een gezonde stad?

Lefever: ‘Er is zeker nog plaats voor auto’s in de stad, maar dan in een ondersteunende en niet in een leidende rol. Ze zijn bijvoorbeeld nuttig voor gezinnen die zich ver buiten de stad willen verplaatsen. Maar in de stad moeten wandelen, fietsen en openbaar vervoer de leiding nemen.’

‘Vandaag wordt meer dan de helft van de publieke ruimte in steden opgeëist door de auto. Als auto’s de straten delen met andere vormen van transport moeten we die straten anders inrichten. Leg bijvoorbeeld in het midden een rijstrook aan met een snelheidsbeperking van 30 kilometer per uur, daarnaast een strook van 10 kilometer per uur en daarnaast eentje van minder dan 10. Zo maak je plaats voor een vervoermiddel als de elektrische step, in plaats van die simpelweg te verbieden.’

Wat met parkeren? Mensen willen zich niet blauw betalen om hun auto kwijt te kunnen.

Lefever: ‘Daar kan de trend naar deelmobiliteit helpen. Steden kunnen maken dat gezinnen vanaf hun woning gemakkelijk toegang hebben tot een hub met deelwagens.’

Parkeerplaatsen schrappen is snel en makkelijk, deelmobiliteit bevorderen gaat veel trager. Hoe kan de overheid die twee snelheden verzoenen?

Lefever: ‘Zeg altijd duidelijk wat in de plaats komt van wat verdwijnt. Je kan bijvoorbeeld voorlopige autogarages bouwen, die je op de langere termijn kunt omvormen tot grote fietsparkings. Vaak wordt gezegd dat de overheid eerst een draagvlak moet creëren, maar soms moet je maatregelen durven te nemen die op de langere termijn veel opleveren. Ook al moeten burgers daar wat aan wennen.’

‘Voor de grootste vijf steden van Nederland voeren we een project uit over een kwalitatieve mobiliteitstransitie. We bestuderen hoe knooppunten om makkelijk van het ene transportmiddel op het andere over te stappen er kunnen uitzien. We bekijken ook welke extra diensten zich rond die hubs kunnen vestigen.’

Is de vijftienminutenstad vandaag realiseerbaar of is die een verre droom?

Lefever: ‘Ik denk het wel, ook door de veranderingen die corona teweegbrengt. Zelfs werken kan nu in de buurt van waar je woont. Misschien komen er meer coworkinghubs waar je met mensen uit je buurt vanop afstand kunt werken. De leegstaande kantoren vormen een mooie opportuniteit om betaalbare woningen te creëren en het huizentekort aan te pakken.’

Marianne Lefever spreekt op 22 april op het and&festival in Leuven. andleuven.com

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud