Het hindernissenparcours naar ‘groene’ Lego-blokjes

©Photo News

Lego heeft voor het eerst een blokje gemaakt uit gerecycleerd pet. Een nieuwe stap in de complexe zoektocht naar duurzamere varianten van zijn iconisch plastic speelgoed, waarbij universiteiten en bedrijven als Avantium, Indaver en Ineos betrokken zijn.

Pet (po­ly­ethy­leen­te­ref­ta­laat) is een plasticsoort waar typisch frisdrankflessen van worden gemaakt. ‘Via recyclage kunnen we nu uit een zo’n afgedankte fles ongeveer acht klassieke Lego-blokjes maken’, zegt Tim Brooks, directeur duurzaamheid bij het Deense bedrijf, terwijl hij een grijs prototype toont. ‘Het is de eerste keer dat we pet als grondstof gebruiken.’ 

Lego, opgericht in 1916, schakelde in 1947 over van hout op plastic om speelgoed te maken. In 1958 patenteerde het zijn typische bouwsteentje: aan de bovenkant ronde noppen en hol aan de onderzijde. Het veroverde daarmee de wereld. De succesformule? Bijna onverwoestbare blokjes, met afmetingen tot op de honderdste millimeter nauwkeurig zodat alle stukjes uit elke set, van de jaren 70 tot nu, perfect op elkaar klikken en weer uit elkaar gehaald kunnen worden. Keer op keer. 

De essentie

Lego maakt 3.500 soorten bouwelementen, waarvan het alles samen bijna 100 miljard stuks per jaar verkoopt.

Het gebruikt daarvoor 20 soorten plastic, maar 80 procent is gemaakt van het ultrasterke petroleumderivaat ABS. 

Tegen 2030 wil Lego volledig overschakelen op duurzame materialen: gerecycleerd plastic of bioplastic. 

Lego is de grootste speelgoedfabrikant van Europa. In 2020 boekte het bedrijf 5,9 miljard euro omzet (+13 procent) en een nettowinst van 1,3 miljard euro (+19 procent). 

Lego maakt vandaag bouwsteentjes uit 20 plasticsoorten, maar veruit de belangrijkste pijler voor dat succes is ABS, voluit acrylonitril-butadieen-styreen. Een thermoplast met de perfecte eigenschappen voor alles wat de Denen willen bereiken: ultrasterk, stabiel, kleurvast en onverslijtbaar. Zowat 80 procent van het hele assortiment wordt daarvan gemaakt.

Half miljard

Technisch ideaal dus, maar in tijden van groeiend milieubewustzijn en het streven naar CO2-neutraliteit allerminst de weg voorwaarts. Om 1 kilogram ABS te maken is 2 kilogram petroleum nodig. Niet ideaal ook voor de reputatie van een bedrijf dat zich richt op toekomstige generaties. In interviews vertelde topman Niels Christiansen meermaals dat hij brieven krijgt van jonge Lego-fans die zich zorgen maken om het klimaat. 

Dus kondigde Lego in 2015 een strategische shift aan: tegen 2030 wil het bedrijf enkel nog ‘duurzame' grondstoffen gebruiken voor zijn speelgoed. Lees niet: geen plastic meer, lees wel: groener plastic. ‘Dat kan op twee manieren’, vertelt Brooks. ‘Ofwel met duurzamere grondstoffen.’ Dus geen kunststoffen op basis van petroleumderivaten, maar op basis van biologische materialen, zoals planten, algen of zelfs koffieresidu. ‘Ofwel door plastic te recycleren. Ik schat dat dat het belangrijkste deel zal zijn.’

Tim Brooks, directeur duurzaamheid bij Lego. ©lego

Om de omslag te maken richtte Lego in zijn Deense thuisbasis Billund een Sustainable Materials Center op, waar nu zo’n 150 mensen werken. Sinds 2015 werd voor bijna een half miljard euro aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling aangekondigd. ‘We doen veel zelf. Voor het gerecycleerd pet hebben we zelf gezocht naar extra ingrediënten in het proces. Maar we werken uiteraard ook samen met universiteiten en enkele tientallen bedrijven.’

Antwerpen

Zo is er ABSolutely Circular, een Europees onderzoeksproject van chemiebedrijf Ineos - sowieso een belangrijke leverancier van Lego - en het Vlaamse milieutechnologiebedrijf Indaver voor gerecycleerd ABS. Vorige week werden de eerste 10 kilogram daarvan gemaakt bij Ineos in Keulen. In een volgende stap komt er een kleine productie in Antwerpen, met als pilootproduct een Lego-blokje.

Een ander voorbeeld: Lego stapte met onder meer de wasmiddelenfabrikant Henkel en de bierbrouwer Carlsberg mee in PEFerence, een project geleid door het in Brussel genoteerde groenechemiebedrijf Avantium om biologische kunststoffen te ontwikkelen. Er lopen ook partnerschappen met de consumentengoederenconcerns Danone, L’Oréal en Bic en de bandenfabrikant Michelin. 

Dat levert stilaan de eerste resultaten op. In 2018 stelde Lego een eerste kleine collectie voor gemaakt van polyethyleen op basis van suikerriet. Het ging om een set boompjes, plantjes en drakenvleugels. ‘Dat zijn meer flexibele elementen,' legt Brooks uit, ‘want het is een zachter materiaal dat niet geschikt is voor de harde blokjes.' 

De koppeling van de blokjes vraagt materiaal met extreme precisie. We hebben ABS vijftig jaar lang geperfectioneerd. Met de alternatieven zijn we zover nog niet.
Tim Brooks
Directeur duurzaamheid Lego

De suikerrietblokjes waren een belangrijke mijlpaal, maar bezwaarlijk de grote ommezwaai. Het materiaal is geschikt voor amper 2 procent van het aanbod. Maar nu is er dus het prototype uit gerecycleerd pet, dat mogelijk op grotere schaal kan worden ingezet.

Een cijfer wil Brooks daar niet op plakken. 'Zo veel mogelijk uiteraard. Maar we moeten nog stappen zetten om de productie te verhogen. We hopen het materiaal over 18 à 24 maanden effectief op de markt te hebben.’

Zweet

‘De omslag is bijzonder complex’, legt hij uit. ‘Wie kinderspeelgoed maakt, kan geen compromissen sluiten voor kwaliteit of veiligheid. We gaan daar ver in. We testen of onze blokjes bestand zijn tegen zweet of speeksel.’ Lego simuleert in proeven wat het effect is van bijten met een kracht van 22,5 kilogram op een blokje. En of niets van het blokje afbreekt als het onder een metalen schijf geplet wordt. 'Het mag niet krassen of veranderen van vorm of kleur als het lang in de zon ligt.'

De uitdaging is vervolgens dat de 'groene' blokjes dezelfde kleur en glans hebben, zelfs hetzelfde geluid maken. En vooral: met de perfecte koppeling. ‘Ons bedrijf is letterlijk gebouwd op blokjes die blijven vastzitten op elkaar en tegelijk makkelijk weer uiteen te halen zijn. Dat vraagt materiaal met een extreme precisie. We hebben ABS vijftig jaar lang geperfectioneerd. Met de alternatieven zijn we zover nog niet.’

Bij de experimenten duiken allerlei problemen op: de blokjes krimpen tijdens de productie in de mal, de kleur vergaat, ze blijven niet goed op elkaar zitten. ‘Het draait ook om het optimaliseren van onze machines. Maar verschillende materialen presteren ook verschillend. Sommige stoten water af, andere nemen water op. Sommige zijn statisch, andere niet. Sommige moet je spuitgieten met een grote schroef, andere met een kleine. Hoeveel of hoelang moet je koelen? Hoe krijg je het vlot uit de mal? Wie thuis al eens chocolade gemaakt heeft, weet dat zoiets allerminst evident is. We moeten dat allemaal goed krijgen.’

Composthoop

De vraag is hoe ‘duurzaam’ het ook allemaal echt is. De boompjes op basis van suikerriet kregen her en der kritiek. De manier waarop suikerriet in Brazilië wordt verbouwd heeft een enorme impact op het milieu. En de term bioplastic is voor veel mensen misleidend.

Het is een mythe dat die plantaardige kunststoffen makkelijker vergaan. Je kan het niet in de grond steken in de hoop dat het na een paar jaar verteert - het is hoogstens composteerbaar via industriële processen, niet via de composthoop in de tuin. Met andere woorden: de CO2-afdruk is een pak lager, maar het draagt evengoed bij tot de vervuilingsproblematiek als er onzorgvuldig mee wordt omgesprongen.

Hetzelfde geldt voor het gerecycleerde pet waarmee Lego nu uitpakt. Echt ‘groen plastic’ gaat niet alleen over de grondstof, of het productieproces, maar ook over het inzamelen, de verwerking en liefst over het vinden van alternatieven voor kunststoffen in het algemeen.

‘Dat is zo’, zegt Brooks. ‘Maar het is een geleidelijk proces en dit is wel een stap in de goede richting. De CO2-uitstoot van dit materiaal is 70 procent lager dan dat van nieuw gemaakt ABS. Het is een manier om afgedankte flessen een nieuw leven te geven. En daar zit nog marge op: wereldwijd wordt 50 procent van het petafval gerecycleerd.’

En de eigen Lego-blokjes recycleren? ‘Dat kan, maar dat is niet ons uitgangspunt. We mikken eerst en vooral op hergebruik. Ik heb net zelf mijn blokjes doorgegeven aan mijn zevenjarige zoon. Dat was best emotioneel. En dat is dan het voordeel: omdat ze zo lang meegaan en de oude blokjes op de nieuwe passen, overleven ze van generatie op generatie.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud