Advertentie

Scheepvaart zet alle zeilen bij tegen CO₂-uitstoot

Zeeschepen die op windkracht de oceaan overvaren, daarvoor moeten we zo’n 150 jaar teruggaan in de tijd. Maar na twee eeuwen waarin fossiele brandstoffen de overhand namen, zijn grote zeilschepen klaar voor een revival.

De commerciële scheepvaart is vandaag verantwoordelijk voor 2 tot 4 procent van de wereldwijde CO₂-emissies, afhankelijk van de ramingen. Een manier om die uitstoot omlaag te krijgen is transport met vrachtschepen die geheel of gedeeltelijk door de wind worden aangedreven. Meerdere bedrijven werken aan die nieuwe generaties 'windschepen'.

Of er echt een nieuwe wind door de scheepvaart gaat waaien, valt nog te bezien. Veel experts denken dat windaandrijving nooit echt bruikbaar zal zijn voor de grote, conventionele containerschepen. Met vrachten van meer dan 200.000 ton zijn ze daar simpelweg te zwaar voor. Sommigen denken dat windschepen een niche zullen blijven, anderen verwachten dat de mastodonten op lange termijn verdrongen worden door een grote vloot van kleine en zuinige zeeschepen.

Oude zeilschepen en slimme marketing

Het Bretoense bedrijf Trans Oceanic Wind Transportation (TOWT) zoekt inspiratie in het verleden. Met een vloot oude, gerestaureerde zeilschepen, zoals de 100 jaar oude Nederlandse tweemastschoener ‘Avontuur’, vervoert het al tien jaar goederen over de oceaan.

De zeilschepen van TOWT bevaren historische handelsroutes en importeren dezelfde producten als honderden jaren geleden.

Het businessmodel is een mengeling van duurzaam ondernemerschap en slimme marketing. De zeilschepen bevaren historische handelsroutes en importeren dezelfde producten als honderden jaren geleden: rum uit West-Indië, koffie uit Colombia, cacao uit de Dominicaanse Republiek en thee uit de Azoren. Die producten worden in Europa met een mooi verhaal en een labeltje met zeilboot aan de man gebracht.

TOWT werkt daarnaast aan de bouw van vier nieuwe, grotere zeilschepen van 80 meter lang. Ze moeten zeeroutes tussen Europa en New York, Guadeloupe, Brazilië en Ivoorkust bevaren met ladingen van ongeveer 1.000 ton. Op termijn wil het bedrijf meerdere tienduizenden tonnen goederen per jaar vervoeren. De maidentrip van het eerste schip van de nieuwe generatie is gepland voor eind 2022.

Vleugelzeilen

Behoorlijk futuristisch van opzet is de Oceanbird van de Zweedse groep Wallenius die ontwikkeld wordt met steun van de Zweedse overheid. Wallenius stapte afgelopen zomer in een joint venture met de industriële reus Alfa Laval om het schip daadwerkelijk te bouwen.

De Oceanbird gaat zich in eerste instantie specialiseren in het trans-Atlantische transport van wagens. In het ruim van het 200 meter lange en 40 meter brede schip zal plaats zijn voor 7.000 auto’s. De windenergie wordt geoogst door vijf grote, stijve ‘vleugelzeilen’ van 80 meter hoog. Ze zijn gemaakt van staal en composietmaterialen en kunnen in elke gewenste hoek geplaatst worden. Hun werking berust op het creëren van liftkracht, net als de vleugels van een vliegtuig.

Als het schip onder een brug door moet, kunnen de vleugelzeilen telescopisch ingetrokken worden. Wallenius hoopt de eerste Oceanbird in 2025 de oceaan op te sturen.

De Oceanbird gaat zich in eerste instantie specialiseren in het trans-Atlantische transport van wagens.

Ruimteschip

De Canopée kunt u gerust een ruimteschip noemen, aangezien het ontworpen is om onderdelen van de Europese Ariane 6-raket van Europa naar de lanceerbasis in Frans-Guyana te vervoeren. Het ruimtebedrijf ArianeGroup ontwikkelt het 121 meter lange schip samen met de in Nantes gevestigde start-up Zéphyr & Borée.

De Canopée wordt uitgerust met vier vleugelzeilen die wind kunnen vangen op een oppervlakte van elk 363 m². Het schip zal daardoor ruim een derde minder brandstof verbruiken dan klassieke transportschepen, beloven de ontwerpers. De Canopée wordt gebouwd door Alizés, een joint venture van Zéphyr & Borée en Jifmar Offshore Service. De makers hopen het schip eind volgend jaar vaarklaar te hebben.

De Canopée moet onderdelen van de Europese Ariane 6-raket van Europa naar Frans Guyana vervoeren.

Transatlantische roro

Nog een start-up uit de Franse havenstad Nantes, Neoline, ontwikkelt een roroschip dat in twaalf dagen de oversteek moet maken van Frankrijk naar de Amerikaanse oostkust, met een tiende van de brandstof die een even grote boot vandaag nodig heeft. Het 136 meter lange schip heeft daarvoor een zeiloppervlak van 4.200 m².

Neoline

Roroschepen worden gewoonlijk alleen op kortere afstanden ingezet, zoals in het kanaal of op de Noordzee, maar Neoline ziet een niche in het vervoer van (vracht)wagens en buitenmaatse cargo tussen Europa en Noord-Amerika. De eerste overvaarten zijn gepland voor 2023. Het zes jaar oude Neoline haalde onder meer Renault aan boord als partner en zegt al contracten te hebben met Michelin, Clarins en Longchamp.

Kiteschip

Airseas is een spin-off van de vliegtuigbouwer Airbus. Het bedrijf werkt aan een schip dat aan de boeg voortgetrokken wordt door een gigantische kite. Het vliegerzeil, dat geleverd wordt door het Japanse bedrijf K Line, zou volgens de ontwerpers het brandstofverbruik met 20 procent verminderen. Het grote voordeel van dit systeem, zeggen de bedenkers, is dat het geïnstalleerd kan worden op bestaande schepen.

Echt nieuw is het kiteschip niet. Het Hamburgse bedrijf SkySails ontwikkelde de techniek en rustte er al bestaande schepen mee uit. De techniek wordt evenwel nog niet op grote schaal gebruikt.

Rotorzeilen

Rotorzeilen zijn draaiende verticale cilinders, die gebaseerd zijn op de Flettner-rotor, een bijna 100 jaar oude uitvinding.

Het in 2012 opgerichte Finse bedrijf Norsepower gebruikt rotorzeilen om bestaande en nieuwe schepen zuiniger en klimaatvriendelijker te maken. Die zeilen hebben niets weg van klassieke zeilen, maar zijn draaiende verticale cilinders, die gebaseerd zijn op de zogenaamde Flettner-rotor, een bijna 100 jaar oude uitvinding. De cilinders moeten wel aangedreven worden door een motor, maar ze maken gebruik van het zogenaamde Magnuseffect (een principe uit de aerodynamica) om zijwind om te zetten in een voorwaartse beweging.

Norsepower haalde 20 miljoen dollar op en voerde al meerdere projecten uit. Eerder dit jaar installeerde het vijf rotoren op een schip van het Braziliaanse mijnbouwbedrijf Vale, dat gebruikt wordt om ijzererts naar Europa te voeren. Norsepower schat dat de techniek in dit geval een energiebesparing van 8 procent, of 3.400 ton CO₂-per jaar, kan opleveren.

Norsepower rustte al meerdere schepen uit met draaiende rotoren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud