analyse

Schuilt er een nieuwe crisis in de schaduw?

©REUTERS

De beste manier om een bankier gillend de kamer uit te jagen? Spreek de letterwoorden CDO, ABS of CDS uit. Tien jaar na de val van Lehman Brothers en Fortis denken beleggers en financiers nog steeds huiverend terug aan die exotische herverpakte leningen die volgens velen aan de basis lagen van de grootste financiële crisis sinds de jaren 30.

Vanaf de vroege jaren 2000 begonnen banken hun winsten op te pompen door volop te investeren in complexe financiële producten als ‘collateralized debt obligations’ (CDO) of ‘asset backed securities’ (ABS). Die effecten beloofden torenhoge rendementen, maar herverpakten rommelhypotheken en andere risicovolle leningen op zo’n manier dat niemand nog besefte welk gevaar eraan kleefde. De gevolgen zijn bekend. Zodra in de VS de huizencrisis losbarstte, ontstond een wereldwijde paniekreactie die de banken die jarenlang gretig dat soort beleggingen hadden gekocht naar de rand van de afgrond duwde.

Reeks: 10 jaar bankencrisis

De val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers op 15 september 2008 veroorzaakte een financiële tsunami die ook de Belgische banken zwaar trof. Hoe hebben ze zich hersteld van die klap?

Geregeld duiken berichten op dat die ‘financiële massavernietigingswapens’ aan een comeback bezig zijn. ‘Maar bij de banken vind je die effecten niet snel meer terug’, zegt een hooggeplaatste Belgische bankier die anoniem wil blijven. ‘We hebben ons lesje geleerd.’ Ook de strengere regelgeving speelt een rol. Banken die in dat soort risicovolle beleggingen investeren, moeten veel extra kapitaal opzijzetten. Daardoor houdt zo’n investering economisch geen steek meer.

De banken lijken dus afgekickt van hun CDO-verslaving en hebben veel beter gekapitaliseerd dan enkele jaren geleden. Maar Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), hamerde er gisteren wel op dat dat geen reden is om zelfgenoegzaam te worden. ‘Een groot deel van de activiteiten is intussen verhuisd van banken naar niet-banken, de schaduwbanken’, merkte hij op.

Omdat traditionele financiële spelers de afgelopen jaren wat meer risicoschuw werden, zijn hefboom-, pensioen- en obligatiefondsen en andere vehikels zich geleidelijk steeds meer gaan profileren als alternatieve geldschieters voor bedrijven. Terwijl banken volop hun risicovolle beleggingsproducten dumpten, investeerde een aantal schaduwbanken daar net volop in.

Tussen de alternatieve investeerders zie ik veel spelers waarvan je je moet afvragen of ze ook op langere termijn aan boord willen blijven.
Koen dejonckheere
CEO Gimv

Hoe groot de markt is, werd eerder deze week duidelijk in een nieuw rapport van het ESRB, de instelling die waakt over de financiële stabiliteit in de EU. Schaduwbanken vertegenwoordigen liefst 42.300 miljard euro in de EU. België blijkt voorlopig nog een bescheiden speler op de markt. In een eerder rapport schatten de Nationale Bank en de financieeltoezichthouder FSMA de markt op zo’n 130 miljard euro.

Nieuwe crisis

‘Op zich hoeven schaduwbanken geen probleem te zijn, er zitten wel degelijk veel professionele spelers tussen’, zegt Hans Degryse, professor financiën aan de KU Leuven. ‘Maar Draghi maakt zich wellicht zorgen omdat we niet weten welke links er precies zijn tussen de schaduwbanken en de ‘gewone’ banken. Als die laatste kredieten hebben verleend aan de alternatieve spelers, worden ze ook zwaar geraakt bij een nieuwe crisis.’

Vooral de opkomst van zogenaamde ‘direct lending’-fondsen springt in het oog. ‘Sinds enkele jaren organiseren fondsen en vermogensbeheerders zich om samen geld op te halen bij verzekeraars, vermogende families en andere institutionele investeerders die op zoek zijn naar extra rendementen’, zegt Sebastiaan Preckler van de consultant Deloitte.

‘Dat geld zetten ze aan het werk door te investeren in bedrijven die verder willen groeien. Meestal gaat het om sectoren, ondernemingen of financieringsstructuren die banken te risicovol achten. Intussen zijn die ‘direct lenders’ uitgegroeid tot concurrenten van de banken. Niet op het gebied van financiële voorwaarden, wel omdat ze meer risico nemen en een hogere schuldgraad aanvaarden voor de bedrijven waarin ze investeren.’

WAT IS SCHADUWBANKIEREN?

Steeds meer ondernemingen kloppen voor hun financiering niet meer alleen bij banken aan, ze gaan ook te rade bij hefboom-, pensioen- en obligatiefondsen of andere alternatieve investeerders. Schaduwbanken, worden die in het jargon genoemd.

Volgens de jongste schattingen is die markt, die niet wordt gereguleerd, in Europa goed voor meer dan 42.000 miljard. In België spelen schaduwbanken veel minder een rol.

Koen Dejonckheere, de gedelegeerd bestuurder van de investeringsmaatschappij Gimv, maakt zich al langer zorgen over de opkomst van de nieuwe spelers. ‘In België komt het nog niet vaak voor, maar in Frankrijk en Duitsland zien we zulke partijen steeds vaker opduiken’, zegt hij. ‘Daar zitten ook spelers tussen waarvan je je moet afvragen of die voor de lange termijn aan boord willen blijven. Sommige vehikels zijn vooral uit op de commissies die ze verdienen als ze een deal sluiten. De leningen die ze aan de bedrijven hebben verstrekt, verkopen ze dan aan andere spelers, al dan niet herverpakt. Dat zijn praktijken die sommige zakenbanken hanteerden aan de vooravond van de crisis.’

De geldschieters van die fondsen krijgen dat niet altijd te horen, zegt Dejonckheere. ‘Sommigen vertellen hun klanten gewoon dat ze bedrijfskredieten aanbieden. Maar in de realiteit zijn het soms risicovolle leningen met een hoog octaangehalte: de boel kan snel exploderen als zich problemen voordoen.’

De meeste ‘direct lending’-fondsen gaan niet ondoordacht te werk, nuanceert Preckler. ‘Veel spelers maken eerst een grondige analyse voor ze zo’n risicovolle investering doen. Voor een kleiner familiebedrijf dat een investeerder zoekt, is dat een minder aantrekkelijke partner dan voor een grotere onderneming die bijkomende financiering wil.’

Dejonckheere lijkt op dezelfde lijn te zitten. ‘Wat als je bedrijf het moeilijk krijgt? Als je met dat soort fondsen in zee gaat, moet je beseffen dat je wellicht niet snel tot een oplossing komt. Je komt veeleer tegenover een advocaat uit Londen te staan, die niet weet of je onderneming worsten draait dan wel robotten bouwt. Hij zal enkel kijken naar de cijfers en de kleine lettertjes van je contract.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content