‘Een goed idee is niet goed genoeg'

Françoise Chombar: ‘Te veel kapitaal is ook niet goed.’ Urbain Vandeurzen: ‘Bij voorkeur is er zelfs iets te weinig.’ ©Debby Termonia

Met hun staat van dienst zijn Urbain Vandeurzen en Françoise Chombar rolmodellen voor ondernemers. Hoe zien zij Vlaanderen de komende 50 jaar nog ondernemender en innovatiever worden? En welke lessen hebben ze voor starters? ‘Met een groepje vrienden bouw je geen bedrijf uit.’

‘Noem ons alstublieft geen oude rotten’, klinkt het lachend als we Urbain Vandeurzen (62) en Françoise Chombar (56) uitleggen dat we hen willen samenbrengen vanwege hun rijke ervaring. Op voorzet van Vandeurzen hebben we het daarom graag over ‘mensen die al eens in de oorlog geweest zijn’. Feit blijft dat ze allebei gelden als een voorbeeld van hoe je in Vlaanderen met succes een bedrijf uitbouwt en het duurzaam internationaal op de kaart zet. En juist dat gebeurt nog te weinig, al zijn her en der ecosystemen ontstaan die innovatief ondernemerschap stimuleren.

Urbain Vandeurzen bouwde de KU Leuven-spin-off LMS uit tot een wereldspeler, die hij in 2012 voor 700 miljoen euro verkocht. Als oud-voorzitter van Voka en de Gimv en vooral via zijn investeringsfonds Smile Invest heeft hij een bevoorrecht zicht op ondernemend Vlaanderen.

Françoise Chombar is een van de oprichters van Melexis. De oprichters bezitten nog altijd 54 procent van het chip- en sensorenbedrijf, dat wereldwijd actief is en vorig jaar 512 miljoen euro omzet had. Chombar zet zich in om de genderkloof in het bedrijfsleven te dichten en is een enthousiast promotor van STEM-opleidingen.

‘We maken nog veel te vaak de vergissing dat elke starter een ondernemer is’, zegt Vandeurzen. ‘Dat is niet zo. En daardoor kunnen nog te weinig ideeën doorgroeien tot een groot bedrijf. Dat probleem is nijpender dan vroeger omdat het ‘venster’ van een starter veel kleiner geworden is: iets nieuws op de markt moet direct zeer snel internationaal uitgerold kunnen worden, of het is direct achterhaald. Zeker in de B2C-markt, met bijvoorbeeld nieuwe consumertoepassingen, is dat het geval.’

Chombar: ‘De markt en de klanten moeten, op het moment dat je ernaartoe trekt, meteen globaal kunnen zijn. Het product moet ook schaalbaar zijn. En vaak heb je inderdaad andere mensen nodig om het bedrijf te doen groeien, dan degene die met het idee gekomen waren. Daarom is het soms niet verkeerd om eerst even onder de radar te blijven en een idee of prototype compleet uit te werken. Het moet vandaag écht van de eerste keer juist zijn als je ergens mee naar de markt trekt.’

Is de foutenmarge kleiner geworden?
Urbain Vandeurzen: ‘Een goed idee is niet goed genoeg. Bij nieuwe investeringsdossiers kijken wij niet alleen naar de visie, de strategie en de ambitie, maar ook naar de uitvoering en de discipline: zal die ambitieuze starter zijn idee ook in de praktijk kunnen omzetten? Vaak is het beter dat hij snel wordt omringd met mensen die al een keer in de oorlog zijn geweest om het project op een realistische manier in de startblokken te zetten.’

Françoise Chombar: ‘Het idee moet op drie fronten goed zitten: het moet wenselijk, technisch haalbaar en economisch leefbaar zijn. Alleen dan kan je het innovatief noemen.’

Vandeurzen: ‘Een goede barometer is vaak dat enkele klanten van het eerste uur meteen mee in bad worden getrokken. Niet alle starters denken klantgericht, vaak zijn ze te veel met de technologie bezig. Maar als je klanten mee kan laten financieren, weet je dat ze erin geloven. Je kan dan zowel van hun engagement als van hun competentie profiteren.’

Zijn jongeren nog ambitieus? Er wordt vaak gezegd dat vrije tijd belangrijker wordt dan werken.
Vandeurzen: ‘Dat klopt totaal niet. Jongeren willen wél hard werken. Het verschil met vroeger is dat ze vandaag de wereld al hebben gezien voor ze starten. Ze willen ook meer dan vroeger een overzichtelijk project, omdat ze binnen een aantal jaar klaar willen zijn voor een volgende stap in plaats van hun hele carrière met hetzelfde bezig te zijn.’

Soms staan ego’s de professionalisering in de weg. Ooit moet iemand de leiding nemen.
Urbain Vandeurzen
Captain of industry

Chombar: ‘Aan de passie om te ondernemen is niets veranderd. Als je met passie bezig bent, merk je niet dat je hard aan het werken bent. Belangrijk is wel dat de passie er bij alle teamleden in zit.’

Vandeurzen: ‘Met een groepje vrienden bouw je geen bedrijf uit. Soms staan ego’s de professionalisering in de weg. Ooit moet iemand de leiding nemen, en vaak is dat niet de technologieman van het eerste uur.’

Chombar: ‘Of de technologievrouw. Het leiderschap hoeft niet per se samen te vallen met de technologie-expertise, zolang het team maar alle talenten bevat.’

Er is dus wel een goed ondernemingsklimaat?
Vandeurzen: ‘Er is zeker een gezonde ambiance, in de hand gewerkt door de digitalisering en de globalisering. Het klimaat is anders dan in de jaren tachtig, toen wij begonnen. Toen had je met de technologiebeurs Flanders Technology een eerste golf van zelfvertrouwen, een sfeer waarin LMS maar ook Imec, later VIB en de eerste biotechspin-offs het licht zagen in wat de Derde Industriële Revolutie werd genoemd. Vandaag zie je opnieuw, maar minder gecentraliseerd, omgevingen waarin ondernemen wordt gestimuleerd.’

1. ‘Aan de passie om te ondernemen is niets veranderd.’

Zowel Urbain Vandeurzen als Françoise Chombar is bescheiden aan het ondernemerschap begonnen. Vandeurzen begon na zijn doctoraat in 1980 bij de allereerste spin-off van de KU Leuven, die toen nog voluit LeuvenMeasurement Systems heette. Als jonge ingenieur was hij gepassioneerd door de prille digitale signaalverwerkingstechnologie en later de virtuele simulatietechnologie. Door het gedrag van virtuele prototypes te optimaliseren kon LMS de ontwikkelingstijd van nieuwe producten voor de industrie drastisch verkorten.

Chombar begon in 1984 als commercieel assistent bij de West-Vlaamse textielgroep Michel Van de Wiele en werd een jaar later productieplanner bij de Duitse chipstart-up Elmos uit Dortmund. In 1989 startteze met haar echtgenoot Rudi De Winter en de investeerder Roland Duchâtelet Melexis op, waarvan ze al 15 jaar CEO is. Het bedrijf ontwikkelt chips en sensoren, vooral voor gebruik in auto’s.

2. ‘Als je met passie bezig bent, merk je niet dat je hard aan het werken bent.’

Vandeurzen bouwde LMS uit tot een wereldspeler met 45 kantoren en 1.200 medewerkers, van wie zo’n 300 in Leuven aan de slag zijn. Hij bleef altijd de grootste aandeelhouder. Toen hij LMS eind 2012 voor 700 miljoen euroaan het Duitse Siemens verkocht, draaide het bedrijf 200 miljoen euro omzet.

Ook daarna bleef ondernemen Vandeurzen na aan het hart liggen: als oud-Voka- en -Gimv-voorzitter, als bestuurder bij de KU Leuven en als voorzitter van diverse onderzoeksplatforms, maar vooral via zijn investeringsfonds Smile Invest en een reeks privé-investeringen heeft hij een bevoorrecht zicht op ondernemend Vlaanderen.

Ook Chombars Melexis, met vestigingen in Ieper en Tessenderlo en op 18 andere plaatsen wereldwijd, groeide als kool. In 2017 steeg de omzet opnieuw met 12 procent tot 512 miljoen euro, de bedrijfs- ende nettowinst (respectievelijk 133 en 111 miljoen) stegen nog sneller. De voorbije vijf jaar is de waarde van het aandeel Melexis verviervoudigd, wat de drie stichtende aandeelhouders met 54 procent van de aandelen samen virtueel tot multimiljardairs maakt. In het bedrijf werken bijna vijftig nationaliteiten.

Chombar is voorts bestuurder bij de materiaaltechnologiegroep Umicore. En ze maakt er een punt van de grote genderkloof in het ondernemersleven mee  te dichten, waarvoor ze zopas de Global Prize for Women Entrepreneurs kreeg. Als voorzitter van het STEM-platform Vlaanderen zet ze haar schouders onder de promotie van STEM-opleidingen en -beroepen (Science, Technology, Engineering en Mathematics).

3. ‘Netwerken gebeurt niet alleen onder de kerktoren. Het is ook weten wie je Chinese concurrent is.’

Dat de twee topondernemers elkaar tijdens dit interview voor het eerst ontmoeten, is opmerkelijk. Ze zijn of waren allebei actief in de auto-industrie: Vandeurzens LMS met software die de ontwikkeling van prototypes versnelt, en Chombars Melexis met sensoren in afgewerkte auto’s. Ook de techwereld en Azië zijn een rode draad in hun carrières. LMS opende vrij snel een groot kantoor in Japan, en daarna ook in Zuid-Korea, China en India. Chombar reist nog geregeld naar Azië, meestal naar Zuid-Korea en China.

 

Het blijft natuurlijk Vlaanderen. Zitten we niet te veel onder onze kerktoren?
Chombar: ‘Het idee moet meteen internationaal kunnen gaan, maar een lokaal netwerk blijft belangrijk. Dat geldt zeker voor het netwerk tussen ondernemers en lokale investeerders van het eerste uur.’

Trekt een investering door een internationale investeerder die bijvoorbeeld ook in Facebook zit niet automatisch extra aandacht naar een starter of scale-up?
Vandeurzen: ‘Angelsaksische durfkapitalisten hebben vaak een andere agenda dan lokale investeerders. Meer dan eens gaat het om agressieve financiële partijen. In Silicon Valley heb je enkele gigantische fondsen die miljarden investeren, meestal in business-to-consumerproducten. Die kunnen het zich niet permitteren de volgende Google te missen, dus stappen ze bij wijze van spreken overal in. Een paar tientallen tot honderden miljoenen is niets voor die partijen, en ze nemen heel snel de controle over.’

‘Voor een starter is het belangrijk slim en geduldig geld aan boord te halen, waarbij ook een stuk internationale ondernemersexpertise aanwezig is en het puur financiële zelfs niet eens het belangrijkste is. Dat laat bedrijven toe wat langzamer te groeien, maar de plantjes worden dan wel sterker. En je creëert zo lokaal meer meerwaarde dan wanneer je snel verkoopt aan het buitenland.’

Chombar: ‘Daarom is het zeker niet nodig dat de overheid honderden miljoenen gaat investeren in scale-ups, zoals minister van Financiën Johan Van Overtveldt eerder dit jaar aankondigde. De overheid moet het ondernemingsklimaat faciliteren, maar mag er geen actor in worden. Haar rol - het uitzetten van krijtlijnen en het creëren van een klimaat - moet tot een minimum beperkt zijn om het initiatief maximaal aan burgers en ondernemingen te laten. Kapitaal om het kapitaal - en zeker niet als dat belastinggeld is - is nooit goed. Het netwerk, de ondersteuning en de mentoring zijn net zo belangrijk. Te veel kapitaal is trouwens ook niet goed.’

Vandeurzen: ‘Bij voorkeur is er zelfs iets te weinig. (lacht) Dat vergroot de creatieve zoektocht naar oplossingen door echt gepassioneerde ondernemers.’

Hoe brengt een overheid die rol het best in de praktijk?
Vandeurzen: ‘Kijk naar de cijfers. Op de Global Entrepreneurship Index staan we pas als twaalfde in Europa gerangschikt. We hebben wel ondernemende burgers, het grote aantal starters bewijst dat, maar we zijn geen ondernemend land. Zwitserland en de Scandinavische landen voeren de ranglijst van de ondernemingsvriendelijke landen aan. Dat is geen toeval: die landen staan ook hoog in de ranglijsten van competitiefste landen.’

‘Een land kan pas competitief zijn als de overheid in ruil voor de geïnde belastingen veel teruggeeft aan haar burgers en de ondernemingen. En daarvoor zijn bij ons dringend veel hervormingen nodig. Wij hebben een heel groot overheidsbeslag en een middelmatige dienstverlening. Wat betreft de arbeidsmarkt - het vinden en kunnen aantrekken van mensen - fiscaliteit, infrastructuur en mobiliteit lopen we echt zwaar achter. Terwijl dat allemaal factoren zijn die drempelverlagend werken voor ondernemerschap.’

Chombar: ‘Hervormingen gebeuren inderdaad maar mondjesmaat, terwijl ze broodnodig zijn. Kijk naar de zo cruciale pensioendiscussie die verworden is tot een welles-nietesspel over zware beroepen. Terwijl dit over de toekomst van onze welvaart gaat.’

Vandeurzen: ‘Beleid gebeurt nog altijd veel te veel top-down en via een verlammend sociaal overleg dat elke vooruitgang blokkeert. We moeten veel meer initiatief overlaten aan de burgers en de bedrijven. En ja, dan moeten we ons erbij neerleggen dat de ultieme consensus niet bestaat. Vandaag is de slinger compleet naar de andere kant doorgeslagen. Iemand kan nu bij wijze van spreken een zak wormen uitkappen op een voormalig industrieterrein, waar dan plots zeldzame vlinders uitkomen zodat het beschermd natuurgebied wordt. We hebben ook te veel inspraak en blokkeringsmogelijkheden gegeven aan individuele burgers, zodat te veel privé- en overheidsinitiatieven geblokkeerd worden, ik durf zelfs te zeggen gesaboteerd.’

In opkomende markten zoals China en India spelen al die overwegingen minder een rol, terwijl daar ook ambitieuze starters en boomende universiteiten zijn. Maken we nog een kans als je ziet welke middelen de Chinezen ertegenaan gooien?

Chombar: ‘Natúúrlijk maken we een kans. Alleen moet het overheidsbeslag naar beneden. Er moet minder administratie zijn, en ook minder concurrentie van de overheid. De burgers zelf moeten meer ruimte krijgen voor initiatief.’

Vandeurzen: ‘En je ziet dat de goesting er is. Kijk naar Limburg: de sluiting van Ford is verteerd, het aantal starters piekt. Uiteraard zijn groeilanden, en met name China, globale concurrenten van formaat. Maar ze zijn ook een gigantische marktopportuniteit.’

‘We moeten opletten dat we niet alleen naar de nieuwjaarsreceptie onder de kerktoren gaan. Kijken wat je Chinese concurrent doet, is ook netwerken. De honger van de Chinezen is gigantisch, zeker op het vlak van tech. Het wordt de kunst om snel genoeg vooruit te gaan en ze voor te blijven. We moeten ons voortdurend blijven heruitvinden om te overleven want onze welvaart komt niet vanzelf en is niet voor eeuwig verworven.’

Chombar: ‘China wordt binnen de kortste keren de grootste wereldmacht, al zie je dat het eerst en vooral op zichzelf gericht is. Hier hebben we dan wel geen grondstoffen, maar we hebben ons brein en onze zin voor initiatief. Laat ons er dus alles aan doen om dat talent niet weg te gooien, het is onze unieke troef voor vandaag én morgen.’

Dat brein wordt in de eerste plaats mee ontwikkeld door ons onderwijs. We hebben innovatieve universiteiten, maar zetten we die optimaal in?
Chombar: ‘Het onderwijs - en dan spreek ik over de stap voor de universiteit - reageert veel te traag op technologische ontwikkelingen, waardoor we echt totaal voorbijgestreefd dreigen te raken. Ook hier zie je dat positieve initiatieven - net zoals bij ondernemers - vaak van de mensen zelf komen: individuele leerkrachten of teams met een ongelooflijke drive en passie, niet dankzij maar ondanks de structuren. Denk aan de STEM-Academies, of het Toekomstatelier TADA, die vaak zonder of met minimale subsidies geweldige dingen doen.’

Vandeurzen: ‘Het feit dat goede initiatieven in het onderwijs van onderuit komen, bewijst dat we meer autonomie aan schooldirecties moeten geven. Kijk naar de domeinscholen in Maaseik en Bree, waar directies op eigen houtje samen met het bedrijfsleven hele machineparken in de scholen hebben gebracht. Daar is ook geen discriminatie tussen aso en tso.’

Chombar: ‘Veel te veel subsidies gaan naar grote bedrijven die de potjes kennen en een administratie hebben die zich ermee kan bezighouden daar allemaal achteraan te gaan. Schaf dat toch af! Dat is morsen met publiek geld. Een overheid kan en mag dingen subsidiëren maar dan moet er eerst initiatief zijn en geen subsidie om de subsidie. Kijk naar Zwitserland, waar een bedrijf subsidies krijgt als het in specifieke projecten samenwerkt met een universiteit. Zo stimuleer je initiatief en innovatie.’

Wat moeten we doen om over tien jaar een tien keer zo lange lijst te hebben?
Vandeurzen: ‘Kijk naar onze sterktes en naar onze sterbedrijven zoals Melexis en LMS, onze industriële familiebedrijven zoals Soudal en Reynaers Aluminium, onze baggeraars die wereldleider zijn, ons biotechecosysteem, enzovoort. Die bewijzen stuk voor stuk dat we wel ondernemers zijn. Alleen zijn we mede door de logge overheidsstructuren geen ondernemend land. Daar zit het probleem én de oplossing om onze competitiviteit op te krikken.

Chombar: ‘Laat ons ook ambitieus genoeg blijven en ondernemerschap veel meer stimuleren. Het is fantastisch dat er starters zijn, maar we moeten een klimaat creëren waarin er veel meer kunnen doorgroeien. Om het te zeggen zoals bij de slager: het mag gerust wat meer zijn. De wereld draait veel sneller dan we in Vlaanderen schijnen te beseffen.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content