Vers bloed houdt economie dynamisch

©Eleni Debo

Zonder een voortdurende vernieuwing van het bedrijfsweefsel vergrijst de economie en vermindert haar dynamiek.

‘Gents softwarebedrijf Teamleader haalt 18,5 miljoen euro op om zijn groei te financieren.’ ‘Showpad doet grootste overname in bestaan.’ ‘Biotechbedrijf Argenx doet intrede in Bel20-index.’ ‘Mithra beurskoning van eerste jaarhelft.’ Het zijn enkele krantenkoppen van de jongste weken. Ze geven aan dat het deze jonge bedrijven voor de wind gaat.

‘Nog nooit zoveel geld naar groeiers’, luidde een andere krantenkop. In de eerste helft van dit jaar investeerden durfkapitalisten 441 miljoen euro in Belgische niet-beursgenoteerde technologie- en biotechbedrijven. Een record. Het bewijst dat de investeerders enthousiast zijn over de ondernemingsinitiatieven in ons land. Het is ooit anders geweest, maar het klimaat voor starters is goed. Er wordt wel eens gekankerd dat de zware belastingen, de hoge loonkosten en de uitgebreide regelgeving ondernemen in ons land bemoeilijken. Maar wie een bedrijf in de technologie- of de biotechsector start, doet dat in een gunstige omgeving.

Academici ontpoppen zich tot ondernemers. De overheid moedigt dat op allerlei manieren aan.

We leven in een veilig en welvarend land met een behoorlijk rechtssysteem. De resultaten van het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten blijven niet verborgen in de labo’s, maar worden via spin-offs omgezet in bedrijfsideeën. Academici ontpoppen zich tot ondernemers. De overheid moedigt dat aan met subsidies, door financiering ter beschikking te stellen en via instellingen zoals het interuniversitair onderzoekscentrum Imec voor nanotechnologie en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Er zijn landen waar startende ondernemers het een pak moeilijker hebben.

De publieke opinie heeft meer appreciatie voor innoverende jonge ondernemers. Voor een stuk is dat zeker het resultaat van de campagne ‘Derde Industriële Revolutie’ in Vlaanderen, die de Vlaamse overheid in de jaren 80 lanceerde om de vernieuwing van het bedrijfsweefsel in Vlaanderen te versnellen en de economische dynamiek in de regio aan te zwengelen. Succesvolle ondernemers vormen bovendien een inspiratiebron voor anderen. 9 procent van de Vlamingen zei in 2016 een bedrijf te willen starten. In 2002 was dat 3 procent.

Dat is een positieve ontwikkeling. Hoe mee zaadjes worden geplant, hoe meer gewassen zullen opschieten. Hoe meer ondernemingsinitiatieven worden genomen, hoe groter de kans dat daar duurzame bedrijven uit voortkomen. Zonder voortdurende vernieuwing veroudert het ondernemingsweefsel, rafelt het uit, vallen er gaten in en verzwakt de economische dynamiek. Want er zijn ook bedrijven die verdwijnen. Omdat ze slecht gemanaged werden of zich niet konden aanpassen aan veranderingen. Denk aan de Kempense Steenkoolmijnen, aan de scheepsbouwer Boelwerf en aan het munitiebedrijf PRB. Andere moeten hun plaats innemen.

Welvaartskoek

Als kleine open economie zonder bodemschatten moet België zijn rijkdom vooral uit innovatie halen.

Innovatie - de ontwikkeling en de toepassing van nieuwe ideeën en technologieën - is een van de grote drijfveren van de economische groei. Dat laatste maakt de welvaartskoek groter. Als kleine open economie zonder veel bodemschatten moet België zijn rijkdom vooral daar halen. Innovatie kan gebeuren in gevestigde bedrijven. Maar het is een goede zaak als die worden uitgedaagd door nieuwe spelers. Die zien gewoonlijk beter de opportuniteiten ten gevolge van veranderende consumentenvoorkeuren of technologische vooruitgang.

Innovatie is overigens niet altijd sterk technologiegedreven. Het kan ook gaan om een vernieuwd distributiemodel, een verrassende marketing... Omega Pharma, het bedrijf opgericht door Marc Coucke, is daar een voorbeeld van. Het bedrijf ontwikkelde een succesvolle business met de verkoop van voorschriftvrije geneesmiddelen en gezondheids- en verzorgingsproducten via de apotheken.

Eeuwelingen

Het bedrijfsweefsel in ons land vernieuwt, maar in een gezapig tempo. De Bel20, de groep van de grootste twintig beursgenoteerde bedrijven in ons land, bevat slechts vier relatief jonge bedrijven: de telecomgroep Telenet, de luierfabrikant Ontex en de biotechbedrijven Galapagos en Argenx. Ook in de groep van niet-beursgenoteerde bedrijven met een omzet van meer dan 1 miljard euro - de wereldspelers - die De Tijd vorig jaar oplijstte, zijn jonge bedrijven schaars. De grote industriële bedrijven in ons land heten Solvay, Bekaert, Agfa-Gevaert. Het zijn eeuwelingen, opgericht door innovatieve ondernemers als Ernest Solvay, Leo Leander Bekaert en Lieven Gevaert. Waar zijn hun opvolgers?

Dit duidt op een belangrijk pijnpunt: er zijn behoorlijk wat beloftevolle bedrijven in ons land, maar weinig slagen erin tot volle wasdom te komen. Ergens onderweg worden ze verkocht, overgenomen, of knallen ze tegen een muur.

Het videoverhuurbedrijf Superclub, de spraaktechnologiegroep Lernout & Hauspie en het tv-dienstenbedrijf Alfacam zijn voorbeelden van Vlaamse bedrijven die, voortgestuwd door de enorme ambitie van hun toplui, spectaculair onderuitgingen. Een geweldig idee hebben en innovatief zijn is één zaak, daar op een duurzame manier een bedrijf op bouwen vergt bijkomende vaardigheden.

De lijst van Vlaamse en Belgische techparels die in buitenlandse handen zijn gevallen, is lang. De biotechbedrijven Ablynx en Tigenix, de techbedrijven Layerwise, LMS, Icos Vision, Metris en Trendminer en het Kempische robotbedrijf AVT. Ook Omega Pharma onderging dat lot. Het zijn maar enkele voorbeelden. Jonge succesvolle bedrijven komen op een bepaald moment in het vizier van grotere buitenlandse concurrenten die op hetzelfde domein of een aanpalend actief zijn en door hun grotere schaal meer financiële vuurkracht hebben.

De buitenlandse bedrijven die hier op koopjesjacht komen, moeten niet verketterd worden.

Ter vergoelijking luidt het dan meestal dat die Vlaamse bedrijven als onderdeel van een grotere groep stappen vooruit kunnen zetten die ze op eigen houtje veel moeilijker kunnen doen. Maar er zijn weinig voorbeelden van Vlaamse technologie- of biotechbedrijven die onder de vleugels van een buitenlandse overnemer vervolgens een heel hoge vlucht hebben genomen.

Verleiding

Er wordt vrij snel verkocht. De ambitie om iets neer te zetten voor de lange termijn, voor verschillende generaties, moet wijken voor de verleiding van een grote zak geld. Veel ondernemers willen hun gewroet omgezet zien in een liquide persoonlijk fortuin. Het kapitaal is ongeduldig geworden.

De buitenlandse bedrijven die hier op koopjesjacht komen, moeten niet verketterd worden. Vlaanderen heeft zijn economische opgang sinds de tweede helft van vorige eeuw in belangrijke mate te danken aan Amerikaanse en Duitse investeerders. Denk aan de chemiebedrijven in Antwerpen, de farmaondernemingen en de autoassemblagebedrijven. Vlaanderen telt iets meer dan 4.000 ondernemingen die door buitenlandse groepen worden gecontroleerd. Dat is minder dan 1 procent van het aantal ondernemingen. Maar die bedrijven in buitenlandse handen tekenen wel voor 54 procent van de toegevoegde waarde die de Vlaamse industrie realiseert en voor 40 procent van de werkgelegenheid. Dat leert een rapport dat het departement Economie, Wetenschap en Innovatie van de Vlaamse overheid dit voorjaar publiceerde.

De sluiting van de Opel-fabriek in Antwerpen en nadien die van Ford in Genk (foto) was telkens een economisch drama voor de regio. ©Jonas Roosens

Die bedrijven vormen een belangrijke steunpilaar van de Vlaamse economie. Ze brengen kennis mee en er zijn belangrijke positieve spill-overeffecten. Om die reden is het belangrijk dat de Vlaamse overheid zich inspant om de fabriek die Tesla, de Amerikaanse constructeur van elektrische auto, in Europa wil bouwen, naar Vlaanderen te halen.

Bouwstenen

Voor het goede evenwicht is ook een sterke Vlaamse pijler nodig. Een te grote afhankelijkheid van het buitenland maakt de economie kwetsbaar. Buitenlandse groepen hebben er minder moeite mee hun activiteiten hier af te bouwen of stop te zetten. De sluiting van de Opel-fabriek in Antwerpen en nadien die van Ford in Genk was telkens een economisch drama voor de regio.

Om beide pijlers overeind te houden is een bedrijfsvriendelijk klimaat nodig. Om te vermijden dat buitenlandse bedrijven wegtrekken en om te beletten dat Vlaamse bedrijven delokaliseren. Voor onze economie is het een jammerlijke zaak dat de materialengroep Umicore onlangs besliste een fabriek voor materialen voor heroplaadbare batterijen niet in Antwerpen maar in Polen te houden.

Maar er zijn ook voortdurend nieuwe bouwstenen nodig, die in de steunpilaren ingemetseld kunnen worden als oudere stenen beginnen af te brokkelen. Dat is de belangrijkste uitdaging voor de beleidsmakers. Ze moeten een omgeving creëren die het ondernemersinitiatief stimuleert. En de jonge mensen die het wagen, moeten aangemoedigd worden. Want de economie, wij allen, hebben ze hard nodig.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content