CEO Byteflies: ‘We ambiëren een belangrijke rol in de gezondheidsrevolutie'

©Thomas Sweertvaegher

Schrijft de dokter straks een wearable voor? Door de gezondheidstechnologie uit het ziekenhuis te halen en in handen van patiënten te stoppen, zullen diagnoses verbeteren en zal de ontwikkeling van medicijnen versnellen. Dat stelt de Belgisch-Amerikaanse start-up Byteflies van CEO Hans Danneels.

Vandaag is het zo: je bent ziek, je gaat naar de dokter, je somt je zorgen op, de dokter interpreteert je uitleg, onderzoekt je en schrijft je een oplossing voor. Morgen wordt het: je bent ziek, je stuurt de data van je wearable door, de dokter analyseert de gegevens en bepaalt een behandeling. Kenners zien het als de toekomst van de gezondheidszorg: de verschuiving van de focus van dokter naar patiënt, die dankzij technologie over accurate gegevens over zijn toestand beschikt.

In die evolutie wil Byteflies een sleutelrol spelen. De oprichters Hans Danneels en Hans De Clercq, twee ingenieurs die hun doctoraat aan de KU Leuven behaalden, zien een grote toekomst voor op maat gemaakte wearables, toestelletjes vol sensoren die we op ons lichaam dragen en die een waaier aan vitale waarden registeren. Die moet subjectieve vragen als ‘hoe voel je je vandaag?’ of ‘wanneer is de pijn begonnen?’ uit de wereld helpen. De harde data komen in de plaats.

50 Vlamingen to watch

De Tijd viert zijn 50ste verjaardag. In plaats van terug te blikken, blikken we vooruit. Daarom zetten we 50 Vlamingen in de kijker die de toekomst zullen maken. U vindt de volledige lijst op www.tijd.be/50towatch

Specifiek wil Byteflies wearables inzetten voor de ontwikkeling van medicijnen. Bij farmabedrijven en ziekenhuizen is er een grote vraag om aanslepende klinische tests efficiënter en dus goedkoper te organiseren. ‘Het kost 1 tot 10 miljard dollar om een geneesmiddel naar de markt te brengen, terwijl 99 procent van de ontwikkelingen faalt, en het gemiddeld 10 tot 15 jaar duurt van start tot commercieel geneesmiddel’, zegt Danneels, de CEO van Byteflies. ‘De hoofdreden is dat je tests uitvoert op mensen en je afhangt van patiënten die verslag uitbrengen van hoe ze zich voelen. Heel moeilijk meetbaar.’

Neem epilepsie, waarvoor Byteflies een partnerschap aanging met de farmagroep UCB. Aanvallen van epilepsie komen niet op bestelling. Dus is het heel moeilijk om precies te registreren wat patiënten meemaken voor, tijdens en na. Ze kunnen wel een week in een aangepaste ziekenhuiskamer verblijven, verbonden aan allerlei complexe monitoren, maar als er in die periode niks gebeurt, heb je pech. ‘Dan worden patiënten naar huis gestuurd met de vraag om zelf op te schrijven wanneer ze een aanval hebben. Heel onnauwkeurig. Het gevolg is dat een derde van de epilepsiepatiënten niet de juiste behandeling krijgt.’

Betere diagnoses

‘Door patiënten een wearable mee te geven, kan je 24 uur per dag en 7 dagen per week hun situatie opvolgen. Dat leidt tot veel betere diagnoses’, zegt Danneels. Byteflies ontwikkelde daarvoor zijn Sensor Dot, een set van draagbare sensoren die waarden als hartslag, ademhaling, spier- en hersenactiviteit en zuurstofsaturatie meten. Alles waarvoor geen invasieve ingreep nodig is. De Sensor Dot is gekoppeld aan een softwareplatform, een soort basiswearable die Byteflies op maat van klanten configureert tot een toestel dat helemaal geschikt is voor de tests die het bedrijf wil uitvoeren. ‘Stel, je wil een wearable voor patiënten die herstellen van een knieletsel en die de spierversterking moet meten. Dat is iets anders dan een hartslagmeter. Die moet je kunnen aanbrengen aan de knie, zodat de wearable parameters als inspanning en bloedcirculatie kan meten.’

Het komt erop neer mensen toegang te geven tot professionele gezondheidstechnologie in hun normale omgeving, buiten het ziekenhuis. Commerciële toestellen, zoals een Apple Watch of een Fitbit, schieten daarvoor tekort. ‘Niet nauwkeurig genoeg’, zegt Danneels. ‘De andere optie voor bedrijven is from scratch een nieuw toestel te bouwen. Daar kruipen enorm veel middelen in. Dat van ons is voor 80 procent af, de resterende 20 procent ontwikkelen we samen met de klant. Het kan een wearable voor een alzheimertest worden of voor een proef rond wiegendood.’

Jeroen Lemaire tipt Hans Danneels omdat hij de medische sector bijstaat in de ontwikkeling van medische wearables.

Danneels en De Clercq richtten Byteflies in 2015 op. CEO Danneels kwam over van Nokia in San Francisco, waar hij in de gezondheidsafdeling van de vroegere gsm-grootheid werkte. ‘Een dag voor ik op het vliegtuig stapte, verkocht Nokia zijn mobilofoniepoot aan Microsoft. Ik heb gemaild met de vraag of ik nog wel moest komen. Gelukkig kon ik bij de overgebleven researchtak aan de slag. Heel boeiend om te werken voor een bedrijf in volle overgang dat op zoek is naar nieuwe producten en nieuwe markten, zoals gezondheid. Daar groeide het idee voor Byteflies.’

Aan Danneels’ verblijf in Californië houdt Byteflies, vandaag twaalf mensen groot, een kantoor in Silicon Valley over. ‘Het is goed een poot in de technologiebakermat te hebben. Proximity leads to opportunity, zeggen ze. Buzzwords, maar er is iets van aan.’ Het zwaartepunt ligt in België, in de buurt van het station Antwerpen-Berchem, waar de start-up van een appartement een geïmproviseerd kantoor maakte.

‘België heeft veel voordelen. Het is een heel sterke regio voor softwareontwikkelaars en voor biotechnologie’, zeggen Danneels en Declercq. We zijn ook een trekpleister voor klinische studies. Het ingenieurstalent is hier minstens even goed, en de concurrentie is hier minder hard dan in Silicon Valley. Mensen zijn hier loyaler. In San Francisco hoppen goede mensen van het ene bedrijf naar het andere. Amerikanen zijn van kindsbeen af meer bezig met hun carrière, hun marktwaarde en ondernemen. Ze kunnen zich ook te goed verkopen. Soms denk je dat je een fantastisch profiel in huis hebt, en dat blijkt dan niets te zijn. Hier is men wat minder opportunistisch.’

Google

Vorig jaar kwam Byteflies op de radar van Google. De internetreus zag in Byteflies een geschikte partner voor de ontwikkeling van machine learning (een vorm van artificiële intelligentie) aan de hand van gezondheidsdata. ‘Voor Google zijn we interessant omdat we op grote schaal biometrische data kunnen verwerken.’ Nadien selecteerde Google de Belgische start-up samen met drie andere bedrijven als partner voor de lancering van Android Things, een spin-off van zijn besturingssysteem voor smartphones, maar dan voor met het internet verbonden toestellen en voorwerpen.

Als het over gezondheidswearables gaat, moet Byteflies een van de vijf bedrijven in de wereld zijn waarover altijd wordt gepraat.
Hans Danneels
CEO Byteflies

Byteflies haalde tot dusver 1 miljoen dollar op bij angel investeerders. Onder hen onder meer Pieterjan Bouten en Louis Jonckheere, het duo achter het Gentse softwarebedrijf Showpad. ‘We ambiëren een belangrijke rol in de gezondheidsrevolutie. Op een bepaald moment is het dan tijd voor de volgende stap. Anders lukt het niet. Het is geen verhaal dat organisch snel genoeg kan groeien. We willen de Amazon Web Services van de gezondheidswearables worden. Maar we zijn niet de enige met ambities.’

‘De markt staat aan het begin. Dat is een voordeel. We hebben in de eerste drie jaar al goede stappen gedaan en aangetoond dat het platform werkt. Maar we moeten nog veel groeien. Als men het over vijf jaar over gezondheidswearables heeft, moet Byteflies een van de vijf bedrijven wereldwijd zijn waarover altijd gepraat wordt.’

Is er dan geen groot risico dat Apple, Alphabet of Microsoft, om maar enkele giganten te noemen, hun oog laten vallen op wearables voor de gezondheidszorg? En meteen de markt naar hun hand zetten? ‘Die vraag krijgen we vaak. Die bedrijven zijn met gezondheidstechnologie bezig, maar met een andere insteek. Ze zijn consumentgericht. Apple wil vooral gewoon zo veel mogelijk Watches verkopen. Ja, daar zitten ook gezondheidstoepassingen in, maar dan als extra middel om die toestellen aan de man te brengen.’

‘Voor de volgende computerrevolutie, die van het internet der dingen, ligt het veel minder voor de hand dat enkele bedrijven de markt inpalmen, zoals bij smartphones het geval was. Er is geen one-device-fits-all. Daarom komt het internet der dingen trager van de grond. Er zijn net heel veel verschillende soorten hardware nodig. Daarom ligt het voordeel bij kleine start-ups. Zoals wij.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content