interview

Kanker met je eigen tumor bestrijden

Damya Laoui. ©Thomas Sweertvaegher

Volgens MIT Technology Review is ze een topinnovator, volgens New Scientist het grootste wetenschapstalent van de Lage Landen. De Brusselse bio-ingenieur Damya Laoui onderzoekt baanbrekende immunotherapieën tegen kanker.

Een gepersonaliseerd vaccin op basis van eigen immuuncellen afkomstig uit de bron van het kwaad: de tumor zelf. Dat is de kankertherapie waar Damya Laoui aan werkt. Baanbrekend, want lang ging de wetenschappelijke wereld er vanuit dat alle cellen in een tumor slecht zijn. Laoui en haar medewerkers ontdekten dat bepaalde immuuncellen, de stoottroepen van ons lichaam, aanwezig zijn in tumoren, maar dat de kankercellen die onderdrukken. Pep hen op, en je hebt een vaccin op maat.

50 Vlamingen to watch

De Tijd viert zijn 50ste verjaardag. In plaats van terug te blikken, blikken we vooruit. Daarom zetten we 50 Vlamingen in de kijker die de toekomst zullen maken. U vindt de volledige lijst op www.tijd.be/50towatch

‘Ons immuunsysteem is er om ons te beschermen. Het is getraind om kwade indringers te herkennen en aan te vallen. Alleen wordt het door kankercellen onderdrukt, waardoor het zijn functie niet meer kan uitvoeren. In een tumor zitten echter bepaalde types cellen, de dendritische cellen, die de juiste wapens hebben, maar niet talrijk genoeg zijn. We hebben een methode gevonden om die te isoleren, uit het gezwel te halen en weer in te spuiten.’

Laoui legt het geduldig en in mensentaal uit in het tjokvolle labo van de afdeling cellulaire en moleculaire immunologie, acht hoog in een van de betonnen torens van de VUB, waar het ondanks de zomer zoeken is naar een vrij vergaderzaaltje. Het werk van de jonge wetenschapster is intussen bekend tot ver buiten het labyrint van de VUB-campus. Vorig jaar selecteerde MIT Technology Review, een publicatie van de prestigieuze universiteit uit Boston, haar als een van de veelbelovende uitvinders onder de 35 vanwege haar ‘onmetelijke’ bijdrage aan de strijd tegen kanker. Dit jaar zag New Scientist in Laoui het jonge wetenschapstalent van Vlaanderen en Nederland omdat haar ‘originele benadering erbovenuit steekt’.

Tot nu toe hebben Laoui en haar team de behandeling enkel bij muizen kunnen testen. ‘We hopen zo snel mogelijk met klinische testen op mensen te beginnen. Patiënten vinden is geen probleem. Voldoende mensen contacteren ons. Het is een kwestie van voldoen aan de technische en ethische richtlijnen. Ik schat over drie jaar. Maar dan hebben we nog eens zes, zeven jaar nodig om te weten of de behandeling echt werkt. Want dat is de termijn waarbinnen mensen doorgaans hervallen.’

Gevaarlijkste periode

Dat laatste is cruciaal, zegt Laoui. ‘De meeste fatale kankergevallen gebeuren in de tweede fase. Na de verwijdering en de behandeling van de eerste tumor volgt de gevaarlijkste periode, met het risico op een terugkeer. 90 procent van de mensen die aan kanker overlijden, sterven door uitzaaiingen of herval. Voor die 90 procent proberen we iets te doen.’

De horizon van Laoui bedraagt tien jaar. Dan zal ze weten of ze écht goud in handen heeft. ‘Als het werkt, is het potentieel enorm. In principe moet het op alle vaste kankers werken. Maar we mogen ons niet laten meeslepen. Het gebeurt vaker dat iets veelbelovend is in het lab, maar dat het daarbuiten helemaal niet werkt. Daar moet je je altijd tegen wapenen. Het probleem is dat investeerders een beetje afknappen op die lange termijn.’

Daar raakt Laoui een gevoelige zenuw: geld. Het onderzoek van haar team, met daarin ook het departementshoofd Jo Van Ginderachter en de medewerkers Jiri Keirsse en Martin Guilliams, wordt betaald door de VUB, het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) en via beurzen. Maar om die binnen te halen zijn tijdrovende en energieverslindende aanvragen nodig. ‘Ik spendeer er 25 procent van mijn tijd aan, en slechts een kwart van de aanvragen is succesvol. Ik zou veel liever voltijds onderzoek doen. Maar hoe hoger je in de onderzoekswereld komt, hoe meer tijd je spendeert aan het zoeken naar geld.’

Vandaar dat giften als die van Yamina Krossa met open armen ontvangen worden. De sociaal onderneemster en bezielster van de vzw Benetiet, die erin slaagde de wet te wijzigen zodat borstreconstructies met eigen weefsel terugbetaald worden, schonk onlangs het overschot van haar campagne aan het onderzoek van Laoui. Goed voor 40.000 euro. Meteen werd het VUB Yamina Krossa Fonds voor borstkankeronderzoek in het leven geroepen om nog meer centen aan te trekken.

Hoe kijkt een topwetenschapster trouwens aan tegen kanker? Als een angstaanjagend monster dat onze westerse samenleving teistert? Of, rationeler, als een oplosbaar probleem? ‘We begrijpen beter dan de gemiddelde mens hoe de ziekte in elkaar zit en zijn ons misschien iets bewuster van welke levensstijl de kansen op kanker verkleint of vergroot. Voor de rest is de ziekte even griezelig.’

Mijn professionele droom is te kunnen zeggen: die mensen zijn gered door iets wat ik heb gedaan.
Damya Laoui
Kankeronderzoekster VUB

De hoop is dat de mensheid het gevecht wint. Van immuuntherapieën, zoals die waar Laoui aan werkt, waarbij ons interne afweergeschut een boost krijgt om kanker te verslaan, wordt erg veel verwacht. Het optimisme is gerechtvaardigd, zegt Laoui. ‘Misschien krijgen we kanker niet helemaal klein. Veel kankers kunnen we binnenkort met simpele bloedtesten beter opsporen en er wordt steeds meer preventief gewerkt. Sommige kankers, zoals borstkanker, zijn uitroeibaar. Al weten we nooit welke types er nog gaan komen.’

Vandaag is longkanker de dodelijkste kanker bij mannen wereldwijd, darmkanker de tweede meest voorkomende in Europa. Voor beide types zou de therapie van Laoui erg veelbelovend zijn. Niet dat het per se haar grootste motivatie is om een van de belangrijkste problemen ter wereld te bestrijden. ‘Ik ben blij dat ik iets nuttigs doe. Mijn professionele droom is te kunnen zeggen: die mensen zijn gered door iets wat ik heb gedaan. Of die onderzoekers hebben een belangrijke stap kunnen zetten dankzij mijn werk. Als het maar tot iets leidt.’

Academische vrijheid

Hoort daar ook zakelijk succes bij? Een commercieel bedrijf? Een spin-off? ‘Het is me nu nog niet duidelijk. Er zijn wellicht andere profielen die daar beter voor geknipt zijn. Je moet weten waar je goed in bent, en waarin niet. Ik doe mijn werk heel graag. Zeker het begeleiden van doctoraatsstudenten. Het bedrijfsleven trekt me gewoon minder aan. Liever de academische vrijheid om de wetenschap vooruit te duwen. Althans, dat zeg ik nu. Misschien is het over tien jaar anders.’

Françoise Chombar tipt Damya Laoui omdat de onderzoekster van de VUB verkozen is tot grootste wetenschapstalent van 2018.

Voor Laoui, die in het najaar professor wordt, liep de weg naar het labo aan de VUB nochtans niet rechtdoor. Ze groeide op in Waals-Brabant, haar moeder is West-Vlaamse, haar vader Algerijn. Breed hadden ze het vroeger niet, en verder studeren was niet evident. Ze was de eerste van de familie die naar de universiteit ging. ‘Ik was nooit een slechte leerling en was altijd goed omgeven. Ik ben vooral mijn vrienden van het atheneum in Etterbeek naar de VUB gevolgd.’

Ze was altijd gefascineerd door het menselijk lichaam, maar koos voor bioingenieur en niet geneeskunde omdat ze dacht dat ze te emotioneel zou zijn voor omgang met patiënten. Vervolgens wou ze doctoreren, maar miste ze daarvoor de vereiste academische geloofsbrieven. ‘Kwestie van doorzetten. Gelukkig had ik mensen die het voor me opnamen. Uiteindelijk heb ik het toch kunnen doen dankzij een beurs die nog niemand van de onderzoeksgroep had gehaald.’

Rolmodel

De onderscheidingen en de bijbehorende media-aandacht duwen Laoui - de moeder van een zoon van vijf en een dochter van twee - tegen wil en dank in de positie van rolmodel. Schrijnend genoeg zijn voor een vrouw met een vreemde naam de vooroordelen nooit ver weg. ‘Of het wel lukt, die combinatie werk en kinderen. Iets dat ze mijn man nooit vragen. Nochtans draait hij er meestal voor op als ze ziek zijn. En in mijn jeugd heb ik veel racisme meegemaakt, maar zodra ik aan de universiteit was, verdween dat. Nu krijg ik wel eens haatmail. Dat komt elke keer heel onverwacht. Dan is je dag om zeep. Gewoon omdat mijn naam mensen stoort. Maar goed, er zijn mensen die zo zijn.’

‘Ik heb dat van die voorbeeldrol altijd wat afgehouden. Zoals veel vrouwen lijd ik aan wat in de psychologie het oplichterssyndroom heet. Ik stel me constant in vraag: ben ik wel goed in wat ik doe? Of heb ik gewoon veel geluk gehad? Mannen hebben dat minder, denk ik. Tot ik vorig jaar werd uitgenodigd om een lezing te geven voor Mahara, een islamitisch geïnspireerde studentenvereniging in Antwerpen. Ik kreeg erg positieve reacties van de vrouwen in het publiek en dacht: vooruit dan maar. Sindsdien zie ik het als een plicht.’

‘Het is jammer dat een geslacht en een naam nog altijd speciaal zijn. Soms word je ergens uitgenodigd en weet je dat ze je vragen omdat je meerdere vakjes afvinkt. Maar dan is het aan mij om als wetenschapster van het podium te stappen.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content