Advertentie

‘De EU is er niet, dus zijn wij dood’

©Kristof Vadino

De 40.000 medewerkers van de EU in Brussel werken van thuis uit. Dat betekent geen pint in The Hairy Canary en geen diplomatiek masseerwerk bij een espresso. Het Quartier Europe bloedt leeg. De vastgoedsector wacht af, de middenstand weent.

In zijn winkeltje, een zakdoek groot, steekt schoenmaker Jean-Luc Lacroix een sigaret op. ‘Ik denk dat ik vandaag niets ga verdienen.’ Tijdens de lunchpauze staan eurocraten hier normaal tot buiten aan te schuiven om hun opgelapte pumps en veterschoenen op te halen. Sneakers behoren bij dat publiek niet tot het werkuniform. ‘Maar sinds de lockdown draai ik recettes van 40 euro.’ Hij wijst op een van de vele papiertjes die hij achter de toog tegen de muur heeft geprikt. ‘Een rekening van augustus. Ik wacht op het overbruggingskrediet om te kunnen betalen, maar de overheid heeft vertraging.’

Buurman Mirko Batisti, de uitbater van het restaurant Senza Parole, houdt sinds oktober de deuren gesloten, al voor de tweede keer dit jaar. ‘Ik heb mezelf al vijf maanden geen loon uitgekeerd. Normaal draaien wij elke middag zo’n 40 couverts, in de zomer waren dat er maar een tiental. De avonden zijn hier sowieso slap. Dan zijn de ambtenaren naar huis.’

51,6 miljoen
Inkomsten
Er zijn grote vragen over de toekomst van de wijk. De stad Brussel, die voor 51,6 miljoen inkomsten uit de belastingen op de kantoren int, spreekt van ‘een heel grote uitdaging’.

Ze staren naar het gebouw aan de overkant van de straat, zes etages in grijs beton en spiegelglas: het Directoraat-Generaal Migratie en Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie, een van de tientallen Europese administraties in deze wijk.
‘Zonder hen zijn we niets’, zegt Batisti. ‘We leven van de EU. De EU is er niet. Dus zijn wij dood.’

De bijna 40.000 medewerkers van de Europese instellingen (de Commissie, de Raad en het Parlement) werken bijna allemaal van thuis uit. Nog zeker tot september, zegt een Franse medewerkster van het parlement die in de snackbar Food to Go een linzensalade met geitenkaas bestelt en een enorme groene smoothie. 

Snackbaruitbater Georges Choubas ziet het somber in. ‘Ik werk louter om uit de kosten te geraken. Dat lukt niet elke maand.’ Hij betaalt voor twee locaties 3.160 euro huur en haalt naar eigen zeggen nog 15 procent van zijn omzet. Hij levert normaal ook broodjes voor lunchvergaderingen. ‘Allemaal weggevallen. Ik heb nu wel iets nieuws: de Magic Box, zoals bij Quick. Die leveren we aan huis, zodat iedereen tijdens een lunchvergadering samen kan eten. Dat begint te werken, ja. Welkom in de nieuwe wereld.’

Artificieel reservaat

De Europese wijk is wat stedenbouwkundigen ‘een artificieel reservaat’ noemen, een afgebakend stadsdeel tussen de Wetstraat, de Troonstraat en het Jubelpark, waar pendelaars ’s morgens uniforme gebouwen instromen om ’s avonds op hetzelfde moment naar huis te gaan. Het is een relatief jonge wijk, pas in 1937 ingeplant door de bourgeoisie die de rand van de stad opzocht om er herenhuizen neer te zetten. Vandaar het voor Brussel uitzonderlijke dambordpatroon in de straten.

Van die statige herenhuizen schieten er weinig over. De installatie van de Europese hoofdstad in Brussel in 1957 ontketende een door de instellingen aangedreven sloop- en bouwwoede. Met 315 euro per vierkante meter per jaar zijn de kantoorhuren in het duurste segment hier de hoogste van het hele land, leren cijfers van de makelaar Jones Lang Lasalle. Hier situeert zich ook de grootste Brusselse kantoordeal van 2020, het contract dat de Commissie sloot voor meer dan 30.000 vierkante meter kantoorruimte in een gebouw van de promotor Atenor met de fantasieloze naam The One.

Toch zijn er grote vragen over de toekomst van de wijk. De stad Brussel, die voor 51,6 miljoen euro inkomsten uit de belastingen op de kantoren int, spreekt bij monde van burgemeester Philippe Close (PS) van ‘een heel grote uitdaging’. Ook de gemiste inkomsten van bezoekers, parkeerders, geannuleerde evenementen en zakenreizigers wegen op de begroting. ‘Telewerk zal ons leven ingrijpend veranderen, maar niemand weet in welke mate. Die onzekerheid is lastig, zowel voor politici als voor ondernemers. De levenskwaliteit in de stad kan sterk vooruitgaan als er minder files zijn, maar we moeten ook oppassen voor stadsvlucht. De EU is zo sterk in Brussel verankerd, dat beslissingscentrum gaat niet weg. Maar de pandemie sterkt onze overtuiging om in te zetten op een diversere economie, al geloven we dat toerisme, evenementen en conferenties snel hernemen als het kan. Dat zagen we na de aanslagen ook.’

Kosmopolitische metropool

De EU katapulteerde Brussel van slaperige hoofdstad naar kosmopolitische metropool. In het kielzog van de 40.000 eurocraten, hun medewerkers en stagiairs zijn naar schatting evenveel lobbyisten en mensen van belangengroepen in de Europese wijk neergestreken. De sterke concentratie van de activiteiten in één buurt is vandaag een grote kwetsbaarheid. De coronacrisis treft de plaatselijke middenstand ongenadig.

Bij Compass Catering staan 120 jobs op de helling. De Belgische cateraar werkt al meer dan tien jaar voor de EU in Brussel en haalt zo’n 30 miljoen van de 185 miljoen omzet uit het bevoorraden en bemannen van de cafetaria’s, restaurants en evenementen van de instellingen. In het Europees Parlement alleen zijn 18 koffiebars,  de Commissie telt er 41, naast 13 eigen restaurants. Het grootste contract van Compass, dat met de Europese Commissie, is op 31 december verstreken.

‘We waren in de running voor de nieuwe aanbesteding, maar die heeft de Commissie eind november plots opgeschort’, zegt commercieel directeur Pieter Debree. Het bezorgt hem een zure nasmaak. ‘Als een contract wordt overgenomen door een ander bedrijf, is dat volgens de Europese regelgeving verplicht om het personeel mee te nemen. Door de gunning op te schorten omzeilt de Commissie de eigen beschermingsregels voor werknemers.’

Het is een catastrofe, zucht Philippe Triel aan de telefoon. De voorzitter van Horeca Brussel laat het woord nog drie keer vallen in het gesprek. ‘We krijgen dagelijks telefoons van wanhopige mensen, die aan hun spaargeld zitten en bij hun ouders moeten lenen.’ Met het verstrijken van het moratorium op faillissementen eind 2020 voorspelt hij ‘een golf’ aan falingen. De hotels in de wijk zagen hun bezetting vorig jaar dalen van gemiddeld ruim 70 naar minder dan 20 procent, blijkt uit cijfers van de stad Brussel. De inkomsten per kamer daalden van 105 naar 27 euro.

‘Money is on our side’

De lokale overheden proberen al meer dan tien jaar om de wijk diverser te maken. Dat lukt met mondjesmaat. Het Brussels Gewest wil dat er 10 procent minder vierkante meters naar kantoren gaat. Op termijn moet er meer dan 200.000 vierkante meter aan woningen komen (vandaag is dat amper 17.000) en 15 procent sociale woningen.

‘Money is on our side’, zegt Brussels bouwmeester Kristiaan Borret. ‘Kantoorgebouwen brengen minder op, gemengd gebruik wordt interessanter voor ontwikkelaars. We zien dat al in de moeilijk bereikbare periferie, maar de coronacrisis versnelt de tendens overal. Het is te vroeg om te zeggen of we op termijn naar 20 of 30 procent minder kantoren gaan, maar telewerk is een blijver. Corona is eigenlijk een stedenbouwkundig geluk.’

2.000
mensen
Rolf Falter, het hoofd van het Bureau van het Europees Parlement in België: ‘De commissies zijn in Brussel van maandag tot donderdag, daar zijn zo’n 2.000 mensen bij betrokken. Sommigen vliegen in, anderen hebben een verblijf in Brussel. Gaan ze zo blijven reizen?’

Hij ziet ruimte vrijkomen ‘voor aantrekkelijke gebouwen, waar het bruist’, en voor meer bewoners in de wijk, zodat er 24 op 24 leven is. ‘De vraag naar kantoren gaat niet verdwijnen, wel veranderen. Ik verwacht de eerste vergunningsaanvragen voor gemengde projecten in de EU-wijk over twee jaar, de eerste realisaties binnen vijf.’ De economische afhankelijkheid van de kantoorwerkers is ‘de achilleshiel’ van die verhoopte transformatie, geeft hij toe. ‘De snackbar zal verdwijnen, het restaurant niet.’

De Europese instellingen, samen goed voor 1,4 miljoen vierkante meter aan werkplekken in de wijk, denken na over hoe die toekomst er voor hen uitziet. Ze kijken ook naar ‘de milieukosten en het gebruik van de kantoorruimten’, zegt een woordvoerder van het Parlement. In het kader van de Green Deal kondigde de Commissie eerder aan dat tegen 2024 ruim 40.000 vierkante meter bespaard wordt op kantoorruimte. De vraag is of het daarbij blijft. Precorona hadden de meeste eurocraten de luxe van een eigen, vaste werkplek. Ook dat wordt in vraag gesteld.

Stéphan Sonneville, de CEO van Atenor, is optimistisch. ‘Veel gebouwen in de EU-wijk dateren van de jaren 90, ze zijn verouderd. En in de toekomst wordt zeker anders gewerkt. Dat de vraag naar duurzame gebouwen groeit en het kantoor een ontmoetingsplek wordt, zien wij als ontwikkelaar als een grote opportuniteit.’

Exodus

Rolf Falter, het hoofd van het Bureau van het Europees Parlement in België, denkt dat politiek ‘boven alles een fysieke aangelegenheid blijft’. ‘Een compromis sluit je in de nacht, en door elkaar eens apart te nemen. Dat lukt maar beperkt online. Ook tijdens een parlementair debat, zeker als het in verschillende talen gebeurt, moeten mensen elkaar in de ogen kunnen kijken. Anders is het als voetballen zonder publiek.’ Maar ook hij weet dat vandaag de berekeningen worden gemaakt. ‘Als men kan besparen, zal men het niet laten. De commissies zijn in Brussel van maandag tot donderdag, daar zijn zo’n 2.000 mensen bij betrokken. Sommigen vliegen in, anderen hebben een verblijf in Brussel. Gaan ze zo blijven reizen?’

Dirk Volkaerts, die voor de communicatiedienst van de Europese Commissie werkt, noemt de ‘ingebakken netwerkcultuur’ van de instellingen. ‘Persoonlijk contact vergemakkelijkt de samenwerking. Dat is ook belangrijk met al die nationaliteiten en talen.’ Hij mist een pint met de collega’s in The Hairy Canary, een van de vele pubachtige cafés in de buurt. ‘Het is allemaal een stuk sterieler geworden.’

De 35.000 medewerkers van de Commissie zijn verplicht om nu vanuit hun standplaats te werken, en dat is voor velen Brussel. Een exodus ziet Volkaerts dan ook niet zo snel gebeuren. ‘Maar we gaan nooit meer voltijds naar kantoor.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud