1
interview

‘We geven meer uit aan straatvegers dan aan inlichtingendiensten'

Alexander Mattelaer (35) is directeur Europese politiek bij het Egmont Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen. Hij doceert aan de Vrije Universiteit Brussel en aan het Europacollege in Brugge. ©Dieter Telemans

De Belgische diplomatie is niet klaar voor een wereld waarin brutale geopolitiek terug is, zegt Alexander Mattelaer van het Egmont Instituut. ‘We zetten al een kwarteeuw in op Europese samenwerking, maar wat als die niet slaagt?’

Diplomaten, zo wil de boutade, denken twee keer na voor ze iets zeggen en besluiten dan te zwijgen. Ook als het over henzelf gaat. Een van de manieren om toch na te denken over buitenlands beleid, is in België al decennialang het Egmont Instituut, een denktank op het kruispunt tussen de academische wereld en Buitenlandse Zaken.

Vrijdag publiceert Alexander Mattelaer, directeur Europese politiek bij Egmont, daarom een studie over hoe België zich moet opstellen in de brexitonderhandelingen. Hij ziet drie uitgangspunten: het nationale belang verdedigen, het Europese belang verdedigen of niets doen.

Tussen de lijnen door maakt Mattelaer misschien een nog veel belangrijker punt: we zijn dit soort denkoefeningen niet meer gewoon. ‘Jarenlang gingen we er namelijk van uit dat het Europese belang automatisch het onze is’, legt hij uit bij een ochtendlijke koffie in hartje Brussel. Dat is niet zo, omdat ook in de Europese Unie de geopolitiek terug is. ‘En dat idee is voor ons angstaanjagend, omdat we alles hebben ingezet op Europese samenwerking.’

‘Sinds het Verdrag van Maastricht in 1992 lagen de regels in de EU grotendeels vast’, legt Mattelaer uit. ‘Maar voor het eerst in een kwarteeuw wordt de betekenis van Maastricht nu in vraag gesteld. De Britten waren de eersten om duidelijk te maken dat ze werden meegezogen in een almaar nauwere samenwerking die ze niet wilden.’

Is dat een probleem? Het VK vertrekt.

Alexander Mattelaer: ‘Ja, want nu hoor je een gelijkaardige boodschap in Frankrijk. Toen president Emmanuel Macron aan de Sorbonne zijn visie op Europa uit de doeken deed, stelde hij hervormingen voor waarvoor een verdragswijziging nodig is. Frankrijk wil de regels voor economisch beleid en de euro heronderhandelen. Macron doet zijn voorstel vanuit een grote eurofilie, waardoor we de gelijkenissen met de Britten niet meteen zien. Maar ze zijn er: het Europa van de voorbije 25 jaar komt op losse schroeven te staan.’

Het Verdrag van Maastricht ontsloeg ons land van zware verantwoordelijkheden op het vlak van defensie en veiligheid. België dacht dat Europa alles zou oplossen.
Alexander Mattelaer
Egmont Instituut

Wat betekent dat voor België?

Mattelaer: ‘In de eerste plaats grote onzekerheid. Alle EU-landen maken hun eigen, nationale interpretatie van wat ze in Europa afspreken. De Belgische interpretatie van het Verdrag van Maastricht luidt dat daar de EU werd geboren. Dat daar de bouwstenen zijn gelegd om van de EU een federatie te maken die de euro invoert en zich ook met buitenlands beleid en defensie bezighoudt.’

‘In zekere zin is onze diplomatie sindsdien op cruisecontrol gaan rijden. Het Belgische doel is sindsdien de Europese samenwerking versterken. Ondertussen is de aandacht voor onze nationale structuren - Buitenlandse Zaken en Defensie - verslapt. We hebben zwaar op Europa ingezet. Maar wat gaan we doen als de resultaten minder geslaagd uitvallen als gehoopt of eenvoudigweg uitblijven?’

Door in te zetten op de EU zijn we het zelfs niet meer gewoon een debat te voeren over Belgisch buitenlands beleid.

Mattelaer: ‘We spreken in ons land inderdaad niet vaak over onze nationale belangen. Toch is het nodig. Neem nu de brexit: er staat voor ons meer op het spel dan voor de meeste andere landen. Er spelen drie dingen: economie, veiligheid en politiek.’

Het economische luik zijn de 42.000 jobs die verdwijnen - tien keer Ford Genk - als er opnieuw een douanegrens tussen België en het VK ontstaat?

Mattelaer: ‘Die analyse is al uitvoerig gemaakt. Ik wil er vooral aan toevoegen dat zo’n schok in heel België voelbaar zal zijn. Niet alleen welvaart, maar ook economische schade wordt via de geldstromen binnen de overheid herverdeeld over het hele land. De conclusie is heel duidelijk. De handel met het VK moet zo intact mogelijk blijven, weliswaar zonder de interne markt van de resterende 27 EU-landen te versplinteren.’

Hoe gevaarlijk is de brexit voor onze veiligheid?

Mattelaer: ‘Onze veiligheid leunt sterk op de as Brussel-Londen-Washington. De link met Londen is belangrijk, omdat het VK vaak optreedt als de Europese adjunct van de VS.’

In uw studie zegt u dat de Belgische Staatsveiligheid in 1949 akkoorden met haar Britse evenknie MI6 sloot en dat zowel de Belgische F16-eskadrons als de paracommando’s roots in het Britse leger hebben. Is dat nog altijd voelbaar?

Mattelaer: ‘In de organisatie van onze krijgsmacht is nog altijd de voetafdruk van de winnaars van de Tweede Wereldoorlog zichtbaar. Bovendien zijn qua internationale veiligheid de VS en het VK twee handen op één buik. Het inlichtingenweefsel van de Angelsaksische naties is zodanig in elkaar verstrengeld dat ze wat betreft het delen van informatie een geheel vormen.’

‘Je moet daarom de context goed snappen. De Amerikaanse regering is meer dan vroeger bereid om turbulentie in buurlanden van de EU te tolereren, eenvoudigweg omdat haar Aziatische bondgenoten meer aandacht vergen. Denk aan Noord-Korea: indien de crisis daar escaleert, zuigen de VS wellicht heel wat veiligheidscapapiteit uit Europa weg. Dat betekent dat het VK weer belangrijker kan worden voor ons binnen de NAVO.’

‘Bovendien groeien ook de uitdagingen voor veiligheid in België. We moeten ons beter wapenen tegen terreur, cyberdreigingen en de nieuwe informatieoorlogen. Dat zijn allemaal terreinen waar de Belgische veiligheidsdiensten door chronische onderfinanciering telkens in brandblusmodus moeten uitrukken.’

Is er beterschap in zicht?

Mattelaer: ‘Het zal eerst erger worden voor het beter wordt. De omslag is pas ingezet en dan nog veelal met woorden in plaats van met daden. Bovendien duurt het jaren vooraleer mensen zijn opgeleid en op het terrein het verschil maken.’

‘In ons land bedragen de uitgaven voor dienstencheques de helft van het defensiebudget. We geven meer uit aan straatvegers dan aan inlichtingendiensten. Onze generaals sturen al jaren noodsignalen uit, maar ze worden nauwelijks beantwoord.’

Hoe doen andere EU-landen het?

Mattelaer: ‘In vrijwel alle omringende landen gaan de veiligheidsbudgetten snel omhoog. In Duitsland is de trendbreuk erg uitgesproken: daar komt er voor de Bundeswehr de komende jaren élk jaar het equivalent van het huidige Belgische defensiebudget extrá bij. Het gaat erg hard en wij starten onze inhaalbeweging van helemaal achteraan het peleton.’

‘Indien de afstand tussen de Angelsaksische wereld en het Europese continent zou toenemen, dan wordt de situatie voor ons moeilijker. We hebben er alle belang bij die afstand zo klein mogelijk te houden.’

Welk politiek belang speelt voor België in de brexit? We zien dat premier Charles Michel (MR) zich tot de ‘réfondateurs’ rekent die de EU nu willen herlanceren.

Mattelaer: ‘Dat is begrijpelijk. Vanuit de cockpit heeft België het meeste invloed op de richting die het Europese schip uit zal varen. Maar het heeft ook met binnenlandse politiek te maken. Voormalig premier Wilfried Martens zei in zijn memoires dat België Europa nodig heeft, zoniet werd het ‘hachelijk het bij elkaar te houden’.

‘Dat verklaart waarom het Verdrag van Maastricht in ons land werd omarmd als die grote sprong voorwaarts naar een Europese federatie. Door die interpretatie kon de Belgische overheid zichzelf immers ontslaan van de zwaarste nationale verantwoordelijkheden, en de budgettaire marge die aldus vrijkwam gebruiken om andere dingen te doen. Dit is de strategie van de hoop, namelijk dat Europa al onze nationale problemen op termijn wel oplost.’

'Je ziet ook de drang om alle werven die sinds het verdrag van Maastricht nog niet af zijn, nu wel snel af te werken. Die reflex zit heel diep bij de generatie politici die er destijds al bij was, zoals Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker.' ©EPA

Daarom hoeft België misschien niet de nationale belangen te verdedigen. Het kan ook gewoon de EU-logica volgen.

Mattelaer: ‘Dat is de tweede strategie voor België. En daarom zie je ook de drang om alle werven die sinds het verdrag van Maastricht nog niet af zijn, nu wel snel af te werken. Die reflex zit heel diep bij de generatie politici die er destijds al bij was, zoals Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker. Ze zit ook diep bij de Belgische politieke klasse, al zie je dat er zowel ter linker- als ter rechterzijde de kritiek groeit.’

‘De grote vraag wordt of zo’n verdere Europese samenwerking tijdig zal lukken. Zowel Frankrijk en Duitsland als wij kennen bijvoorbeeld het probleem van terugkerende Syriëstrijders. De Fransen reageren daar keihard op, de Duitsers uitermate voorzichtig. Hun reactie kan niet verschillender zijn. In zo’n geval is de terugvalpositie dat iedereen zijn nationaal beleid voert en daar ook verantwoordelijkheid voor neemt.’

We kunnen de brexit ook op een andere manier aanpakken, schrijft u. Niet door onze nationale belangen keihard te verdedigen, niet door het voortouw in de EU te nemen, maar gewoon niets doen.

Mattelaer: ‘Neutraal blijven. Je kan dat zien als een zwaktebod, maar het heeft wel degelijk verdienste. Uit ervaring weten we dat de Commissie probeert de Europese constructie sterker te maken. Je laat de Commissie daarom doen en op het einde probeert de Belgische diplomatie dan te bemiddelen tussen de grote landen die nog dwars liggen. Op die manier neem je niet het voortouw, maar degradeer je jezelf evenmin tot toeschouwer.’

Welk van de drie strategieën geniet uw voorkeur?

Mattelaer: ‘Het onderscheid tussen deze opties dient vooral om duidelijkheid te scheppen. In de praktijk zal het altijd een mengeling van de drie worden: een evenwicht van nationaal belang, Europees belang, en niet te hoog van de toren blazen.’

We moeten er ook rekening mee houden dat het tijdperk van groeiende welvaart en veiligheid, dat we sinds het einde van de Koude Oorlog kennen, misschien voorbij is. En dan staat er veel meer op het spel dan een goed handelsakkoord met Londen.
Alexander Mattelaer
Egmont Instituut

‘We moeten de brexit bovendien ook anders bekijken. We redeneren te veel vanuit de wereld die we kennen. We moeten er ook rekening mee houden dat het tijdperk van groeiende welvaart en veiligheid, dat we sinds het einde van de Koude Oorlog kennen, misschien voorbij is. En dan staat er veel meer op het spel dan een goed handelsakkoord met Londen. Dan is zelfs het voortbestaan van de EU niet zo verzekerd als we zouden willen. We mogen daarom de ogen niet sluiten voor het scenario waarin de verdere integratie van de EU ijdele hoop blijkt. Je moet ook op worst-casescenarios kunnen reageren.’

Zijn de ogen gesloten bij de overheid?

Mattelaer: ‘Bij Buitenlandse Zaken en Defensie zijn ze zich bijzonder bewust van de problemen - zowel de machtsverschuivingen in de wereld als hun eigen anorectische toestand. De voorbije tien jaar is ons diplomatiek netwerk van 131 naar 117 posten gezakt, en veel ambassades bestaan nog maar uit twee of drie diplomaten. Onze voelsprieten in de wereld worden erg kort.’

Wat moeten we dan doen?

Mattelaer: ‘Ons diplomatieke netwerk koesteren, onze bilaterale relatie met het VK proberen rijker te maken en zelfs in het Trump-tijdperk proberen geen potten met de VS te breken. Maar op het einde van de dag zullen we toch meer geld in Defensie en Buitenlandse Zaken moeten investeren. Het diplomatieke netwerk en de krijgsmacht uithollen, betekent uiteindelijk dat de buitenlandse belangen van alle Belgen meer en meer te grabbel worden gegooid. Zo ontstaat een situatie die we historisch al te goed kennen: België als speelbal op de woelige baren van de geopolitiek.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content