opinie

De echte prijs van het bedrog over Griekenland

Geert Noels

Door het verloochenen van principes en het gebruik van leugens in het Griekse dossier komt op langere termijn het Europese project in gevaar.

Geert Noels, stichter en hoofdeconoom van Econopolis

©Dries Luyten

Alles lijkt intussen wel gezegd over Griekenland. Al meer dan vijf jaar staat het land op de eerste pagina van de kranten. De Griekse economie weegt nochtans minder dan de helft van de Belgische, en minder dan een tiende van de Franse. Een Griek creëert gemiddeld de helft van de toegevoegde waarde in euro van een Belg. Hoe kan een kleine economie zo hard wegen op de eurozone? En hoe kan een economie die meer kenmerken heeft van een emerging market in een muntzone van rijke industrielanden terecht zijn gekomen ?

Als Griekenland vandaag een onontwarbaar kluwen is, dan komt dat in de eerste plaats omdat de Griekse natie na decennia van corruptie, politieke onverantwoordelijkheid en wanbeleid een ‘failed state’ is. Maar het is eveneens een gevolg van een combinatie van leugens en verwaarloosde principes vanwege de Europese beleidsverantwoordelijken. Als het zuiderse land vandaag de Europese leiders zo zwaar onder druk kan zetten, tot op de rand van chantage, dan komt dat door een aantal leugens die de voorbije jaren aan de Europeanen verteld zijn .

Leugen één: Griekenland kwalificeerde nooit voor de Maastrichtcriteria, en de Europese politici wisten dat, zoals onze toenmalige Minister van Financiën in 2011 toegaf. De intrede in 2001, langs de achterdeur en in zeven haasten, gebeurde op basis van cijfers die achteraf vervalst bleken. Al in 2004 gaf Griekenland openlijk toe dat het de cijfers had vervalst, omdat het anders niet zou worden toegelaten.

Leugen twee: de intrede van Griekenland in de eurozone had minder met economie dan met (geo)politiek te maken. Toppolitici van weleer geven vandaag toe dat de intrede in de eurozone onder zware druk van de Verenigde Staten gebeurde. Die vonden het een goede manier om een belangrijke NAVO-partner te verankeren in het westerse kamp.

Leugen drie: de redding van Griekenland in 2010 was in werkelijkheid een ‘bank bailout’, een redding van - vooral Franse en Duitse - banken. Daardoor werd een plan doorgedrukt dat geen toekomstperspectief gaf voor de Griekse bevolking.

Een munt is gebouwd op vertrouwen, en dat laatste is een resultaat van een aantal afspraken en principes. De belangrijkste afspraken werden in het Maastrichtverdrag gegoten en ondertekend door alle Lid-Staten. Het verdrag moest even solide worden als een gouden standaard. Maar papieren beloftes houden nooit langer stand dan de eerste verleiding of crisis.

De onafhankelijkheid van de centrale bank is de tweede pilaar waarop de euro is gebouwd. Ondertussen is al te vaak gebleken dat de ECB een verlengstuk is geworden van de Europese politiek, en daardoor al haar principes is gaan verwateren. De euro is niet ‘zo sterk als de Duitse mark’, een belofte die elf landen heeft verleid om hun monetaire beleid aan Frankfurt over te dragen. De ‘sterkte’ had trouwens niets te maken met de evolutie tegenover de dollar, maar wel met de sterkte van het vertrouwen in de eengemaakte munt.

Hoe zou Europa er vandaag uitzien, mochten de Europese leiders de afgelopen zes jaar niet al hun tijd en energie hebben moeten steken in de Griekse ‘sideshow’, maar in het maken en uitvoeren van beleid om ondernemerschap, onderzoek en ontwikkeling, onderwijs, integratie en immigratie te verbeteren? Hoeveel groei, jobs, en vertrouwen heeft dit gekost aan Europa en zijn burgers ? Dit zijn, meer nog dan de 275 miljard euro die in de Griekse put zijn gestort, de enorme opportuniteitskosten van de Griekse crisis.

Griekenland zou nooit zo zwaar kunnen wegen op de Europese politiek, mocht Europa zijn principes niet zo zwaar hebben verloochend.

Het is dus niet zijn economische gewicht dat Griekenland heeft toegelaten zoveel politieke bandbreedte te nemen. Grieks minister van Financiën Yanis Varoufakis is een specialist van de speltheorie. Zijn Griekse kaarten zijn zwak. Maar hij versterkt zijn hand door andere kaarten uit te spelen: geopolitiek, besmettingseffecten en de Europese politieke verantwoordelijkheid voor de drie leugens uit het verleden. Griekenland zou nooit zo zwaar kunnen wegen op de Europese politiek, mocht Europa zijn principes niet zo zwaar hebben verloochend. Dit gebrek aan duidelijkheid en principes speelt ook een rol in andere dossiers die de eenheid van Europa onder druk zetten, waaronder immigratie, uitbreiding, vrijhandel en de Russische dreiging.

Daarmee wordt nogmaals duidelijk dat principes en waarheden weliswaar politiek gemakkelijke beslissingen soms in de weg staan, maar dat het wel de fundamenten zijn waarop een samenleving is gebouwd. De grootste slachtoffers zijn op korte termijn de Griekse burgers en de Europese belastingbetalers. Op lange termijn komt echter het hele Europese project, dat stabiliteit en welvaart moet garanderen voor 500 miljoen inwoners, in gevaar.

Tijd Connect