86-90: Van Van Morrison tot Keith Jarrett

Veedon Fleece ©rv

De beste honderd albums aller tijden. Die presenteren we u deze maand. De Tijdlijst 2013 is een optelsom van de muzikale top 50 van 15 redacteurs. Het nummer één onthullen we op 31 augustus.

90. Veedon Fleece - Van Morrison (1974)

Het is toeval dat dit vergeten meesterwerkje van ‘Van the Man’ net voor het commercieel wel succesvolle ‘Blood on the tracks’ van Dylan prijkt. Toch zijn er veel parallellen tussen de twee. Voor beiden gaat het de meest intimistische plaat uit hun oeuvre, maar de love songs van Morrison getuigen van een ontluikende liefde, die van Dylan van een gebroken relatie. Veedon Fleece – dat overigens niks betekent volgens Morrison – sluit een magistrale periode af die begon met ‘Astral Weeks’. ‘Na het beluisteren van deze plaat zou een moment van absolute stilte moeten volgen’, verwoordde een criticus het passend’.  Veedon Fleece is op muziek gezette stilte.

 

89. Daisies of the Galaxy - Eels (2001)

Pitchfork hates us and we don’t care.’ Zie daar het motto van het vooral in Europa talrijke leger Eels-fans. Eels dat is E. En E is de lettre de plume van Mark Oliver Everett. Vooral Amerikaanse critici, de indiekoningen van Pitchfork op kop, lusten Eels niet, maar de veelschrijvende muzikale duizendpoot uit Los Angeles kan wel telkens weer op uitverkochte concerten en goedverkopende platen rekenen. En neen, E wentelt zich lang niet altijd in een ‘bonjour tristesse’-sfeertje. Dat bewijst hij van bij de aftrap van zijn derde worp, het optimistische ‘Daisies of the Galaxy’,  met het orgeltje van ‘Grace Kelly Blues’. Maar voor je E van happy happy joy joy kunt verdenken, gooit hij er toch maar lekker ‘It’s a Motherfucker’ tussen.

 

88.  Rumours - Fleetwood Mac (1977)

Een plaat waarvan het opnameproces al even legendarisch is als het resultaat. Bassist john mcvie en pianiste christine mcvie hadden net hun echtscheidingsformulieren ingevuld. De relatie van gitarist lindsay buckingham en chanteuse Stevie Nicks stond op ontploffen. Nicks had bovendien een geheime affaire met drummer Mick Fleetwood, die op zijn beurt een mislukt huwelijk trachtte te verwerken.

Wat doe je dan? Dan ga je toch met zijn allen gezellig de studio in om een plaat te maken? Een jaar lang? Al dan niet voorzien van een rugzak vol cocaïne? Dan schrijf je toch bittere teksten vol overspel, gebroken beloftes en jaloezie over de persoon die twee meter verder staat? Dan laat je heel vilein die persoon toch die teksten zelf zingen?

En dan injecteer je die paranoia - dat is het genie van Rumours - toch met onvergetelijke popmelodieën? Go your own way bijvoorbeeld. Giftiger klonk een wereldhit zelden. Don't Stop (waarmee Bill Clinton, die ook a thing or two over overspel kende, later op campagne ging). Buckingham levert prachtsongs als Second hand newsNever going back again en  I don't want to know

Het mysterieuze meisje Stevie Nicks - helft girl next door, helft femme fatale – tracht haar ex te overtreffen met DreamsGold dust woman en vooral Silver springs (waarvan Lykke Li vorig jaar een fantastische cover maakte trouwens).

Time casts a spell on you, but you won't forget me
I know I could have loved you, but you would not let me
I'll follow you down ’til the sound of my voice will haunt you 
You'll never get away from the sound of the woman that loves you

Allesverterende liefde en verlies en passie en woede, Stevies stem die bijna breekt. Dat is overweldigend. Dat is Rumours.

 

87. Pearl - Janis Joplin (1971)

Ons lijstje bevat nogal wat artiesten die al jaren niet meer onder ons zijn, terwijl ze - mochten ze zich een burgerlijke levensstijl hebben aangemeten - vandaag hadden kunnen genieten van hun pensioen. Maar gitaarhelden als Jimi Hendrix en bluesrockdiva’s als Janis Joplin zijn jonge helden gebleven met ‘dank’ aan drank, drugs en rock-’n-roll. Net als Jimi is Janis postuum schatrijk geworden, want van ‘Pearl’, pas haar vierde maar ook laatste album, werden er alleen al in de Verenigde Staten 4 miljoen exemplaren verkocht.

Janis Joplin (1943-1970) was een kind van haar tijd: flower power, love and peace. Maar tegelijk was ze uniek. Vrouwelijke sterren die het solo maakten, waren in de sixties dun gezaaid, tenzij ze uit een folky vaatje tapten zoals Joan Baez of de jonge Joni Mitchell. ‘Grace Slick’ van Jefferson Airplane kwam nog het dichtst in haar buurt, maar in vergelijking met ruwe diamant Janis was Grace een gladde parel. Het meest lijkt ze nog op Hendrix. Wat die met zijn gitaar uitvogelde, presteerde Joplin met haar stem: muziek met ballen (‘My baby’), naar de keel grijpend (‘Get it while you can’), maar soms kinderlijk teder (‘Mercedes Benz’), stevig rockend (‘Move over’) en op zijn best dodelijk ontroerend (‘Me and Bobby McGee’). ‘Pearl’ staat er vol van, al moet haar vroegere werk daar nauwelijks voor onder doen. Luister maar naar ‘Ball and chains’ of ‘Kozmic blues’.

Joplin was vooral een vertolkster - zoals de vroege Joe Cocker - die een song zo naar haar hand zette dat ze hem ter plekke uitgevonden leek te hebben. Kris Kristofferson mag de hemel en vooral Janis dankbaar zijn dat zij haar grootste hit scoorde met ‘Me and Bobby McGee’. Alleen met de royalty’s van haar versie kon de man de rest van zijn dagen in ledigheid doorbrengen.

Joplin paste niet in de protestgeneratie, en al zeker niet in de daarna lange lijn van zangeressen die vooral dankzij hun looks de charts veroverden. Deze dame had heart and soul, een rasmuzikante en zangeres. Janis uit Texas stierf op 4 oktober 1970 aan een overdosis heroïne. Op haar hotelkamer. Net als Jimi, die zestien dagen eerder was overleden. Rolling Stone zet haar op 46 in de top 100 van de allergrootsten en op 26 in het lijstje van de beste zangers/zangeressen. ‘Freedom’s just another word for nothing left to lose.’

 

86. The Köln Concert - Keith Jarrett (1975)

‘Elk nadeel heb zijn voordeel.’ Het is een citaat van de Nederlandse voetballer Johan Cruijff, maar het had net zo goed de lijfspreuk van de even fragiele als geniale Keith Jarrett kunnen zijn. Want alles zat tegen, op die 24e januari 1975, in de Opera van Keulen.

Jarrett kwam al geradbraakt in de Duitse stad aan na een daglange autorit vanuit Zürich. Eenmaal in de concertzaal bleek de door Jarrett gevraagde Bösendorfer 290 Imperial niet aanwezig, maar wel een repetitievleugeltje, dat zo rampzalig klonk dat het zelfs na vijf uur stemmen nog niet fatsoenlijk klonk. Een regelrechte ramp voor een erkend mierenneuker als Jarrett. En op een deftig uur beginnen met het concert zat er ook al niet in: de zaal was pas om 23 uur 30 beschikbaar voor het eerste jazzconcert dat de Keulse Opera ooit zou ontvangen. De twee microfoons die de oprichter en eigenaar van het fijnproeverslabel ECM, Manfred Eicher, bij de oefenvleugel zette, waren aanvankelijk louter bedoeld voor privé-gebruik. Maar zoals Jarretts onnavolgbare ritme-linkerhand en de ongelofelijk soepele lineaire runs van zijn rechterhand over dat nog altijd niet perfect gestemde klavier jakkeren, dat was pure magie.

Jarrett had vooraf geen noot op papier gezet. Het hele concert is één grote improvisatie. Eicher haalde een paar krachttoeren uit om het concert op een dubbel-LP uit te brengen, maar het was de moeite. De plaat werd met gemak het bestverkochte album van een solo-instrument aller tijden: Dertig jaar na dato was het al 3,5 miljoen keer over de toonbank gegaan. Met The Köln Concert zette Jarrett ook de klassieke piano terug op de jazz-kaart als solo-instrument. Het duurde tot 1990 voordat Jarrett zich liet overhalen om het concert alsnog uit te schrijven in notenschrift. Dat maakt het vooral bijzonder om het concert ‘mee te lezen’. Naspelen is geen goed advies. Dat lukt niet. Jarrett bewees met The Köln Concert nog maar eens dat de uitvoering zo ontzettend veel meer is dan het netjes volgens de regels uitvoeren van de noten. Waren er van Bach geluidsopnames geweest zoals die nu wel van Jarrett beschikbaar zijn, dan was de klassieke muziekwereld veel vendetta’s bespaard gebleven.  

De Tijdlijst van beste muziekalbums kunt u online volgen op www.tijd.be/muziek.

 

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud