96-100: Van Chuck Berry tot Prince

©Ronald Grant Archive / Mary Evan

Naar jaarlijkse gewoonte stelt de redactie van De Tijd ook deze zomer weer een cultureel getinte lijst samen. Na de beste boeken vorig jaar en 'must see' films in 2011 schotelen we u dit jaar de beste albums ooit voor. De Tijd-lijst 2013 is een optelsom van de muzikale top 50 van 15 redacteurs.

Het nummer één onthullen we op 1 september. Maar starten doen we met de nummers 96 tot en met 100. Doorheen de tekst voorzien we u van heel wat extra materiaal. Achter de links vindt u videoclips, recensies en ander leuks.

100. Chuck Berry: Chuck Berry Is on Top (1959)

De matrix heeft het zo gewild: Chuck Berry mag De Tijd-lijst van de beste honderd muziekalbums inleiden. Ook al prijkt op de cover van 'Chuck Berry is Top' een dessert.  Maar de coupe fraise staat wel op jarenvijftigmeubilair uit een Amerikaanse diner, waar de jeugd zaterdagavond samenkwam en op de rock-'n-rollmuziek uit de jukebox danste.

De scheidslijn tussen verzamelaar en album is dun voor 'Chuck Berry Is on Top', maar de kwaliteit is ongemeen hoog. Dat was, opvallend genoeg en veel te weinig beklemtoond, ook zo voor albums van sommige andere reuzen uit die tijd, onder wie Bo Diddley, Buddy Holly en Little Richard.

Chuck Berry, de man uit Saint Louis, is dé mythemaker van die nieuwe muziekvorm. Hij gaf de rock-'n-roll haar archetypes. Elke keer vertrok hij vanuit zichzelf. Wie anders was 'Johnny Be Goode', een jongen die nergens stond en de wereld heeft veroverd met een gitaar? Wie anders was 'The Brown Eyed Handsome Man'? De man met de bruine huid natuurlijk, die de zoete kleine rock-'n-rollmeisjes - en schande, ook de blanke! - ongeremd deed dansen?

Plots zingt hij dan als de vader die de telefoniste smeekt om verbonden te worden met zijn dochtertje in Memphis, dat hij sinds zijn scheiding niet meer heeft gezien. Zo brengt hij de blues terug in de rock-'n-roll.

Berry is ook de ingenieur van het gitaarspel, de riffs en de 'big beat', een strakke harde drumslag die vooraan in de muziek kwam te zitten. Dat is het vehikel waarop de rock-'n-roll decennialang voortraasde. Mooi detail: 'Maybelline' (Berry's eerste hit) was nog een een krakkemikkig autootje waarmee hij het opnam tegen de bolides van een nieuwe, verwende generatie. Berry zit niet meer aan het stuur, maar zijn machtige machine scheurt voort in de tijd. The Beatles zweerden bij 'Roll over Beethoven' en 'Rock 'n' Roll Music', Keith Richards heeft met Chucks gitaarriffs als cylinders ontelbare keren de wereld afgehotst, de Woodstockgeneratie overschilderde het koetswerk met exotische kleuren, heavymetalkids pimpten de wagen, punkers stripten hem tot alleen het koetswerk overbleef en de grungers baanden zich met grommende motor door het slijk.

En al lijkt de Tomorrowland-generatie dezer dagen ver van Berry verwijderd, altijd opnieuw zullen anderen hem op hun spoor terugvinden.

99. Motorpsycho: Angels and Daemons at Play (1997)

Eclectisch undergroundtrio uit Noorwegen, genoemd naar de gelijknamige sexploitationfilm van groteborstenfanaat Russ Meyer. De Noormannen tappen uit eindeloos veel vaatjes: folk, schreeuwmetal, neo-psychedelica, indierock, industrial noise, enz.. Korte melancholische songs, lange, heerlijk uitgesponnen lappen. Alles kan bij Motorpsycho.

98. Oasis: (What's the Story) Morning Glory? (1995)

You love the Gallaghers or you hate 'em, maar er stonden toch maar mooi vijf wereldhits op '(What's the Story) Morning Glory?': 'Some Might Say', 'Wonderwall', 'Don't Look Back in Anger', 'Champagne Supernova' en 'Roll with it'. Rolling Stone, in zijn viersterrenrecensie: "(What's the Story) Morning Glory? is more than a natural progression; it's a bold leap forward that displays significant musical and personal growth, not to mention a far greater familiarity with the Fab Four's back catalog."

97. Randy Newman: Sail Away (1972)

Het derde studio-album van de zoet-cynische en luie - zijn eigen woorden - singersongwriter. Vlijmscherpe analyses van de Amerikaanse samenleving, verpakt in catchy melodietjes zoals 'Lonely at the Top'. Vormt samen met 'Good Old Boys' (1974) en 'Little Criminals; (1977) het beste van zijn werk. Rolling Stone plaatste het album op 321 in zijn top 500 aller tijden. Maakte slechts 11 studioalbums, maar schreef wel de muziek voor een 30-tal films. Wie snel is kan hem binnen twee weken nog zien in het Middelheim-park.

96. Prince: Dirty Mind (1980)

Zwoele, geile funk. Of bloedgeile funkpop, zoals collega Ben Serrure het omschrijft. Dat is Dirty Mind, (1980), het derde opus van de toen nog maar 22-jarige Prince. De zwoele funk druipt van songs als Head of Dirty Mind af. Vergeet disco en Saturday Night Fever (1977). Schakel over naar the real thing.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud