Brusselse personenbelasting voor het eerst laagste van het land

De Brusselse Grote Markt. ©Photo News

Brussel maakt als enige gebruik van de autonomie om minder aanvullende belasting op de personenbelasting te heffen. Daardoor kan de belastingfactuur voor een Brusselaar lager uitvallen dan die voor een Vlaming en een Waal.

Fiscale autonomie voor de deelstaten. Daar waren de Vlaamse partijen al jaren vragende partij voor. Wie centen uitgeeft, moet ook verantwoordelijk zijn voor de inkomsten. Het was dé drijfveer achter de zesde staatshervorming. Vlaanderen, Wallonië en Brussel hebben fiscale autonomie gekregen over onder andere gewestelijke opcentiemen die ze heffen op de personenbelasting.

Belastinggids 2018

De Netto Belastinggids, wegwijzer naar minder belastingen.

De Belastinggids is op 19/5 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

De beslissingsbevoegdheid over de opcentiemen is voor het eerst voelbaar in de belastingaangifte met de inkomsten van 2017. Niet Geert Bourgeois (N-VA) in Vlaanderen of de PS in Wallonië, maar de Brusselse minister van Begroting en Financiën Guy Vanhengel (Open VLD) heeft daar als enige iets mee gedaan.

Elke Brusselse belastingplichtige geniet een korting van 0,5 procent in de personenbelasting, goed voor een belastingvermindering van 20 miljoen euro. ‘Voor een Brusselaar met een bruto-inkomen van 30.000 euro per jaar leveren de lagere opcentiemen een voordeel op van 27,50 euro op, voor een jaarinkomen van 40.000 euro is dat 48,20 euro’, zegt Bart Lombaerts van PwC Tax Consultants. ‘De bedragen moeten beperkt blijven. De Bijzondere Financieringswet verbiedt ‘deloyale fiscale concurrentie’ om een te grote opcentiemenkloof tussen de gewesten te vermijden.’

Agglomeratiebelasting

©Mediafin

De lagere opcentiemen komen boven op de afschaffing van de Brusselse agglomeratiebelasting, goed voor een verlaging met 1 procent op de personenbelasting. Die werd al voor de inkomsten in 2016 doorgevoerd en kwam neer op een belastingvermindering van 40 miljoen euro. ‘Wij helpen de belasting op arbeid aanzienlijk te verlagen’, zegt Vanhengel. ‘1,5 procent is niet niets.’ Bovendien is de forfaitaire belasting van 89 euro afgeschaft.

Of de totale belastingfactuur voor een Brusselaar lager uitvalt, hangt ook af van de belastingvoordelen waarover de gewesten beslissen. Doorgaans is het voordeel voor een woonlening het belangrijkste. In Brussel is de vroegere woonbonus vervangen door een korting op de registratierechten bij de aankoop. Vlaanderen kent wel nog een woonbonus via de jaarlijkse belastingaangifte. Voorts kunnen Vlamingen meer belastingvoordelen claimen dan Brusselaars, zoals een belastingvermindering voor geklasseerde monumenten en een hoger voordeel voor PWA- en dienstencheques.

Hoe betaalt u zo weinig mogelijk belastingen? Lees het in De Belastinggids, die morgen bij de krant zit.

Hoe loopt de belastingberekening?

De komende weken moet u uw jaarlijkse belastingaangifte indienen. Op de belastingafrekening die u naderhand krijgt, zult u zien dat de totale belasting uit drie componenten bestaat.

In een eerste stap wordt de verschuldigde personenbelasting berekend volgens de federale belastingregels. Het resultaat wordt verminderd met een autonomiefactor: het deel dat in het verleden via een dotatie naar de gewesten ging. Het saldo is de ‘gereduceerde belasting Staat’. Daarop kunnen de gewesten opcentiemen heffen.

Het Brussels Gewest heeft aan die berekening gesleuteld, waardoor Brusselaars 0,5 procent korting krijgen op de personenbelasting. Op het totaal van de federale en gewestelijke belastingen heffen de gemeenten ook nog eens opcentiemen. De lagere gewestbelasting in Brussel leidt daardoor ook tot een lagere gemeentebelasting. De Brusselse korting is niet verrekend in de bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden op het loon. De Brusselaars zullen dus bij de belastingafrekening netto iets meer overhouden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie