Een Vlaamse belastingbrief en tien andere nieuwigheden

©mfn

Vlamingen, Brusselaars en Walen krijgen straks voor het eerst een aparte belastingaangifte, wat het aantal codes doet slinken. Voor alleenstaande ouders en nieuwkomers verandert nog meer. Een overzicht.

De voorbije jaren was er één zekerheid als het over de belastingbrief ging: een nieuw jaar stond garant voor een resem nieuwe codes. Vorig jaar waren er 75 extra codes, het jaar ervoor 38.

Die wildgroei is een gevolg van de zesde staatshervorming, waardoor de drie gewesten beslissen over belastingvoordelen zoals die voor de lening voor een gezinswoning, dakisolatie en dienstencheques. Elk gewest vaarde steeds meer een eigen koers, met extra codes tot gevolg. Wie wilde weten welke codes in welk gewest golden, was op de voetnoten op het aangifteformulier aangewezen.

823
Ondanks de vereenvoudiging blijft de Vlaamse belastingbrief met 823 codes behoorlijk complex.

Om een antwoord te bieden op die complexiteit wordt de belastingaangifte vanaf dit jaar geregionaliseerd. In mensentaal: Vlamingen, Walen en Brusselaars krijgen elk een ander aangifteformulier. Dat bevat alleen de codes die relevant zijn voor dat gewest, waardoor het aantal codes fors slinkt. De nieuwe Vlaamse aangifte telt slechts 823 in plaats van de 885 codes van de federale aangifte van vorig jaar. De Brusselse aangifte doet het nog beter met slechts 807 codes, de Waalse aangifte blijft op 826 codes steken.

‘De afbouw van het aantal codes is een goede zaak, maar hij is vooral symbolisch’, zegt Jef Wellens, fiscalist bij Wolters Kluwer. ‘Dat bewijst de naarstige zoektocht naar andere plaatsen in de aangifte waar codes konden worden geschrapt, zonder dat daar een vereenvoudiging van de fiscaliteit tegenover stond. In het vak waar de beleggingsinkomsten moeten worden aangegeven, verdwijnen liefst 24 codes, zonder dat de spaarfiscaliteit is veranderd. Op die manier komt er - zonder dat het te veel opvalt - ruimte voor nieuwe codes die het gevolg zijn van nieuwe belastingmaatregelen.’

3,1 miljoen belastingplichtigen moeten geen aangifte indienen

De fiscus zal dit jaar 950.000 extra voorstellen van vereenvoudigde aangiftes versturen. Opvallend is dat 450.000 daarvan niet op papier, maar elektronisch verstuurd worden, een nieuwigheid. In totaal moeten ruim 3,1 miljoen van de 7 miljoen belastingplichtigen niet meer zelf het initiatief nemen om een aangifte in te dienen.

Een vereenvoudigde aangifte is een brief waarin de gekende fiscale gegevens van de belastingplichtige vooraf worden ingevuld, net als een berekening van de te betalen of terug te krijgen belasting. Als dat correct is hoeft u niets te doen, eventuele aanpassingen moet u melden. ‘Waak er altijd goed over dat u alle belastingvoordelen krijgt waarop u recht hebt. Zo moeten dit jaar alleenstaande ouders met een laag inkomen waakzaam zijn’, zegt Jef Wellens.

Door het lagere aantal codes daalt bij de aangifte op papier het risico op vergissingen drastisch. ‘Voor een elektronische aangifte via Tax-on-web maakt het niet zoveel verschil. Die aangifte liet sowieso alleen het gebruik van de juiste gewestcodes toe’, zegt Wellens.

Welke belastingaangifte krijgt u? Die van het gewest waar u op 1 januari 2018 ingeschreven was. ‘Wie op Nieuwjaar in het Vlaams Gewest gedomicilieerd was, krijgt een Vlaamse aangifte’, zegt Wellens. ‘Maar de fiscale woonplaats is de werkelijke verblijfplaats en die valt niet altijd samen met het domicilieadres. Iemand die verhuist, kan nog een paar weken talmen om zijn domicilie te veranderen. Wie op 1 januari van dit jaar de facto al in een ander gewest woonde, moet de aangifte van dat gewest indienen. Hij moet de werkelijke woonplaats eventueel zelf aantonen, bijvoorbeeld met facturen voor elektriciteits- en gasverbruik.’

Vlamingen, Walen en Brusselaars krijgen niet alleen een andere aangifte, er zijn nog een aantal nieuwigheden. Een overzicht van de tien belangrijkste.

1 Geen formeel onderscheid meer tussen alleenstaanden

Wie ongehuwd, gescheiden of van tafel en bed gescheiden is, is voor de fiscus een alleenstaande. Tot vorig jaar moest die naargelang de situatie kiezen uit vijf codes in vak II. Die zijn nu gebundeld in één code voor alle alleenstaanden. Voortaan moeten ook gehuwden en wettelijk samenwonenden dezelfde code aankruisen.

2 Extra steun voor alleenstaande ouders

Vanaf dit jaar krijgen alleenstaande ouders met een beperkt beroepsinkomen een dubbel belastingvoordeel. Een groter deel van hun inkomen ontsnapt aan belastingen. ‘Ze krijgen een extra belastingvrijstelling van 1.000 euro op hun inkomen. Dat levert een jaarlijks voordeel van 250 à 450 euro op’, zegt Wellens. Daarnaast krijgen ze een groter deel van de opvangkosten voor hun kinderen terugbetaald. Iedereen krijgt voor opvangkosten tot 11,20 euro per dag een belastingvermindering van 45 procent, voor alleenstaande ouders wordt dat tot 75 procent verhoogd.

Een alleenstaande ouder heeft op 1 januari 2018 minstens een kind ten laste - al dan niet in co-ouderschap - en woont niet feitelijk samen met een partner, vriend of vriendin. Het is geen probleem om met kinderen, (groot)ouders, broers, zussen of pleegouders samen te wonen.

‘Voor het eerst wordt in de groep van de mensen die alleen belast worden een onderscheid gemaakt tussen mensen die ongehuwd feitelijk samenwonen en echte alleenstaanden’, zegt Wellens. Dat onderscheid wordt gemaakt in de nieuwe rubriek 5 van vak II. Daar moet de alleenstaande ouder bevestigen dat hij niet feitelijk samenwoont met andere mensen dan de ‘toegelaten personen’ en dat hij dus recht heeft op de bijkomende belastingvoordelen. ‘Die nieuwe code wordt het best niet over het hoofd gezien’, zegt Wellens.

De extra stimulans is er alleen voor alleenstaande ouders met een beroepsinkomen van minstens 3.200 euro (na aftrek van beroepskosten). Werkloosheidsuitkeringen tellen niet mee, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen wel. Het inkomen mag ook niet te hoog zijn: vanaf een belastbaar inkomen van 15.000 euro worden de voordelen systematisch afgebouwd. Vanaf een inkomen van 19.000 euro of meer is er geen extra belastingvoordeel meer.

3 Nieuwkomers krijgen maar gedeeltelijke belastingvoordelen

In vak II is ook een nieuwe rubriek voor mensen die in België zijn komen wonen. Elke nieuwkomer moet aangeven hoeveel maanden van 2017 hij in het Belgische bevolkingsregister is ingeschreven. Een aankomst voor de zestiende van de maand wordt als een volle maand geteld. Iemand die op 17 oktober 2017 in België arriveerde, vult bij de nieuwe code 1199 het cijfer 2 (maanden) in. Wie twee dagen eerder - op 15 oktober - ingeschreven werd, moet 3 invullen.

Waarom is dat van belang? Vanaf dit jaar maken nieuwkomers niet langer aanspraak op belastingvoordelen voor het hele jaar. Dat geldt onder meer voor de belastingverminderingen voor pensioensparen, giften, kinderen ten laste en forfaitaire beroepskosten. Vanaf het aanslagjaar 2018 worden de federale belastingverminderingen, vrijstellingen en grensbedragen beperkt tot de werkelijke duur die iemand in België woonde. Het jaarvoordeel wordt vermenigvuldigd met de breuk ‘aantal maanden/12’.

‘Dat principe geldt ook voor vertrekkers die het land definitief verlaten. Maar daar wordt in deze aangifte geen rekening mee gehouden. Wie in 2017 is geëmigreerd moest een speciale aangifte indienen’, zegt Wellens.

Alleen bij immigratie en emigratie worden de belastingvoordelen beperkt. ‘Na een overlijden gelden de fiscale voordelen wel voor het hele jaar. Ook voor pas afgestudeerden die in de loop van 2017 zijn beginnen te werken, worden de belastingvoordelen niet beperkt’, zegt Wellens.

4 Aandelenopties zijn gewoon inkomen

Vanaf dit jaar krijgen alleenstaande ouders met een beperkt beroepsinkomen een dubbel belastingvoordeel.

Aandelenopties zijn een populaire manier om bonussen te betalen. Voor de werkgever zijn ze voordelig omdat hij er geen sociale lasten op moet betalen en een werknemer houdt er netto meer van over dan van cash. Naargelang iemand werknemer of bedrijfsleider is, moet hij die aangeven in vak IV of vak XVII. De aparte codes voor aandelenopties zijn geschrapt en worden in de nieuwe aangifte opgenomen onder de algemene rubriek bezoldigingen.

5 Beleggingsopbrengsten gebundeld

In het vak VII voor roerende inkomsten verdwijnen liefst 24 codes. Voor de spaarboekjes blijft alles bij het oude, maar de ‘verplicht aan te geven inkomsten’ worden in één rubriek gebundeld. De belangrijkste zijn dividenden van coöperatieve aandelen en buitenlandse beleggingsinkomsten.

6 Woonlening blijft meest complexe stuk van uw aangifte

Het vak IX, voor leningsuitgaven voor een gezinswoning en andere woningen, blijft met stip het meest complexe. Ook al staan er naast de federale codes (voor bijvoorbeeld een tweede verblijf of een investeringspand) alleen codes die relevant zijn voor een gewest, toch zijn er nog altijd 95 Waalse, 86 Vlaamse en 83 Brusselse codes voor de gezinswoning.

In de Vlaamse aangifte zijn er nieuwe codes die van belang zijn voor woonbonusleningen die in 2016 afgesloten werden. Wie drie kinderen of meer heeft, krijgt boven op het basisbedrag van 1.520 euro voor de woonbonus een toeslag van 80 euro. Daarvoor moet je het aantal kinderen aangeven.

7 Opsplitsing van gewestelijke en federale belastingverminderingen

In het vak X met de belastingverminderingen komen eerst de gewestelijke belastingvoordelen aan bod. De Vlaamse aangifte telt zes belastingverminderingen: voor pwa- en dienstencheques, een mama- en papalening, dakisolatie, geklasseerde monumenten en sociale huurwoningen. In Wallonië zijn er vijf belastingverminderingen en na de Brusselse belastinghervorming in de hoofdstad nog maar drie.

In een tweede luik volgen de federale verminderingen, die in alle aangiftes dezelfde zijn. De bekendste federale belastingverminderingen zijn giften aan een goed doel, de kinderoppas en pensioensparen.

8 Kaaimantaks aangescherpt

Vak XIV van de aangifte is voor juridische constructies, zoals trusts en stichtingen. Dergelijke constructies worden doorgaans in belastingparadijzen opgezet om geld aan de fiscus te onttrekken. Met de Kaaimantaks worden die inkomsten toch belast alsof de constructie er niet zou zijn. De oprichter heeft de constructie opgezet of heeft er goederen en rechten in ondergebracht en moet de constructie altijd melden.

Nieuw is dat ook iedereen die een voordeel uit die constructie ontving - zoals een dividend - aangifte moet doen. Die ‘iedereen die een voordeel ontving’ komt in de plaats van de vorig jaar afgeschafte categorie ‘derde-begunstigde’.

9 Nieuw belastingregime voor deeleconomie

Vorige zomer kondigde de regering aan dat het mogelijk wordt onbelast bij te verdienen, ook voor wie in zijn vrije tijd bijklust via een app of een elektronisch platform. Het gaat dan onder meer om de huisbereide maaltijden van FLAVR, bijles en studiebegeleiding via het Bijlesbureau of klusjes via ListMinut. Maar zover is het nog niet. De wetgeving is nog altijd nog niet af.

Voor bijverdiensten in 2017 is er een ander gunstig belastingregime: dat voor de deeleconomie. Zodra het platform erkend is, houdt het bij de betaling 10 procent bronbelasting in en stort het die naar de fiscus. Toch moet dat inkomen nog eens in de belastingaangifte opgenomen worden. De fiscus kan zo controleren dat iemand in 2017 niet meer dan het maximumbedrag van 5.100 euro verdiend heeft.

Als iemand ook maar 1 euro meer verdient, wordt het volledige inkomen - en niet alleen het deel boven 5.100 euro - beschouwd als een beroepsinkomen en belast tegen de gebruikelijke progressieve belastingtarieven. In deel 2 van de aangifte is in vak XVI voor diverse inkomsten een rubriek toegevoegd, waar het bruto-inkomen en de ingehouden bedrijfsvoorheffing moeten worden aangegeven.

10 Geen speculatiebelasting meer

De meerwaardebelasting bij de verkoop van aandelen binnen zes maanden na de aankoop is intussen weer afgevoerd. Daardoor verdwijnen vier codes in het vak XVI voor diverse inkomsten. ‘Die ‘belasting voor één jaar’ heeft intussen een opvolger, de nieuwe taks op een effectenrekening. Die drukt haar stempel op de aangifte van volgend jaar, met een nieuwe meldplicht’, zegt Wellens.

Lees verder

Advertentie
Advertentie