‘België speelt open kaart, de rest niet'

Véronique Tai, voorzitster van de rulingcommissie ©rv doc

Hoever mogen buitenlandse bedrijven gaan in het opzetten van belastingconstructies in ons land? Véronique Tai, de topvrouw van de rulingdienst, geeft ons het antwoord. Tegelijk waarschuwt ze: ‘België speelt daarover open kaart, de rest van Europa niet.’

De reis langs de ‘Belastingroute België’ toont een wondere wereld. Zoals een internationale groep die vanuit een woonblok enkele honderden miljoenen euro’s beheert. Of holdings die officieel Belgisch zijn, maar alleen maar buitenlandse bestuurders tellen. Waar ligt de grens tussen wettelijke fiscale optimalisatie en regelrecht misbruik?

Niemand die zo’n helder zicht heeft op de situatie als Véronique Tai, de voorzitster van de Belgische rulingcommissie. Dag in, dag uit krijgt ze in haar kantoor in de Wetstraat internationale groepen over de vloer, die groen licht vragen voor hun wildste fiscale plannen in ons land. Wat kan volgens Tai door de beugel, en wat niet? Kan een bedrijf uit de VS bijvoorbeeld zijn wereldwijde investeringen via Brussel laten lopen?

Véronique Tai: ‘Wat is realiteit en wat is fictie? Je hebt nu eenmaal amper personeel nodig om een holding te beheren. En wij kunnen niet veel meer eisen dan wat nodig is. Dat betekent ook niet dat we gelijk wat toestaan, dat we hen zuivere postbusfirma’s laten oprichten. Er moet wel degelijk een ‘aanwezigheid’ zijn in ons land. En wij gebruiken daarvoor duidelijke criteria, die ook gelden in andere landen, zoals Nederland.’

‘Het bedrijf moet bijvoorbeeld een bankrekening hebben in ons land. Ook de boekhouding moet hier gebeuren. Minstens één personeelslid moet hier werken en daarvoor de nodige vakkennis hebben, dus geen stroman. En de beslissingsorganen moeten hier ook echt bijeenkomen, fysiek, niet via conferencecall. We eisen daarom dat de raad van bestuur minstens voor de helft bevolkt wordt door mensen die hier wonen.’

Niet iedere holding voldoet aan die criteria. Sommige hebben zelfs een rechtstreekse ‘vluchtroute’ naar Luxemburg.

Tai: ‘We zien inderdaad nog geregeld Luxemburgse holdings met daarboven of daaronder een Belgisch bedrijf. Dat is niet altijd een probleem. Wel als er spiegelconstructies worden opgezet. De winsten in België mogen niet in één beweging verhuizen naar een spiegelholding in Luxemburg. Er moet een formele beslissing zijn genomen door de bestuurders in België om de winsten door te storten. Anders is het een en al fictie.’

Ook de Bijzondere Belastinginspectie is daar in sommige dossiers al over gestruikeld.

Tai: ‘Ik verberg niet dat we daarover al discussies hebben gehad met de Bijzondere Belastinginspectie. Het kwam voor dat wij groen licht gaven voor sommige Belgische holdings van buitenlandse investeringsfondsen, terwijl de belastinginspectie op hetzelfde moment belastingaanslagen vestigde tegen andere holdings van dezelfde groep. Het verschil was dat wij groen licht gaven voor nieuwe holdings die voor nieuwe investeringen waren opgericht, terwijl de BBI een onderzoek voerde naar het investeringsfonds dat daarachter schuilging. We hadden daarover een andere visie.’

De BBI heeft bijna alle rechtszaken verloren. Heeft u niet het gevoel dat de rulingdienst in die zaken gebruikt is om een gunstig vonnis te krijgen?

Tai: ‘Neen, toch niet. Weet u, dit soort dossiers jaagt me niet echt schrik aan. Want voor de Belgische schatkist is er geen verschil. Als die holdings hier niet zouden zijn, krijgt onze staatskas helemaal niets. ’

Maar andere landen zien hun belastinginkomsten daardoor wel dalen.

Tai: ‘Begrijp me niet verkeerd, het is zeker niet de bedoeling de banbliksems van andere landen over België heen te krijgen. De rulingdienst geeft alleen groen licht voor dit soort holdings als er echt sprake is van een Belgisch bedrijf, dat ook echt onderworpen is aan onze belastingregels. De holdings die u hebt ontdekt, die misbruik maken van het systeem, die slechts enkele duizenden euro’s belasting betalen op een resultaat van miljoenen euro’s, die komen niet langs bij ons. Die doen hun ding. Maar wij zijn geen controledienst. Dat is niet onze job.’

Ons verdrag met Hongkong is heel goed. Het is zelfs onmisbaar geworden voor bedrijven die willen investeren in Azië. Véronique Tai, Voorzitster rulingcommissie Feit is dat het voor buitenlandse investeerders loont om hun aandelen in België te parkeren. Ook al omdat België gunstige belastingverdragen heeft afgesloten met Zwitserland en Hongkong.

Feit is dat het voor buitenlandse investeerders loont om hun aandelen in België te parkeren. Ook al omdat België gunstige belastingverdragen heeft afgesloten met Zwitserland en Hongkong.

Tai: ‘We hebben enkele goede belastingverdragen, ook met de Verenigde Staten. En dat lokt bedrijven naar hier. Op dat vlak gebeurt er fiscale shopping. Ons verdrag met Hong kong is dan ook heel goed. Dat is zelfs onmisbaar geworden voor bedrijven die zich willen financieren in Azië. België heeft dat snel en efficiënt klaargespeeld. Dat is toch een goede zaak? Het is toch ook logisch dat we in België geen belasting heffen op aandelenwinsten? De bedrijven zijn al een keer belast op hun bedrijfsactiviteit. We moeten de holdings, de aandeelhouders, toch geen tweede keer belasten als ze de aandelen van die bedrijven verkopen?’

Wat met de financieringsvennootschappen van multinationals die gebruik maken van de notionele intrestaftrek? 

Tai: ‘Dat zijn bedrijven die bank of schatkist spelen voor internationale groepen. Dan heb je toch al wat meer personeelsleden nodig. Maar ook niet veel meer. De notionele intrestaftrek is destijds ingevoerd om de vroegere ‘coördinatiecentra’ van die grote groepen hier te houden. Na een Europese veroordeling mocht België die coördinatiecentra niet meer fiscaal bevoordelen. Die vroegere coördinatiecentra moesten destijds minstens tien mensen in dienst hebben. Maar die verplichting kon België niet meer opleggen voor een algemeen systeem zoals de notionele intrestaftrek.’

‘We eisen nog wel dat er een echte financieringsactiviteit gebeurt vanuit België. We vragen welk type financiering ze voor ogen hebben en kijken dan naar het profiel van hun personeelsleden. Dat mag niet gewoon de boekhouder of de poetsvrouw zijn.’

Waarom is er zo’n toevloed van Franse bedrijven?

Tai: ‘Je mag de rol van de ‘Big Four’, de vier grootste advieskantoren, niet onderschatten. Ik stel vast dat zij een uitgebreider klantennetwerk hebben in Frankrijk en dat ze de Franse bedrijven overtuigen van onze fiscale troeven. Je hebt ook een netwerk van Scandinavische bedrijven die op die manier naar België komen, en een Amerikaanse netwerk, via de AmCham. Aziatische bedrijven daarentegen vinden de weg naar België nog niet.’

Gaat er geen alarmbel rinkelen als je ziet dat Amerikaanse groepen hun Belgische vehikels soms oprichten vanuit de Bermuda of de Kaaimaneilanden?

Tai: ‘Dat is typisch voor de Amerikanen. Dat is een historisch probleem van de Amerikaanse fiscus. Maar in België moet het bedrijf telkens opnieuw verantwoorden waarom het daar zit. En of het er wel echte activiteiten uitvoert. Het wordt steeds moeilijker om dat te verantwoorden.’

Is het sop de kool wel waard? Zijn al die financieringsbedrijfjes even interessant voor de Belgische schatkist als voor de betrokken bedrijven?

Tai: ‘Oh ja, sowieso. Zonder die bedrijven zouden die groepen hier niet zitten en zouden we van hen geen cent belasting krijgen. Dat is natuurlijk in het nadeel van andere landen, die minder belastinginkomsten krijgen. Maar daar speelt de fiscale concurrentie. Elk land houdt zich bezig met zijn belastingen, en niet met die van een ander.’

‘De Europese commissie heeft onlangs nog alle rulingdiensten rond de tafel gebracht om te zien of we spontaan informatie kunnen uitwisselen. Maar we staan nog nergens. Er is zelfs een lidstaat - ik zeg niet welke - waar de rulings niet eens conform zijn aan de Europese regels. Rulings die een impact kunnen hebben op een andere lidstaat worden niet spontaan uitgewisseld.’ 

‘De Belgische rulingdienst is de meest transparante in Europa. Dat is flagrant. De andere rulingdiensten publiceren hun beslissingen helemaal niet! Wij wel. Hoe wil je een eerlijke fiscale concurrentie hebben in de Europese Unie als er geen transparantie is over de rulings? Zo kunnen er à la carte belastingvoordelen worden toegekend om multinationals aan te trekken. En als wij onze rulings wel prijsgeven, is het gemakkelijk voor andere landen om binnen hun wetgeving iets onder onze prijs te gaan. Dan trekt België aan het kortste eind.’

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content