reportage

Britse vissers: 'Jullie zullen onze vis blijven lusten'

Zicht op zee vanuit het kleine vissersdorpje Leigh-on-Sea. ©Mary Turner/FD

Een visserijdeal is een van de lastigste noten die de EU en het VK dit jaar moeten kraken. ‘Dankzij de brexit kunnen we ons visserijbeleid zelf in handen nemen’, maken de Britse vissers zich sterk.

Het is stil in de getijhaven van Leigh-on-Sea. Het is eb en het water heeft zich ver teruggetrokken van de kade van het kleine vissersdorpje aan de mond van de Theems. Enkele kokkelboten die aangemeerd liggen, hangen scheef in de modder. ‘Het is allemaal zo anders’, zegt Paul Gilson terwijl hij vanaf de kade over de moddervlakte uitkijkt. ‘Je had hier vroeger overal vissersboten: kleine boten, met een bemanning van een à twee mannen. Als de vloed kwam, gingen ze het water op om garnalen en vis te vangen. Daar konden ze van leven. Maar ze zijn bijna allemaal gestopt. Er is geen vis meer. Die kokkelboten zijn alles wat we nog hebben.’

Het kokkelseizoen begint in de zomer, dus is het nu stil in Leigh. De 66-jarige visser laat een korte stilte vallen. ‘Een van de dingen die de Leave-campagne goed begreep, is dat dit land houdt van de romantiek in de haven. Wij willen naar de kust kunnen gaan om te staren naar de vissersboten die binnenkomen.’

Wij vissers zijn de laatste jagers.
Paul Gilson
Visser

Gilson heeft zijn leven hier, bij de monding van de Theems, doorgebracht. Als vierjarige ging hij mee op de boot van zijn vader, op zijn dertigste nam hij het familiebedrijf met zeven boten over. ‘Wij vissers zijn de laatste jagers’, zegt hij opgewekt. ‘Het is niet iets wat je leert, je wordt ermee geboren. Je kan het zien als je door een vreemde haven loopt: die visser heeft het, die niet.’

Onafhankelijke kuststaat

Keep calm and read on

Op 31 januari verlaten de Britten de Europese Unie. Wat betekent die historische stap concreet? Voor ondernemers, beleggers, expats, reizigers en consumenten? Neem voorsprong en bereid u voor op de impact van de brexit.
De brexitspecial, vrijdag 31 januari bij De Tijd en op tijd.be

Maar het romantische beroep staat onder druk, want net als in Leigh hebben veel vissers in het Verenigd Koninkrijk het moeilijk. Velen van hen zien een oorzaak in het gehate visserijbeleid van de Europese Unie.

Dat bestond niet toen de Britten in de jaren 70 bij de Europese Gemeenschap kwamen’, zegt visserij-onderzoeker Craig McAngus van de denktank UK in a Changing Europe. ‘Maar een van de mythes hier, en die berust deels op de waarheid, is dat het VK zijn vissers opgaf om tegen gunstige voorwaarden lid van de EEG te worden. De neergang in de sector die volgde wordt aan de EU toegeschreven. Zo raakte de onvrede over Europa ingebakken in de mentaliteit van veel vissers.’

Ze zijn een van de vocaalste voorstanders van de brexit geworden. Vooral de groep Fishing for Leave voerde campagne, inclusief een flottielje van vissersboten op de Theems, pal voor het Palace of Westminster. ‘Dankzij de brexit krijgen we onze wateren weer in eigen handen’, licht Aaron Brown, medeoprichter van de campagnegroep, telefonisch toe. ‘We willen een gewone, onafhankelijke kuststaat worden, net als Noorwegen en IJsland. In de EU wordt onze natuurlijke rijkdom bestolen. Het VK is goed voor 50 procent van het water in de EU en 60 procent van alle vis wordt in Britse wateren gevangen. Toch krijgen Britse vissers maar 25 procent van de vangrechten.’

Zowat vier vijfde van de Britse vissersvloot bestaat nog altijd uit kleine boten van minder dan 10 meter lang, vaak gerund door families.

In Leigh heeft Gilson begrip voor die redenering, maar hij zoekt de oorzaak van de onvrede nog iets dieper. ‘Het debat over de visserij is zo emotioneel omdat het de lokale gemeenschappen rechtstreeks raakt.’ Om zijn woorden kracht bij te zetten wijst hij op de gebouwen in het straatje achter de waterkant, die hij kent uit zijn jeugd. ‘Daar was een scheepswerf en werden de netten gemaakt.’ Nu is er een café.

Zijn familiebedrijf heeft de focus door de jaren heen van de visvangst naar de -handel verlegd. ‘Ik kom veel in de havens van Nederlands en België. Het is daar altijd heel erg druk: technische diensten, toeleveranciers, de verwerkende industrie... Het is geweldig hoe alles er samenzit! De bedrijven kunnen zo groeien en professionaliseren. Wij hebben dat niet. Onze kustlijn is gigantisch. Daardoor hebben we een paar boten hier en een paar boten daar.’

Zowat vier vijfde van de Britse vissersvloot bestaat nog altijd uit kleine boten van minder dan 10 meter lang, vaak gerund door families. Die kleinschaligheid was, denkt Gilson, een cruciale factor in een ontwikkeling die het ressentiment tegen Europa heeft versterkt, met name de handel in vangstrechten.

Stekelrog

‘De Britse overheid liet Britse vissers hun vangstrechten verkopen. De Nederlanders en de Spanjaarden hebben die op grote schaal opgekocht. Ze waren gewiekster dan de kleine, lokale vissers, al zijn ook veel Britse vissers daardoor rijk geworden. Veel rechten zijn daardoor in handen van buitenlandse schepen die nooit in Britse havens komen.’

Het illustreert hoe de onvrede over Europa strikt genomen niet altijd te maken heeft met het Europese beleid, zegt Gilson. Toch kijkt hij uit naar de brexit, zij het niet omdat hij iets tegen Nederlandse, Belgische of Franse vissers heeft. ‘Maar dankzij brexit kunnen we eindelijk het visbeheer in eigen handen nemen. Brussel heeft geen oog voor de lokale situatie. We hebben miljoenen stekelroggen die we kunnen vangen zonder het risico op overbevissing.’

We willen naar de vissersboten staren die binnenkomen. Dat heeft de Leave-campagne goed begrepen.
Paul Gilson
visser

De vissers moeten de stekelroggen in hun netten nu verplicht mee aan land nemen, en moeten stoppen met vissen als ze het quotum overschrijden. De soort geldt daarom als een wurgsoort. ‘Europa doet aan overmanagement’, zegt Gilson. ‘Het papierwerk is enorm toegenomen. Als je een groot schip en een kantoor hebt, is dat misschien haalbaar, maar is dat ook te doen met twee man in een half-open boot?’

Voor Gilson persoonlijk maakt het niet veel meer uit. Hij verkoopt zijn laatste boot, die in aanbouw is. ‘De brexit heeft het enthousiasme teruggebracht in de Britse vissector. We kunnen dus verkopen.’

In de korte tijd tot zijn pensioen richt hij zich op de handelstak van zijn bedrijf, dat vooral tong exporteert naar België. Vreest hij dat de brexit hem nieuwe handelsbarrières oplevert? Hij haalt zijn schouders op. ‘De vraag vanuit Europa is enorm. Ik denk dat jullie onze vis zullen blijven lusten.’

Fish-and-chips in gevaar?
Het VK importeert zowat driekwart van de vis die er wordt geconsumeerd, zoals tonijn en garnalen. Nieuwe handelsbeperkingen, zoals invoerheffingen en controles aan de grens, kunnen een flinke domper op de brexit-euforie in de vissector betekenen. Is fish-and-chips, ’s lands favoriete afhaalmaaltijd, in gevaar?
Europese ambtenaren wezen erop dat de Britse wateren ‘slechts’ goed zijn voor 5 procent van alle kabeljauw en schelvis die jaarlijks in een beslagjasje de frituur ingaat. De rest wordt geïmporteerd en is dus gevoelig voor handelsbarrières. Maar de Britse vislobby suste: 90 procent van de kabeljauw en schelvis komt uit de noordelijke Atlantische Oceaan, ofwel uit de wateren van de niet-EU-staten IJsland, Noorwegen en Faeroër. Het VK heeft met hen afgesproken dat het bestaande EU-handelsverdrag na de brexit voor het VK wordt gekopieerd. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie