analyse

Partij van Winston Churchill vervelt tot radicale brexitpartij

©AFP

Gaan de Britse Conservatieven ten onder aan brexitradicalisme als Boris Johnson zelfs de kleinzoon van Winston Churchill excommuniceert? Eerder volgt hij een risicovolle maar weloverwogen electorale en geopolitieke strategie om het voortbestaan van ’s werelds oudste partij te redden.

‘De Conservatieven waarvan ik ruim 27 jaar geleden lid werd, waren een ruime politieke kerk’, schreef parlementslid Phillip Lee dinsdag in zijn ontslagbrief aan partijleider en Brits premier Boris Johnson. ‘We werden verbonden door een voorzichtig bestuur, verantwoorde hervorming, het respect voor de rechtsstaat, de bescherming van onze Britse Unie en een gezond economisch beheer. Helaas heeft het brexitproces onze ooit grootse partij veranderd in een enge factie, waar je gedefinieerd wordt door hoe roekeloos je de Europese Unie wil verlaten. En misschien nog meer ontgoochelend, ze is geïnfecteerd door de ziektes van populisme en Engels nationalisme.’

Kort

De Britse premier Boris Johnson is in een titanenstrijd verwikkeld met het parlement en zijn Conservatieve partijgenoten. Door radicaal voor een no-dealbrexit te gaan, vervreemdt hij gematigde tory’s, maar scoort hij ook bij de Leave-kiezers. Zijn risicovolle strategie is zo een volstrekte meerderheid te verwerven bij vervroegde verkiezingen, en alsnog een harde brexit te realiseren.

Het was hét beeld van alweer een stormachtige Britse brexitweek: Lee die, terwijl Johnson een speech gaf, het gangpad van het Lagerhuis overstak en bij de Liberaal-Democraten ging zitten. Die avond spanden nog eens 21 gematigde tory’s samen met de oppositie om de route te blokkeren naar een economisch chaotische no-dealbrexit op 31 oktober, waar Johnson op aanstuurt. En ze dwongen hem brexituitstel tot 31 januari te vragen aan de EU. Woensdag weigerden ze ook Johnsons verzoek om op 15 oktober vervroegde verkiezingen te houden. Waarschijnlijk komen die er in november, als het no-dealgevaar weer even geweken is.

Het radicalisme dat Johnson kenmerkt sinds hij eind juli Theresa May opvolgde, werd er echter niet minder op. Het parlement laat hij straks vijf weken opschorten. De no-dealwet weigert hij uit te voeren. En hij stelde zijn regering samen uit bijna louter brexithardliners. Deze week weerde Johnson ook de 21 rebellen uit zijn fractie, ook al verloor hij zo zijn parlementaire meerderheid. Zelfs voor Nicholas Soames, de kleinzoon van Johnsons held Winston Churchill, is geen plaats meer. Zijn eigen broer Jo nam ontslag. ‘Ik herken deze partij niet meer’, zei de geëxcommuniceerde Ken Clarke, ‘de vader van het Huis’, die al sinds 1970 Conservatief parlementslid was. ‘Dit is nu de Brexitpartij.’

‘Bastards’

Is Johnson, voortgejakkerd door zijn omstreden adviseur Dominic Cummings, als een dictator echt op weg de oudste partij ter wereld te gronde te richten? Eerder lijkt hij toch, zijn imago van clownesk warhoofd ten spijt, bezig met een uiterst risicovolle maar wel degelijk even strategische poging het Conservatieve voortbestaan veilig te stellen. In zekere zin voltooit hij zelfs een lang intern proces.

Toen Sir Robert Peel in 1834 de Conservatieven oprichtte - de wortels gaan zelfs terug tot 1678 en de geboorte van de Tory Party - was hun blik sowieso gericht op het overzeese Britse Rijk. Maar ook toen dat Rijk verkruimelde, bleef de relatie met het Europese vasteland getroebleerd. Churchill, die nota bene zelf 20 jaar overliep naar de Liberale Partij, pleitte op het puin van de Tweede Wereldoorlog wel voor ‘een soort Verenigde Staten van Europa’, maar zag daarin geen rol voor het Verenigd Koninkrijk. Ja, de Conservatief Ted Heath leidde in 1973 de Britten alsnog binnen in de Europese familie. Maar gesteggel over dat lidmaatschap bracht alle Conservatieve voorgangers van Johnson - van Margaret Thatcher over John Major tot David Cameron en May - ten val.

De eurofobe ‘bastards’ die Major destijds verachtte, zijn steeds meer de mainstream geworden. De ‘no dealers’ rond Jacob Rees-Mogg en Steve Baker speelden een hoofdrol toen het scheidingsverdrag van May dit voorjaar driemaal begraven werd. De partijleden verkozen deze zomer duidelijk Johnson, in 2016 het boegbeeld van de ‘Leave’-campagne, boven gewezen ‘Remainer’ Jeremy Hunt als leider. Het iconische beeld van Rees-Mogg die dinsdag met een zelfvoldane grijns languit op de parlementsbanken lag, spreekt boekdelen.

Electorale herschikking

Wat Johnson en co. misschien wel beter dan wie ook begrijpen, is dat zich een zeldzame herschikking van het Britse politieke landschap aan het voltrekken is. In het klassieke tweepartijenstelsel verdedigden de tory’s, grofweg gesteld, de bedrijven en Labour de werknemers. Sociaal rechts versus links. Sinds het referendum is de brexit de nieuwe breuklijn, die dwars door beide partijen loopt. Het Leave-kamp verbond oudere, landelijke tory-kiezers met blanke arbeiders die traditioneel Labour stemden. Remain lokte eerder jonge, hoger opgeleide en stedelijke socialisten, en gematigde Conservatieven.

Die realiteit weerspiegelt zich drie jaar later maar langzaam in het parlement. Onder May waren de tory’s een Leave-partij die geleid werd door een Remainer. Labour is dan weer een Remain-partij met een brexiteer aan het hoofd: Jeremy Corbyn, die met zijn hardlinkse agenda al decennia gruwt van het ‘kapitalistische Brussel’. Zijn bochtige brexitparcours en marxistische imago doen kiezers weglopen naar de kleinere Liberaal-Democraten en de groenen.

Door radicaal voor een no-dealbrexit te gaan wil Boris Johnson de Brexitpartij van Nigel Farage leegzuigen.

Terwijl de Remain-stem zo verdeeld blijft, hoopt Johnson de Leave-kiezers weer te verenigen. Door radicaal voor een no deal te gaan, waar nochtans een meerderheid van de Britten tegen is, zuigt hij de nieuwe Conservatieve concurrent, de Brexitpartij van Nigel Farage, weer leeg. En kan hij straks de stembusslag framen als ‘het volk versus de volksvertegenwoordigers’. Johnson als de hoeder van de ‘wil van het volk’ om uit de EU te stappen tegen de ‘elite’ die dat wil stoppen. Dat Johnson en Rees-Mogg zelf alumni zijn van de elitescholen van Eton en Oxford is in deze revolutionaire tijden blijkbaar een irrelevante paradox.

Het Brits kiesstelsel, waar in elk van 650 districten alleen de kandidaat met de meeste stemmen een zetel haalt, lijkt ook een voordeel zijn. Abstract voorbeeld: als in een district vier van de tien kiezers op de tory’s stemmen, terwijl Labour en de LibDems er elk drie aan hun kant krijgen, is het Remain-kamp het grootst, maar mag de Leave-kandidaat wel naar Westminster. Polls voorspellen dat Johnsons inschatting wel eens zou kunnen kloppen.

‘Take back control’

Om zijn kansen nog te verhogen injecteert Johnson de tory’s ook al langer met het rechts-nationalistische populisme dat overal in het Westen opgeld maakt. In de aanloop naar het referendum zocht hij geregeld de rafelranden van het migratiedebat op. Een no deal doet het Europees vrij verkeer van personen volledig stoppen. ‘Take back control’ voedt het vooral Engelse chauvinisme, en lijkt zo uit het handboek van de Amerikaanse president Donald Trump te komen. Toen Johnson donderdag een warrige brexittirade afstak op bezoek bij politiekadetten, ontlokte dat massaal protest en hoon, maar de koppeling van euroscepticisme en veiligheid stuurde een allerminst toevallige boodschap naar de achterban.

Toch is ook dat niet nieuw. Eind jaren 60 hield Conservatief boegbeeld Enoch Powell al zijn beruchte ‘Rivers of Blood’-speech tegen de instroom van migranten uit de voormalige kolonies. En May waarschuwde jaren geleden al haar tory’s voor het imago van de ‘nasty party’. Anno 2019 lijkt het een geuzennaam.

Een radicale no deal dient ook een geopolitiek doel. In de 21ste eeuw zal de economische macht nog meer naar het Oosten verschuiven. Zonder banden met de EU kan het VK voluit handel drijven met China en India, en ook de ‘special relationship’ met de Verenigde Staten uitdiepen.

Hormonenvlees

Andermaal: niets nieuws onder de zon. De oude imperiale blik op de open zee inspireerde Cameron en ex-minister van Financiën Philip Hammond, nu een van de geroyeerde 21 dissidenten, de voorbije jaren het vuur uit de sloffen te lopen om Chinese investeringen op te drijven. Thatcher zag in de Amerikaanse president Ronald Reagan een neoliberale zielsgenoot, en gruwde van de Europese eenmaking die de toenmalig socialistische Commissievoorzitter Jacques Delors voor ogen had.

De brexiteers willen nu all the way gaan. De banden van Johnson, vicepremier Michael Gove en handelsgezant Liam Fox met het Witte Huis en rechts-libertaire Amerikaanse denktanks zijn goed gedocumenteerd. Europese standaarden voor voedselveiligheid verlagen om Amerikaans hormonenvlees te kunnen importeren, multinationals toelaten tot het Britse onderwijs en zelfs de heilige gezondheidsdienst NHS: er wordt achter de schermen volop over onderhandeld.

Of Johnson zo de Britse volkswoede om de economische ongelijkheid, net de brandstof van veel brexitkiezers, niet nog meer zal voeden? Of het VK, al lang niet meer de grootmacht van weleer, zo niet zal vervellen van EU-lidstaat tot 51ste Amerikaanse staat? En hoe het, in trumpiaanse tijden van handelsoorlog, Amerikaanse en Chinese liefde wil koppelen? De strategen van Downing Street hebben wel degelijk nog veel antwoorden te verzinnen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie