Advertentie
Advertentie

Tien knallen op Europese blunderfoor

©Bloomberg

De Europese leiders kregen deze week kritiek door het botte voorstel om alle Cyprioten een fikse depositobelasting op te leggen. Het was niet de eerste misrekening. Een overzicht.

Door Pierre Huylenbroeck en Daan Ballegeer

Een flater van formaat! De Europese ministers van Financiën hadden vorig weekend de Cy-
priotische regering aangemaand een depositobelasting in te voeren in ruil voor een levensnoodzakelijke miljardenlening. In het Cy-
priotische parlement viel evenwel geen enkele pro-stem voor dat plan te sprokkelen. Geen enkele. Niet moeilijk, want niet alleen de rijke Cyprioten, maar ook de allerkleinste spaarders moesten voor de bijl.

Advertentie

Eén psycholoog aan de onderhandelingstafel had allicht volstaan om de illusies over dat akkoord weg te nemen. Want hoe hard de Eurogroep ook benadrukte dat het om een uniek geval ging, dan nog zouden burgers in andere probleemlanden aan de oprechtheid van dat statement twijfelen. Raken aan deposito’s onder 100.000 euro staat gelijk aan heiligschennis.

Hoewel het denkspoor van een depositobelasting vrijdag opnieuw op tafel lag, lijkt het erop dat niet alle rekeninghouders mee zullen moeten betalen. Alle Cyprioten, ook de arme, mee in bad trekken, was dus een blunder van formaat.

Toch raakten de markten deze week niet in paniek. De euro verloor 0,7 procent. De Bel20 zakte met 0,3 procent. Dat is insignificante ruis. Een non-reactie.

Waarom? Omdat alles went: het eurogezelschap heeft de voorbije jaren meermaals grof geblunderd, zonder fatale gevolgen. Er is nog geen lid overboord. De euro is intact. Straffer: de euro is vandaag meer waard dan tijdens zijn lancering veertien jaar geleden.

Gelukkig is er dus nog geen man overboord. Voorlopig toch niet. Maar er zijn tal van beslissingen waar bakken kritiek op gekomen is . Een overzicht.

1. Fuivende Grieken

Griekenland kende supervette jaren. Beleggers aller landen beschouwden de euroclub als een hecht gezelschap en zagen jarenlang dat half procentpunt extra vergoeding voor het kopen van Griekse overheidsobligaties als een opportuniteit. Nooit eerder kon de staat zich zo goedkoop financieren.

Maar wat deed de Griekse regering met al die miljarden? Uitgeven aan prestigeprojecten, zoals de peperdure Olympische Spelen van 2004. En een spectaculaire uitbouw van het ambtenarenkorps. Niet dat er nuttig werk was voor iedereen, maar kom, de werkloosheidscijfers mochten er zijn. Dat intussen de privésector op apegapen lag en de corruptie welig tierde, trokken de Griekse autoriteiten zich niet aan.

Ook de andere perifere eurolanden genoten van de euromiljarden en verzuimden structurele hervormingen door te voeren en buffers aan te leggen voor een minder rozerode toekomst. Zo verloor Portugal zijn competitiviteit en beleefden Ierland en Spanje een infernale vastgoedbonanza.

2. Weifelende Merkel

De Duitse bondskanselier ontpopte zich tijdens de eurocrisis als ‘das Mädchen mit dem eisernen Griff’. Bezuinigen werd het nieuwe ordewoord, ook in Duitsland zelf. Nochtans is dat land het enige dat voldoende budgettaire ruimte heeft om de economie te stimuleren. Door zijn gewicht in de eurozone zou dat ook de armlastige landen een boost kunnen geven. Merkel weigert echter de staatsfinanciën te bezwaren voor het grotere goed, ook al kan Duitsland al een tijd nagenoeg gratis lenen.

Merkel is evenmin de staatsvrouw die een wankelmoedig continent uit de crisis kan trekken. Een inspirerende bloed, zweet en tranen-speech, waarin ze het noodzakelijke voor een eurosanering voor het Duitse volk aanvaardbaar zou maken, blijft uit. De weifelende kanselier voedde het Duitse onbegrip en het harde noordelijke standpunt tegenover de zwalpende zuiderse volkeren. ‘Ik verkies de macht van de Duitsers boven het gebrek aan daadkracht van de Duitsers’, lamenteerde een Pools minister in 2011. Een Pool, jawel.

3. Straffende redders

Fiscal compact, sixpack, twopack,... De Europese toppolitici waren de afgelopen jaren druk bezig met het ontwerpen van een budgettair carcan dat een herhaling van de uitwassen moet voorkomen.

Natuurlijk: discipline moet er zijn. Een teveel aan schulden is nefast voor de welvaart. Maar als een economie er slecht aan toe is, is een ongelukkig getimede forse besparingskuur vaak nóg nefaster. De realiteit is nochtans simpel: niet zozeer de schuldenberg moet zakken, wel de verhouding van de overheidsschuld tegenover de omvang van de economie. Als besparingsdrift ertoe leidt dat de economische activiteit sneller krimpt dan de schuldenberg, dan stijgt die schuldgraad. Dat leidt tot nog forsere besparingen, en zo tot een schadelijke vicieuze cirkel.

De trojka-met-het-opgestoken-vingertje - de EU, de Europese Commissie en het IMF - zou daarom meer rekening moeten houden met de impact van de besparingen op de economische groei. Toch zeker voor landen die geen andere strohalm meer hebben dan uit de crisis te groeien.

4. Geen solidariteit

Even een trivialiteit benadrukken: een mens heeft perspectief nodig. Zonder maatschappelijke hoop, geen maatschappelijke motivatie. Geen zin om een poot uit te steken, wel zin om ongehoorzaam te zijn, zich te verzetten, op de barricaden te gaan staan, in opstand te komen, met de voeten of voor extremisten of populistische clowns te stemmen.

Uiteraard kan het anders. Net zoals de Amerikanen tussen 1948 en 1952 tientallen miljarden schonken voor de Europese wederopbouw, kunnen de Europese landen met overschotten vandaag volop investeren in de economische heropbouw van Zuid-Europa. Het doel is duidelijk: win-win in plaats van verlies-verlies. De dag dat de Zuid-Europese banken sterker worden en de Zuid-Europese burger weer meer kan consumeren, worden we er allemaal beter van.

5. Absurde bankencontroles

Om het vertrouwen in de Europese banksector te herstellen, besloot het toenmalige comité van Europese bankentoezichthouders in juni 2010 stresstests uit te voeren. Die moesten duidelijk maken dat beleggers en spaarders zich geen zorgen hoefden te maken over hun bank. Het was een flop van jewelste. Ierse banken die aan de rand van het faillissement balanceerden, slaagden zonder problemen voor de test, om enkele maanden later toch over de kop te gaan.

Hetzelfde verhaal in 2011, toen de nieuwe bankentoezichthouder EBA een ‘betere’ stresstest bedacht. Herinnert u zich nog wie met brio voor dat examen slaagde? Dexia, als 12de beste van de 93 onderzochte banken. Iedereen gerustgesteld. Maar had de EBA de nefaste kapitaalstructuur van Dexia wel onderzocht? Dat de deposito’s slechts een fractie van de langlopende leningen financierden en dat Dexia voor zijn noodzakelijke financiering dus overgeleverd was aan de grillen van de markt? Neen. Ook al was de Griekse bom toen al gebarsten en wist de EBA dat er onweer op komst was.

6. Gevaarlijk Baselcomité

Dit clubje van de belangrijkste centraal bankiers bepaalt al sinds 1974 de regels waaraan banken zich moeten houden. Het mag duidelijk zijn dat ze hun werk niet altijd naar behoren hebben gedaan: de kredietcrisis van 2007-2009 bewees dat de kapitaal- en liquiditeitsnormen die de banken van het Baselcomité opgelegd kregen veel te laks waren. Bankiers wisten die normen vrolijk te omzeilen en maakten zichzelf zo kwetsbaar dat overheden met tientallen miljarden euro’s moesten bijspringen en zich zo zelf in de penarie werkten. In de Baselgeboden zat bovendien de volgende bankencrisis besloten: het Baselcomité eiste dat voor elk bedrijfskrediet eigen kapitaal moest worden aangehouden, maar liet de banken zonder bestraffing massaal ‘superveilige’ overheidsschulden opstapelen. Gevolg: relatief weinig kredieten en tegelijk gigantische verliezen op Griekse, Portugese, Ierse, Spaanse en Italiaanse overheidsobligaties.

Nog altijd moeten Europese banken hun kapitaal met 200 miljard euro opvijzelen. Wie naar de lessen van de vorige crisis kijkt, weet dat dat terecht is. Maar het aanhouden van overheidspapier wordt nog steeds aangemoedigd. Basel zorgt er overigens voor dat iedere bank in hetzelfde type papier belegt. Dat is gevaarlijk. De meeste financiële crashes zijn het gevolg van een tekort aan diversificatie: elke bank bezit hetzelfde soort papier, dat in het geval van vrije val tot de vrije val van iedereen leidt.

7. Bancaire geldwolven

De loon- en bonussenpolitiek in de banksector heeft ons veel narigheid bezorgd. Hoe meer risico’s, hoe hoger de miljoenenbonussen. Gebeurlijke verliezen werden bijgepast door de belastingbetaler. De bankiers waren verzot op exotische financiële producten, die dermate complex waren dat een doorsneeklant de waarde niet kon bepalen. Gelukkig zorgt Europa er nu wel voor dat de bonussen aan banden gelegd worden.

8. Bibberend ECB

De Europese Centrale Bank legde de voorbije jaren geen foutloos parcours af. Onder Jean-Claude Trichet maakte de ECB enkele bochten van 180 graden. Zo ontkende Trichet op 6 mei 2010 dat er besprekingen waren geweest over het inkopen van obligaties van perifere landen. Enkele dagen later sloeg de ECB zwaar aan het inkopen. Dat de markten deze week relatief kalm bleven, is wel de grote verdienste van de ECB. Met zijn belofte om ‘alles te doen wat nodig is’, heeft voorzitter Mario Draghi vorig jaar indruk gemaakt.

9. Geen bankenunie

Hoewel in de eurozone de grenzen voor financiële instellingen en centraal bankieren zijn weggevallen, draagt een toezichthouder in een land maar weinig verantwoordelijkheid voor de acties van een financiële speler in een ander land. Het ligt dus voor de hand dat een pan-Europese financiële markt en een pan-Europese centrale bank een pan-Europees banksysteem hebben. Banken in Europa moeten Europese banken worden.

Een van de implicaties daarvan is een eengemaakt depositogarantiestelsel, waarbij elke Europeaan zeker is dat zijn spaargeld tot 100.000 euro veilig is. Normaal moet er volgend jaar een dergelijke regeling zijn. Maar dat de Europese politici deze week bereid bleken om in het geval van Cyprus alle spaarders te slachtofferen, is een dramatisch signaal naar alle Europese rekeninghouders.

10. Duivels risicokapitaal

Veel Europese leiders verketteren risicokapitaal. Wie in aandelen belegt, is een speculant en moet naar het voorbeeld van rokers flink worden belast, luidt het. Allerhande regels en wetten maken kredieten aan of investeringen in ondernemingen duur (zie punt 6). Een van die regels, het door Europa opgelegde Solvency II-pakket, heeft de verzekeraars als standvastige aandeelhouder van beursgenoteerde bedrijven weggejaagd en dreigt nu hetzelfde met de pensioenfondsen te doen.

Een ander evangelie, het risicoprofiel MiFID, heeft massa’s particuliere bankklanten de weg naar aandelen versperd. Onze leiders lijken niet te beseffen wat elke eerstejaarsstudent economie al lang weet: investeren in bedrijven die op zoek gaan naar groei is een fundamentele voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van eender welke maatschappelijke welvaart.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.