‘De prijs voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen bedraagt 237 miljard euro'

Remi Vermeiren ©Dieter Telemans

In de aanloop naar de verkiezingen toetst de redactie het waarheidsgehalte van een uitspraak aan de harde feiten en cijfers.

De context

Dat Vlaanderen voor zijn onafhankelijkheid 237 miljard euro moet betalen, is wat De Morgen onthield uit het boek ‘België, een onmogelijke opdracht’ van voormalig KBC-topman Remi Vermeiren. Het bedrag is de optelsom van het deel van de Belgische staatsschuld dat Vlaanderen zou overnemen (203 miljard) en van de transfers van Vlaanderen naar Wallonië gedurende nog 15 jaar (34 miljard). Enkele andere media en sommige politieke partijen en opinieschrijvers namen de interpretatie van de krant klakkeloos over.

De feiten

Deze optelsom voorstellen als de kostprijs van een onafhankelijk Vlaanderen is misleidend. De Belgische staatsschuld wordt vandaag ook al deels door Vlaanderen gedragen, de rentebetalingen gebeuren voor een groot stuk met belastinggeld dat uit Vlaanderen afkomstig is. Als Vlaanderen 203 miljard euro Belgische staatsschuld overneemt - 55 procent - is dat misschien zelfs minder dan de last die de regio nu torst. Want vandaag komt 63,1 procent van de Belgische belastingontvangsten uit Vlaanderen.

Bovendien, als de transfers van Vlaanderen naar Wallonië na 5 jaar worden verminderd en verdwijnen na 15 jaar, zoals Vermeiren voorstelt, is dat geen extra kostprijs, maar een besparing.

Hoeveel bedraagt de kostprijs van de onafhankelijkheid dan wel? Daarvoor moeten de kosten en baten tegenover elkaar worden afgewogen.

Die kosten zijn divers. Er zijn de schaalnadelen, omdat openbare diensten zoals Justitie en Defensie door een kleiner aantal inwoners gedragen moeten worden.

Er is het verlies van de merknaam ‘België’, waarvan het bureau Brand Finance de waarde op 306 miljard euro schat. Het is aannemelijk dat de gezamenlijk waarde van de merknamen Vlaanderen, Brussel en Wallonië in eerste instantie lager uitkomt.

Er is de rente op de overheidsschuld. De kans is reëel dat Vlaanderen, Brussel en Wallonië een slechtere kredietscore krijgen dan België nu en dat ze een hogere rente moeten betalen. Maar het kan ook dat Vlaanderen, met zijn budgettaire orthodoxie en zijn grote fiscale draagkracht, een betere kredietscore krijgt en dan minder rente betaalt.

En er zijn de ‘politieke’ kosten: de tijd, de energie, en de financiële middelen die in de boedelscheiding geïnvesteerd moeten worden.

De baten moeten vooral komen van een beleid dat beter beantwoordt aan de noden van de eigen regio, een slanker bestuur, een efficiëntere overheid, een eenvoudiger belastingsysteem. Dat kan baten opleveren voor de economische groei, de werkgelegenheid en de welvaart.

De conclusie

De baten en de kosten van een splitsing van het land zijn moeilijk te becijferen. Dát er kosten zijn, staat vast. Over de baten bestaat meer onzekerheid. In elk geval gaan de kosten de baten vooraf. Maar de uitspraak dat de onafhankelijkheid van Vlaanderen 237 miljard euro kost, houdt geen steek. SMI

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud