Advertentie
Advertentie

50 jaar kunsthandel Van de Velde: van savooikool tot Panamarenko

©katrijn van giel

Ronny en Jessy Van de Velde blikken in vijf tentoonstellingen in het M HKA terug op vijftig jaar kunsthandel. De eerste draait rond de Limburgse kunstenaar Jef Geys.

‘Moet je geen brood hebben? Het komt van een goeie bakker’, zegt kunsthandelaar Ronny Van de Velde op de bovenste verdieping van het M HKA in Antwerpen. Het brood - drie aan elkaar gebakken stuks in hartvorm - is een essentieel onderdeel van de expo ‘Jef Geys. Verteerbare kunst, groenten en brood’. De groenten zijn er ook: verschillende soorten kool, van spruiten tot savooi.

De tentoonstelling rond het werk van de Limburgse kunstenaar die in 2018 overleed, is de eerste in een reeks van vijf waarmee Ronny Van de Velde en zijn vrouw Jessy hun vijftigjarige jubileum in de kunsten vieren. Geys maakte foto’s, beelden en installaties. Voor Van de Velde is hij een logisch begin van de M HKA-reeks. ‘De eerste tentoonstelling die ik zag, was er een van hem. Per toeval dan nog.’

Advertentie

Van de Velde was 15. ‘De expo vond plaats in november 1968 bij Galerie Kontakt op het Hendrik Conscienceplein in Antwerpen. Ik liep binnen en wist niet wat ik zag: broden en groenten die Geys zelf had geteeld. Ik vond het fascinerend dat dat kunst kon zijn. Het heeft mijn ogen geopend. Het was bij mijn weten de eerste ecologische expo. Hij duurde elf dagen, de houdbaarheid van de groenten. Jef maakte er uiteindelijk soep van om uit te delen.’

Geys had eigenlijk een hekel aan de kunstwereld, zegt Van de Velde. ‘Hij kwam nooit op vernissages. In de loop der jaren heb ik hem beter leren kennen. Op zijn domein in Balen heeft Panamarenko nog geëxperimenteerd met zijn luchtballon.’

Starten met Brusselmans

Na ‘Jef Geys’ volgen nog vier kleinere expo’s. De overkoepelende titel luidt: ‘De vijf seizoenen, fragmenten uit leven en werk.’ Op uitnodiging van Bart De Baere, de directeur van het M HKA, blikt Van de Velde in de reeks terug op zijn werk als galerist. Zijn carrière begon vijftig jaar geleden met een boekenwinkeltje en antiquariaat. ‘Met de kunsthandel zijn we in 1980 begonnen. Het eerste schilderij dat ik als handelaar kocht, was ‘Portret van een Catalaan’ van Jean Brusselmans. Het kostte 30.000 frank (750 euro). Ik kon het verkopen voor 60.000 frank.’

Bij de vijf expo’s hoort een dik foto- en documentatieboek dat leest als een overzicht van vijftig jaar hedendaagse kunst. Zoveel artiesten passeren de revue. Sommigen zijn nog altijd wereldberoemd, onder wie Bruce Nauman, Nam June Paik, John Baldessari of Gerhard Uecker. Natuurlijk ontbreken Jan Fabre en Panamarenko niet, twee kunstenaars die veel aan de inzet van Van de Velde te danken hebben gehad.

Van de Velde groeide uit tot een van de belangrijkste galeristen van het land. Hij verdiepte zich eerst in de Belgische abstracte kunst uit de jaren twintig. ‘Niemand deed dat toen.’ Hij specialiseerde zich in de wondere wereld van Jules Schmalzigaug, de enige Belgische kunstenaar die aansluiting vond bij het Italiaanse futurisme aan het begin van de 20ste eeuw.

Advertentie

Als leerling aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten (SISA) geraakte Van de Velde in de jaren zestig in de ban van de toenmalige hedendaagse kunst, met nadruk op kunst uit Amerika. ‘Dat kwam door John Trouillard van de galerie Ad Libitum, een van de oudste van Antwerpen. Trouillard was ook leraar aan het SISA. Hij leerde me Andy Warhol kennen. In 1970 liftte ik naar het Van Abbemuseum, waar Warhol aanwezig was op de vernissage van zijn expo.’ De hedendaagse kunst in binnen- en buitenland liet Van de Velde daarna niet meer los.

©katrijn van giel

Geen eindpunt

Voor de kunsthandelaar en zijn vrouw is de exporeeks een beetje thuiskomen. ‘Onze eerste galerie was bij ons thuis in de Amerikalei. Dat was in 1980. Tien jaar later hebben we niet zo ver van het M HKA een nieuwbouw gezet.’ In die galerie organiseerde het koppel grote en drukbezochte tentoonstellingen. Ze maakten op de jonge Bart De Baere van het M HKA erg veel indruk. ‘De expo’s hadden museale kwaliteit. Daarom heb ik Ronny en Jessy uitgenodigd in ons museum.’

Een van de belangrijkste expo’s was een grote retrospectieve rond Marcel Duchamp in 1991. ‘Het was de eerste keer dat hij in België zo uitgebreid werd getoond. 420 werken hadden we’, zegt Van de Velde. ‘Ik heb toen nog vaak en lang gebabbeld met Teeny Duchamp’, de weduwe van de Franse dadaïst’, vult Jessy aan.

Het zegt iets over hun taakverdeling. Jessy zegt dat ze zich met ‘administratie en communicatie’ bezighoudt. Maar Ronny stuurde haar wel Europa rond om met kunstenaars te gaan praten. ‘Ronny Van de Velde is een collectief’, zegt De Baere met een monkellachje.

Met hedendaagse kunst hou ik me niet meer bezig. Er zijn er genoeg die dat doen.

Ronny Van de Velde

Een overzicht in vijf afleveringen over vijftig jaar kunsthandel lijkt een eindpunt, maar dat is het niet. In 2012 verhuisde Van de Velde zijn galerie naar Knokke, waar hij nog altijd expo’s organiseert. Met hedendaagse kunst laat hij zich niet meer in. ‘Er zijn er genoeg die dat doen’, zegt hij droog. Zijn dochter Sofie, bijvoorbeeld. Hij graaft liever in het verleden om ontdekkingen te doen. ‘Zo ga ik op zoek naar predadaïsten aan het einde van de 19de eeuw. Die waren er vast al. Geen enkele kunststroming komt zomaar uit de lucht vallen. Dat wordt weleens vergeten.’

‘Jef Geys. Verteerbare kunst, groenten en brood’ loopt tot 22 februari in het M HKA in Antwerpen. Deel 2 gaat over happenings en begint op 25 maart.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.