Autoworld toont 70 jaar Ferrari-geschiedenis

Dirk Roesems, vice-president van de Club Ferrari Belgio, leidt De Tijd rond op de Ferrari expo. ©Kristof Vadino

Het steigerende paard wordt zeventig. En dus pronkt Autoworld in Brussel met meer dan 55 mythische modellen van Ferrari. Wij gingen kijken, met ‘Ferrari-mens’ Dirk Roesems.

De 308 GTS die ooit van Jean-Paul Belmondo is geweest. De 348 TS waarmee Alain Delon nog heeft gereden. Een verjaardagseditie van de F12 Berlinetta, in French racing blue en met 780 pk, goed voor een sprint naar 200 kilometer per uur in minder dan acht seconden.

De eerste rij auto’s op de expo ‘Ferrari 70 Years’ in Autoworld spreekt meteen tot de verbeelding. En dan heeft Dirk Roesems (63), vicevoorzitter van Ferrari Club Belgio, ons zijn 458 Speciale Aperta uit 2015 nog niet laten zien. Die staat verderop. ‘Er werden er slechts 499 van gebouwd, heeft een gepersonaliseerd interieur en een unieke kleur. Grigio titanio, met geel omzoomde silver stripes.’

Beauty’s en beesten in Autoworld

250 GT Long Wheel Base> Een van de mooiste Ferrari’s in Autoworld. Tussen 1958 en 1963 de vedettenauto bij uitstek. In 2014 werd in een Franse schuur een 250 GT California Spider - de open versie - ontdekt die nog van Alain Delon is geweest. Hij is in slechte staat en heeft een door stapels tijdschriften ingedeukt kofferdeksel.Maar de koper wil hem zo houden, ook al betaalde hij er 14,2 miljoen euro voor.

275 GTS> Met deze auto verscheen de Amerikaanse actrice Raquel Welch in 1967 in de film ‘Fathom’. Nadien reed ze er nog jaren mee rond. Roesems: ‘Hij heeft de perfecte proporties en ziet er gespierd uit. Maar ook technisch was de auto een grote sprong voorwaarts, met een onafhankelijke ophanging, vier nokkenassen en schijfremmen.’

250 GTO> De duurste auto aller tijden. Tussen 1962 en 1964 werden er 39 van gebouwd. Op de expo staat een replica, maar in 2013 ging een echte onder de hamer voor ruim 38 miljoen dollar. Pink Floyd-drummer Nick Mason heeft er één. Op Belgische bodem is hij volgens Roesems niet te vinden. ‘De GTO was een zuivere racewagen. De lijn was geïnspireerd op de Jaguar E-type GT Racer: veel aerodynamische vormen, een smal radiatorrooster en die typische staart. Schoonheid was niet de eerste zorg.’

Passie

Roesems heeft altijd al een passie voor auto’s gehad. Daarom is hij ingenieur geworden. Tot 2013 werkte hij bij het door Urbain Vandeurzen opgerichte en door Siemens overgenomen LMS International, dat meewerkte aan de ontwikkeling van onder meer de Ferrari F50, in 1995 de topper van het gamma. Eerder, van 1979 tot 1987, was hij bij Porsche betrokken bij de ontwikkeling van de 959, de supergeavanceerde sportwagen die in 1986 alles toonde wat de constructeur uit Stuttgart in huis had. De aartsrivaal van de Ferrari F40 ook.

‘Maar ik ben wel degelijk een Ferrarimens’, stelt Roesems ons gerust. Dat begon als hevige supporter van Jacky Ickx, die in 1970 vicewereldkampioen formule 1 werd voor Ferrari, nadat hij in het begin van het seizoen bij een zware crash in Madrid bijna levend was verbrand. Zijn eerste Ferrari kocht Roesems op zijn 45ste, een F355.

‘Ik had er jaren naar verlangd en er even lang over geaarzeld - ‘wat zullen de mensen denken’. Maar als je eenmaal de sleutel omdraait, ervaar je een voldoening die je nooit meer wil missen. Al blijft er een zekere gêne. Sociaal ligt een Ferrari steeds moeilijker. Reacties worden bitser. Dat sentiment wordt ook politiek gecultiveerd, terwijl je in Italië als Ferrari-rijder een volksheld bent. Tijdens de Mille Miglia, de jaarlijkse rally van Brescia naar Rome en terug, moedigen zelfs de escorterende agenten ons aan om gas te geven.’

70 jaar Ferrari in Autoworld

Verborgen

Enzo Ferrari begon zijn bedrijf in 1929 als renstal van Alfa Romeo. Pas in 1947 ging hij zelf racewagens bouwen. De 166 F2 uit 1948 die in Autoworld tussen de historische modellen op de mezzanine staat, was zijn eerste echte eenzitter. Er staan ook prille wagens voor op de weg, zoals een 166 Inter Touring, een 195 Inter Ghia en een 225 Inter Europa Coupé Vignale uit 1952.

‘Aanvankelijk maakten ze haast unieke stukken’, legt Roesems uit. ‘Ferrari leverde de motor en het chassis, waarna de klant een koetswerkbouwer koos. De baanwagens werden verkocht om de racerij te betalen. Maar ook die werden eigenlijk gebouwd om in het weekend mee naar het circuit te rijden en te koersen. Pas na de overname door Fiat in 1969 kwam er een echte opsplitsing tussen de productie van seriewagens en het raceteam.’

In Italië ben je een volksheld als je met een Ferrari rijdt. Hier worden de reacties steeds bitser.
Dirk Roesems
Vicevoorzitter van Ferrari Club Belgio

In de jaren vijftig luidde de 250 de industrialisering en de standaardisering in. Op de expo staat de 250 GT Short Wheel Base op een piëdestal. ‘Dit was een van de succesvolste raceversies, onder meer op het circuit van Goodwood en in de Tour de France, waar van circuit naar circuit werd gereden’, zegt Roesems. De auto is niet rood maar gemetalliseerd zilver en geel, de kleur van de Ecurie Nationale Belge en Ecurie Francorchamps, de raceteams van de in 2010 overleden Jacques Swaters. De Brusselaar was een groot verzamelaar en een persoonlijke vriend van Enzo Ferrari.

Naar schatting zijn er op Belgische bodem 4.000 Ferrari’s bij een duizendtal eigenaars. De Club Ferrari Belgio telt zo’n 180 leden. Hoe groter de collecties, hoe meer ze verborgen blijven, weet Roesems. Het is een oud zeer. ‘Na de dood van Enzo Ferrari in 1988 ontstond massieve speculatie door investeerders, die de auto’s wegzetten. De voorbije jaren gebeurde dat opnieuw. Ferrari probeert speculatie wel te stoppen. Als je een auto uit een speciale serie wil, is betalen niet voldoende: je moet ook bereid zijn er effectief mee te rijden en Ferrari gaat na of je je auto’s niet versjachert om de winst’, zegt Roesems. ‘Als je een paar jaar geleden een LaFerrari wilde, moest je selectierondes doorlopen. Ferrari vroeg of je ook al een F40, F50 en Enzo had, en ermee buitenkwam. Het merk kan het zich permitteren: de vraag is groot genoeg. Ik denk ook dat ze zichzelf te goed vinden voor Ferrari’s waarmee nooit wordt gereden.’

4.000
Op Belgische bodem zijn er naar schatting 4.000 Ferrari’s bij een duizendtal eigenaars.

Daar ligt ook een rol voor de erkende clubs van eigenaars. Ferrari Club Belgio, opgericht in 1972, is een van de oudste. ‘We moeten onder meer het patrimonium promoten en ervoor ijveren dat de auto's verschijnen op events, zodat het brede publiek kan delen in het plezier. De passie moet gecultiveerd worden. Soms grijpt Ferrari in: het kan clubs opdoeken of zelfs overnemen en eigen marketingmensen in de raden van beheer droppen.’

Bij de 512 BB smelt Roesems. ‘Dit is het eerste model waarop ik als puber verliefd werd. De eerste grote twaalfcilinder met middenmotor, als antwoord op de ook al wondermooie Miura van Lamborghini. Als ik één antieke Ferrari zou kopen, is het deze. Nu kost hij zo’n 300.000 euro. Ze zijn al 50.000 tot 100.000 euro duurder geweest. Maar tien jaar geleden kocht je er één voor 80.000 euro.’

'Als je een auto uit een speciale serie wil, is betalen niet voldoende: je moet ook bereid zijn er effectief mee te rijden en Ferrari gaat na of je je auto’s niet versjachert om de winst.' ©Kristof Vadino

Winstgevende specials

Ferrari boekte vorig kwartaal 136 miljoen euro nettowinst. Dit jaar wil het 8.400 auto’s verkopen en om dat nog op te drijven denkt men eraan een SUV te bouwen. Wat ‘il commendatore’ daarvan zou vinden, laten we even buiten beschouwing. Maar zijn zoon Piero Ferrari, die nog altijd 10 procent van de aandelen bezit, zal er niet rouwig om zijn. Sinds Fiat Chrysler in 2015 10 procent van de aandelen van Ferrari naar de beurs bracht, is de koers ruim verdubbeld.

'Tijdens de Mille Miglia, de jaarlijkse rally van Brescia naar Rome en terug, moedigen zelfs de escorterende agenten ons aan om gas te geven.' ©Kristof Vadino

‘De speciale reeksen zijn erg winstgevend’, zegt Roesems. De FXX-K, de circuitversie van LaFerrari, kost meer dan 2 miljoen euro en wordt alleen ingezet op private events. Ferrari brengt de auto naar het circuit, de klant komt rijden. Een andere nieuwe, lucratieve markt zijn de echte one-offs, tailormade voor klanten als de Amerikaanse superverzamelaar James Glickenhaus en Eric Clapton. De Britse zanger is een grote fan van de 512BB en liet een moderne variant bouwen, met de mechaniek van de 458. Voorts is Classiche, de eigen restauratie-afdeling, erg winstgevend. En ook de merchandising brengt veel op.’

Niettemin is de vraag of het automerk met het meest roemrijke verleden ook een toekomst heeft. Is de stille, elektrische, zelfrijdende auto van straks niet de anti-Ferrari? Het houdt ook Roesems bezig. ‘Ferrari is op racerij gebouwd. De klassieke verbrandingsmotor is het hart en ziel van het merk. Je kan je moeilijk inbeelden dat het hem elimineert. Nu, bedrijven kúnnen zich heruitvinden. De LaFerrari, FXX-K en F1-bolides zijn al hybrides. En vroeg of laat zal Ferrari de elektrische aandrijving wel moeten overnemen.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content