interview

‘Ik ben een vrijwillige gevangene van mijn verbeelding'

Roosegaarde ontwikkelde voor de Rotterdamse Club Watt een dansvloer die energie opwekt door de beweging van dansende mensen. ©Daan Roosegaarde

Hij ontwerpt slimme snelwegen en inter actieve landschappen. Hij denkt na over een nieuwe wereld, waarin we technologie gebruiken om onszelf te bevrijden. De Neder landse ‘techno poëet’ Daan Roosegaarde is 35, en de wereld ligt aan zijn voeten. ‘We hebben mensen met lef nodig die zeggen: ‘Verdomme, dit gaan we gewoon doen.’’

Een elektrische stoel. Die laat hij al eens aanrukken om bedrijfsleiders en bestuurders met hun eeuwige ‘ja, maar’ mee te krijgen in zijn verhaal. Een zelf ontworpen stoel, met onderin een systeempje van spraakherkenning dat een fikse stroomstoot door het ‘edele achterste’ van zijn gesprekspartner jaagt telkens die de twee ‘irritante horrorwoorden’ uitspreekt.

Daan Roosegaarde - flashy leren broek, grote ogen, spraakwaterval - is geen doorsneeontwerper. Hij neemt ons mee op een trip voorbij de grenzen van wat mogelijk lijkt. Lichtgevende bomen? Een grote smogzuiger? Met open vizier gaat hij de sputterende oude wereld te lijf, onaangetast door reserves dat het allemaal niet kan, te gek of te naïef is. ‘Ik ben een vrijwillige gevangene van mijn verbeelding’, zegt hij, en dat geeft hem een aura dat ver buiten Nederland draagt.

We ontmoeten de Nederlander in zijn studio in Waddinxveen, tussen Gouda en Rotterdam. Hij deelt er een loods met het mechanicabedrijf Axis & Stuifmeel. Niet meteen een plek waar je een ‘technopoëet’ verwacht. Die term bedacht hij bij gebrek aan een naamkaartje dat bij hem past. Dat hij een hekel heeft aan labels, zegt hij, terwijl hij ons door zijn gigantische werkplek loodst. ‘Kunstenaar, designer, architect, ondernemer, uitvinder. Ik ben het allemaal. Waarom die hokjes? Ik denk juist na over hoe we technologie kunnen gebruiken om onszelf te bevrijden.’

De wereld is zijn speelveld, en dat mogen we vrij letterlijk nemen. Studio Roosegaarde is vooral bekend van Smart Highway, een project dat hij realiseert met de Nederlandse bouwgigant Heijmans. Ze ontwikkelen twintig ideeën om wegen slimmer, energiezuiniger én mooier te maken. Lantaarnpalen worden vervangen door wegbelijning die overdag licht opneemt en ’s nachts weer afgeeft. Denk aan ijsbloemen die bij vriesweer oplichten uit het wegdek. Of e-lanes waarlangs elektrische auto’s kunnen opladen terwijl ze rijden. Roosegaarde werd voor het concept overladen met prijzen en haalde er de wereldpers mee.

Geen goeroe

Het gaat hard. Na een passage bij architectenbureaus als OMA en MVRDV begon Roosegaarde zijn eigen studio. ‘Omdat niemand deed wat ik wilde doen: landschappen maken die reageren op geluid of licht. Eindeloos heb ik industrieterreinen afgelopen op zoek naar dat ene materiaal.’ Hij beent weg en komt terug met een velletje dat eruitziet als aluminiumfolie. Hij legt het op mijn warme handpalm, en het krult zacht omhoog. ‘Naar dit dus: materiaal dat leeft, zonder mechanica. Het is de basis van onze Lotus, een ‘levende’ muur die reageert op menselijk gedrag. Zoiets uitwerken kost acht maanden met een paar slimme mensen en een pizza-hotline - en ‘we gaan pas naar huis als het af is.’’

Intussen exposeerde Roosegaarde in Tate Modern in Londen en het National Museum in Tokio. Hij onderhandelt met stadsbesturen in Peking en Kaapstad. Hij opende een tweede studio in Sjanghai, en vliegt de wereld rond voor lezingen. Vorige week sprak hij nog op het Wereld Economisch Forum in China.

De wereld valt voor zijn werk, omdat hij onze collectieve behoefte aan een nieuw ‘groot verhaal’ lijkt te bevredigen. Omdat hij met een haast jongensachtige naïviteit evidente vragen stelt. ‘Waarom spenderen we miljoenen aan het verbeteren van auto’s, terwijl onze wegen er nog altijd uitzien als honderd jaar geleden? Waarom moeten straatlichten continu branden? Waarom genereren we geen licht zoals kwallen of vuurvliegjes dat doen?’

En toch. Hij wil niet de goeroe zijn die zomaar zijn riedeltje komt afdraaien. ‘Ik wil hervormen, niet decoreren. De oude economie en het energiesysteem zijn aan het crashen. Dat zien we allemaal. Ik geef ideeën om die wereld een update te geven.’

‘Vijf jaar geleden hadden mensen nog gezegd: ‘Leuk gevonden, die lichtgevende verf, maar wij gaan lekker door met asfaltwegen uitrollen. Iedereen zat nog in zijn comfortzone, er werd genoeg verdiend. Dan hadden ze misschien een kunstwerk van mij gekocht voor in hun lobby. Daan Roosegaarde: check. Maar door de crisis moet iedereen op zoek naar nieuwe ideeën. Wie zich verzet, is uitgespeeld.’

Hij wil de wereld beter maken, zegt hij. Of slimmer, mooier. Maar zet hem niet in de hoek van de duurzaamheidsprofeten. Roosegaarde ontwikkelt lichtgevende verf, en neemt er gelijk een patent op. Hij is kunstenaar, maar ook zakenman. ‘Je kunt minder vliegen, maar je kunt ook slimmere vliegtuigen bouwen. Als je in Peking zegt: ‘Jongens, minder met de auto rijden!’ Sorry, dat gaat niet. Dit is China, 2014.’

‘De tijd is voorbij dat alles van gerecycleerd karton moest zijn. We moeten investeren in radicale ideeën. Als je denkt in termen van ‘meer’, zijn de mogelijkheden eindeloos. Alles wat beweging is, kan energie opwekken. Zoveel verborgen kapitaal. De Sustainable Dance Floor die we ontwierpen voor de Rotterdamse Club Watt was voor mij echt een eyeopener. Hij wekt energie op door de beweging van dansende mensen. ‘Shit! Dit gaat over meer doen, niet minder.’ Dat heeft alle projecten daarna beïnvloed. Activeren, niet reduceren, zoals de groene beweging te vaak predikt.’

Dat vermanende, wat zurige vingertje?
Daan Roosegaarde: ‘Het is niet wat de mensen willen horen. En het brengt ons nergens. Tenzij we willen dat Europa alleen nog een openluchtmuseum is, en niet langer een aanjager.’

Heeft China u dat geleerd?
Roosegaarde: ‘Ja. Ik verblijf er nu de helft van mijn tijd. Dat houdt me scherp. Omdat er te veel ‘ja, maren’ waren in Europa, wilde ik naar een plek waar ze alleen maar ‘meer!’ vragen. Er is een enorme honger naar nieuwe dingen.’

U haalt inspiratie uit de natuur, bij lichtgevende kwallen bijvoorbeeld.
Roosegaarde: ‘Inderdaad. Onlangs ben ik nog gaan diepzeeduiken in Thailand. En vuurvliegjes, daar ben ik ook mee bezig.’

Wat doet u juist met die vliegjes?
Roosegaarde: ‘Een vuurvliegje heeft geen batterij en geen elektriciteitsaansluiting. En toch geeft het licht. Ik wil weten hoe dat werkt. We kunnen die principes overzetten naar onze wereld. Of de schakels die we missen in de natuur zelf uitvinden. Ik wil lichtgevende bomen maken, zodat we onze steden daarmee kunnen verlichten.’

Met lichtgevende bomen?
Roosegaarde: (grijnst) ‘Ja. We zijn luciferine van vuurvliegjes en kwallen aan het versmelten met bomen. Ik weet dat het kan. We zoeken met enkele mensen van universiteiten uit hoe we ertoe moeten komen.’

Doet u daarmee niet een beetje aan hocus pocus? U muteert bomen.
Roosegaarde: (verveeld) ‘Ja, ja. Als een kwal het kan, kan een boom het toch ook? Je kunt dit prutsen met de natuur noemen. Of zeggen dat je de natuur verbetert. Het gebeurt toch. Kijk naar genetisch gemodificeerd voedsel. Willen we dat? Als we nieuwe ideeën wegduwen, bestaat de kans dat een groot bedrijf ze wegkapen. Dan heb je geen controle meer. We moeten de natuur meer als ons gereedschap gebruiken voor dingen die we echt willen. Trouwens, waarom kilometerslange rijen lantaarnpalen, als het zoveel mooier kan? Waarom al dat lelijke asfalt? Wie heeft er belang bij dat het blijft bestaan?’

Hebt u daar een antwoord op?
Roosegaarde: ‘Je zou kunnen zeggen dat er een grote lobby achter zit. Maar misschien is de vraag gewoon nooit gesteld. Tijdens een lezing voor de creatieve industrie wierp ik ze op. Ik had toen net enkele prototypes voor slimme snelwegen klaar. De directie van Heijmans zat in de zaal. Die had iets van: ‘Hé, dat zijn wij. Goede vraag.’ Toen hebben ze contact gezocht. Heel onwennig, maar ook heel mooi.’

De kunstenaar en de betonboer.
Roosegaarde: ‘Onze werelden kunnen niet meer verschillen. Die van mij gaat over millimeters en detail, de hunne over kilometers uitrollen. Maar we hebben een gemeenschappelijk verlangen om te bouwen. Ik wil het landschap van de toekomst maken. Zij denken vooral aan die 8.000 man op de payroll en een krimpende business. Het besef dat ze moeten investeren in nieuwe dingen als ze willen overleven.’

Er was wel een elektrische stoel nodig.
Roosegaarde: (lacht) ‘Ah, waar glans is, is wrijving. Je loopt tegen belangen aan. Mijn grootste frustratie was dat het nooit over geld of tijd ging. Er was gewoon die schrik. ‘Ja, maar het is te mooi. Of te duur. Of te vreemd.’ Zo laf gewoon. Daarom heb ik die ‘Ja, maar’- stoel gemaakt. Niemand die met mij in gesprek gaat, durft die woorden nog uit te spreken. (schatert)’

‘Die aarzeling zit in ons allemaal, hoor. Misschien is ze wel typisch Europees. In het wetboek staat dat een lijn op de weg wit moet zijn. Lantaarnpalen uitzetten ’s nachts, dat mag. Maar lichtgevende lijnen: ho maar! Dan moet je naar de minister. Voor je het weet, zit je een week over verkeerswetgeving te praten. Geeft niet. Het betekent dat je aan knoppen draait.’

Het gaat voor uw studio niet alleen om duurzaamheid, maar ook over schoonheid en interactie. Plekken creëren waar mensen elkaar ontmoeten.
Roosegaarde: ‘Eigenlijk gaat het voorál daarover. Die glowing lines van de Smart Highway: ze zijn waanzinnig mooi. In Brabant, waar we het project de voorbije maanden hebben getest op een stukje provincieweg bij Oss, merkten we dat mensen stiekem even hun koplampen uitzetten.’

‘Als mensen zich een plek eigen kunnen maken, gaan ze er ook van houden. In een sociale woonwijk in Almere hebben we op een plein dat vooral het decor was van vandalisme grote glimmende vormen - ‘Marbles’ - geïnstalleerd. Ze maken geluid en veranderen van kleur bij aanraking. Het moest hufterproof zijn - het is best wel een pittige wijk daar. Na vier maanden belde de gemeente op. Ik dacht: ‘Shit, ze hebben er eentje gemold.’ Maar ze vroegen of ze het schoonmaakcontract konden opzeggen. De bewoners zijn er zo van gaan houden, dat de vormen worden schoongehouden door de aanrakingen. Je kunt dat naïef vinden, maar daar geloof ik echt in.’

In de speeltuin van de technopoëet is Nederland de grote proeftuin voor projecten die internationaal kunnen worden uitgerold. De animo is groot. Hij krijgt sjeiks uit Qatar aan de lijn die vragen wat 1.000 kilometer Smart Highway kost. Er komen toepassingen in de VS, Frankrijk, Italië en Zuid-Afrika. ‘In Kaapstad wordt een lantaarnpaal gewoon uit elkaar gejat. Fietsen is er levensgevaarlijk. Zelfvoorziening van energie krijgt er een totaal andere lading.’

Voor Heijmans lijkt de samenwerking met de designer de kip met de gouden eieren. Roosegaarde krijgt door het succes ruimte om te investeren in nieuwe ideeën. Zoals het smogvrije park in Peking. Met een elektromagnetische ‘smogzuiger’ gaat hij smog opzuigen om zuilen van frisse lucht te genereren. Hij toont ons een maquette die een park in Peking simuleert. Een druk op de knop, en de bak wordt gevuld met rook. Nog een druk, en het ionisch veld op de bodem zuigt de geladen deeltjes naar beneden, waardoor de ‘smog’ verdwijnt. ‘Natuurlijk is dit niet de oplossing voor het smogprobleem. Maar je laat mensen wel ruiken en zien hoe een dag zonder smog eruit kan zien. Je prikkelt de drang er iets aan te doen. Dat is efficiënter dan mensen overladen met factsheets. De cijfers kennen we intussen wel.’

Hoe gaat zoiets? U stapt naar de burgemeester van Peking en zegt: ‘Ik ga hier even voor schone lucht zorgen?’
Roosegaarde: ‘Nou, je dropt het idee een keer bij een journalist of op een lezing. En ineens wordt het opgepikt. De burgemeester van Peking heeft een programma van 165 miljoen dollar opgezet om zijn stad smogvrij te krijgen voor eind 2017. Voor je het weet, zit je in een flow waarbij ze zeggen: ‘Kom maar op met een voorstel.’

Hij gaat opnieuw weg en komt aanzetten met een zakje zwart roet. ‘Dit is smog uit Peking. De troep die we inademen. Daar gaan we mee aan de slag. We zetten het poeder onder extreem hoge druk, en dan krijg je dit.’ Hij legt een piepklein gitzwart kubusje op de palm van zijn hand. ‘Dit staat voor duizend kubiek schone lucht. Die steentjes verwerken we in ringen. Wie een Smogring koopt, doneert duizend kubiek schone lucht aan Peking.’

Straks spotten we de vrouw van de burgemeester van Peking met zo’n ring?
Roosegaarde: ‘Echt wel! We maken ook manchetknopen voor heren. Maar we gaan die juwelen niet aan individuen verkopen. Wel aan steden of bedrijven die ons helpen te investeren in dat smogvrije park. We stappen geen bank binnen, het is pure crowdfunding. Wat ik er mooi aan vind, is dat je van afval iets poëtisch maakt. Mensen zijn niet langer een onderdeel van het probleem, maar van de oplossing. Het past in onze filosofie dat je er niet langer van moet uitgaan dat de overheid alles regelt.’

Projectontwikkelaars in Peking zullen u graag zien komen. Komt de smogzuiger op een vaste plek?
Roosegaarde: ‘Nee. We denken er zelfs over hem te laten rondreizen tussen Chinese steden. Als het puur voor de happy few was, had hij er al lang gestaan. Het is niet de bedoeling vastgoedprojecten te bedienen met een zicht op blauwe lucht.’

U zou uw ziel kunnen verkopen. Ideeën uitwerken voor een rijke sjeik of zo.
Roosegaarde: ‘Dat is zo. Je moet veel nee zeggen om een goede ja over te houden.’

Wordt er veel met geld gezwaaid?
Roosegaarde: ‘Ja. Maar je hebt snel door: is dit een gimmick, en had hij anders een formule 1-wagen gekocht? Of is hij oprecht geïnteresseerd? Geld en lef, daar ben ik naar op zoek. Wat wel opvalt: hoe radicaler het idee, des te groter de appetijt.’

Spreekt hier de businessman in u?
Roosegaarde: ‘Ja. Ik ben niet naïef. Als mensen ons kopiëren, sturen we er een advocaat op af. Of we huren hen in, als het echt goed is gedaan. Maar dat gebeurt zelden. Die kopieën zijn vrij shit allemaal. Dat iemand de visie erachter oppikt: graag. Mijn doel is een denkproces op gang te brengen. Het is niet mijn job Europa vol lichtgevende lijntjes te leggen. Als iemand ermee aan de slag gaat, laat ik het graag los. Kan ik weer iets anders verkennen.’

Terwijl we door de loods lopen, valt het op hoe rustig het hier is. Er zijn amper medewerkers te bespeuren in zijn ‘droomfabriek’. ‘Er zitten enkele mensen bij Heijmans. En een deel loopt rond op universiteiten. We praten nu vooral met sterrenkundigen. We willen licht breken op een schaal van 90 meter. Standaardlenzen kunnen dat niet. Dus moet het gebeuren met lenzen waarmee ze naar sterren turen.’

Veel wil hij er niet over kwijt. ‘Een project voor het Amsterdamse Centraal Station, dat we eind dit jaar lanceren. Aan het gebouw mogen we niet raken. Maar het heeft veel glas, dus gaan we daar iets mee doen. Een groot lichtkunstwerk, dat ook functioneel is. Iets gelijkaardigs doen we voor Schiphol.’ Hij glimlacht. ‘Wat we willen, kon vijf maanden geleden nog niet. ‘Onmogelijk!’ Tot we twee wetenschappers ontmoetten die me gelijk gaven. Je moet er telkens weer doorheen. Eerst zegt iedereen: ‘Het kan niet.’ Dan kan het misschien toch, maar mag het niet, of is het te duur. Dan breek je daar weer doorheen, en zegt iedereen: ‘Hé, waarom bestáát dit nog niet?’ Ondankbare honden ook allemaal.’ (lacht)

Wordt u daar niet immuun voor?
Roosegaarde: ‘Nee! Verschrikkelijk, dat onvermogen om out of the box te denken. Kom op zeg, iets meer lef. Dat zou niet verkeerd zijn in tijden als deze. De valkuil in Europa is dat we ons focussen op de eerste horizon. Techniek gebruiken om het oude 10 procent minder slecht te maken. Een zonnepaneeltje op een lantaarnpaal. Dat is decoratie. Je verandert niets ten gronde. Wij focussen op die tweede of derde horizon. Technologie om onszelf te bevrijden.’

Wanneer komt de omslag dat iedereen zo gaat denken?
Roosegaarde: ‘Dat kan plots snel gaan. Neem die e-lane voor elektrische auto’s. Je kunt beginnen met een taxibedrijf dat er vijftig auto’s op knalt. Dan wordt de overheid wakker. En pakt een autofabrikant het op. Ik ga ervan uit dat dit principe op drukke verkeersaders binnen een jaar of vijf standaard wordt ingebouwd.’

‘Je merkt dat bedrijven wakker schieten. Voor Smart Highway zitten we samen met Heijmans, maar ook met Philips of Cisco, die ook met intelligente wegen bezig zijn. En met Tesla en BMW. Fijn om te zien hoe creativiteit nieuwe markten kan koppelen. Wegen- en autobouwers, die vroeger niet met elkaar babbelden, raken nu in gesprek. Daar hangt het allemaal van af: een paar mensen met lef die zeggen: ‘Verdomme, dit gaan we gewoon doen.’’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content