Mode-icoon Martin Margiela | De terugkeer van de onzichtbare man

©Jean Claude Coutausse

Martin Margiela is terug. Acht jaar nadat hij is gestopt als modeontwerper, steekt hij als curator van twee expo’s andermaal zijn middenvinger op. Zo van: dit is mijn oeuvre, kom nu maar met iets nieuws. Op zoek naar de mystery man van de Belgische avant-garde.

Ik heb het er gisteren met mijn broer over gehad en hij wil niet. Als we één uitzondering maken, krijg ik honderd anderen aan de lijn die ook een interview willen. Ik vind het vervelend. Ik had je graag geholpen. Maar ik heb een goede band met Martin en die wil ik niet op het spel zetten...

Luc Margiela, broer van Martin Margiela

Een telefoontje van dertig seconden op een druilerige maandag, en weg is onze hoop op een interview met een van de invloedrijkste maar minst zichtbare figuren uit de modewereld. Enkele dagen voordien waren we naar Genk gereden met een witte envelop, Martin Margiela’s lievelingskleur. De ontwerper zou incognito dan wel nog altijd in Parijs wonen, hij komt nog vaak naar Genk om zijn moeder en zijn broer te bezoeken. Luc Margiela is er kapper, net als vader dat was, en wilde onze envelop vol vragen wel bezorgen. Samen met een goed woordje.

Al sinds de oprichting van zijn modelabel in 1988 schuwt Martin Margiela alle media-aandacht. Online circuleert één paparazzofoto van hem, vergezeld van de kop ‘Fashion’s invisible man’. Ook de Gentse fotograaf Willy Dee heeft ooit een portret van hem gemaakt, op de Graanmarkt in Brussel. In april 1983 was dat, net nadat Margiela afgestudeerd was. Dee bladert met ons door de stapels negatieven. De foto is een collector’s item en goud waard. Na lang zoeken vinden we hem. Margiela - breedgeschouderd, boomlang, zware wenkbrauwen - draagt een zwarte vest en staat met de handen diep in zijn broekzakken.

©BELGAIMAGE

De zeldzame interviews die Margiela gaf, gebeurden per fax. En dan nog wilde hij enkel over kleding praten, in de wij-vorm. Voor modejournalisten is hij al dertig jaar als een knoop die loshangt op een lastige plek. Lang niet iedereen die we bellen, wil meewerken aan een portret. ‘Alles over Margiela is gezegd’, zegt Linda Loppa, de oprichtster van de Antwerpse Modeacademie, kort. Bij de huidige directeur, Walter van Beirendonck, vangen we eveneens bot. ‘Het was de keuze van Martin om radicaal te breken met de meeste vrienden, medestudenten en collega's uit Antwerpen. Daarom wil ik ook niet over hem praten in de pers.’

Margiela blijft een onbeschreven blad. Zo wit als de etiketten die hij met vier spaarzame steken in zijn kleren naaide. Labelloos, omdat de kleren belangrijker zijn dan het merk.

Margiela was een meesterlijke ambachtsman, die elke techniek tot in de puntjes beheerste en er zijn ding mee deed. Hij liet zomen onafgewerkt, plaatste ritsen binnenstebuiten, rafelde kleren uit. Of hij kwakte er verf op, die met de tijd vanzelf verdween. Hij was de eerste ontwerper die - lang voor het modieus werd - spullen recycleerde. Hij toverde een donsdeken om tot een winterjas, puzzelde een leren vest uit honderden sandalenriempjes, boog vorken om tot armbanden.

‘Ik was meteen verkocht. Maar mijn ouders verklaarden me zot’, zegt Nicola Vercraeye, die al twintig jaar de Maison Margiela-winkel in Brussel uitbaat. Op zolder bewaart hij dozen met honderden oude collectiestukken.

Ook Open VLD-politica Annemie Turtelboom heeft een ‘Margiela-afwijking’. ‘Ik heb drie paar bokkenpootjes. Toen ik in de Kamer mijn allereerste vraag stelde, droeg ik de hoge. Nadien wilde een journalist me dringend spreken. Ik dacht: ‘Yes, ik heb gescoord.’ Tot bleek dat die alleen geïnteresseerd was in mijn botten.’

Ducttape

Sinds Margiela in 2009 uit het modewereldje stapte, doen alleen nog geruchten over hem de ronde. Sommigen menen te weten dat hij op een tropisch eiland woont en kunst maakt, iets met poppetjes.

De werkelijkheid ligt dichter bij de deur. Hij pendelt tussen Genk, Antwerpen en Parijs. En hij bereidt twee expo’s voor. De eerste, over de collecties die hij voor het Franse modehuis Hermès maakte, opent eind maart in het Antwerpse modemuseum. De tweede, een groots opgezette overzichtsexpo, loopt volgend jaar in Parijs. Dit najaar komt er ook een Nederlandse documentaire uit over de eerste jaren van het modehuis: ‘We Margiela’.

In musea, op het witte doek. Margiela lijkt overal. Maar het is toch vooral op de catwalk dat de Genkse ontwerper niet weg te denken is. Hij is de designer der designers geworden. De ene na de andere refereert aan zijn werk. Raf Simons, die andere Limburger die internationaal op handen wordt gedragen, snoerde onlangs het middel van zijn mannelijke modellen in met ducttape. Een duidelijk knipoog naar Margiela, die dat decennia geleden deed. Bij Simons, daar zijn modekenners het over eens, gaat het om een hommage van de zuiverste soort. Maar er zijn er evengoed die Margiela’s werk plat kopiëren.

Ik had de expo ‘Margiela, de Hermès jaren’ niet zonder Margiela kunnen maken. Ik heb met hem samengezeten. Soms veegde hij mijn voorstellen met een elegante beweging van tafel. Dan zei hij: ‘Als we het nu eens omgekeerd deden?’ Ik heb hem gevraagd of hij niet mee op de affiche wilde, als cocurator. Dat wilde hij niet. Hij komt ook niet naar de vernissage. Ik zou bijna zeggen, gelukkig. Ik zou op mijn ongemak zijn. Als één iemand in het publiek hem herkent, breekt er chaos uit.’

Kaat Debo, directrice ModeMuseum, curator

Is de aandacht voor de avant-gardeontwerper overdreven? Hij is tenslotte al tien jaar gestopt, zijn vroege werk dateert van dertig jaar geleden. Jenny Meirens, Margiela’s zakenpartner van het eerste uur, schiet in een meisjesachtige schaterlach als we haar vragen wat ze van de ‘heiligverklaring’ vindt. ‘Het is bijna grappig, als je weet dat we destijds door velen werden uitgespuugd.’

©AFP

Margiela stak van meet af aan een middelvinger op naar de modewereld. ‘Ik leerde hem in 1985 kennen, toen ik in een jury zat van een wedstrijd voor jong talent. Iedereen was altijd maar bezig over de Antwerpse Zes. Maar ik wist: Margiela is veruit de beste. Hij had de gave om iets waardeloos om te toveren tot iets exclusiefs. Toen hij me drie jaar later vroeg samen een label te beginnen, ben ik in het diepe gesprongen. Ik heb een enorm risico genomen. Ik had een winkel, en twee kleine kinderen. Ik ging heen en weer tussen Brussel en Parijs. Wij - het hele team - hebben ons kapot gewerkt. Maar het was het waard.’

Maison Margiela werd opgericht op een moment dat celebrity’s in de modewereld de scepter begonnen te zwaaien. Topmodellen met ronkende namen palmden de catwalk in. Maar ook de ontwerpers kregen een haast goddelijke status. Margiela, die na zijn opleiding aan de Antwerpse modeacademie de rechterhand van godenkind Jean Paul Gaultier werd, aanschouwde vanop de eerste rij diens uitputtingsslag. Roem heeft een schaduwzijde, leerde hij al jong.

Het verhaal wil dat Margiela door Gaultier besliste het radicaal anders aan te pakken. Maar Meirens spreekt dat tegen. Ze is 72 intussen en kampt met gezondheidsproblemen. De tijd dat ze aandacht besteedde aan haar outfit, is voorbij. Maar ze wil wel graag nog wat puntjes op de i zetten. ‘Martin was bezig met de kleding, ik met de strategie. Ik besefte dat de modewereld verzadigd was, en we het niet zouden redden als we nog een naam lanceerden. Alleen als we nieuwsgierigheid konden wekken, hadden we een kans.’

Meirens overtuigde Margiela ervan zijn naam van het etiket te halen en als designer op de achtergrond te blijven. ‘Hij twijfelde eerst, maar hij houdt het tot vandaag wel vol. Gaandeweg zag hij er steeds meer de voordelen van in. Hij kon gaan en staan waar hij wilde.’

De belangrijkste reden dat we het bedrijf verkocht hebben, is dat ik op was. Ik was 58, had alles gegeven. Ik zat aan de limiet van mijn mogelijkheden. Ik heb de mentaliteit van een zelfstandige, Martin die van een artiest. Hij had het er moeilijker mee dan ik dat we geen winst maakten. Voor hem betekende het dat wat hij deed waardeloos was. Het demotiveerde hem.

Jenny Meirens, zakenpartner

Meirens en Margiela had-den met hun bedrijf Sarl Neuf geen nagel om aan hun gat te krabben. De Antwerpse modeondernemer Geert Bruloot herinnert zich nog levendig dat hij de eerste collectie wilde inkopen voor zijn winkel Louis. ‘Ik zie ons nog zitten in hun hangar: ik, Martin en Jenny, met van die aluminiumdekens over ons. Het was er ijskoud. De producenten waren er ook. Die zaten op een stoel voor zich uit te staren. Even later zijn ze opgestapt. Die eerste collectie heeft zelfs nooit de rekken gehaald.’

‘Wij hebben een enorme prijs betaald voor onze vrijheid en onafhankelijkheid’, zegt Meirens. ‘Als je bereid bent compromissen te sluiten, ben je veel sneller rendabel. Wij hadden geen schulden, maar we hebben nooit winst gemaakt. Ik kon daar beter mee om dan Martin. Maar in 2002 was ik moe. Er moest iets gebeuren. Een zaak die niet meer groeit, gaat achteruit. Een van onze producenten in Italië was overgenomen door Only the Brave, de holding van de Italiaanse modeondernemer Renzo Rossi. Ik kende de man niet, maar ik ben toen bij hem gaan aankloppen.’

©Gamma-Rapho via Getty Images

Meirens zegt nergens spijt van te hebben, ook niet van de verkoop. ‘Die kwam op het juiste moment.’ Ze heeft voor zichzelf en Margiela een droomdeal onderhandeld. Ze kocht er onder andere haar huis in Puglia mee. Margiela tekende een contract om nog zes jaar in dienst te blijven. Dat was te lang, zeggen intimi. Zijn vertrek werd in 2009 officieel aangekondigd, maar de ontwerper haakte vroeger af.

‘Hij is gestopt op een hoogtepunt. Hoeveel mensen kunnen dat zeggen?’, zegt Nicola Vercraeye, de uitbater van de Margiela-winkel in Brussel. Ook Raf Simons, met wie Margiela toen gesprekken voerde om hem op te volgen, heeft respect voor diens keuze. ‘Hij heeft gezegd wat hij te zeggen had en daarmee basta. Meer mensen in de mode zouden dat moeten doen.’

Anonieme vrouwen

Terug naar de spannende beginjaren. Veel zaken die de modepers destijds als avant-garde ervaarde, blijken in retrospect ingegeven door zuinigheid. Meirens liet alle tweedehandsmeubelen op kantoor in verschillende tinten wit verven. Lekker goedkoop, net als de witte kielen die de medewerkers van het huis tot vandaag dragen. Vanaf dag één onderhandelde Jenny ook contracten met andere modehuizen, die Margiela als consultant vergoedden voor specifieke opdrachten. Het liet hen toe de rekeningen te betalen. Zo belandde Margiela ook zes jaar bij Hermès.

Het maakt Meirens niet nostalgisch. ‘Een kleine groep mensen steunde ons en kocht onze kleren. Daarbuiten kregen we kritiek op alles. Hoeveel ontwerpers zouden daar nu bestand tegen zijn?’

Kaat Debo, die voor de expo in het MoMu alle persknipsels heeft bestudeerd, kan het bevestigen. ‘Er was kritiek op alle fronten. Zo maakte Maison Martin Margiela er van in het begin een punt van gewone vrouwen op de catwalk te tonen. Soms plukten ze die gewoon van de straat, of uit de vriendenkring. Dat was revolutionair. Voor zijn shows bij Hermès koos Margiela mature vrouwen tussen 25 en 65. Een deel van de pers sprak er schande van. Dat was niet gekomen om zichzelf tegen te komen op een catwalk.’

De gezichten van de modellen vond Margiela trouwens onbelangrijk, omdat ze afleiden van de essentie. Vaak werden ze gemaskerd. Of de ogen werden weggeschminkt met een zwarte balk, om de anonimiteit te onderstrepen.

Destijds gebeurde er nog iets tijdens de modeweek in Parijs. Het waren hoogmissen. Vandaag zijn het ongeïnspireerde shows. Emotieloos, inspiratieloos. Instagrammomenten, niets meer.

Geert Bruloot, modeondernemer

De shows van Margiela gingen niet door op chique locaties, maar in vervallen panden, bij het Leger des Heils, in de metro, in een verlaten treinstel of in een crematorium. Eén keer zelfs aan de rand van een kerkhof, zonder dat de fine fleur van de Parijse mode stoelen kreeg aangeboden.

Kosten sparen, geen moeite. Dat was de aanpak van Maison Margiela. Zo kochten ze eens advertentieruimte in een gratis krant, waar ze de volgende show aankondigden. Vervolgens gingen ze stapels kranten ophalen, knipten ze de advertentie eruit en deden ze op de post. Een andere keer bestond de uitnodiging uit een wit kaartje met een telefoonnummer op. Wie ernaar belde, kreeg een bericht te horen met het juiste uur en plaats. Knettergek werd de modepers ervan.

De herinnering aan Margiela’s shows maakt Geert Bruloot sentimenteel. ’Ik heb ze allemaal gezien, maar die eerste show vergeet ik nooit. Iedereen was er: de Antwerpse Zes, Jean Paul Gaultier... We dachten dat we een collectie te zien zouden krijgen waar iets van Gaultier in zat. Niets was minder waar. Marina Yee naast mij begon hard te huilen. We waren van de hand gods geslagen. Ik zei tegen mezelf: ‘Vergeet al wat je weet, en kijk.’

Nicola Vercraeye, toen net afgestudeerd van de modeacademie, hielp backstage. ‘Er gebeurde iets, maar je begreep niet wat. Je wilde er gewoon bij zijn.’

De tweede show, op een braakliggend terrein in Parijs, liet een nog een diepere indruk na. Kinderen die hun speelterrein ingepalmd zagen door de modekaravaan, klommen op de catwalk. Modellen - dit keer wel piepjong - droegen de straatjochies in hun nek heen en weer. Kinderen voor kinderen. Een van de toeschouwers was Raf Simons. De ontwerper beschrijft dat moment als carrièrebepalend. Daar en dan besliste hij verder te gaan in de mode. ‘Ik begreep dat mode om meer moest gaan dan om kleren.’

Bloedarmoede

Gaat het om meer dan nostalgie van veertigers en vijftigers? ‘Ja’, zegt Kaat Debo. ‘De reden dat Margiela vandaag zo populair is, is de bloedarmoede in de modewereld. Er wordt gezocht naar uitwegen uit de impasse. Er is nood aan ontwerpers met visie’, zegt de MoMu-directrice. ‘De dingen die Margiela destijds aanklaagde, zijn alleen erger geworden. Het hele systeem komt steeds meer onder druk te staan. Ontwerpers klagen dat ze het ritme niet meer kunnen volgen. Collectie op collectie, trend na trend, alles moet sneller. Klanten willen geen maanden wachten tot een collectie in de winkel ligt. ‘See now, buy now’, is het ordewoord. De hele business staat op zijn kop. Dus grijpt iedereen terug naar de ontwerper die het systeem toen al ter discussie stelde. Margiela stond voor slow fashion, al bestond de term nog niet.’

©AFP

Mats Rombaut (30) is een schoenenontwerper die begeesterd is door Margiela. Net zoals Dilan Lurr. De 28-jarige Zweed lanceerde in januari zijn eerste collectie onder de naam Namacheco. ‘Ik heb Margiela ontdekt op mijn 16de, rond de tijd dat hij stopte. Ik ben burgerlijk ingenieur van opleiding. Alles wat ik over mode weet, heb ik van Margiela geleerd. Vooral dat het niet draait om kleren, cocktailparty’s of beroemdheden. Wel om ideeën.’

‘Margiela heeft jonge ontwerpers hoop gegeven. Hij heeft getoond dat het mogelijk is heel groot te worden, ook al heb je geen financiers achter je staan. Als ik naar de defilés van vandaag kijk, raak ik gedemotiveerd: dure shows op dure plekken die ik nooit zal kunnen betalen. Margiela liet zijn modellen eens de bus nemen, en uitstappen aan verschillende haltes in Parijs. Creativiteit kost niets. Hij gebruikte zelfs plastic zakjes die hij uit de vuilnisbak haalde.’

Over de heersende Margiela-hype is Lurr kritisch. ‘Zijn ziel is weg. Zeker in zijn eigen huis, Maison Margiela. Galiano doet fantastische dingen, maar heeft een totaal ander DNA.’

Zelf vindt Martin Margiela dat geen probleem. Toen Galiano twee jaar geleden begon, zei hij hem: ‘Mijn huis is uitgewoond. Het is van jou. Doe er je ding mee en laat het evolueren.’ Maar voor de fans is het wennen. ‘Mij zegt het niets meer’, zegt Bruloot. ‘Vorige week liet Galiano zijn modellen met een omgekeerde sacoche op hun hoofd op de catwalk lopen. Respectloos! Dat zou Margiela nooit hebben gedaan. Hij deed nooit iets om te choqueren.’

‘Je komt maar een paar keer in je carrière iemand tegen die je hart sneller doet slaan. Martin gaf me die vibe, Demna ook.’

Inge Grognard, make-upartieste en vriendin van Martin Margiela

Op de catwalk profileert vooral Demna Gvasalia zich als erfgenaam van Margiela. Margiela-kenners kunnen de man achter het modelabel Vetements en de hoofdontwerper van Balenciaga niet uitstaan. ‘Pure copy-paste’, klinkt het. ‘Het is beschamend dat de modewereld zoiets pikt.’

Make-upartieste Inge Grognard, sinds haar 14de een vriendin van Margiela, is milder. ‘Ik heb ook al stukken gezien waarbij ik een wenkbrauw optrek, maar Demna geeft me energie. Sinds ik hem heb leren kennen, heb ik weer zin om kleren te maken en te kopen’, zegt ze. Ze voegt eraan toe dat zij en haar vriend Margiela het soms oneens zijn. ‘We praten niet constant over mode. Hij is eruit, ik zit er nog middenin.’ Grognard werkt vandaag onder meer voor Gvasalia.

Nicola Vercraeye, de uitbater van de Brusselse Maison Margiela-winkel, is er zeker van dat Margiela ‘al die opgewarmde kost’ beu is. ‘Komaan, zijn we nu nog met oversized bezig? We hebben dat allemaal al gehad.’

Mocht u zich afvragen waarom Margiela dan nog met zoveel zorg aan twee tentoonstellingen werkt, het antwoord is simpel: hij heeft weer iets te vertellen. En de boodschap is duidelijk: dit is mijn oeuvre, zo heb ik het destijds bedacht en uitgevoerd, het hangt nu in modemusea, kom dus maar met iets nieuws.

Margiela is terug als curator der curatoren. Terugkomen als ontwerper doet hij wellicht nooit. ‘Wat hij heeft gedaan, kan vandaag niet meer’, zegt MoMu-directrice Kaat Debo. ‘Alleen al zijn keuze om anoniem te blijven. Vergeet niet dat hij is gestopt voor de sociale media zijn doorgebroken.’

Misschien komt hij toch terug, maar dan op een andere manier. Sinds enkele jaren is Margiela verwoed aan het schilderen. Zijn broer Luc herinnert zich dat hij altijd al goed kon tekenen. Hij had evengoed als kunstenaar kunnen doorbreken. Maar Grognard waarschuwt haar vriend. ‘De kunstwereld is nog harder dan de modewereld. Het is weinigen gelukt om vanuit de mode door te breken in de kunstwereld. Ook Helmut Lang heeft het tevergeefs geprobeerd.’

Een van zijn vrienden vroeg hem onlangs wanneer hij met zijn schilderijen naar buiten komt. Zijn antwoord, in onvervalste Margiela-stijl: ‘Als de tijd rijp is.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content