Nationale Bank waarschuwde voor EU-verzet tegen Arco-garantie

De Nationale Bank heeft de federale regering vorig jaar gewaarschuwd dat de staatswaarborgen voor de particuliere Arco-coöperanten wel eens op bezwaren van Europa zouden kunnen stuiten, zoals uiteindelijk gebeurde. Dat blijkt uit het advies van de centrale bank over de regeling voor die waarborgen dat De Tijd kon inkijken.

In volle Dexia-crisis besloot de regering in oktober 2011 de bescherming voor deposito’s en levensverzekeringen ook toe te staan voor het kapitaal van coöperatieve vennootschappen. De coöperatieve groep Arco, een grootaandeelhouder van Dexia, tekende in op die uitgebreide staatswaarborg, kort voordat drie vennootschappen van de groep in vereffening dienden te gaan. Dat kan de staat tot 1,5 miljard euro kosten, maar de factuur zal naar verwachting om en bij de 1 miljard bedragen.     

De regeling leidde tot felle kritiek uit politieke en beleggershoek. Diverse partijen, waaronder de beleggersfederatie VFB en de gemeente Sint-Agatha-Berchem, spanden een procedure aan bij de Raad van State. Maar nu blijkt dat ook de Nationale Bank, de toezichthouder op de financiële sector, en de Inspectie van Financiën in oktober kritisch waren voor de plannen van de regering.

Dat leren hun adviezen over het ontwerp van koninklijk besluit over de regeling, die nu pas bekendraken. Het gaat voor de duidelijkheid om het koninklijk besluit dat de staatswaarborg uitbreidt tot coöperatieve vennootschappen, niet om het latere uitvoeringsbesluit dat Arco, dat tot nu toe als enige partij een aanvraag indiende, laat toetreden tot het waarborgstelsel. De Tijd kon de adviezen (opgesteld in het Frans) inkijken.

Gouverneur Luc Coene van de Nationale Bank schrijft aan de regering dat er vorig najaar wel degelijk sprake was van ‘een ernstig risico op een systeemcrisis’ in de financiële sector en dat de regeling ‘zou moeten toelaten de effecten van de crisis te beperken’. Daarmee is volgens de centrale bank voldaan aan een belangrijke wettelijke vereiste om het waarborgstelsel uit te breiden.

Staatssteun

Maar de Nationale Bank heeft ook een belangrijk punt van kritiek. Coene laat wel weten dat de toezichthouder zich niet uitspreekt over de vraag of de maatregel conform de Europese regels over staatssteun is. ‘Het lijkt ons evenwel dat de kwestie aandachtig moet worden onderzocht door de regering’, voegt hij eraan toe.

Want Europa laat wel toe dat lidstaten bij bankencrisissen algemene maatregelen treffen die gelden voor alle vergelijkbare spelers zonder dat die gezien worden als mogelijk ongeoorloofde staatssteun. ‘Op het eerste zicht lijkt het ons niet evident de Commissie er met zekerheid van te overtuigen dat de maatregel zich wel degelijk richt tot alle vergelijkbare marktactoren en dus niet onder de toepassingsregels op staatssteun valt. De Commissie zou bovendien de stelling kunnen verdedigen dat de maatregel bedoeld is om in het bijzonder bepaalde bankinstellingen of hun aandeelhouders te helpen’, aldus de Nationale Bank.

Andere Europese regels maken volgens het advies mogelijk wel een opening, maar ook dan blijft er onzekerheid, staat in het advies. Intussen is Europa gestruikeld over de Belgische beslissing. Al een maand na het aanmelden ervan liet de Commissie in december 2011 weten dat er mogelijk onwettige staatssteun in het spel was. In april startte de EU een grondig onderzoek om na te gaan of de regeling verenigbaar is met de staatssteunbepalingen. Tegelijk werd de regeling geschorst.

Verschil

De Nationale Bank zag echter ook nog andere problemen, in hoofdzaak met de modaliteiten waarin het besluit voorziet. Zo is er, in tegenstelling tot voor banken en verzekeraars, voor coöperatieven bijvoorbeeld geen verplichting om zich aan te sluiten bij het Bijzonder Beschermingsfonds van de overheid dat instaat voor de garantie. ‘Dat komt neer op een verschil in behandeling’, merkt het advies op. ‘Het facultatief karakter doet een risico op negatieve selectie ontstaan waardoor enkel coöperatieven die zwaar blootgesteld zijn aan risico’s op verliezen effectief zouden bijdragen aan het fonds.’

De Nationale Bank plaatst ook een vraagteken bij het permanente karakter van de regeling en struikelt voorts over de lage, voorgestelde bijdrage voor de aansluiting van 0,05 procent op het gewaarborgde kapitaal en pleit voor een vergelijkbare bijdrage als voor de andere spelers. Daar is de regering blijkbaar wel op ingegaan, want alle leden van het fonds betalen nu jaarlijks 0,15 procent.

Onzekerheid

De Inspectie van Financiën heeft eveneens een aantal bemerkingen. Ze schrijft onder meer dat het koninklijk besluit niet de voorwaarden preciseert voor het toekennen van de garanties door de overheid. Bij het beperken van de toegang tot de waarborgen ontstaat ‘een situatie van juridische onzekerheid’. En bij een brede toegang ‘zal het zeer belangrijk zijn de begrotingsimpact van de maatregel te onderzoeken’. Voor Arco zegt de Inspectie geen weet te hebben van een formele evaluatie van die impact omdat het ontwerpbesluit niet gepaard gaat met een nota aan de ministerraad. De inspecteur is bijgevolg noodgedwongen aangewezen op cijfers van het advocatenkantoor Eubelius, dat Arco bijstaat, die zeggen dat de garantie, zoals bekend was, slaat op 1,5 miljard euro. 

De Inspectie, die net zoals de Nationale Bank ook een aantal meer technische bemerkingen heeft, wijst ten slotte op het risico dat de regeling op kritiek kan stoten van andere categorieën investeerders die de Grondwet kunnen inroepen ‘en een nieuwe uitbreiding van het regime vragen’.  Conclusie: ‘De voorstellen die het voorwerp uitmaken van dit advies situeren zich in een zeer specifieke context, die maakt dat dringend een algemeen regime wordt geïnstalleerd om te antwoorden op één specifiek geval, wat niet zonder risico’s is.’

Gesponsorde inhoud

Partner content