interview

Thiam: ‘Zelfs zonder medailles was het de moeite geweest'

©Diego Franssens

Twee jaar geleden kende niemand haar. Dit jaar doorbrak ze mythische barrières, werd ze wereldkampioen en stonden sponsors in de rij om haar te strikken. Gesprek met Nafissatou Thiam, de beste atlete van de wereld.

Wie Luik in noordelijke richting verlaat, komt snel in het groen terecht. Kilometers en kilometers weilanden, met af en toe een dorpje. In een ervan, met nog geen 2.000 inwoners, woont Nafissatou ‘Nafi’ Thiam. Het contrast met haar sportieve status kan nauwelijks groter zijn.

Sinds Thiam in 2016 de wereld verbaasde door olympisch goud te pakken in de zevenkamp, gaat het snoeihard voor de 23-jarige atlete. Dit jaar ging ze in Götzis door de mythische 7.000 puntengrens, werd ze in Londen wereldkampioen en werd ze op een mondain gala in Monte Carlo verkozen tot ’s werelds beste atlete. De wereldpers eet uit haar hand. En ze prijkt van Argentinië tot in Zuid-Afrika op billboards van haar sponsor, de Amerikaanse sportartikelenfabrikant Nike.

BIO

Nafissatou Thiam (23) groeide op in Namen en begon op jonge leeftijd met atletiek. Ze koos uiteindelijk voor de heptatlon, waarin haar moeder actief was op nationaal niveau. Dit jaar werd Thiam wereldkampioen zevenkamp in Londen, nadat ze in 2016 olympisch goud had gepakt in Rio de Janeiro. Ze werd ook verkozen tot beste atlete van de wereld.

Ten noorden van Luik is al die glamour ver weg. Thiam woont in een eenvoudig huis, waarvan er drie identieke op een rij staan in een rustige straat. Ook het interieur oogt sober. Een groot deel van de houten tafel wordt ingenomen door een ingewikkelde, half opgeloste puzzel. Thiam haalt glimlachend de schouders op. ‘Hij is nogal moeilijk, en ik heb te weinig tijd. Hij ligt hier nu al weken.’

De druk op Thiam is niet min. De atletiekwereld verwacht hardop dat ze met haar talent en uitstraling de leemte kan opvullen die de dit jaar gestopte superster Usain Bolt achterlaat. Volgens Sebastian Coe, de voorzitter van de internationale atletiekfederatie, heeft ze het potentieel om de beste atlete aller tijden te worden. Maar Thiam laat zich het hoofd niet op hol brengen, ook niet na het boerenjaar 2017.

Dit jaar zou een ‘année light’ worden, zei u. Toch tevreden met het resultaat, mogen we hopen?
Nafi Thiam: ‘Toen ik dat begin dit jaar zei, dachten velen dat ik een sabbatical ging nemen of zo. (lacht) Niet dus. Het moest vooral een jaar worden dat iets minder zwaar was dan het olympische jaar 2016. Toen ben ik diep gegaan, en was het een erg lang jaar. Daarom wilde ik even vertragen. Het tempo van 2016 aanhouden, dat lukt niet elk jaar. Ook mijn lichaam zou dat niet aankunnen. Maar ik heb nog altijd harder gewerkt dan in 2015, hoor.’

Welke prestatie koestert u het meest?
Thiam: ‘Dat ik over de 7.000 punten ben gegaan, toch. Een kampioenschap winnen hangt af van veel factoren. Het kan in een klein hoekje zitten: iemand anders kan een topdag hebben, of net een slechte dag. Met die 7.000 punten heb ik iets voor mezelf neergezet, dat op zich staat. Natuurlijk ben ik blij met elke gouden medaille. Maar die 7.000 puntengrens doorbreken, dat is de derde beste prestatie ooit.’

Op de prestigieuze zevenkamp van Götzis afgelopen mei ging zevenkampster Nafi Thiam door de magische grens van 7.000 punten

Toen ik won in Rio voelde ik euforie. Na het WK in Londen voelde ik vooral opluchting.

Hoe voelt het om te winnen? Valt zoiets te omschrijven?
Thiam: (denkt na) ‘Dat is moeilijk te omschrijven, omdat het elke keer anders voelt. Mijn overwinning in Rio en die in Londen zijn niet te vergelijken. In Rio was het totaal onverwacht dat ik zou winnen, ook voor mezelf. In Londen waren alle ogen op mij gericht. In Rio voelde ik pure vreugde, in Londen was het meer opluchting.’

Hoezo?
Thiam: ‘Vier jaar geleden stond ik twaalfde op de ranglijst. Dan verwachten mensen minder van je. Strijd je om een podiumplaats, dan heb je nu eenmaal meer stress. Al probeer ik mezelf niet te veel druk op te leggen.’

Nafi Thiam op het WK in Londen. ©BELGA

‘Ik weet wat ik doe voor mijn sport: hoe hard ik train en welke dingen ik laat om op mijn beste niveau te geraken. Dat is het enige dat ik in de hand heb. Als een andere atlete dan sterker is, dan is dat zo. Ik ga niet wakker liggen van iets dat ik niet kan controleren. Het enige dat ik kan doen, is hard werken.’

Viert u uw overwinningen met champagne in nachtclubs?
Thiam: (lacht) ‘Na de kampioenschappen feest iedereen, of je nu hebt gewonnen of verloren. Tijdens het jaar moet je al genoeg laten. Als het er dan even op zit, is het gewoon nodig even te ontspannen.’

Hebt u het gevoel dat u veel moet missen in het leven?
Thiam: ‘Niet echt. Atletiek heeft me meer opgeleverd dan gekost, denk ik. Toen ik jonger was, is het even zwaar geweest. Ik woonde niet in de buurt van Luik, waar ik trainde. Ik heb toen meer tijd doorgebracht in de trein dan bij mijn familie en mijn vrienden.’

©Diego Franssens

‘Nu heb ik het ook druk, maar is het anders. Ik kom op plekken die ik anders misschien nooit zou zien. Ik ontmoet mensen die ik anders nooit zou leren kennen. Die ervaringen zijn veel waard. Ik kon vroeger na school geen glas gaan drinken met vrienden, maar ik mocht wel op toernooi naar China en Brazilië. Zelfs zonder medailles zou het de moeite zijn geweest. Als ik het opnieuw mocht doen, teken ik duizend keer voor hetzelfde parcours.’

Uw moeder moest haar werk en de zorg voor vier kinderen combineren. Daardoor moest u uw hobby grotendeels zelf organiseren. Is die zelfstandigheid een voordeel gebleken?
Thiam: ‘Voor alle duidelijkheid: ik heb me altijd heel gesteund gevoeld. Maar we werden inderdaad gestimuleerd om onze verantwoordelijkheid te nemen, autonoom te functioneren, ons te behelpen. Toen ik dus in Luik wilde gaan trainen, was het normaal dat ik daar zelf geraakte. Ik ging er niet van uit dat mijn moeder elke dag over en weer zou rijden voor mij. Zoveel als ze kon, heeft ze dat wel gedaan, hoor. Maar als je in Brussel werkt en in Namen woont, kan je nu eenmaal niet elke dag taxi spelen. Dat maakte me niet uit. Als je in een bepaalde spirit bent opgevoed, zie je zelf wel dat je er komt. Die opvoeding levert me vandaag een voordeel op.’

Ik was als kind niet het soort speler dat kost wat kost moest winnen.

U bent het gezicht van de Belgische atletiek. Hoe is het ermee gesteld?
Thiam: ‘Atletiek is hier helaas geen grote sport. Er beweegt wel wat, maar het kan een pak beter. Ik hoop niet dat ze mijn prestaties aangrijpen om zich op de borst te kloppen en te denken dat alles goed gaat met de atletiek in België. Er wordt bijvoorbeeld al jaren over meer indoorzalen gesproken, maar het komt er niet van...’

‘Als ik in het begin van het seizoen naar de piste trek, zie ik veel kinderen enthousiast aan hun training beginnen. Maar zodra het gaat regenen en sneeuwen, verdwijnt het enthousiasme snel. Dan zoeken ze een sport die ze ook binnen kunnen doen. Dat geldt voor veel sporten.’

Moet u naar het buitenland om het onderste uit de kan te halen?
Thiam: (twijfelt) ‘Je wil trainen in de beste omstandigheden. Voor mij zijn die omstandigheden: trainen met Roger (Lespagnard, al jaren de coach van Thiam, red.). Maar het is een feit dat de omstandigheden niet ideaal zijn. Als mijn concurrentes mijn krachthonk zouden zien, ze zouden nogal lachen. Het is dezelfde zaal waarin Roger trainde toen hij jong was. Het is zelfs geen zaal, het is een karretje met gewichten dat we een turnzaal in duwen. De infrastructuur is dus niet fantastisch. Maar verhuizen? Dat is niet aan de orde, nee.’

De Conclusie

2017 was het jaar van Nafi Thiam. Het jaar van 21ste-eeuwse kompels die virtuele munten creëren in een bitcoinmijn. Het jaar van het opbod tussen de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Donald Trump.

Lees hier meer.  

Wat trekt u zo aan in atletiek?
Thiam: ‘Ik heb altijd veel aan sport gedaan. Dat ik uiteindelijk in atletiek ben doorgegaan, is veeleer toevallig. Atletiek zit in de familie, het was logisch dat ik het ook zou proberen. Ik denk dat de veelzijdigheid van de sport de doorslag heeft gegeven. Ik heb altijd graag meerdere dingen gedaan. Dat vond ik terug in de zevenkamp. Maar het was geen unieke liefde of zo. Ik zeg niet dat ik even goed had kunnen zijn in een andere sport. Maar ik had wel net zo gepassioneerd kunnen zijn door basketbal. Dat heb ik ook nog gespeeld.’

Een heel andere sport.
Thiam: ‘Absoluut. Handbal deed ik ook graag. Ik hou van teamsporten. Maar ik hou ook van de eenzaamheid van atletiek. Alleen op jezelf kunnen rekenen, het heeft iets.’

Omdat uw prestaties dan niet afhangen van anderen? Was u zo’n speler die boos wordt op teamgenoten als het niet lekker loopt?
Thiam: (lacht) ‘Nee! Ik ben nooit het type speler geweest dat koste wat het kost wilde winnen. We waren gewoon kinderen die zich wilden amuseren. Kinderen moet je volgens mij niet dwingen de beste te zijn. Sport is een goede manier om waarden bij te brengen, dat wel. Het is duidelijk dat je je ergens op moet toeleggen als je een doel wil bereiken. Maar je amuseren op je tien jaar, laat dat ook maar een mooi doel zijn.’

Thiam neemt haar prijs van Wereldatlete van het Jaar in ontvangst uit handen van Prins Albert van Monaco. ©BELGA

Van iemand die op haar 23ste wereldtop is, verwacht je dat ze met een mes tussen de tanden is geboren...
Thiam: ‘Ik heb nooit een onstilbare honger naar overwinningen gekend. Ik droomde niet van gloriemomenten. Het is natuurlijk niet dat je aan eender welke wedstrijd moet beginnen met het idee dat je gaat verliezen. Maar als je alles hebt gegeven en je bent geklopt door een sterkere tegenstander, dan moet je je daar bij neer kunnen leggen.’

‘Sinds ik aan atletiek doe, denken veel mensen me van alles te moeten opleggen: je móét medailles halen, je móét dit doen, je móét dat doen. Maar ik heb altijd mijn eigen doelen gesteld, heb altijd geprobeerd met een heldere blik naar mezelf te kijken. Als ik van jongsaf aan die druk had toegegeven, en het gevoel had gehad dat ik altijd en overal moest winnen, dan was het niet goed afgelopen.’

Welke doelen stelt u zich nu?
Thiam: ‘Ik wil me vooral verder verbeteren. Ik kan niet elk jaar mijn records verbreken. Maar ik wil zien of ik mijn grenzen nog kan verleggen, en hoe ver. Misschien heb ik ze al bereikt, wie weet. Op dat moment zal het mijn doel worden om dat niveau zo lang mogelijk aan te houden. En ook dat duurt niet eeuwig. Een carrière is zo veel mogelijk vooruitgang boeken en dan zo lang mogelijk vasthouden.’

De mensen die me aanraden om te stoppen met studeren, zijn allemaal mensen die zelf een diploma hebben.

We kunnen ons moeilijk voorstellen dat u geen concreet idee hebt van wat u nog wilt bereiken.
Thiam: ‘Had je me dat vorig jaar gevraagd, dan zou het 7.000 punten zijn geweest. (lacht) Nee, ik heb echt geen cijfer in gedachten. Dat zou dom zijn. Ik denk dat ik in bepaalde disciplines nog vooruitgang kan boeken. Maar of dat allemaal in een enkele wedstrijd tot uiting komt? Daar komt heel wat toeval bij kijken, ook. Zo’n zevenkamp als in Götzis, waarin je meerdere records breekt, is zeldzaam. Ik pin me dus niet vast op een concreet doel. De verwachtingen die daarmee gepaard gaan, zijn zeer uitputtend.’

U komt erg relaxed en gefocust over. Is dat uw natuur of hebt u daaraan gewerkt?
Thiam: ‘Ik heb daar een theorie over, maar geen idee of ze klopt. (lacht) Mijn moeder is erg gestrest. Ze loopt constant van hot naar her, heel gejaagd. Ik denk dat ik mijn kalmte heb ontwikkeld als een soort tegengewicht voor de stress die zij uitstraalt.’

Twee jaar geleden kende niemand Nafi Thiam, vandaag bent u wereldbekend. Hoe heeft dat uw leven veranderd?
Thiam: ‘Sportief is er veel meer druk. Als buitenstaander merk je alleen het enthousiasme dat rond mijn prestaties hangt. Maar die extra druk is een handicap, heb ik gemerkt. Ik moet toegeven dat ik het daar moeilijk mee heb gehad.’

En in het dagelijkse leven?
Thiam: ‘Het is allemaal veel drukker nu. Er willen meer mensen met me praten.’

De mensen die me aanraden om te stoppen met studeren, zijn allemaal mensen die zelf een diploma hebben.

Onze excuses.
Thiam: (lacht) ‘Geen probleem, hoor. Maar die extra aandacht en de toenemende verplichtingen tegenover sponsors vergen gewoon veel tijd. Mijn agenda afgewerkt krijgen vraagt nu meer organisatie. Dat is soms vermoeiend.’

‘Ik ben ook niet het type dat graag in de belangstelling staat. Laat me mijn ding doen in mijn hoekje, en ik ben perfect gelukkig. Als je dan plots wordt aangestaard en aangesproken als je boodschappen doet, is dat wat gênant. Of als je op restaurant om de haverklap wordt onderbroken voor foto’s. Ik denk dat zoiets voor iedereen wennen zou zijn.’

‘Ik probeer het positief te bekijken. Ik besef dat al die mensen me steunen. Sommigen vertellen me dat ze hebben gehuild toen ik op het podium stond in Rio. Het doet me ook plezier als kinderen na een wedstrijd een handtekening komen vragen, vroeger stond ik na de Memorial Van Damme als kind ook te wachten op de atleten.’

‘Ik snap het dus allemaal. Maar als je niet graag in de schijnwerpers staat, moet je elke keer uit je comfortzone komen. Dat vraagt een zekere inspanning. Het is moeilijker dan velen denken. Maar goed, het hoort bij mijn leven nu.’

Het positieve van al die aandacht is dat u kunt leven van uw sport. Sponsors staan in de rij voor u. Voor een Belgische atleet is dat veeleer uitzonderlijk. Al zou een tennisser of een voetballer op uw niveau nooit meer moeten werken. Frustreert dat u?
Thiam: (denkt na) ‘Eigenlijk niet. Toen ik met atletiek begon, had ik nooit gedacht dat ik ervan zou kunnen leven. Nu is het mijn job, dat is al heel wat. Maar rijk zal ik er niet van worden. Dat is de reden waarom ik absoluut mijn studies geografie wil afmaken.’

De mensen die me aanraden om te stoppen met studeren, zijn allemaal mensen die zelf een diploma hebben.

‘Na Rio vroegen mensen waarom ik er niet mee stop. Alsof die studies een gril zijn. Nee, het is noodzakelijk iets te hebben om op terug te vallen. Ik heb later een diploma nodig om aan een job te geraken. Dat is nu eenmaal de realiteit van atletiek in België. Er zijn veel atleten die alles op hun sport zetten. Maar sportcarrières zijn vluchtig. Ze kunnen even snel zijn afgelopen als ze zijn begonnen. De mensen die me aanraden te stoppen met mijn studies, zijn trouwens altijd mensen die een diploma hebben. (lacht) Ik heb geen zin om mijn toekomst op het spel te zetten. Zo ben ik opgevoed.’

Thiam in actie tijdens de meerkampmeeting in Götzis, waar ze de grens van de 7.000 punten sloopte. ©BELGA

Kunt u uw studies niet voortzetten na uw sportieve carrière?
Thiam: ‘In die paar jaar dat ik na mijn sportcarrière nog zou moeten studeren, moet ik nog altijd onderdak hebben en eten. (lacht) Ik ben trouwens best trots dat ik de twee gecombineerd krijg. Het vraagt veel organisatie, en het is moeilijk, maar het is mogelijk. Het geeft ook voldoening vast te stellen dat ik niet hoef te luisteren naar wat anderen het beste voor me vinden. En dat ik terecht genoeg zelfvertrouwen had om topsport en studies te combineren.’

Buiten miezert het. Is het op een dag als vandaag niet verleidelijk om eens lekker niets te doen in plaats van straks vier uur op de piste te gaan trainen?
Thiam: ‘Straks naar buiten gaan om te trainen in de regen is niet het allerleukste wat er bestaat. Maar het wordt een automatisme. Ik vermoed dat het niet anders is dan naar je werk gaan. Jij hebt misschien ook niet elke dag evenveel zin om je bed uit te komen...’

Maar ik kan me misschien net iets meer een baaldag permitteren dan u.
Thiam: ‘Voor atleten is het wellicht iets moeilijker om er elke dag met dezelfde moed aan te beginnen. Je bent moe, je lichaam doet pijn. De verleiding is er soms om het wat kalmer aan te doen. Maar net op die moeilijke momenten boek je het meest vooruitgang. Voor topsport moet je nu eenmaal een beetje kunnen lijden. Daarin ben ik ook niet uniek. Ik heb op jonge leeftijd voor mijn sport gekozen, dan weet je dat dat er allemaal bij hoort. Ik weet waarom ik dit doe, niemand dwingt me. Dat zou ook niet werken. Als je dit niet voor jezelf doet, hou je het niet vol.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect