Verkiezingsbegroting

Premier Elio Di Rupo met Europees commissaris voor Europese en Monetaire zaken Olli Rehn.

De cijfers die de Europese Commissie deze week bekendmaakte over de groei en de overheidsfinanciën in België passeerden vrij geruisloos. Maar eigenlijk zat in die cijfers het begrotingsrapport van de regering-Di Rupo vervat.

Ze tonen aan dat Di Rupo en co wel degelijk een inspanning hebben gedaan om de overheidsfinanciën gezonder te maken. Om die inspanning te evalueren wordt veelal gekeken naar de structurele verbetering van het tekort, omdat die los staat van de evolutie van de conjunctuur en van one-shots in de begroting. Het structurele tekort verbeterde van -3,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) eind 2011 naar 2 procent van het bbp dit jaar. En dat is een grotere inspanning vergeleken met de regering-Leterme. Die slaagde er in 2010-2011 in lopende zaken niet in om de overheidsfinanciën gezonder te maken, want het structureel tekort bleef hangen op -3,3 procent.

 

Maar als je de tabel in detail bekijkt, valt het op dat in 2012 en 2013 de grootste inspanning werd geleverd. In 2012 verbeterde het structurele tekort met 0,4 procentpunt en in 2013 met 0,7 procentpunt. Terwijl de verbetering in 2014 geraamd wordt op slechts 0,2 procentpunt. Daaruit kan alleen maar besloten worden dat de regering-Di Rupo voor het verkiezingsjaar 2014 op de rem is gaan staan. Om de kiezer niet voor het hoofd te stoten, koos Di Rupo I ervoor de budgettaire inspanningen te beperken. En het ziet er ook niet naar uit dat er bij de begrotingscontrole volgend maand nog veel bijgestuurd zal worden.

Het is evenwel van alle tijden dat in verkiezingsjaren de budgettaire riem eraf gaat. Uit de cijfers blijkt evenwel dat het werk niet af is. Het is aan de volgende regering om een geloofwaardige meerjare begroting op te stellen, waarbij niet alleen wordt teruggekeerd naar een evenwicht maar er op middellange termijn eindelijk overschotten worden opgebouwd. En die zijn noodzakelijk om de vergrijzing op te vangen. Een nieuwe politieke impasse zoals in 2010-2011 kunnen we dus missen als kiespijn.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud