ANALYSE Europa is bang

Geert Wilders (foto: EPA)

Wat hebben het succes van Geert Wilders, de hetze tegen de Roma en de niet te stuiten opmars van de N-VA met elkaar gemeen? Is het ooit zo tolerante Europa bekrompen en kortzichtig geworden? Of is links zijn morele superioriteit voorgoed kwijtgeraakt? Hoe het oude continent langzaam maar zeker in de ban geraakte van de populisten.

Zoek de rode draad. In een Gents auditorium brengt de als rockster onthaalde Vlaams-nationalist Bart De Wever (N-VA) een vurig pleidooi voor het eerherstel van de nationale identiteit. Was hij door hun ouders nog met pek en veren buitengezet, bij de Gentse studenten politieke wetenschappen gaat zijn discours erin als zoete koek.

In Nederland treedt ondertussen het rechts-liberale minderheidskabinet Rutte I aan, dat strak aan de leiband loopt van de Partij Voor de Vrijheid (PVV) van de populist Geert Wilders . Het is Wilders die vanuit de coulissen de afstandsbediening hanteert. Het populisme regeert in Nederland, net als in Denemarken, waar de rechts-conservatieve minderheidsregering al sinds 2001 (!) overleeft met gedoogsteun van de anti-immigratiepartij Deense Volkspartij (DF) van Pia Ksjaersgaard.

In Italië heeft de extreemrechtse Lega Nord van Umberto Bossi stevig wortel geschoten in de regering van Silvio Berlusconi. De door de hele wereld uitgespuwde Vrijheidspartij (FPÖ) van Jörg Haider haalt in Oostenrijk nog steeds 17,5 procent van de stemmen. De Zwitserse Volkspartij (SVP), die zwaar inzette op het minarettenverbod, is de grootste partij van het land en maakt deel uit van de regering.

In Hongarije breekt de xenofobe, nationalistische partij Jobbik van Gabor Vona potten door zich te profileren als anti-Roma en zelfs anti-Joods. De radicale Slovaakse Nationalistische Partij SNS zetelde de voorbije vier jaar in de regering. De Noorse extreemrechtse Partij voor de Vooruitgang (FrP) werd de tweede grootste partij, terwijl in Zweden de rechts-populisten van Zweden-Democraten sinds de verkiezingen van 19 september voor het eerst in de geschiedenis in het parlement geraakten.

IQ-obsessie

Er valt niet meer naast te kijken: het virus van de nationale identiteit heeft Europa in de ban. Het woekert als een pandemie, in de woorden van de Rijselse antropoloog Laurent Bazin. Ook landen die tot voor kort immuun leken voor populisme, zijn aangetast. Wat anders te denken van het groots opgezette identiteitsdebat en het daaruit voortvloeiende uitwijzingsbeleid voor Roma waarmee de Franse president Nicolas Sarkozy met succes het Front National de wind uit de zeilen neemt?

Of neem Duitsland, waar populisme en nationalisme om evidente historische redenen sinds de Tweede Wereldoorlog geen voet aan de grond kregen. Tot de linkse Bundesbankbestuurder Thillo Sarrazin een bijzonder controversieel boek schreef met de boodschap dat de massale inwijking van arme buitenlanders een bedreiging vormt voor de nationale intelligentie. ‘Deutschland schafft sich ab’ is de veelzeggende titel van het traktaat, waarin Sarrazin potsierlijk stelt: ‘Duitsland is op weg een achterlijk moslimland te worden. Ik wil niet dat het land van mijn kleinkinderen en achterkleinkinderen voor grote delen islamitisch wordt. Ik wil niet dat wij vreemden worden in eigen land.’

Polemiek

Polemiek alom bij onze oosterburen. Zowat de hele intellectuele voorhoede viel over hem heen. Maar de belangstelling voor zijn boekpresentatie was massaal. Het boek moet met karrenvrachten worden aangesleept. Sindsdien is de IQ-obsessie helemaal losgeslagen in Duitsland, waar opiniemakers in de clinch gaan over de vraag of de toelating van migranten niet ook moet afhangen van hun intelligentiescore. Dat was, zegge en schrijve, trouwens een voorstel van de christendemocraten.

Is het correct het racistische debat in Hongarije, het anti-islamdiscours van Geert Wilders en het nationaliteitsbetoog van Bart De Wever in één hok te duwen? Natuurlijk niet. Het intellectuele discours van De Wever staat mijlenver van wat Wilders of pakweg Filip Dewinter (Vlaams Belang) over moslims rondbazuinen. Maar het is wel duidelijk dat nationalisme en populisme aan een opmars bezig zijn. De intellectuele voedingsbodem voor ‘terug naar de eigen identiteit’ is groot.

Waar de populistische en nationalistische bewegingen in Oost-Europa nog dicht bij het fascistische gedachtegoed aanleunen, hebben ze het in het westen gemunt op de multiculturele samenleving in het algemeen, en de islam in het bijzonder. Ook in de economisch stabiele landen in het noorden van Europa, die lang vrij tolerante havens waren voor migranten op zoek naar een beter leven, brengt het wantrouwen voor ‘De Vreemde’ openlijk xenofobe partijen voort. De gastvrijheid is veranderd in een panische angst voor al wie inbeukt op de poorten van Fort Europa. Zelfs in het ooit zo beschaafde Nederland of Zweden geeft het ongenoegen voedsel aan politieke tegenbewegingen, die de volksziel willen beschermen tegen de invasie van de buitenlanders.

Profeet

Het succes van extreemrechts in Europa is niet nieuw, nuanceert Cas Mudde, de Nederlandse auteur van ‘Populist Radical Right Parties in Europe’. De politicoloog van de DePauw University in Greencastle, VS, wijst erop dat extreemrechts sinds de jaren 80 aan een opmars bezig is. ‘Maar het is opmerkelijk dat vandaag geen enkel land nog aan het fenomeen ontsnapt.’ Dat komt, zegt Mudde, omdat ‘De Ander’ vandaag niet meer in zuiver cultureel-etnische termen wordt benoemd. Dat racistische discours sloeg destijds aan in Vlaanderen of Oostenrijk, maar was ondenkbaar in liberale landen als Denemarken, Nederland of Zweden. Sinds 9/11 zijn populisten de buitenlanders in religieuze en veiligheidstermen beginnen te beschrijven. De problemen met migranten - ‘moslims’ - toewijzen aan man-vrouwverhoudingen of een problematische vermenging van kerk en staat is iets wat ook in een liberale politieke cultuur te verteren valt.’

Een populistische onderstroom is er dus altijd geweest. Maar meestal werd die ingedamd onder het loden gewicht van het politiek correcte denken. Wie problemen had met de aanwezigheid van migranten ging dat meestal niet al te luid rondbazuinen. Toen Jörg Haider in 1999 aan de macht kwam in Oostenrijk, volgden meteen sancties van de Europese Unie. Skiërs konden het Alpenland maar beter vermijden. Vandaag gebeurt min of meer hetzelfde in Nederland, en niemand verroert een vin. De ‘tolerante’ Nederlanders steken massaal hun middelvinger op en scharen zich openlijk achter hun nieuwe profeet.

Populisten

Populisten treden uit de coulissen, overal in Europa. Dat is wel nieuw, én opmerkelijk, zegt Duncan McDonnel, mede-auteur van het standaardwerk ‘Twenty-First Century Populism: The Spectre of Western European Democracy.’ ‘De anti-establishmentpartijen stappen nu zelf in regeringen. Het betekent dat de gevestigde partijen zich bij hun bestaan hebben neergelegd. Het betekent ook dat er geen weg terug meer is. De marginalisering van rechts-populisten behoort definitief tot het verleden.’

Het idee dat populisten zich zouden verbranden aan de macht bleek een illusie, zegt McDonnell. ‘Ze verbranden zich niet. Integendeel. Ze zorgen er alleen voor dat het hele beleid meer naar rechts opschuift.’ Kijk naar Italië, waar Lega Nord mee de plak zwaait. Waar het zonder verpinken verkondigt dat het burgerwachten wil invoeren en kliklijnen opzetten voor illegalen. Of kijk naar Denemarken. De Deense immigratiewetten zijn bijzonder streng. Om een verblijfsvergunning te krijgen, is een puntensysteem ingevoerd. Je krijgt punten voor werkervaring, voor kennis van taal en cultuur. Maar migranten moeten ook minimaal een jaar actief hebben deelgenomen aan de Deense maatschappij. Alleen als je honderd punten scoort, krijg je een definitieve vergunning.

Ook voor Denen met een buitenlandse partner zijn de regels niet mals. Ze moeten aantonen dat ze samen meer binding hebben in Denemarken dan in het land van de partner. Anders kunnen ze net zo goed daar gaan wonen. Je zou kunnen denken dat zo een reactionair beleid weerstand oproept. Niets daarvan. De immigratiewetten zijn door alle partijen stilzwijgend omarmd. En het door de Volkspartij gedoogde kabinet werd moeiteloos herkozen.

Welvaartschauvinisme

Vanwaar die ruk naar rechts? Is het oude continent conservatief, xenofoob en kleinburgerlijk geworden? Misschien wel. Want: het oude continent is bang. Dat is ook de ontnuchterende analyse van de Franse geopoliticoloog Dominique Moïsi die in ‘De geopolitiek van de emotie’ beschrijft hoe de VS en Europa beheerst worden door angst voor De Ander. Daartegenover staan haat en vernedering als dominante emoties in de moslimwereld, en hoop als drijvende kracht in het zelfbewuste Azië.

Het Westen, zegt Moïsi, is collectief bang van de buitenstaander die onze landen binnenvalt, onze identiteit bedreigt en onze banen inpikt. Die angst wordt verder gevoed door de dreiging van het moslimterrorisme. Bovendien is er de onzekere economische toekomst. Er zijn de doembeelden van een opwarmende aarde en de verspreiding van epidemieën. De westerling, zegt Moïsi, is bang voor een ongewisse en dreigende toekomst waarop hij geen enkele vat meer heeft.

Het populisme is dus een rechtstreekse afgeleide van de globalisering, die het Westen met het ongemakkelijke gevoel opzadelt dat het zijn centrale positie in de wereld aan het verliezen is. Vandaar de paradox dat het zo goed gedijt in de meest welvarende landen. We zijn bang die welvaart, onze laatste strohalm, kwijt te raken. ‘In tijden van crisis is het niet moeilijk de vreemde als een bedreiging voor onze welvaart voor te stellen’, zegt Marnix Beyen, die zich als historicus aan de Universiteit Antwerpen specialiseerde in de identiteitspolitiek. ‘Als er schaarse middelen te verdelen zijn, wordt de vraag pertinenter wie er recht op heeft. Dat roept vragen op naar identiteit, naar ‘wie zijn wij’.’

Welvaartsverschijnsel

Tegelijk, zegt Beyen, is populisme ook een welvaartsverschijnsel. ‘Hoe groter de welvaartsstaat en hoe beter de interne muren tussen sociale klassen worden gesloopt, des te sterker de neiging om externe muren op te trekken en de algemene welvaart te beschermen tegen buitenlanders die een graantje willen meepikken.’

Welvaartschauvinisme, noemt Duncan McDonnell die reactie. Een vorm van sociaal protectionisme. Maar het populisme gedijt niet alleen op een verkrampte ‘houden wat je hebt’-moraal. Er leeft evenzeer een joekel van een immigratietrauma in de Europese samenlevingen. De sociologische samenstelling van onze steden is het voorbije decennium onherkenbaar veranderd. Je merkt dat in de straten, in de scholen. Die ‘vervreemding’ is zeer zichtbaar. Het geeft de mensen een gevoel van Überfremdung, om een compleet ‘foute’ term te gebruiken. Het woord, dat besmet raakte door het nazisme, duidt op een vrees de eigen identiteit te verliezen door de toestroom van vreemdelingen. Het werd door het Instituut voor de Duitse Taal in 1993 als ‘Unwort des Jahres’ afgevoerd. Maar het is veelzeggend dat het nu weer in allerhande essays opduikt.

Concurrentienadeel

Het waarden-, identiteits- en moraliteitsdiscours dat in de slipstream van het populisme oplaait, is precies een antwoord op die culturele globalisering, vindt McDonnell. ‘Het gevoel overheerst dat we onze tradities en onze cultuur dreigen te verliezen. Dat onze vertrouwde samenleving wordt ondermijnd. Daarom zijn moslims ook gemakkelijke doelwitten. Zij zijn heel zichtbaar heel anders dan wij.’

Dat is ook de frustratie die Sarrazin in Duitsland losmaakte. ‘Het Duitse volk is door massale migratie van moslims puur kwantitatief op weg zichzelf op te heffen’, zegt Sarrazin. Hoe? ‘Door het hoge geboortecijfer van moslimmigranten.’ Zoiets slaat wel aan in een land waar problemen met losgeslagen moslimjongeren niet uit de media weg te slaan waren. ‘Landen als Amerika, Japan en Australië importeren intelligentie; Duitsland en Nederland importeren het omgekeerde’, gooit Sarrazin olie op het vuur. Hij sluit daarmee perfect aan op de mantra van de ‘war for talent’, het internationale gevecht om de beste en de slimste geesten binnen te halen.

In deze tijden van globale kenniseconomie zal menselijk kapitaal het verschil maken. En kijk, zeggen de populisten in Europa, ‘terwijl ze zich aan de overkant van de plas wapenen met een selectieve immigratiepolitiek van fel begeerde greencards voor meerwaardebrengers, worden wij in onze humanitaire openheid overspoeld door radelozen en gelukzoekers. Het bezorgt ons een concurrentienadeel in de internationale strijd.’ Breng daar maar iets tegen in.

En dat is net het punt: populistisch rechts neemt het roer over, en de goegemeente heeft geen verhaal. Het is zelfs een belangrijk deel van de verklaring van de populariteit van de populisten, zeggen alle analisten: de gevestigde partijen hebben de impact van migratie op de samenleving onderschat. In een overdaad aan politiekcorrectheid hebben ze geweigerd de problemen onder ogen te zien. En nu krijgen ze lik op stuk.

‘De omzichtigheid waarmee moslims hier behandeld worden, werkt veel Europeanen op de zenuwen, omdat er wel degelijk een en ander fout loopt met de multiculturele samenleving’, zegt Cas Mudde. ‘Ik zie geen enkele, maar dan ook geen enkele traditionele beleidspartij in Europa die wel in staat is dat probleem aan te pakken. Dat geeft munitie aan mensen als Wilders, die van de islamisering hun voornaamste strijdpunt hebben gemaakt.’

Tijdgeest

Om die reden loopt ook elke vergelijking met de opkomst van het fascisme in de jaren 30 mank. Niet alleen houden mensen als Wilders zich ver van die club - hij weigerde bijvoorbeeld zich aan te sluiten bij de nationalisten in het Europees Parlement. De populisten van de 21ste eeuw zijn er ook helemaal niet op uit de democratie af te schaffen. Integendeel, ze beweren dat ze de democratie opnieuw naar het volk willen brengen. Het volk, dat decennialang miskend is door de progressieve kosmopolitische elite, die hun de globalisering en de multiculturele samenleving door de strot wilde duwen.

De elite, zeggen de populisten, begrijpt niets van het echte leven. De combinatie van extreemrechtse standpunten over migratie en islam met extreemlinkse voorstellen over sociaal beleid, is gesneden koek voor veel traditioneel linkse kiezers. Die hebben het gevoel thuis te komen. Het postnationale tijdperk waar een liberaal als Guy Verhofstadt dan weer mee dweept, is misschien wel een aantrekkelijk idee voor een Belg die zich professioneel voortbeweegt over de Europese landsgrenzen heen en in zijn vrije tijd wijn drinkt met zijn Toscaanse buren, maar de gewone Europeaan die ’s avonds in zijn heimat voor zijn televisie zit, heeft er geen boodschap aan. Het getuigt dan ook van weinig politiek inzicht, zegt Duncan McDonnell, om die hang naar waarden en identiteit af te doen als gevaarlijk, bekrompen en achterhaald.

Want het nationalisme dat de moderne kosmopolieten klasseren als ‘tegen de tijdgeest’, blijkt gewoon de tijdgeest zelf te zijn. En hoe meer we onze neus ophalen voor de waarheid achter het succes van de angstlogica, des te harder die als een boemerang in ons gezicht terugkeert.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect