Arco-coöperanten staan voor cruciale veldslag in rechtbank

Belfius heeft geen voorziening aangelegd voor de claim. De bank is van mening dat ze voldoende argumenten heeft om de vorderingen onontvankelijk te laten verklaren. ©BELGA

Om alsnog hun centen te recupereren, tien jaar na het Arco-debacle, gaan zowat 2.000 coöperanten deze week de strijd aan voor de ondernemingsrechtbank in Brussel. Maar een procedureslag dreigt.

Na jaren aan het lijntje te zijn gehouden met beloften over een compensatie, neemt een groep coöperanten zelf het initiatief. De val van de Belgisch-Franse financiële groep Dexia in 2011 betekende ook de ondergang van Arco, de investeringsmaatschappij van de christelijke werknemersbeweging en een van Dexia’s kernaandeelhouders. De zowat 800.000 Arco-coöperanten zagen de waarde van hun belegging, samen 1,5 miljard euro, in rook opgaan. Voor de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank in Brussel beginnen woensdag de pleidooien in de zaak waarin 2.172 coöperanten, begeleid door het juridisch advieskantoor Deminor, een schadevergoeding eisen.

‘We willen dat een rechtbank zich eindelijk uitspreekt over het dossier en de verantwoordelijkheden’, zegt Erik Bomans van Deminor. Zeven partijen vertegenwoordigd door samen meer dan tien advocaten zullen hun standpunten uiteenzetten tijdens de vijf zittingsdagen - de laatste vindt plaats op 30 juni - die de rechtbank daarvoor heeft uitgetrokken. Het dossier dat rechter Natalie Swalens voorgelegd krijgt, bestaat uit tienduizenden pagina’s advocatenconclusies en bewijsstukken.

De zittingen vinden plaats in het voormalige NAVO-gebouw in Evere, dat onlangs is omgebouwd tot Justitia om er grote rechtszaken te behandelen. Met respect voor de coronamaatregelen kunnen enkele honderden mensen er de zittingen volgen, verdeeld over een drietal zalen.

9,2 miljoen
schadevergoeding
De 2.172 coöperanten vragen een schadevergoeding van samen 9,2 miljoen euro.

Wat eisen de coöperanten?

De 2.172 coöperanten vragen een schadevergoeding van samen 9,2 miljoen euro.

Tegen wie richten ze zich?

De claim is gericht tegen de Arco-vennootschappen Arcofin, Arcopar en Arcoplus (kortweg Arco), tegen voormalig Arco-CEO Francine Swiggers, tegen Belfius als rechtsopvolger van de voormalige Bacob Bank - de bank van de christelijke werknemersbeweging - en Dexia Bank België, en tegen de Belgische staat. De coöperanten vragen een hoofdelijke veroordeling. Dat houdt in dat ze de eventuele schadevergoeding kunnen vorderen bij een van de veroordeelde partijen.

Waarop is hun claim gebaseerd?

De eisers voeren aan dat ze vier keer zijn misleid: bij de intekening op de Arco-deelbewijzen, tijdens de looptijd van hun investering, bij de kapitaalverhoging van Dexia in 2008 en de belofte van een staatswaarborg en door de toezegging van de regering in 2014 dat ze met een plan B zou komen voor een gedeeltelijke compensatie.

Misleiding, door bedrog of omdat ze duidelijk op het verkeerde been zijn gezet, is een zogenaamd ‘wilsgebrek’ die hun inschrijving op de Arco-aandelen nietig maakt, argumenteren ze.

Wat zijn hun concrete aantijgingen?

In de jaren 90 sprong Bacob Bank in de consolidatiedans in de Belgische banksector. Als coöperatieve bank kon ze geen zware munitie voor overnames verzamelen op de kapitaalmarkt. Ze was aangewezen op nieuw coöperatief kapitaal. De Bacob-kantoorhouders werden onder druk gezet om coöperatieve deelbewijzen te verkopen aan hun klanten. Die deelbewijzen werden aangeprezen als een beter alternatief voor een spaarrekening. Of de aankoop van deelbewijzen werd als voorwaarde gesteld om een gunstig woonkrediet te krijgen. De risico’s van het beleggingsproduct werden geminimaliseerd. De klagers hebben het over een systeem dat Arco in samenspraak met Bacob Bank - nu Belfius - bewust opzette.

Belfius én de Belgische staat droegen volgens de coöperanten verder bij tot de misleiding bij de kapitaalverhoging van Dexia, toen dat in 2008 in moeilijkheden kwam. Arco tekende toen voor 350 miljoen euro in. Maar het had dat geld niet en leende het bij Dexia Bank België (nu Belfius). De Belgische regering maakte de constructie mogelijk door een staatswaarborg toe te zeggen. Die diende om de coöperanten gerust te stellen en om te vermijden dat ze zouden uitstappen.

De Belgische staat heeft de illusie van die staatswaarborg in stand gehouden toen Dexia en Arco in de herfst van 2011 kapseisden, ook al wist hij op basis van adviezen van de Raad van State en van de Nationale Bank dat Europa daar wellicht een probleem van zou maken.

Francine Swiggers wordt aangewreven foute jaarrekeningen van Arco te hebben opgesteld, door daarin de Dexia-aandelen niet te waarderen tegen hun (lagere) beurswaarde en door geruststellende maar onwaarachtige boodschappen te blijven sturen naar de coöperanten.

Wat zeggen de verwerende partijen?

Belfius heeft geen voorziening aangelegd voor de claim. ‘De bank is van mening over voldoende valabele argumenten te beschikken om de vorderingen onontvankelijk en/of ongegrond te laten verklaren’, luidt het in haar jongste jaarverslag.

Arco reageerde door Deminor, officieel geen eisende partij, mee in bad te trekken. Arco voert aan dat het kantoor zelf schuldig is aan misleiding. Door een eerdere actie namens een aantal coöperanten in 2000 en 2001, toen Bacob Bank opging in Dexia, zou Deminor valse verwachtingen gecreëerd hebben bij de coöperanten over de waarde van hun deelbewijzen. Arco vraagt dat Deminor opdraait voor de schade die het lijdt bij een eventuele veroordeling.

Swiggers eist dat de rechtbank elk van de 2.172 coöperanten een rechtsplegingsvergoeding oplegt van 1.200 euro (samen 2,6 miljoen euro) wegens ‘tergend en roekeloos beding’, om haar advocatenkosten te betalen. Ze vraagt ook een compensatie van 25.000 euro voor de aantasting van haar goede naam en faam.

Procedureslag dreigt

In een van de stukken die de advocaten van de coöperanten neerlegden, staat een Franse zin. Volgens de Taalwet Gerechtszaken is dat mogelijk een bron van nietigheid. De coöperanten hebben daarop een verbeterde procedure gestart. De rechtbank moet oordelen hoe ze daarmee omgaat.

De verweerders halen ook twee argumenten aan om de zaak te torpederen. De misleiding slaat volgens hen op feiten in de jaren 90 of 2000 die al verjaard zijn - de verjaringstermijn is vijf jaar. De coöperanten stellen dat de verjaring pas begint te spelen vanaf het moment dat Arco in december 2011 in vereffening ging en dat zij hun rechtszaak in 2014 hebben opgestart.

Het vonnis zou precedentwaarde hebben. Afhankelijk van de robuustheid van de argumentatie van de rechtbank kan het de aanleiding zijn voor Belfius en/of de Belgische regering om een compensatieregeling voor alle coöperanten uit te werken.

Een van de bewijsstukken is bovendien vervalst, zeggen de verweerders. Volgens de advocaten van de coöperanten gaat het gewoon om twee verschillende documenten die zijn samengevoegd op één blad.

Wat met de procedure van Arcoclaim?

De vraag wordt ook opgeworpen of de ‘Deminor-zaak’ moet worden samengevoegd met de procedure die Arcoclaim, dat duizenden andere coöperanten groepeert, voert voor de rechtbank van eerste aanleg in Brussel.

Arcoclaim vindt van wel. Het stelde zich partij in de Deminor-zaak omdat een van de coöperanten die zich eerst bij Deminor had aangesloten, is overgestapt naar Arcoclaim. ‘Wij voeren dezelfde strijd’, zegt Geert Lenssens, die als advocaat optreedt voor Arcoclaim. ‘De samenvoeging zou logisch zijn. En dan heeft de procedure voor de rechtbank van eerste aanleg voorrang.’ Belfius vraagt ook de samenvoeging. De eisers kanten zich ertegen. Het is een andere zaak, met grotendeels andere partijen en tegenpartijen en met andere argumenten, zeggen ze. Het hele dossier verhuizen naar de rechtbank van eerste aanleg, waar de zaak nog in wachtmodus staat, betekent dat alles weer op de lange baan wordt geschoven.

Wanneer valt de uitspraak?

Na de pleidooien heeft de ondernemingsrechtbank 30 dagen om een vonnis te vellen. Maar op 1 juli begint het gerechtelijk verlof, dat loopt tot 31 augustus. Een uitspraak zou er daardoor tegen eind september zijn.

Wat zijn de gevolgen?

Van een uitspraak in het voordeel van de coöperanten profiteren in eerste instantie alleen de 2.172 coöperanten in het geding. Het vonnis zou wel precedentwaarde hebben. En afhankelijk van de robuustheid van de argumentatie van de rechtbank kan het de aanleiding zijn voor Belfius en/of de Belgische regering om een compensatieregeling voor alle coöperanten uit te werken. Tegen de uitspraak kan hoger beroep worden aangetekend.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud