Belgisch herstelplan krijgt volgende woensdag EU-fiat

Ursula von der Leyen, de voorzitster van de Europese Commissie, overhandigde de Portugese premier Antonio Costa het goedgekeurde Europees herstelplan van zijn land. ©AFP

'Nu kan ik naar de bank gaan', zei de Portugese premier Antonio Costa na de goedkeuring van 'zijn' Europees herstelplan, goed voor 16,6 miljard euro. België krijgt volgende woensdag verlossend nieuws over bijna 6 miljard Europese subsidies.

Ursula von der Leyen, de voorzitster van de Europese Commissie, is begonnen aan een rondreis langs de Europese hoofdsteden. In elke hoofdstad gaat ze persoonlijk het rapport afleveren voor het nationaal herstelplan. Woensdag waren Portugal en Spanje aan de beurt; donderdag volgen Griekenland en Denemarken, en vrijdag Luxemburg. Ook Italië volgt. Premier Alexander De Croo (Open VLD) en staatssecretaris voor Relance en Strategische Investeringen Thomas Dermine (PS) hebben woensdag een onderhoud ingepland met von der Leyen.

De relancetoernee toont wat op het spel staat voor de Commissie en de lidstaten. De Commissie gaat geld lenen op de internationale markten om de economie in de lidstaten op de rails te krijgen na de pandemie. Het geld uit dat nieuwe Europees herstelfonds moeten de lidstaten gebruiken voor investeringen. Maar aan die centen zijn strenge voorwaarden gekoppeld. 37 procent van de middelen moet worden gebruikt voor groene investeringen en 20 procent voor doorgedreven digitalisering. Tegenover die centen moeten ook serieuze economische hervormingen staan, zoals een soepeler arbeidsmarkt en pensioenhervorming.

Portugal en Spanje

Portugal diende als eerste lidstaat een Europees herstelplan in, vandaar dat von der Leyen als eerste hoofdstad Lissabon aandeed. Portugal heeft recht op 16,6 miljard euro uit de belangrijkste Europese herstelpot, het fonds voor herstel en weerbaarheid. Het gros ervan, 13,9 miljard euro, krijgt Lissabon als subsidie, de overige 2,7 miljard euro komt in de vorm van een goedkope lening. 'Nu kan ik naar de bank', reageerde een opgeluchte premier Antonio Costa.

Nu kan ik naar de bank.
Antonio Costa
Portugees premier

Spanje en Italië zijn de landen die cijfermatig het meeste Europees herstelgeld opstrijken. Spanje doet alleen een beroep op de 69,5 miljard EU-subsidies voor herstel en laat de 70 miljard aan goedkope leningen onaangeroerd. Het kan die nog tot 2023 aanspreken. Italië doet een beroep op 191,5 miljard euro, een combinatie van subsidies en goedkope leningen.

De Spaanse premier Pedro Sánchez beklemtoonde dat tegenover al dat Europees geld meer dan honderd economische hervormingen zijn toegezegd. Minder arbeidscontracten van onbepaalde duur moeten de arbeidsmarkt in Spanje flexibiliseren en er komt een pensioenhervorming. Voor die hervormingen kunnen plaatsvinden, is een akkoord nodig in het sociaal overleg. Of dat lukt, is ver van zeker.

België

België heeft recht op 5,9 miljard euro uit de Europese herstelpot. Von der Leyen geeft woensdag haar fiat voor het Belgisch plan. België kan daardoor dit jaar al de eerste Europese centen, zo'n 700 miljoen euro, inzetten.

De rest van het EU-geld zit, zoals bij alle lidstaten, vastgeklonken aan voorwaarden en getimede resultaten. Als die mijlpalen niet gehaald worden, volgt geen nieuwe geldtranche. Wat als Europa in een latere fase vindt dat het recente loonakkoord - met halftijdse landingsbanen voor zware beroepen vanaf 55 jaar - niet rijmt met de hoge overheidsschuld?

Het Europees herstelplan is het begin van een moeilijke rit. Alle herstelplannen worden door de experts van de lidstaten binnenste buiten gekeerd. De ministers van Financiën stemmen finaal in. Kritische landen als Nederland en Finland kunnen voor flinke vertraging zorgen bij die goedkeuring. De lidstaten krijgen ook hun zeg bij elke nieuwe mijlpaal en uitkering.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud