nieuwsanalyse

Catalaanse nationalisten versterken machtsbasis ondanks socialistische zege

Onder leiding van Salvador Illa kroonden de socialisten zich tot grootste partij in Catalonië. ©EPA

Voor het eerst in ruim een decennium is de socialistische partij weer de grootste in Catalonië. De zege smaakt wellicht zuur. Want de PSC slaagde er niet in een eind te maken aan de hegemonie van de nationalisten.

De coronapandemie en de daarmee gepaard gaande economische en sociale crisis hebben geen eind gemaakt aan de diepe verdeeldheid in de Catalaanse maatschappij. Dat hebben de regionale parlementsverkiezingen van zondag bewezen.

Voor het eerst wisten de nationalistische partijen een meerderheid van de kiezers achter zich te krijgen. ERC, Junts per Catalunya, de CUP en PDeCAT klokten na een spannende verkiezingsavond af op 51 procent van de stemmen.

In de provincies Lleida en Girona verleidden ze zo'n 67 procent van het electoraat. In Tarragona gingen de voorstanders van meer autonomie met net geen 54 procent van de stemmen aan de haal. Enkel in Barcelona gaf meer dan de helft van de kiezers het vertrouwen aan een partij die zich tegen een afscheuring van Spanje kant.

Socialisten

Vooral de Partit dels Socialistes de Catalunya (PSC) bood daar flink weerwerk. De socialisten slaagden er voor het eerst sinds 2008 in als grootste partij uit een stembusslag in Catalonië te komen. De PSC wist 23 procent van de kiezers te verleiden, een winst van net geen 10 procentpunten in vergelijking met 2017.

Om die krachttoer te realiseren stuurde de Spaanse premier Pedro Sánchez Salvador Illa, zijn minister van Volksgezondheid en het gezicht van de Spaanse coronastrijd, naar de noordoostelijke regio. Sánchez hoopte dat Illa's bekendheid de PSC extra stemmen zou opleveren. De gok pakte goed uit.

Of de socialisten Catalonië de volgende jaren ook kunnen besturen, is nog maar de vraag. Want met 33 zitjes zit de PSC ver verwijderd van de 68 zetels die nodig zijn voor een volstrekte meerderheid.

Premierschap

Tijdens zijn overwinningsspeech gaf Illa zondagavond aan op zoek te willen gaan naar een stabiele meerderheid. 'Ik wil een gooi doen naar het premierschap', klonk het. Op welke partijen hij rekent om dat objectief te realiseren, liet hij in het midden.

Op papier lijkt een coalitie over links de meest logische optie voor de PSC. Dan komen En Comú Podem, de Catalaanse tak van het radicaal-linkse Unidas Podemos, en het links-nationalistische ERC in beeld.

Spanje en Catalonië zijn twee verschillende landen. In Catalonië gaan we niet besturen met de socialisten.
ERC
Voor aanvang van de verkiezingen

Op het Spaanse niveau vonden die partijen elkaar het voorbije jaar al meermaals. Met radicaal-links begon Pedro Sánchez in januari vorig jaar aan een regeringsavontuur. De Catalaanse links-nationalisten verleenden die minderheidsploeg meer dan eens gedoogsteun in het Spaanse parlement de afgelopen maanden.

Comú Podem heeft wel oren naar een gelijkaardig scenario op Catalaans niveau, bleek zondagavond. Maar bij ERC ligt die piste moeilijker. 'Spanje en Catalonië zijn twee verschillende landen. In Catalonië gaan we niet besturen met de socialisten', hielden de links-nationalisten de voorbije weken vol. Ze bezwoeren in een pact met de andere nationalistische partijen zelfs niet in een regering te stappen met Illa.

Machtsverhoudingen

Esquerra Republicana droomt zelf ook van het Catalaanse premierschap nu de partij erin geslaagd is de machtsverhoudingen in het nationalistische kamp om te keren. De voorbije jaren moest ze toekijken hoe het centrumrechtse Junts per Catalunya van de Catalaanse ex-premier Carles Puigdemont de overhand had in de regering.

'Catalonië krijgt eindelijk weer een premier van ERC', stelde partijkopstuk Oriol Junqueras, een van de veroordeelde Catalaanse politici, zondagavond. 'De burgers hebben duidelijk gemaakt wat zij wensen: een referendum en amnestie (voor de veroordeelde politici, red.).'

We kunnen met de nationalisten aan een volstrekte meerderheid raken. Maar ik nodig alle progressieve krachten, alle parlementsleden die zich kunnen vinden in amnestie en meer zelfbestuur uit zich achter ons project te scharen.
Pere Aragonès
Kandidaat-premier ERC

Die beoogde premier is Pere Aragonès. Net als Illa maakte de 38-jarige jurist zondagavond bekend een gooi te willen doen naar het premierschap. Hij lijkt niet alleen te rekenen op de steun van nationalistische partijen zoals Junts en de antikapitalistische CUP om dat doel te bereiken.

'We kunnen met de nationalisten aan een volstrekte meerderheid raken. Maar ik nodig alle progressieve krachten, alle parlementsleden die zich kunnen vinden in amnestie en meer zelfbestuur uit zich achter ons project te scharen.'

Die oproep leek in de eerste plaats bestemd voor En Comú Podem. Voor de stembusslag had ERC al te kennen gegeven wel wat te voelen voor een regering met Junts en de Catalaanse tak van Unidas Podemos. Door die laatste mee aan boord te nemen hopen de links-nationalisten een progressievere stempel op het beleid te kunnen drukken.

Wonden likken

Terwijl de PSC en ERC hardop dromen van het premierschap, likken enkele partijen aan de rechterzijde van het politieke spectrum hun wonden. Vooral Ciudadanos incasseerde een uppercut.

11
zetels
Uit het niets haalt het extreemrechtse VOX elf zetels in het Catalaanse parlement.

De centrumrechtse partij had zich drie jaar geleden met 36 zetels nog tot de de grootste partij van Catalonië gekroond. Na zondag blijven daar zes zitjes van over. Ciudadanos zocht een verklaring in de lage opkomst: slechts 53 procent van de kiezers ging stemmen.

De rechtse Partido Popular verging het niet veel beter. Die gaat van vier naar drie zetels, het slechtste resultaat ooit in Catalonië. Het extreemrechtse VOX triomfeerde dan weer. Uit het niets haalt die partij elf zetels in het Catalaanse parlement. Na de PSC, ERC en Junts is VOX nu de vierde partij in de regio.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud